MEDITATIE
LEVEND WATER.
Jezus antwoordde en zeide tot haar : Een ieder die van dit water drinkt, zal wederom dorsten ; maar zoo wie gedronken zal hebben van het "water dat ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten, maar het water dat ik bem zal geven, zal in hem worden eene fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. Joh. 4 vers 13 en 14.
Het „levend water" is het Goddelijke leven dat door den Heiligen Geest in den mensch gebracht wordt. De kennis des Heeren, die voortvloeit uit onze wondervolle gemeenschap met Hem, Die Zich in Zijn liefde aan ons geeft. Hij alleen kent Christus, die Hem bezit.
Dit verborgen leven met den Heere heeft z'n kern in de rechtvaardigmaking des geloofs. Dan verkeeren de geloovigen in de vóórstad des hemels. Paulus zegt hiervan, dat hij in den derden hemel is verhoogd. Johannes : dat hij was in den Geest. Dan is het alsof daar een venster geopend is in den hemel, waardoor wij aanschouwen de scharen, in 't wit gekleed, die uit de groote verdrukking zijn gekomen. Als 't toch hier reeds zoo zalig is met den Heere te zijn, wat zal het dan hiernamaals wel zijn ? Het zijn de morgenschemeringen van 't daglicht der eeuwige heerlijkheid.
Gij moet niet denken, dat wij hierbij drijven op de wateren des gevoels. Wij kunnen er verslag van geven. Niet slechts door een reeks van teksten en verzen, die wij aanhalen. Wij weten goed waardóór wij in die voorstad zijn. De kern, de hoofdzaak van dit leven met God is de rechtvaardigmaking des geloofs. Zoo zeker als wij gelooven in den Heere Jezus Christus, zoo zeker zijn wij gerechtvaardigd, zoo zeker is God met ons en zijn wij met Hem. Onze ziel zingt van Christus. Niemand is voor ons zoo rijk, zoo heerlijk als Hij. Ons hart zingt het Evangelie na. 't Is het antwoord, dat onze ziel leert geven op de boodschap van Gods groote liefde. Wij verbazen ons over de onvermoeidheid van die liefde, waarmede God ons gezocht heeft, totdat Hij ons overmocht, zoodat wij al het onze verloren en al het Zijne vonden, 't Is het heldere bewustzijn van de rechtvaardigmaking. Een stellige kennis en een vast vertrouwen. Het levende water !
Toch meene niemand, dat dit levende water er niet eerder is. Vóórdat de blinde van Bethsaïda het volle licht in zijn oogen ontving en hij alles ver en klaar zag, was er toch ook al een wonder aan hem geschied, toen hij n.l. de menschen als boomen zag wandelen. Het zielsverlangen naar de kennis van den eenigen waarachtigen God en Jezus Christus, Dien Hij gezonden heeft, is toch ook reeds het eeuwige leven. Het hangt niet van de sterkte, de mate van het geloof af, dat wij gerechtvaardigd worden. Iemand die gezind is als de Kananeesche vrouw, die een kruimke begeerde, die is gerechtvaardigd, evengoed als een Abraham. Zulk een gelooft in Jezus Christus, al is het met de bede : ik geloof, Heere, kom mijn ongeloof te hulp. 't Is levend water, 't Voorwerp van 't geloof is er onmiddellijk, zoodra de Heere door Zijn Woord en Geest het geloof In onze harten werkt. Dat voorwerp is steeds de vergeving onzer zonden in Christus Jezus, onzen eenigen Zaligmaker. Dat voorwerp is nooit anders dan de belofte des Evangelies. Wanneer er inderdaad eene werking des Heiligen Geestes is, dan heeft zij steeds tot kern de rechtvaardig-making des geloofs. Maar dat geloof kan uiterst zwak zijn, als een kleine, teere spruit, 't Openbaart zich voor God wel eens als een zucht uit de diepte om de ontferming des Heeren. Het spreekt zich wel eens uit voor het altijd luisterend oor des Heeren met de bede : „Heere, help mij toch, en steun mij toch, opdat ik op U alleen en op Uw belofte vertrouwe Maak mij sterk, opdat ik door U sterk zij.... 'k WU alleen in het verzoenend lijden en sterven van Christus rusten. Schraag en steun mijn wankelende ziel!
't Is „levend water" ! 't Is de verborgen omgang met God. 't Is alles dat in verband met de rechtvaardigmaking onzer ziel in ons omgaat, 't Is het werk van dien Geest, die Christus verheerlijkt in ons.
Zoo wie gedronken zal hebben van het water dat ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten.
De Samaritaansche vrouw begreep het niet. Wèl wist zij dat er onderscheid is tusschen stilstaand water en levend water. Dit laatste was, volgens het spraakgebruik, water dat voortvloeide en uit een bron ontsprong. Maar hoe zou deze Israëliet haar zulk een bron kunnen geven ?
Tóén sprak de Heere Jezus van het natuurlijke, maar ook van het bovennatuurlijk leven ; van het leven dat uit de menschen is, maar ook van het leven dat uit God is en de menschen heel anders maakt.
Die van dit water drinkt zal wederom dorsten. Menigeen gaat in het natuurlijke leven op. Straks liet deze vrouw haar waterkruik staan om van den zegen van het levende water te getuigen tot anderen. Zij zal haar waterkruik wel weer hebben opgehaald. Natuurlijk! 't Leven met al z'n zorgen en moeiten bleef er, ook voor haar. Daarvan kon zij zich niet losmaken. Dié zullen wel niet veranderen. Maar zij zelf was een ander mensch geworden.
Neen, dat natuurlijke leven is op zichzelf niet verkeerd. Wij móéten van dat water drinken. De Heere heeft er ons een taak, een roeping in gegeven, tot verheerlijking van Zijn eigen Naam. Toch vindt niemand daarin den waren vrede. Alles laat den mensch ledig. Wat hebt gij er aan, als gij op uw sterfbed ligt ? 't Bracht u niets voor uw arme, van God afkeerige ziel! Gij blijft er dorstig bij ! Het einde is de eeuwige dorst!
Maar zoo wie .gedronken zal hebben van het water dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten.... Heerlijke woorden! Hierin wordt het Evangelie in één dronk water gegeven aan een dorstige ziel.
Vraagt gij hoe gij aan dien geestelijken drank komt ? Wij antwoorden in de eerste plaats: Christus is de gevende Bron. In de tweede plaats: Gij moet leeren drinken.
Wat 't eerste betreft, „door Zijnen dood heeft Hij de oorzaak van onzen eeuwigen honger en kommer, n.l. de zonde, weggenomen en ons den levendmakenden Geest verworven, opdat wij door dien Geest met Hem waarachtige gemeenschap zouden hebben".
Als Hij de zonde heeft weggenomen, de oorzaak van onzen eeuwigen dorst, dan heeft Hij tevens de gerechtigheid verworven, de oorzaak van het eeuwige leven, van den omgang met God.
O, wonderlijk werk der verzoening ! O rijke Verlosser, te aanbidden zijt Gij tot in eeuwigheid.
De stuwkracht van deze Zich gevende Bron is de eeuwige liefde Gods. Zou 't weinig water zijn dat uit die Bron vloeit ? Zou 't waar zijn, zooals sommigen den schijn verwekken, dat er zoo nu en dan eenige druppelen uit vloeien, zoodat iemand van geluk mag spreken als hij zoo'n enkel druppeltje verkrijgen mocht? Och, werp die voorstelling toch voorgoed van u af ! Satan houdt u er door zonder eenige moeite in zijn macht Die Bron vloeit zóó mild, eiken dag, dat duizend werelden van menschen hun dorst daarmede zouden kunnen lesschen, tot in eeuwigheid. Een ieder die dorst heeft die kome, en hij neme de wateren des levens om niet.
Wij moeten leeren drinken. D.w.z. wij moeten door den levendmakenden Geest waarachtige gemeenschap met Christus hebben. En dit zal nimmer mogelijk zijn dan door den dorst der ziel, zoo dat wij zonder Christus niet leven kunnen. Weet ge wat het lijden van den dorst is ? In het geestelijke is er ook zulk een smartelijk verlangen, zoodat onze ziel er van bezwijkt. De ontdekkende kracht des Geestes is ook zoo pijnlijk. Alles waarmee wij onze eigene gerechtigheid zochten te handhaven, ontvalt ons. Wij wilden vroom, godsdienstig, zwaartillend, waarheidlievend zijn. Wij brachten het daarin veel verder dan anderen. Maar nu wordt het alles weggeslagen. Niets blijft er van over. Wij zijn niet anders dan goddeloozen, met de bede : „O God, bewaar mij dat ik met deze uitspraak niet „vroom" worde"......
Dan stroomt de milde stroom van het Evangelie in het ontledigde hart. Niemand kan zeggen hóé 't gaat, maar 't gaat. Wij drinken het Evangelie, met verkwikkende teugen. Wij aanvaarden de belofte van het Evangelie op zulk een wijze, dat wij zeggen : „Heere, dat hebt Gij mij heel mijn leven al toegezegd en ik kon en wilde er niet op vertrouwen, 't Levende water stroomde daarheen, vlak voor mijn voet en 'k liet het maar gaan. 'kWas te braaf, te vroom, te godsdienstig om er een druppel van te drinken. O God, ik dank U voor uw opzoekende, neerwerpende, opheffende liefde".
Zich geheel en al in Christus te verliezen, het is te drinken van het levende water.
Christus met Zijn verzoenend lijden en sterven alles voor mij te laten zijn, het is hetzelfde als waarachtige gemeenschap met Hem hebben.
De Bron wordt een bron in ons. De Fontein Christus wordt door de kracht van het geloof een fontein in ons.
Wij worden aan het beeld van Christus gelijkvormig, 't Is de geestelijke strijd van Rom. 7. Een strijd, waarin wij er altijd ónder moeten. In deze vernieuwde bekeering is de zelfveroordeeling sterker, meer doorleefd dan voorheen, maar wij worden ook inniger verbonden met Hem, Die ons kocht. De fontein in ons ! 't Beteekent de gedurige overwinning van den dood in ons door 't stroomende, toestroomende leven van Christus. Hoe rijk is dit beeld van een fontein !
Hoe grooter kracht haar drijft, des te hooger stuwt zij hare wateren, des te breeder worden zij verspreid.
Van den Heere Jezus staat geschreven, dat Hij het land door ging, goeddoende.
Ook wij moeten dat beeld van Hem tóónen.
Om den zegen van het Evangelie door te geven, in huis en school, in kerk en maatschappij. Ach, hoe weinig geeft ons leven blijk van die levensfontein! Is Christus dan toch zóó arm voor ons, dat niemand er iets van bemerkt ? Als genade naar binnen stroomt, stroomt zij ook naar buiten. Een fontein kan niet verborgen blijven. Zij springt op, ja, tot in het eeuwige leven. Er komt geen einde aan !
Ieder die tot eer van God leeft, heeft het eeuwige leven daartoe noodig ! Hij zal 't ook vast en zeker verkrijgen.
Veenendaal
N. V. d. S.noek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's