GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Daarom noemden ze haar hier, waar elk een bijnaam had : „vrome Greske", maar mede door dit geval geleerd, hield zij vanaf dien avond meer dan ooit hare deuren en vensters gesloten, opdat geen onbescheiden indringers getuigen van haar doen en laten zouden zijn.
Nog meer evenwel dan onder den naam van „vrome Grötske", was zij in den laatsten tijd op Lombok bekend als „Gretske de freule".
Dat was eene uitvinding van „manke Trui". Bij gelegenheid dat er weer een straattooneel plaats greep, omdat „de Scheele" heel de buurt op één end bracht, zoodat zelfs de politie er bij te pas dreigde te komen, kwam juist Gretske terug van haar gewone dagreis, om evenwel door hare heele houding duidelijk te kennen te geven hoe zij walgde van de ruwheid en gemeenheid, welke hier gevonden werd.
Dat kon men niet hebben. Gewoonlijk namen allen deel aan wat hier plaats greep, om bij oplaaiende ruzie partij te kiezen, vóór of tegen, al naar het viel, en niet zelden daarna de twist weer bij te leggen onder een borrel. Alleen Gretske deed niet mee.
„De freule gaat naar binnen, in haar salon !" — heeft Trui toen spottend gezegd, en dat woord verwekte zoo'n algemeenen bijval, dat dit voortaan haar bijnaam bleef. Bij jong en oud werd zij „de freule", en dan wist elk wel wie bedoeld werd. Verreweg de meesten zouden niet hebben kunnen zeggen hoe haar achternaam was, noch vanwaar zij kwam, maar elke negotie-man, en elke kermisreiziger en elke bedelvrouw, die met blikwerk of muizenvallen, schuurpapier of kleerhangers, schoenveters of lucifers langs de huizen liep en langer of korter op Lombok de tent opsloeg, wist te vertellen wie „de freule" was.
't Moet tot hunne eere gezegd, dat er onder hen óók sommigen waren, die een zekeren eerbied voor haar hadden. Die met onderscheiding haar behandelden of er tegen op kwamen, wanneer deze of gene bengel haar iets na gaf, of opeens hevig begon te stotteren als Gretske voorbij kwam. Dan kon 't gebeuren dat zoo'n rekel plotseling een gevoelige afstraffing kreeg, waardoor hem de lust verging, zulks voor den tweeden keer te doen. Doch gewoonlijk had dit alleen plaats bij dezulken, die slechts tijdelijk hun bivak hier opsloegen en dan weer verder trokken.
Voor hen, die evenals Gretske hier een kamertje van het Armbestuur bewoonden, was zij een ergernis, die men liefst zoo spoedig mogelijk uit deze omgeving weg had.
Immers zoo'n vrome freule was hier niet op hare plaats!
Hoofdstuk III.
Van het bittere.
Wie was Gretske toch, en hoe kwam zij in deze omgeving !
Natuurlijk werd deze vraag meermalen gedaan, en de oudste ingezetenen van het plaatsje wisten hierop heel goed een antwoord te geven. Hare levensgeschiedenis was heel gewoon, gelijk aan die van vele anderen, al kan het niet ontkend worden, dat de rampen en tegenspoeden van der jeugd af aan in bizondere mate haar deel waren geweest.
De vader van Gretske was een voor zijn tijd bekwaam timmerman geweest, wien het nooit aan werk ontbrak en die door noeste vlijt met eere een groot gezin onderhield. Zij zelf herinnerde zich uit de eerste jeugdjaren nog menig lieflijk tooneel uit het ouderlijk huis, waar zij, als de oudste der kinderen, al vroeg aangewezen was om de anderen behulpzaam te zijn en de lasten harer moeder te verlichten. De leerplicht-wet, die de ouders noodzaakt den kinderen voldoende lager onderwijs te geven, kende men niet, tengevolge waarvan in die dagen menig kind uit een werkmansgezin véél te vroeg de schoolbanken verliet, om al heel spoedig met het harde leven kennis te maken. Zoo was het ook hier gegaan, en vandaar dat hare ontwikkeling in de meest gewone vakken veel te wenschen overliet. Ternauwernood had zij lezen en schrijven en een weinig rekenen geleerd, en wèl was het de bedoeling dit tekort aan kennis op de avondschool, die gedurende de wintermaanden gehouden werd, in te halen, doch de omstandigheden van het leven brachten mede dat daar weinig van terecht kwam.
Bij gelegenheid van een pokken-epidemie werd namelijk ook dit huisgezin uiteen gerukt. Beide ouders stierven op eenen dag, en binnen eene week werden vijf dooden uit deze woning uitgedragen, 't Was een ernstige tijd. Meermalen kwam het voor, dat men 's morgens vroeg nog gezond tot den arbeid uitging, en reeds denzelfden dag, na smartelijk lijden, de dood intrad. Eiken dag luidde de doodsklok, soms in drie, vier plaatsen in den omtrek tegelijk. Geen ouderdom of stand werd gespaard. Heel het volk was onder den indruk van het „memento mori", dat allerwegen gehoord werd.
Ook Gretske werd doodelijk krank, en droeg nog in haar gelaat de lidteekenen dier verwoestende krankheid. Toen zij boven verwachting herstelde, was het, om met nog een paar verweesde kinderen achter te blijven.
In het eerst scheen de naaste familie zich over het drietal te zullen ontfermen. Op de begrafenis der ouders ontbrak het niet aan tranen en aan „ach-en-wee-geroep", maar toen de slag voorbij was, en de ziekte afnam, verkoelde ook de liefde. Tenslotte was er nergens meer plaats voor de kinderen, omdat elk meer dan genoeg aan zijn eigen gezin had, zoodat het einde dezer geschiedenis werd, dat bij gebrek aan een andere of betere inrichting het burgerlijk Armbestuur zich om hen bekommerde, door hen voor een luttel bedrag uit te besteden.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's