De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

GEWELDIGE CIJFERS.
Uit de Armenzorgstatistiek, die dezer dagen verscheen, blijkt de groote omvang die in de crisisjaren de Armenzorg, als gevolg van de toename van het aantal behoeftigen aanneemt.
't Is wel jammer, dat de statistische gegevens, die door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden saamgesteld en dit kan moeilijk spoediger geschieden - gewoonlijk niet op de hoogte van den tijd zijn, doch dat zij den toestand weergeven van hetgeen in het verleden plaats had.
Anders toch zouden de cijfers, betreffende de gelden, die ten behoeve van maatschappelijk hulpbetoon voor den onlangs afgesloten tijdkring, het jaar 1933, werden uitgegeven, een vrij wat ongunstiger beeld vormen, als die, welke thans over het jaar 1931 verschenen.
Echter blijven de gegevens, die in de Armenzorgstatistiek van laatstgenoemd jaar voorkomen, ook voor onze dagen hunne beteekenis behouden. Zij geven een indruk van wat op het terrein van de Armenzorg alzoo omgaat.
Zoo vinden wij door het Centraal Bureau voor de Statistiek medegedeeld, dat in 1931 ruim 100 millioen voor maatschappelijk hulpbetoon werd uitgegeven. Dit bedrag overtreft dat in het voorafgaande jaar met ongeveer 4 millioen. Wanneer wij dit cijfer van 100 millioen gulden, dat door de Overheid en 7630 instellingen van weldadigheid in 1931 werd uitgegeven, nader beschouwen, dan valt al dadelijk dit op te merken, dat het beginsel, waarvan de Armenwet uitgaat: de burgerlijke Armenzorg ondergeschikt aan de kerkelijke en de particuliere instellingen van weldadigheid, in de feiten geen weerklank meer vindt.
Van het totaal bedrag der uitgaven ten behoeve van de Armenverzorging komt toch ruim 76 millioen, dat is 76, 13%, voor rekening van de Overheid, en omstreeks 24 millioen of 23, 87% uit de kerkelijke en particuliere middelen.
Men moet er zich over verwonderen, dat ondanks de ongunst der tijden het bedrag, dat door de liefdadigheid werd bijeengebracht, in het jaar 1931 nog de kapitale som van niet minder dan 24 millioen gulden beliep.
Dit resultaat is te meer van beteekenis, omdat wat in 1931 de kerkelijke en de particuliere instellingen van weldadigheid opbrachten, nog de bedragen van vorige jaren overtroffen, en dit terwijl het jaar 1931 toch ook reeds een crisisjaar was.
Bedroegen de uitgaven van de genoemde instellingen in 1927 ƒ21.1 millioen, in 1928 ƒ22.7 miUioen, in 1929 ƒ23.6 millioen en in 1930 ƒ23.9 millioen, die in het jaar 1931 gingen, gelijk reeds gemeld werd, nog één ton gouds de uitgaven van het jaar te voren te boven.
Zijn alzoo met wat jaarlijks aan armenzorg wordt uitgegeven aanzienlijke sommen gelds gemoeid, daarnaast gaat de steun voort aan werkloozen en aan andere crisisslachtoffers.
Ook voor dien steun worden jaarlijks vele millioenen uit de Overheidskassen beschikbaar gesteld. In het jaar 1932 werd van Overheidswege (Rijk en Gemeenten) ongeveer 130 millioen gulden direct aan werkloozen uitgekeerd. Van genoemd bedrag werd 72 millioen in den vorm van steungelden uitbetaald, terwijl bijna 32 millioen aan werkverschaffingsloonen werden toegewezen. Daarnaast kwam aan de werkloozen uit de werkloozenkassen nog ruim 27 millioen gulden ten goede. In het eerste kwartaal van 1933 werd voor steunverleening, werkverschaffing en uitkeeringen uit werkloozenkassen reeds meer dan 44 millioen gulden besteed.
Is het wonder, dat zij, die al deze cijfers niet dagelijks voor oogen krijgen, tegen deze millioenen als tegen een berg opzien en zich de vraag stellen, hoe het mogelijk is, dat al deze gelden kunnen worden beschikbaar gesteld ?
Het moet deze menschen dan ook niet verbazen, dat tengevolge van den zeer abnormalen toestand, waarin ons land tengevolge van de geweldige wereldcrisis verkeert, zoowel het Rijk als de Gemeenten met ontstellende begrootingstekorten hebben te worstelen, die, wanneer niet een voorzichtig financieel beleid gevoerd wordt, de Rijks-en Gemeentefinanciën voor goed in de war kunnen sturen.
Daarom is het zoo noodig, dat een krachtig bewind de leiding van zaken in handen heeft en dat heel het volk met de Regeering samenwerkt om door de moeilijke en zware tijden heen te komen.
God sterke daartoe de mannen, die geroepen zijn om met 's Heeren hulp het schip van Staat in veilige haven te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's