FINANCIËN
Door zoo'n enkel berichtje in de courant wordt ons opeens een teekening voorgelegd, waarin een ingewijde alleen den weg weet. Zoo zult ge misschien ook gelezen hebben een overzicht van de Theologen die aan onze Rijks Universiteit op dit oogenblik studeeren. Het opschrift, waaronder dit stuk in de pers een plaats heeft gekregen, gaf aan, waarop de aandacht gevestigd moest worden, n.l. „overvloed Theol. Studenten".
In opleiding voor het predikambt zijn er volgens deze opgaaf niet minder dan 593. Wanneer als gemiddelde studietijd 5 jaren wordt aangegeven, zoo zouden elk jaar 80 proponenten klaar kunnen komen. Uit de ervaring blijkt, dat ieder jaar een kleine 50 door sterfgeval of emeritaat moeten worden afgeteld.
Volgens deze berekening kan binnen afzienbaren tijd elke vacature worden vervuld.
Dat is een artikeltje, dat mijn aandacht trok. Een ander stuk is waarschijnlijk ook onder uw oogen geweest. Dit had als opschrift : „Statistiek van beroepen". Ik kom in verleiding om het, zooals ik het vond, u voor te leggen, 't Begon aldus :
,, Hoe wel het in den laatsten tijd er veel op gelijkt, dat ook in de Ned. Hervormde Kerk het beroepingswerk is stopgezet en men daaruit zou kunnen concludeeren dat de Ned. Hervormde Kerk „vol" zat met predikanten, blijken er, naast het groote getal gemeenten, die niet kunnen of willen beroepen, verscheidene te zijn, die met geen mogelijkheid een eigen predikant kunnen machtig worden".
En om dit met voorbeelden te staven, wordt een rij van plaatsnamen genoemd, waar men na 18 keer een bedankje te hebben gehad, eindelijk weer een eigen predikant kreeg. Een andere plaats na 17 keer, weer een andere na 13 keer. Om nog enkele te noemen, allen 10 maal en vaker hetzelfde werk hadden moeten verrichten om eindelijk te kunnen zeggen : wij mogen de komst van een nieuwen predikant weer tegemoet zien.
Deze twee berichten uit de pers, die schijnbaar elkander tegenspreken, geven te denken. Wij zeiden zooeven : een ingewijde weet in deze teekening wel den weg aan te geven.
't Is een feit, dat er momentelijk aan de Academie heel wat jonge menschen zich voorbereiden ook voor het predikambt. Ook — want daar zijn betrekkelijk vele jaren geweest, dat in de Tlieologie veel minder studenten werden geteld dan in welke faculteit ook. Hierin kwam gelukkig eenige wijziging.
Over gebrek aan candidaten werd van Ethische zijde niet geklaagd. Daar gold eer het tegenovergestelde. Hier kwam het vaker dan eens voor, dat een tijdje gewacht moest worden op het eerste beroep. Bij wat van Vrijzinnigen kant zich aanmeldde, was het weliswaar iets anders gelegen, doch een rij beroepen achter elkander op een candidaat uitgebracht, zoekt ge ook hier tevergeefs.
Dit laatste stuk handelt zoo goed als uitsluitend over het tekort aan Gereformeerde candidaten. Hier is een schreiende nood. Hier is het vaak om den moed er bij te verliezen. Wanneer daar voor de zooveelste maal de colleges bij elkaar worden geroepen om tot het beroepingswerk over te gaan, zoo laat het zich gemakkelijk indenken, dat men het van de gezichten afleest: „Och, 't zal wel weer niets geven".
Dit moet tot allerlei verkeerde uitkomsten leiden. De een dwaalt hierheen, de ander zoekt het weer in een andere richting. Het einde geeft te zien een verscheurde gemeente. Ook al is 't waar, dat er hij de uiteindelijke komst van een eigen predikant weer veel in de oude voegen glijdt, toch kan zulks op den duur niet anders dan groote schade voor het geestelijke leven geven. Een geregelde bewerking is voor alles hoogst gewenscht.
Ik kom nog even op deze beide uitknipsels uit de rubriek „Kerknieuws" terug. Wanneer van overvloed gesproken wordt van theologische studenten, zoo geldt zulks van Gereformeerde jonge menschen niet. Wanneer vacante gemeenten zuchten onder lange vacatures en gedurig weer voorkomende vacatures, zoo zijn dit uitsluitend die, welke als Gereformeerd staan aangeschreven. ;
De gevolgtrekking is, dunkt me, al heel gemakkelijk te maken. Zal in dit euvel worden voorzien, zoo is krachtige steun gebiedende eisch. Elke verflauwing in dezen zal zich afteekenen in steeds grooter wordenden nood. In den laatsten tijd heeft men een open oog voor terreinen, waar alles braak ligt, maar vergeten mag niet, dat wanneer een huis langer leeg blijft staan dan een jaar — ja, dat daar jaren lang de blinden gesloten blijven, zoo wordt vanzelf wat goed was, óók afbraak. Denkt er om, zoo roep ik toe aan ieder, die een verantwoordelijken post inneemt in deze dagen : geneest de breuke van het volk niet op het lichtste. De geordende weg biedt nog altijd de meeste veiligheid. Dat de bede opklimme, inzonderheid in onzen bangen tijd : „Heere, stoot arbeiders uit in Uw wijngaard, en geef ons tezamen in dezen weg werkzaam te zijn tot heil van Uw Kerk, Uw Naam tot eere".
Thans mijn overzicht.
Deze week kwamen in de volgende posten :
1. Ds. Remme van Amsterdam zond me als door hem ontvangen van mevr. W ƒ 2.50
2. Te Sluipwijk werd voor onze fondsen een collecte gehouden, waarbij ds. Ewoldt van Bergambacht voorging.
De collecte bracht op „ 13.75 3. De heer de G. alhier stopte me bij een bezoek, dat ik bij hem bracht, een rijksdaalder in de hand „ 2.50 'k Heb dezen met groote dankbaarheid aanvaard.
4. Bij de Bijbellezing, gehouden de vorige week, kwam uit den collectezak van N. N. ook een rijksdaalder „ 2.50
Hiervoor zeg ik ook vriendelijk dank. 5. Uit Rijssen zond ds. Van Willigen me van de leden de contributie „11.80 6. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal kreeg ik van K 1,--.
7. Eveneens uit 't Veen door W. C. v. N. A. V. B., van mej. SI. f 0.50 en van mej. C. en dochter f2.25. Samen „ 2.75 'k Ben voor deze giften hoogst erkentelijk en houd me ten zeerste aanbevolen.|
8. Uit het fonds Christelijke belangen te Ouderkerk a/d Amstel zond ds. Aalbers me _^ 5.
Onze vriendelijke dank voor deze zending. 9. Ds. Van der Zee te Vaassen zond me de collecte, aldaar gehouden bij een spreekbeurt waarbij voorging ds. Van Montfrans; van Barneveld. Deze bracht op , 52.02
Deze post is verreweg de hoogste deze week. Zulk een collecte maakt het weer goed. Wij zijn er over verblijd en danken allen, die hieraan medewerkten.
10. Door J. Bot te Feijenoord kreeg ik van N.N. f 1.— en van A. v. Z. voor 4 maanden 25 cent, dat is ook fl.—. Samen „ 2. Wij weten, hoe de heer Bot graag iets zendt. De vrienden, die hem daarmee een dienst doen, doen het ons niet minder.
Wij houden ons aanbevolen. 11. Door ds. Vreugdenhil te Gorinchem kreeg ik twee giften, een van f 10.— voor het Leerstoelfonds en een van f 1.— van N. N. Samen „11.
12. Ten slotte nog een collecte, gehouden te Ernst, welke ds. Dekker, aldaar, me toezond, van f 15.82. Deze werd aangevuld met f9.
18. Ds. Lekkerkerker te Oldebroek ging hier voor.
Mag ik ook hiervoor hartelijk dank zeggen 25.—
Tezamengeteld bedragen deze posten voor deze week
f 131.82
Utrecht.
Wij blijven aankloppen bij allen, die een open oog hebben voor den nood van onze Kerk. We hebben aller steun meer noodig dan ooit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's