MEDITATIE
DE ZON DER GERECHTIGHEID.
Ulieden daarentegen, die mijnen naam vreest, zal de Zon der Gerechtigheid opgaan, en daar zal genezing zijn onder zijne vleugelen. Mal. 4 : 2a.
Zonder twijfel wordt in deze profetie, geschreven op de laatste bladzijde des Ouden Verbonds, op niets minder, dan op de verschijning van Christus in het vleesch gedoeld.
Op meerdere plaatsen in den Bijbel wordt de beloofde Messias bij het licht of bij de zon vergeleken.
David spreekt van Hem als van het licht van den morgen, dat aan een wolkeloozen hemel verrijst, en het gras doet ontluiken, waarop de dauwdrop nog parelt (2 Sam. 23 : 3, 4).
En elders de profeet Jesaja weer : Maak u op, word verlicht, want uw licht komt, en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op (Jes. 60 : 1).
De weenklank dezer vergelijking treffen wij reeds onmiddellijk aan het begin van het Nieuwe Testament aan.
Gewaagt de priester Zacharias niet van de innerlijke bewegingen der barmhartigheid Gods, met welke ons bezocht heeft de opgang uit de hoogte, om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, om onze voeten te richten op den weg des vredes (Lucas 1 : 78, 79) ?
Hoort den godvruchtigen Simeon jubelen als hij den Redder van zondaren in zijn armen omsluiten mag.
Een licht, zoo groot, zoo schoon, Gedaald van 's hemels troon, Straalt volk bij volk in d' oogen ; Terwijl het 't blind gezicht
Van 't heidendom verlicht En Isrel zal verhoogen. (Lofzang van Simeon : 2).
Het is niet zonder reden, dat Christus bij het licht of bij de zon wordt vergeleken. Evenals de zon in het rijk der natuur het licht in zichzelf heeft en dat niet aan andere hemellichamen ontleent, zoo heeft ook Christus als het Licht der wereld het licht in zichzelf. Van Hem als van de Zon der Gerechtigtheid straalt het licht uit, dat ontdekkend binnenvalt in het hart des zondaars. Juist in het schijnsel daarvan komt de ongerechtigheid openbaar. Zoo ziet de mensch, dat hij voor Gods heilig oog niet bestaan kan.
Maar nu is Christus, tot troost voor het zondaarshart, ook nog in een anderen zin
„Zon der Gerechtigheid".
Hij is toch de Borg Zijner gemeente, die zelf de gerechtigheid bezit en haar tevens uitstraalt over en in de Zijnen.
Wat onder die gerechtigheid verstaan moet worden ?
Wel dit, dat Hij voor zich en voor al de Zijnen beantwoordt aan den maatstaf van Gods heilige wet en voldaan heeft aan Zijn onkreukbaar recht.
Alleen deze gerechtigheid kan voor God bestaan. Alle andere gerechtigheid, hoe mooi en vroom wij menschen het dan ook misschien vinden, is voor Hem niets anders dan ongerechtigheid. Al bezitten wij er nog zooveel van, wij zullen er mee omkomen.
Alleen in Christus' gerechtigheid ligt een eeuwige zegen. Wordt er niet van gezegd, dat er genezing zal zijn onder Zijn vleugelen ?
Evenals er in de natuur van de zon kracht tot genezing uitgaat, zoo zullen ook de stralen van de Zon der Gerechtigheid tot genezing dienen, opdat de Zijnen Hem herkennen als hun Heere, als hun Heelmeester.
Als zoodanig openbaarde Hij zich reeds toen Hij in de volheid des tij ds op aarde verscheen in de gestalte van een dienstknecht. Gaf Hij niet aan stommen de spraak, aan dooven het gehoor, aan Minden het gezicht, aan kranken de gezondheid, ja zelfs aan dooden het leven ?
Maar meer nog dan in natuurlijk opzicht is Hij in geestelijken zin de wonderbare Medicijnmeester. Immers onder Zijn vleugelen is er genezing voor een doodelijk kranke, die onder den ondragelijken last zijner zondeschuld dreigt om te komen. Hij ziet zich oVetdekt met de booze zweren eener zondemelaatschheid, zoodat hij klagen moet :
'k Voel door stinkend' etterzweren Mij verteren ; Walg'lijk zijn zij voor het oog. Mijne dwaasheid deed die builen Dus vervuilen. Daar zij mij tot kwaad bewoog.
Nergens is daarvoor genezing te vinden, dan onder de stralen van de Zon der gerechtigheid. Want niet alleen wordt de krankheid in dat licht geschouwd, maar tevens genezen. Immers de Heere neemt in Hem de ongerechtigheid weg om in de plaats daarvan in Hem de gerechtigheid te schenken. Door het geloof ontvangt men het aandeel in Zijn weldaden, n.l. vergeving van zonden en het eeuwige leven. En dit kan Hij doen, omdat Hij zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden (1 Petr. 2 : 24).
Onder de stralen van de Zon der Gerechtigheid is er dus genezing van de melaatschheid der zonde.
Maar wie zullen er nu in die rijke zegening deelen ?
U heden daarentegen, die Mijnen naam vreest.
Voor degenen, die den naam des Heeren niet vreezen, geldt dus deze troostrijke belofte niet. Voor hen geldt het oordeel, dat aan deze belofte voorafgaat: aanzie, die dag komt, brandende als een oven ; dan zullen alle hoogmoedigen en al wie goddeloosheid doet een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal hen in vlam zetten, zegt de Heere der heirscharen, die hun noch wortel noch tak laten zal (Mal. 4:1). Geldt dat ook u?
Wij moeten ons dus in allen ernst voor de vraag stellen, of wij in oprechtheid des harten den Heere vreezen.
|En dan moeten wij bij de overweging dezer vraag niet vergeten, dat er nog tweeërlei vreezen van den Heere is.
Daar is allereerst een slaafsche vrees uit angst voor onheil en straf. Zoo is er angst in veler hart, wanneer God Zijn stem met macht verheft in de elementen der natuur. Zoo kan er ook angst zijn op het sterfbed, wanneer men als zondaar geplaatst wordt tegenover den schrikwekkenden dood. Hierin is echter geen spijt over het verzondigde leven, maar slechts bangheid voor de zondestraf.
Dat vreezen van God wordt echter hier niet bedoeld. Maar wel die kinderlijke vreeze des harten, die voortspruit uit de wederbarende daad des Heeren, waardoor de richting des levens geheel wordt omgekeerd. Dan wordt niet zoo zeer de straf over de zonde gevreesd, maar wel de zonde zelf. Want de zonde wordt dan gezien als een onteeren van Gods heiligen naam, als een beleedigen van Zijn goedheid, als een vertreden van Zijn weldaden.
Hierin wordt tegelijk erkend de rechtvaardige straf over de zonde.
De mensch ziet zich dus door zijn zonde van God gescheiden, terwijl hij toch tot Hem getrokken wordt, omdat hij het niet buiten Hem stellen kan. In zichzelf toch is er geen uitkomst meer. Maar God kan als de Almachtige nog helpen en bovendien is Hij als de Barmhartige tot hulp genegen.
Zoo Gij in 't recht wilt treden, O Heer', en gadeslaan Onz' ongerechtigheden, Ach, wie zal dan bestaan ? Maar neen, daar is vergeving Altijd 'bij U geweest; Dies wordt Gij, Heer', met beving Recht kinderlijk gevreesd.
Hebben wij nu onze zonden leeren kennen, haten en vlieden ? Natuurlijk bedoel ik niet een uitwendige erkenning, dat wij zondaren zijn, zooals dat zoo vaak gevonden wordt, terwijl daaronder niet eens onze ziel geroerd wordt. Maar die erkenning onder spijt en smart, onder wroeging en droefheid, dat gij tegen een goeddoend God overtreden hebt, die u met Zijn weldaden en gunstbewijzen overlaadt. Hoe zijt gij dan arm en ongelukkig in u zelf. Maar daartegenover mogen wij stellen een rijk Ontfermer, die belooft en vervult: Ulieden daarentegen, die Mijnen naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en daar zal genezing zijn onder Zijne vleugelen.
Van de vervulling dezer belofte is ook het naderende Kerstfeest weer een bewijs.
Dat zegt ons :
Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.
Verwacht het dan in geen enkel opzicht van u zelf ; ziet boven al het menschelijke uit op hetgeen God in Christus schonk. In Hem is alles te vinden wat een zondaar noodig heeft om getroost te leven en zalig te sterven.
Hij kan en wil en zal u reinigen van de melaatschheid der zonde.
Twijfel dan niet aan, maar geloof in Zijn Woord. In Zijn Woord, dat u in uw zonde veroordeelt, maar toch zegt : Vreest niet; want zie, Ik verkondig u groote blijdschap.
En waarom geen vreeze ? Omdat de Zaligmaker geboren is !
Westkapelle,
W. Reus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's