GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
En dan ging zij te ruste in de bedstee, achter de groene gordijnen, maar nooit, dan na eerst even te hebben gebeden.
Wat zij dan bad? Wie zal 't zeggen. Geen mensch heeft het ooit gehoord, gelijk dit van duizenden I nooit gebeurt, maar zéker is het, dat Gretske nooit zou insluimeren of eerst vouwden zich de handen op het dek, en werden de lippen bewogen als eene sprake, alléén verstaanbaar door Hém, die zelfs onze gedachten van verre kent. En de eenvoudigen steeds wil gadeslaan.
't Laat zich echter verstaan, dat door alles wat |tot hiertoe van haar gezegd werd, Gretske op Lombok de geteekende was. Omdat zij ook nooit mee deed met anderen. Omdat zij geen buurpraatjes hield. Omdat zij niet schold op de rijke menschen en op de fijnen. Omdat zij de deur sloot voor elk, evenals haar hart en haar mond, zoodat feitelijk maar weinigen haar kenden.
En vooral, omdat zij vroom was. Ja, om dit laatste niet het minst.
Dat kon „zwarte Ka" niet verdragen, en daar moest „manke Trui" niets van hebben, en dat was een voortdurende bron van ergernis voor „de Scheele". Omdat daar in het zonde-leven van deeze menschen géén plaats was voor God.
Niet dat zij Hem kenden, — anders niet dan bij name, omdat nooit iemand hen van Hem sprak, maar omdat zij voelden, o zoover af te leven van Hem, en dat zij zóó niet pasten bij Hem. Net zoo min als die man zonder bruiloftskleed uit de gelijkenis, in de feestzaal. Nét zoo min, neen, nog veel minder dan Gretske op Lombok. Juist omdat zij vroom was. En omdat hun leven daardoor geoordeeld werd.
Arme menschen ! Arm voor déze wereld, en arm voor de eeuwige wereld !
Maar daar was ook zoo goed als niet één die naar hen omkeek, om hen te zeggen dat er een dag des gerichts in 't verschiet ligt, en dat God de menschen eens oordeelen zal, en dat er een HeUand is, die ook voor menschen als op Lombok, den dood in ging om hunne zonden te dragen op het kruis.
Dat deed niet een van al die menschen die 's Zondags naar de kerk gingen om te hooren prediken van een Heiland, die het verlorene zocht, en dat deed de kerk zélf ook niet.
Want wat op Lombok huisde, was buiten de burgermaatschappij gesloten. Als men den naam van Lombok hoorde, had het nette publiek al genoeg. Wat op Lombok leefde, was verloren, en ging verloren ! Zoo dacht men, en daarom zag niemand naar deze menschen om.
Doch dat wisten zij zélf óók. Zonder dat het gezegd werd. Omdat zij het voelden. Maar juist daarom waren zij zoo verbitterd op de vromen, en dus ook op Gretske, die van dezen iets weg had. Omdat zij niet vloekte en niet lasterde en niet dronk, en geen gemeene taal sprak en omdat zij bad.
Ja, bad!
Dat heeft „zwarte Ka" eens gezien, toen zij op een keer heel stiekum bij haar wist binnen te komen, om te weten wat Gretske deed en hoe zij het had. 't Was eigenlijk een geheime afspraak dat zij dit doen zou. Op een „onder onsje, " bij een borrel, in het kamertje van „de Scheele, " wier verjaardag het was en die men al te gader kwam feliciteeren, uitgezonderd Gretske, in elkaar gezet. Door de achterdeur, die niet altijd gesloten werd als zij thuis was, zou Ka trachten bij haar binnen te komen, om dan eens goed alles op te nemen en daarna verslag uit te brengen. Want allen wisten het wel, dat Gretske het zindelijker en mooier en meer op orde had dan één van de anderen. Met een mat over den vloer, en bloemen in de vensterbank en beeldjes op den schoorsteenmantel, en schilderijtjes aan den wand. Zelfs hield zij d'r, — o weelde voor deze buurt! — in een klein kooitje een kanarie op na, die wel niet zong, omdat het een wijfje was. zooals Gretske zei, maar die dan toch zoo gezellig van de eene prik op de andere sprong en herhaaldelijk „piet! piet!" riep, als zij thuis kwam en aan tafel zitten ging en dan met het beestje ging redeneeren alsof het een mensch was.
Zie, dat alles was bij de heele buurt wel bekend, doch wat men nog niet wist en toch zoo graag weten wilde, het was, wat Gretske zoo al dééd, als zij thuis was en niemand haar hoorde of zag. Daarom de afspraak, dat „Ka" eens een inval zou doen, heel onverwacht, om dan natuurlijk anderen te vertellen wat zij had ontdekt.
En zoo was 't gebeurd. Op een avond dat Gretske na een heelen marsch te hebben gehad, tegen den donker thuis kwam. Met een stijve armbeweging wegens de rheumatiek, die het vrije gebruik dezer ledematen vrij wat belemmerde, werd het juk van de schouders genomen en achter de deur in het nauwe gangetje geplaatst. Daarop bracht zij de zware korven een voor een naar binnen, om vervolgens allereerst de schoenen uit te trekken. Dan werd het luik voor het raam geplaatst, het licht ontstoken, aan „piet" de avondgroet gegeven, en dan de kachel aangemaakt, om zóó het avondeten te bereiden en een warm kooltje in de stoof te krijgen.
Juist was zij hiermee klaar, en zat met gevouwen handen en gesloten oogen voor hare geroosterde aardappeltjes, toen buurvrouw als een kat binnensloop.
„Smakelijk eten !" — zei ze, terwijl een valsche glimlach over het gelaat vloog, en toen : „Jonge, jonge, wat heb je het hier mooi!" —
Toen is Gretske geschrokken. Omdat zij aanstonds begreep dat daar iets achter stak.
De scherpe oogen van Ka gingen het heele kamertje rond. Een enkele maal waagde zij het iets van zijne plaats te nemen, als trof het hare bizondere opmerkzaamheid, en alleen aan de nauwlettendheid waarmede Gretske al haar bewegingen volgde was het te danken, dat niets van hier werd meegenomen. Eindelijk stapte zij weer op langs denzelfden weg dien zij gekomen was ten volle er van overtuigd dat zij hier niet begeerd werd, maar een weinig later wist heel Lombok het, dat Gretske voor „een portie aardappeltjes" zat te bidden ! (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's