GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Zoo werden zij geteekenden voor hun heele leven. Die tevreden hadden te zijn met hetgeen over hen beschikt werd. Die gaan moesten waar zij gestuurd werden. Die niets hadden in te brengen. Met wier wenschen en begeerten en verlangens in het geheel niet gerekend werd. Evenmin als met hun aanleg of hunne lichamelijke en geestelijke vermogens. Het ging er in die dagen maar om, zoo spoedig mogelijk en zoo goedkoop mogelijk af te komen van degenen die men ,, ten zijnen laste" had. Die het minste - vroeg kreeg de kinderen, en die hen kreeg, nam hen om er voordeel uit te halen. Voor allen arbeid werden zij gebruikt. Niemand zag op hen toe of bood een beschermende hand. 't Waren immers maar bestedelingen ?
Wij willen niemand onrecht doen. Daar waren óók nog die met het opleggen der lasten het goede voor hen zochten. Over het algemeen was het leven in die dagen harder en ruwer en zwaarder dan in onzen tijd, nu zoowel de werkman als ook zijn arbeid in menig opzicht onder bescherming van de Wet staat, en een groote schaduwzijde van onzen tijd is, dat de jeugd in meer dan één opzicht verwend wordt, en het werken als een noodzakelijk kwaad wordt beschouwd, voor velen als een lastige onderbreking van de sport en het spel. Inzonderheid was evenwel voorheen de weg der verweesde kinderen die geen helper hadden, ruw.
Vooral Gretske heeft dat ondervonden. Zij inzonderheid, omdat zij ook nog leelijk was en stotterde. Daarom van elk verschoven; altijd achteruit gedrongen ; nooit eens aangemoedigd ; immer alleen, omdat niemand op haar gezelschap gesteld was. Gretske had geen mensch.
Vandaar de geslotenheid van haar karakter. Zij vertrouwde niemand meer. Die haar nog al vriendelijk tegen trad deed het met bijbedoelingen. Wie kon immers in waarheid iets voelen voor een arm, leelijk, ongelukkig kind ? Dat bovendien ook nog stotterde, en waarom de menschen gingen lachen als zij iets zeggen moest ? Toch waren er die in Gretske nog wel iets goeds opmerkten. Want in velerlei opzicht kon zij niet mee komen met degenen die hare speelgenooten geweest waren, doch in eerlijkheid en deugd, in trouw en ijver liet zij velen achter zich. Gretske had er geen behoefte aan om op pad te gaan, of zich op te pronken, of van het leven te genieten. Zij begreep heel spoedig, dat zij naar den mensch gesproken, haar heele leven lang alléén zou blijven en dus zich zelf een weg door het leven moest banen, zonder ooit iemand aan hare zijde te krijgen, die voor haar zorgen zou. Zoo leerde zij de handen uit de mouw steken. Eerst bij burgermenschen, waar zij als kindermeisje en hulp in de huishouding dienst deed, later bij den boerenstand. Daar waren niet veel die tegen haar konden melken en in de drukste tijden van het bedrijf leek zij onvermoeid. Nooit was het haar te veel, en boer Grondsma, bij wiens ouders zij ook een tijdlang gediend heeft, herinnerde zich haar nog wel, zooals zij 's daags van af het vroege morgenuur tot aan den avond in het getouw moest, en als het zoo uitkwam, 's nachts ook nog wel eens bij het vee waakte.
Uit die dagen dateert een gebeurtenis, die, naar het scheen, een andere richting aan haar leven zou geven.
Gretske kreeg verkeering. Een nog jonge boerenknecht uit een naburig dorp had een oogje op haar geslagen, 't Werd een onderwerp van de gesprekken onder jong en oud dat Gretske een vrijer had. En dan ook maar niet de eerste de beste, maar een nette jongen met 'n flink postuur, die zijn woordje kon doen. Hoe was 't mogelijk ! Zoo'n leelijke meid, die óók nog stotterde ! De dorpsmeisjes gichelden er over wanneer zij bijeen kwamen en elk verbaasde zich. Gretske een vrijer!
Maar de meer bejaarden, die verder door dachten, vertrouwden de zaak niet. Als daar maar niet iets achter weg kwam. Als daar maar geen nevenbedoelingen in 't spel waren. Die jonge vrijer droeg het haar zoo op de kuif en keek zoo licht! Om maar niet van die snor te spreken.
Een enkele waagde het om Gretske te waarschuwen, doch toen kwam de tegenstand. Zoo gemakkelijk zij zich anders van ouderen liet raden, zoo heftig werd nu haar verzet. Niets dan jaloerschheid van de menschen. Zij misgunden haar het geluk. Men wilde haar onder het juk houden om van haar te profiteeren. Waarom zou ook voor haar niet een gelukkig huwelijksleven zijn weggelegd ? Krijn meende het zoo goed. Wat bracht hij zoo voor en na al niet voor haar mee. En dan zijne mooie belofte voor de toekomst!
Zijn vader had ergens een kleine boerderij, geheel onbezwaard. Eigenlijk behoefde hij niet te dienen, maar deed het meer om te leeren en later des te beter eigen bedrijf te kunnen uitoefenen. Zoodra de geschikte gelegenheid zich voordeed, was het zijn voornemen voor zich zelf te beginnen. Gretske zou zeker ook wel een aardig spaarduit je hebben verzameld. Hij zag niet op uitwendige dingen. Een knap gezicht zat maar aan den buitenkant, en de helft van den tijd zag men elkander niet. Wat dat stotteren betrof - 't was voor haar zelf lastig, maar hem hinderde het niet. 't Was ook al lang niet zoo erg, als toen hij de eerste maal bij haar kwam. 't Spreken ging nu veel vlotter. Bovendien was daar ook wel iets aan te doen. Als zij dat wilde, kon zij op zijn kosten naar een specialiteit gaan om daarvan te worden afgeholpen. Ergens in Groningerland woonde zoo'n oude schoolmeester, die voor deze kwaal radicale genezing had. Zij had het maar te zeggen, doch om hèm was het niet noodig. Och heden neen ! Zooals zij was, beviel zij hem en dan moest het de buitenwereld maar goed zijn.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's