KERKELIJKE RONDSCHOUW
HET GETAL THEOLOGISCHE STUDENTEN.
Het aantal theologische studenten — onze a.s. dominees — neemt geregeld toe. Dit jaar vertoont een record. Te Groningen zijn dit jaar 15 nieuwe studenten ingeschreven ; het totaal is gestegen tot 63 — wat voor Groningen een groot, zéér groot getal is te noemen. Te Leiden zijn er 29 nieuw aangekomene en het totaal is 105 (7 dames). Te Utrecht zijn er niet minder dan 51 bij gekomen dit jaar (1933) en het totaal is hier geworden 237 ! (4 dames). Het hoogste cijfer te Utrecht is geweest 212 — en dus nu zijn er nog 25 méér.
Samen zijn er dus thans 63 en 105 en 237 theologische studenten, dat, met aftrek van de dames-studenten, wordt 393 a.s. dominees.
Rekent men op een gemiddelden studietijd van 5 jaren — wat wel wat te hoog is — dan komen er in de eerste jaren 80 proponenten per jaar beschikbaar, terwijl er door emeritaat, overlijden enz., jaarlijks tusschen de 40 en 50 plaatsen open komen.
In 1913 waren er 121 vacante plaatsen ; maar dat is gaandeweg toegenomen, totdat in 1931 het hoogste cijfer van 340 werd bereikt. Dat is in 1932 gedaald tot 334 — maar daaronder zijn een aantal gemeenten, die niet kunnen of niet willen beroepen. Wanneer er 200 toeroepende vacatures overblijven, dan zullen dus binnen enkele jaren alle plaatsen bezet zijn.
Professor Brouwer, die hierover schrijft in het Orgaan „Kerkopbouw" en aan wiens artikel we bovenstaande cijfers ontleénen, maakt nog de opmerking : „Men zegt, dat in Utrecht ongeveer 50 studenten voor den Gereformeerden Bond in opleiding zijn". Wat prof. Brouwer met dat „voor den Gereformeerden Bond" bedoelt, weten we niet — wij hebben het woord „voor" hier even onderstreept — maar we voelen wel, dat in elk geval in de komende jaren tal van jonge predikanten te wachten zijn, die, als het God behaagt, straks in vele Gereformeerde gemeenten kunnen beginnen, om als Evangeliepredikers te arbeiden in gehoorzaamheid aan Gods Woord en in overeenstemming met de Gereformeerde belijdenisschriften van onze Hervormde (Geref.) Kerk.
Als de Gereformeerde Bond daar iets aan heeft mogen doen, is het zeker door ons als een zegen te achten. Het was vooral onze onvergetelijke Penningmeester, de heer Fliehe, die er zoo grooten nadruk op legde, dat gezorgd moest worden voor de opleiding van onze theologische studenten en hij ijverde voor Leerstoel-en Studiefonds ! Méér studenten en betere opleiding! En ondeugend als hij soms kon zijn, zei hij dan wel eens : wat Doetinchem voor de Ethischen is geweest, moet de Gereformeerde Bond worden voor: de Gereformeerden. Zij 't in Gods gunst !
DE RICHTINGEN IN DE NED. HERV. (GEREF.) KERK.
III. De Ethische richting.
De oorsprong van deze richting ligt bij den Duitschen theoloog Schleiermacher (1768—1834) en den Franschman Vinet (1797—1847) en heeft vele trekken gemeen met de Evangelische richting, terwijl deze lijn wordt voortgezet door de Erlangers Hofmann en Frank, ± 1850—60. Ten onzent was prof. D. Chantepie de la Saussiaye de geestelijke vader der Ethische richting, terwijl de professoren J. H. Gunning en J. J. P. Valeton de vorige eeuw in deze lijn hebben voortgearbeid. De naam ethisch (afgeleid als het is van „ethos", innerlijk bestaan of gezindheid), wil de aanduiding zijn van het diepste wezen van den mensch. Het wil niet op één lijn staan met ethiek, zedelijkheid, moraal en dergelijke begrippen, terwijl het praktisch daar toch weer op uitloopt, daar men het zwaartepunt naar die zijde verlegt („het leven gaat boven de leer" ; „'t gaat om den Heer, niet om de leer" enz.).
Het begrip en de richting in de theologie is moeilijk te omschrijven, de praktijken der kerkelijke partij des te gemakkelijker. Toch is hier veel persoonlijks, daar „de" ethischen nergens, en ethischen overal zijn.
In hoofdzaak dan is het uitgangspunt niet In de Heilige Schrift, maar in de gezindheid en de ervaring gelegen. „Theologie des Woords" is gereformeerd ; „theologie der ervaring" is ethisch. Soortgelijke strooming vinden we in de wijsbegeerte, en wordt telkens overgebracht op het theologisoh terrein. Hofmann zegt: „Ik, de Christen, ben mij, den theoloog, de eigenlijke stof mijner wetenschap". Het wedergeboren ik is dus de eigenlijke bron der kennis ; wat een zeldzame verwarring is van bron en orgaan. Ons oog is niet het licht, maar het orgaan, waardoor wij het licht zien.
De ethische theologie heeft met de moderne dit gemeen, dat zij de wetenschappelijke Schriftcritiek voorstaat, terwijl zij aan den anderen kant onbekrompen en ondubbelzinnig bij monde van hare vertegenwoordigers met de gereformeerde belijdenis instemt. Achter „bekrompen" schuilt 'het verlangen naar eenheid in de Hervormde Kerk; achter „ondubbelzinnig" de begeerte naar een orthodoxe leer. (Formuleerinig van de Utrechtsche Predikanten-vergadering).
De ethische richting is geen eenheid. Er zijn links-ethischen, die met al hun, „Christus-in het-middelpunt - stellen", een verdrag aangaan met de ; loochenaars van den Christus-der-Schriften; er zijn er, die zich gansch afzijdig houden ; er zijn er ook, die zich als rechts-ethischen meer verwant weten met de confessioneelen. Het boek van dr. M. J. A. de Vrijer, getiteld : „De gereformeerd-ethischen". poogt een verzoening tot stand te brengen tusschen beide : groepen. De Idoof valt echter slechts ten deele te overbruggen. Met de Evangelischen stemmen ze hierin overeen, dat zij den historischen Jezus op 'den voorgrond stellen, terwijl deze voor de ethischen Gods Zoon is. God, geopenbaard in het vleesch.
Van meet af aan zijn ze echter krachtens dogmatische afwijking ook een sterk gewijzigd kerkbegrip toegedaan, hetgeen bij ontstentenis van een omschreven geloofsbelijdenis, alleen uit 'hun gedragslijn valt op te maken. De één is vóór evenredige vertegenwoordiging in de Kerk; de ander tegen; de één vóór leertucht, de ander tegen. Toch mag het een verblijdend verschijnsel heeten, dat gaandeweg de leidende geesten zich openlijk hebben uitgesproken voor een presbyteriaie kerkregeering. Zelfs de leiders van „Kerkopbouw", waarbij ook de leertucht wordt behandeld, al is 't dat het houvast aan Schrift en belijdenis niet altijd heel duidelijk is. Hier staat ethisch tegenover 'dogmatisch. Dr. P. J. Kromsigt schreef een brochure waarin de tegenstelling „Ethisch 'Of gereformeerd" is uitgewerkt. Waren de ethischen nu een gesloten en goed georganiseerde eenheid, dan zou deze richting gemakkelijker zijn te omschrijven, doch zelf zeggen zij, dat 'dit juist niet ethisch zou zijn. Ethisch is een persoonlijke zienswijze en wortelt in de innerlijke gezindheid en geloofservaring. En moge het woord al beteékenen „innerlijkheid", het beteekent bij Van den Es, Grieksch Woordenboek 6, blz. 450, ook : karakter en zede. Vandaar het nadruk leggen op „mannen van karakter" en „practisch Christendom", en het „doen van den wil des Vaders". Maar dit laatste hebben de gereformeerde vaderen altoos 'gedaan, gelijk uit alle formulieren blijkt. Ds. Landwehr wijst in een brochure op „het ethisch element in de bediening des Woords". En wie denkt hier niet aan het uiterst practisch deel van onzen Catechismus, waar over 's Heeren ordinantiën, met toepassing op het leven, zoo breedvoerig wordt gehandeld.
Waar dus eigenlijk door het gewijzigde uitgangspunt niet de Schrift, maar de ervaring als eerste geldt en ook practisch de ethiek 'boven de dogmatiek komt te staan, is er meer prediking van een goed christelijk leven dan van de noodzakelijkheid van wedergeboorte en bekeering.
In de leer van de erfzonde staan velen ook niet zuiver, en de verkiezing is een punt dat vermeden, gewijzigd beleden, of bestreden wordt.
En al willen zij tot geen prijs partij zijn. zij zijn het inderdaad, en worden het meer en meer, zoodra zij zich met de kerkelijke politiek willens of onwillens inlaten. Saussaye zeide : „Den tegenwoordigen rechtstoestand onzer kerk aarzel ik niet te noemen een georganiseerde ontbinding". Deze ontbinding wilde Groen van Prinsterer keer en door kerkrechtelijke handhaving van de belijdenis. Hiertegen richtte Saussaye met zijn geestverwanten een krachtig protest. En liet is juist deze groote middenpartij onzer dagen, die het gevaar ducht van deze zijde. Tot een belijnde omschrijving van wat men dan wèl wil, komen zij dan ook niet. Een standaardwerk heeft niemand hunner geschreven. Het hoogste wat bereikt is : „Het Christelijk Leven", 2 deelen, van Saussaye Jr., was een evenement. Valeton, een hunner woordvoerders, moest zeggen : De ethische richting heeft geen toekomst. Als de Kerk gelijk in 1905 in Frankrijk losgemaakt wordt van den Staat, en de Raad van Beheer verdwijnen zou, zakt de Ethische partij ineen. De uitersten blijven bestaan. Het is juist de halfslachtigheid, die hun parten speelt. Zij evangeliseeren in ongeveer 80 evangelisaties tegen de modernen, hier en daar ook tegen Confessioneelen en Gereformeerden, maar hoe fel zij de modernen ook bestrijden, zij blijven halverwegen staan, en gaan in' de besturen met de Modernen mee. Als zij orthodox waren, kwam er geen Moderne Kerkelijke hoogleeraar meer. Is het klagen over de verscheurdheid der Kerk oprecht gemeend ? 't Is juist heden hun behoud, dat 1834 en 1886 geweest zijn.
Wie deze richting ernstig wil leeren kermen in hare opvattingen en prediking, leze beslist het boek van J. van der Sluis : De Ethische richting, en A. M. Diermanse : Toetsing aan de H. Schrift van de beginselen der Ethische richting. Ondoenlijk om in een kort bestek als dit, hiervan een beknopt resumé te geven. Maar het loont de moeite !
De Kerk is voor de ethischen langen tijd steigerwerk geweest. Vandaar dat men alleen sprak over het Koninkrijk Gods. Ambtsdragers worden voorgangers genoemd, en dit is echt ethisch. Gereformeerd is: ambtsdragers zijn het allereerst, en deswege is er de eisch, dat ze voorgangers moeten zijn. De ethische zegt : Gods woord staat in den Bijbel; Gereformeerd is : De Bijbel is Gods Woord.
Het geloof der gemeente is het uitgangspunt van den ethische, en „daar staat geschreven" is het uitgangspunt van den gereformeerde. Daarom laat laatstgenoemde de Wet des Heeren voorlezen, want in de godsdienstoefening 'komt het eerste woord toe aan Hem, uit Wien, door Wien en tot Wien alle dingen zijn, en het geloof der gemeente komt tweedens. Zijn de 12 artikelen des geloofs niet grootendeels historische feiten, en niet ervaringsfeiten ? Hoe meer liturgie, hoe minder Gods Woord. In de boekjes wel nieuwe gezangen, het zij zoo, doch per gratie alléén maar voor de Catechisimus, de geloofsbelijdenis is verwijderd, (de vijf artikelen zijn apocrief !), en dat vanwege de onbekrompen en ondubbelzinnige instemming !
Zoo worden duizenden hij duizenden opzettelijk van de historie en van de waarheid vervreemd. De naam der Kerk „gereformeerd" schuwt men, de goedwilligen niet te na gesproken, en de oude perkamenten archiefboeken zijn toch weer de stomme en tevens sprekende getuigen van den naam der Kerk. Dan staan de eenvoudigen verstomd !
Bij al het verzet tegen de gereformeerde gezindheid is echter een kentering wel merkbaar. Het Christelijk onderwijs heeft veler sympathie gewonnen, ook al zitten de vrienden niet in „Christelijk Nationaal", doch in Christelijk Volksonderwijs. In de politiek zijn ze öf „wild" öf Christelijk Historisch ; de rechtschen zeker. Men geeft tegenwoordig ook een jaarboek uit, met belangrijke leesstof. Er wordt geen statistiek van getalssterkte aangelegd zooals in het jaarboek der Vrijzinnigen. Dit klopt met hun theoretisch beginsel. Inderdaad is de veronderstelling van prof. Brouwer juist, dat als ethisch gerekend zijn de predikantsplaatsen, in 1927 door schrijver dezes volgens 45 onderscheidene zegslieden opgemaakt, die niet Vrijzinnig, Confessioneel of Gereformeerd waren, 514 in getal.
Deze groep heeft de minste vacaturen, waaraan de Doetinchemsche inrichtingen niet vreemd zijn. Reeds tientallen van jaren worden deze candidaten aan de Kerk opgedrongen. Er zijn 340 vacaturen en maanden wachten ze op een beroep.
Van de Generale Kas vervalt 40 pCt. aan de Ethischen. Het recht van uitkeering van den Raad van Beheer overtreft ƒ 170.000.— den totaal aanslag. De positie der ethischen in de Kerk is finantiëel verstevigd. Desgelijks aan de Universiteiten, waar slechts een enkele Confessioneele en Gereformeerde een plaats heeft.
Er is nog geen behoefte om een bijzonder hoogleeraar aan te stellen op eigen kosten, en het is eigenaardig, dat de theologisctie faculteit, sedert 1876 omgebouwd tot een faculteit voor godsdienstwetenschap, juist voor het vak godsdienstgeschiedenis (van Romeinen, Grieken, Egyptenaren, Chineezen etc, waaraan een student practisch niets heeft, en waarmee twee jaren, vier uren per week zijn tijd heengaat, inplaats van met dogmatiek en dergelijke) alleen moderne en ethische theologen heeft, een bewijs, dat gereformeerd gezinde geesten totaal anders georiënteerd zijn. Ook dit onderwijs is neutraal en wordt niet gegeven vanuit Schriftuurlijk standpunt, weshalve een reorganisatie op dit punt hoog noodzakelijk is, waartoe de Christo-centrische ethischen moeten medewerken.
Literatuur.
Dr. G. Ch. Aalders, in Schild en Pijl 1919 no. 2. De Heilige Schrift en de vergelijkende Godsdienstwetenschap.
Ds. W. Th. Boissevain. Leertucht; Kopster, Goes.
Dr. A. M. Brouwer. Dan. Clhantepie de la Saussaye. Groningen 1905.
A. M. Diermanse. Toetsing aan de Heilige Schrift van de Ethische richting, 1922. J. A. Gouverneur. De Ethischen.
Dr. P. W. Grosheide, in Schild en Pijl, 1918, Schriftgezag. Dr. P. J. Kromsigt. Gereformeerd of Ethisch. Wageningen 1923.
Dr. A. Kuyper. Band aan het Woord, 1899. J. H. Landwehr. Het ethisch element in de bediening des Woords, Kampen 1919. Dr. O. Noordmans. Ontwikkeling en toekomst van de Ethische theologie.
Dr. J. Semmelink. Prof. dr. J. H. Gunning. J. van der Sluis. De Ethische richting 1920. Idem. Onze positie t.o. de Eth. richting, 1922. Dr. J. R. Slotemaker de Bruine. Plaats en taak der Hervormde Kerk, 1912.
Dr. J. J. P. Valeton. De Ethische richting, 1909, Baarn.
Dr. M. J. A. de Vrijer. De Gereform. Ethischen. Utrecht 1920.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's