De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERSTFEEST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERSTFEEST

10 minuten leestijd

Mattheus 1 : 16b: uit welke geboren is Jezus, gezegd Christus.

Wij leven in een geweldigen tijd. Alle krachten in het sociale leven der volkeren worden bewogen, machtige, diepe geestelijke stroomingen doorwoelen de grondslagen van ons leven. Alle volkeren der wereld verkeeren in eene revolutie, welker openbaringen begeleid worden door angstwekkende verschijnselen, die de harten van millioenen doen beven. En op den bodem van dit alles, van de economische en politieke beroeringen beide, liggen geestelijke oorzaken. Het zijn niet de materiëele vraagstukken, die den toon aangeven, hoe overheerschend zij ook mogen schijnen, maar geestelijke ontwrichtingen vormen den oorsprong van wat het stoffelijk leven ontzet. Alleen is het merkwaardig te zien, hoe geestelijke bewegingen, waarop men aanvankelijk nauwelijks acht sloeg, waarover men alleen jarenlang sprak als over eigenaardigheden dezes tij ds, die wel van on-en bijgeloof getuigden, maar overigens nauwelijks werden geteld, toch voor de historische ontwikkeling der volkeren van overwegende beteekenis bleken te zijn, zoodra de tijd was rijp geworden, waarin de oogst kon worden binnengehaald.
Niet zonder bezorgdheid hebben velen hier te lande aangezien, wat er in den loop van dit jaar in Duitschland geschiedde, hoe zich daar, naar het scheen, plotseling, nieuwe, ongekende toestanden ontwikkelden en als eene reactie op het dreigend communisme een nieuw Staatswezen baan brak, dat in het Westen voorheen onbekend was. Het zoogenaamd parlementaire stelsel werd bij onze Oostersche naburen uitgeruild voor een regeeringssysteem, dat aan de heerschers de macht geeft met Staatsgeweld ook het geestelijk leven des volks te dwingen in banen, die voor het staatsbelang onmisbaar worden geacht. En dit niet, zooals in Art. 36 onzer Confessie wordt gezegd, door eene Overheid, die als Christelijke Overheid, zich aan Gods autoriteit en aan Zijn Woord weet gebonden, maar door eene Staatsmacht, die aan niemand verantwoordelijk, alleen het volksbelang, gelijk zij dit zelve verstaat, als wet erkent. De Staat is hier de goddelijke macht, het socialisme, door dezen Staat geproclameerd als het eenig ware en rechthebbende, zoodat er van nu aan zou gezegd kunnen worden : en hun god is de Staat.
Het is geen wonder, dat volken, die, als Engeland en Amerika, en ook ons volk, onder den invloed van het Calvinisme ontwikkeld werden, eenigszins schuw tegenover deze Duitsche revolutie staan. Zij voelen instinctmatig, dat zulk een staatsvorm een geestelijken wortel heeft, die met den oorsprong hunner cultuur niet verwant is, en dat, als een dergelijke revolutie ook bij hen plaats greep, zij zouden moeten scheiden van geestelijke waarden, die hun dierbaar zijn geworden. Het kan niet worden ontkend, dat bij dieper doordringen in den achter-en ondergrond der thans in Duitschland heerschende staatkundige formatie, men op geestelijke stroomingen stuit, die dwingen tot de vraag, of een Christelijk volk met zulk een regeeringsvorm vrede hebben kan. Welke verdiensten deze Duitsche revolutie moge hebben voor de beteugeling van communistische gevaren, wanneer zij zelve gedragen wordt .door beginselen, die in strijd zijn met Gods Woord, dan zal toch de toekomst leeren, dat hare vruchten niet minder verderfelijk zijn.
En nu is dit vooral van zoo groote beteekenis, op te merken, dat zij uitgaat van eene beschouwing der geschiedenis, die het Gods Woord in lijnrechten strijd is. Daardoor staat de Duitsche beweging niet alleen achter bij die van Mussolini, maar draagt zij van meet af krachten in zich, die een conflict met de Christelijke wereldbeschouwing noodzakelijk maken. De leider der Duitsche revolutie hangt eene beschouwing der geschiedenis aan, die, met Gods getuigenis in strijd, zijn politiek streven stempelt tot een gevaar voor Christus' Kerk. De verschijning van Christus, de beteekenis van Christus, heel zijn Middelaarswerk, wordt iets anders, dan ons in de Heilige Schrift is geopenbaard. De gang der openbaring Gods, de Christelijke heilsgeschiedenis, de Raad van Gods genade, verliezen hun ware karakter en worden van hun wezen beroofd. Het uitgangspunt dezer Duitsche beweging is een Christus-geloof, dat met het geloof der heiligen absoluut niets gemeen heeft. De Christus van het Duitsche nationaal-socialisme is niet de aan de vaderen beloofde Messias, is. niet Davids zoon, het eeuwige Woord, ' dat vleesch werd, niet Immanuël, door de Godsprofeten aangekondigd, maar een Christus uit de heidenen, een zoon der oude Ariërs, de man, die nieuwe zedelijke idealen aan de menschheid onthulde, een voorbeeld slechts van zedelijken moed, een held des geloofs, een religieus genie, een man met schier bovenmenschelijke wilskracht, die tot op dezen dag millioenen boeien kan door de bekoring, die er uitgaat van zijn verheven exempel. Maar hij is niet het Lam Gods, dat de zonde wegneemt, noch ook Hij, die door Zijne opstanding uit de dooden krachtelijk bevonden is de Zone Gods, die Zijne kinderen opwekt tot de nieuwigheid des levens en hun plaats bereidt in het huis Zijns Vaders, waarin vele woningen zijn. Deze Christus-beschouwing der school, waaruit een Hitler voortkwam, is zoozeer in strijd met het Woord van God, dat naar haar meening Christus zelfs niet uit Israël is gesproten. De Oud-Testamentische eeredienst heeft geen profetische waarde, de eeredienst in tabernakel en tempel was geene vereering van den eenigen waarachtigen God, doch slechts Semitische afgoderij, zoodat noch de Heere, noch de wet des Heeren, met de ware vreeze Gods ook maar iets van doen zouden hebben. Het evangelie is voor deze school slechts een nieuwe wet, waarin de oud-Joodsche god in nieuwe gedaante aan de wereld verschijnt.
Naar die leer wordt dus Christus een plotseling opduikend genie, verschijnt Hij als eene vallende ster in den donkeren nacht, is de genade, in den Heere Jezus Christus geopenbaard, wezenlijk niet, en Is er dus voor een Kerstfeest ook geene plaats. Daarom rees in die leerschool dan ook de vraag, of Christus wel uit Juda is geboren, en moest het antwoord wel luiden, dat geen druppel Joodsch bloed in Christus' aderen vloeide, en staan we daar voor eene leer, die verwerpt al wat Gods Kerk de eeuwen door beleed, die verwerpt Hem, die Zichzelven predikte als Davids ware Zoon, als vervuiler van wet en profetie, als die van Abraham zeide: „hij heeft begeerd mijn dag te zien".
En daarmede wordt nu ook het geestelijk leven van Gods Kerk verworpen en hare leer gemaakt tot eene uitvinding der Grieken en. van de Kerk aller eeuwen gezegd, dat zij staat geheel buiten Jezus' persoonlijkheid. De Heilige Drievuldigheid vernedert zij tot een uitvinding der philosophie, die de vrucht is van den denkarbeid der Arische volken, maar van den God, die Zich alzoo zelve in Zijn Woord openbaarde, weet zij niet en wil deze school niet weten. De Christelijke religie is hier geen vrucht van Gods bijzondere openbaring, gelijk ons in Oud-en Nieuw Testament wordt geleerd, maar de natuurlijke vrucht eener ethnologische ontwikkeling der menschheid. Het ware, historische Christendom heeft voor deze nationaal-socialistische historie-beschouwing geen bestaansgrond meer en in de plaats van God Almachtig treden de zichzelven verheerlijkende Ariërs als de scheppers der cultuur, als de stichters van een hooger menschdom, als de dragers van een nieuw menschheidsideaal. Doch daaruit blijkt dan ook, dat hier een chauvinistisch rasbesef den toon aangeeft, dat staat naar wereldheerschappij en dat het tegenbeeld is van het Koninkrijk Gods, dat profeteert van een aanlichten over alle talen en volken en natiën, van de Zonne der gerechtigheid, onder welker vleugelen genezing wezen zal.
Het is die leer, die de verklaring is van het anti-semitisch drijven, de rein heidensche achtergrond der Duitsche revolutie. Zij wordt gedragen door eene wijsbegeerte, die drijft tot een politiek streven, dat niet kan rusten, voordat de Kerk van Christus hare zelfstandigheid heeft ingeboet en zich heeft vernederd tot een machtsinstrument van den Staat, die haar gebruikt om zijne doeleinden te verwezenlijken.
Zoo ooit, dan is er op dit Kerstfeest oorzaak ons te herinneren, dat de Heere Jezus verscheen als het kindeke in Bethlehem's kribbe, als het ware zaad Davids, verwacht door Gods kinderen, door een Simeon in den tempel gekend als een teeken, dat wedersproken zal worden, gezet tot een val en eene opstanding van velen in Israël. En gekend ook door eene Anna, eene weduwe van vier en tachtig jaren, niet wijkende uit den tempel met vasten en bidden. God dienende dag en nacht. En ook zij heeft den Heere beleden en sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Israël verwachtten. En waarom hebben zij Hem verwacht ? Omdat zij de profetie verstonden, die Hem verkondigt als een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Zijn volk Israël. Hij was Immanuël, de aan de vaderen beloofde, de Koningszoon bij uitnemendheid.
Zoo wordt Hij nu ook in ons tekstwoord gepredikt als de laatste spruite van den stamboom der uitverkoren geslachten, die de eeuwen door stand hield, dank zij de onwankelbare trouw en de goedertierenheid Gods, die Zich een volk ten eeuwigen leven heeft geroepen in dien waarachtigen Davidszoon, van wien de profeten reeds verkondigden, dat Zijn troon bevestigd wordt van geslacht tot geslacht. Des Heeren geslachtsregister wordt ons hier bewaard, opdat wij in den gouden draad der genadedaden zien zullen, hoe de Heere zijne belofte vervult, als Hij den Middelaar Gods en der menschen zendt. Hij is niet maar een Ariër, doch staat geteekend als uit der eeuwen schoot gegenereerd als Jezus, gezegd Christus, zoon van David, zoon van Abraham, van het edelste, reinste Israëlitische bloed. Op dien grondslag van Gods genaderaad, die historisch werd verwerkelijkt in den tijd, rust heel de beschouwing, in Gods Woord geopenbaard en door Gods Kerk beleden. Jezus, gezegd Christus, is daarom ons in dat licht door Gods Heiligen Geest voorgesteld, opdat wij Hem zouden kennen als die waarachtig zalig maken kan, daar Hij de gegevene des Vaders is.
En als Gods volk op het Kerstfeest opgaat in het geloof om het kindeke Jezus te zien, dan schouwt het in de kribbe aan het wonder van Gods genade, de verborgenheid der godzaligheid, God geopenbaard in het vleesch. Het ziet in dit teedere wicht dien Jezus, die het kruis verdraagt en de schande veracht, die Zichzelven heeft vernietigd en hoewel Hij rijk was, arm geworden is, opdat wij door Zijne armoede rijk zouden worden. Zij zien Hem aan als Immanuël, in Wien de Heere zijn volk van hunne zonden verlossen en zalig maken kan. Zij kennen Hem als Jezus, gezegd Christus, in Wien alle Gods beloften ja en amen zijn, met Wien ons ook alle dingen v/orden geschonken. Nooit hebben Gods kinderen vergeefs gehoopt op Hem, vergeefs tot Hem geroepen uit diepten van ellenden en uit den afgrond hunner nooden, want Hij heeft wijsheid, kracht en licht, zoodat Hij de Leidsman wezen kan tot de fonteinen des heils.
Daarom, nu de tijden zoo donker worden, de benauwdheden vermenigvuldigen, de gevaren dreigen, is het Kerstfeest zoo schoon, omdat het ons uitwijst boven den nacht der tijden naar het eeuwig licht van Gods ontferming. Het roept ons op Immanuël te aanschouwen als Davids zoon, als gave des Vaders, als den eeuwigen Zoon des eeuwigen Vaders, die ons vleesch heeft aangenomen en in Wien verlossing is bereid. Op Hem zullen de volkeren hopen, van Wien de Heere zelve heeft gezegd : „der grootheid Zijner heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in Zijn Koninkrijk". Ja, wij mogen tot de kribbe gaan, het kindeke aanzien met het oog des geloofs. En de volkeren moeten verstaan, dat alleen in wederkeer tot Hem, in gehoorzaamheid aan Hem, het heil verkregen wordt. Zijn geboorte is de vervulling van de belofte, in het paradijs gegeven. Zij straalde in Israels historie naar den voortgang der eeuwen in steeds schooner, klaarder glans. En op het Kerstfeest mogen de volkeren bedenken, dat niet een Staatsleer der oude heidensche wijsgeeren, maar de Christus alleen ons redden kan.
Daarom geve de Heere in dezen nacht ons de psalmen tot Zijn lof, legge Hij in de ziel der volkeren de behoefte op Jezus, gezegd de Christus, te zien, legge Hij deze ook in ons hart, opdat wij vragen naar de levenswet van Immanuël, onzen eeuwigen Koning. En doe Zijn licht het duister opklaren, opdat wij van dit Kerstfeest mogen optrekken met blijdschap, die Hij door Zijne reddende daden kan leggen in het hart Zijner kinderen.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1933

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERSTFEEST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1933

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's