De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET VOOR- EN NADEEL VAN EVANGELISATIE *)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET VOOR- EN NADEEL VAN EVANGELISATIE *)

11 minuten leestijd

Tot nadere bepaling van wat wij onder Evangelisatie bedoelen, zij hier gezegd, dat we denken aan de Hervormde Kerk, met de dikwijls treurige toestanden tengevolge van het bestaan der verschillende richtingen en de ellende van den richtingsstrijd. Onze Hervormde Kerk lijkt soms heel veel op een strijdplaats, waar nü eens in het open veld, dan weer in loopgraven gestreden wordt, om terrein te winnen of te behouden of terug te veroveren. Zoo iets kent een andere Kerkgemeenschap niet. Hierin is de Hervormde Kerk, helaas, iets „bijzonders", 't welk geenszins vóór haar, maar wel tégen haar getuigt.
De toestand der Hervormde Kerk is zóó, dat velen de deur binnengaan, in schijn om te bouwen, maar in werkelijkheid om te breken. Aangetast wordt het heilige, ja, de Heilige Christus Zelf. Hoe ijl en koud is het daarbij voor velen, die zoeken naar wat de ziel in schrijnenden nood verlangt te vinden. Steenen voor brood worden vaak gegeven ; 't welk mee getuigt van den nood der Kerk, die een plantinge Gods is en waar onze Vaderen de Waarheid mochten vinden.
Toch is niet alles verlies wat als resultaat geboekt moest worden van het optreden en het verwoestend werken, met name van het Modernisme.
Op den winstkant komt het zoeken van elkander, zich scharend rondom de banier van den Gekruiste. De nood wordt middel tot vereeniging, zooals zoo menigmaal de nood en de ellende het bindende koord is dat saamsnoert. En wat men in de officieele godsdienstoefening in het huis der Vaderen niet vinden kon, n.l. spijze voor een hart, dat hongert, trachtte men op andere wijze te verkrijgen. Het „preeklezen" afzonderlijk of ook in gemeenschap met anderen in besloten, huiselijken kring, voldeed niet. Al te vaak toch worden de geschriften gelezen van hen, die, doordat hun leven niet samenviel met den tijd waarin zij gelezen werden, er ook den aanslag van misten, 't Ging veelszins aan de aandacht voorbij, staande buiten de werkelijkheid van ons tegenwoordig geslacht. Vorm en inhoud voldeden niet voor het doel, dat men zocht. Ook werd er gebrek aan leiding gevoeld en 't liep mis op het Conventikel. Iets anders en iets beters was noodig.
Zoo groeide er de stuwing tot een geregeld samenkomen onder het „gesproken" woord, onder de „levende" prediking van de Waarheid. Groepen vormden zich ; vereenigingen werden opgericht, om te trachten stichting te ontvangen door het laten voorgaan van predikanten en godsdienstonderwijzers. Zoo zijn hier en daar „Evangelisaties" ontstaan, die kernen bleken te zijn in het midden van de Hervormde Kerk, met groote liefde voor de Waarheid en voor de Hervormde Kerk, waar kloeke strijders gevonden werden en gevormd werden, ter bevordering van de verkondiging van het rijke, volle, heerlijke Evangelie ; ter bevordering ook van den arbeid naar de Schriften op Zondagsschool; ook onder knapen, jongelingen, meisjes; waar ook liefde werd gekweekt voor het wenk der barmhartigheid en den Zendingsarbeid. Mannen en vrouwen waren er, die iets verstonden van „bidt en werkt", die ook iets leerden van het „offer".
Namen noemen we niet. Dan kon trouwens toch alleen maar vermeld worden wat „gezien" werd van den zegen in dien weg en bij dat werk. De „onzichtbare" zegen is toch immers niet te schouwen. Hoewel ik ook daarvan wel iets zou kunnen noemen en vertellen, hoe soms getuigd werd van eeuwigheidszegen, die ontvangen was !
Door middel van den arbeid der Evangelisaties is ook toegenomen het „kerkelijk besef". Neen, niet alsof er dan altijd het zuiver aanvoelen was en het rechte „gemis" gekend werd. Daarvoor ontbrak ook dikwijls goede leiding. Maar toch was er in zekere kringen een sterk vasthouden aan de Hervormde Kerk, hoeveel gebreken er ook waren en hoe groot haar zonde en afdwaling ook is. En gestage arbeid was vaak als een stil getuigen van het verlangend zoeken (al was het wellicht onbewust) naar het inwonen in het ouderlijk huis. Men was niet op jacht naar afscheiding of apart gaan staan. Uit nood was men gaan doen wat men deed; en velen werden bewaard om zich los te gaan voelen van de Hervormde Kerk, al was het inwonen binnen hare muren onder bepaalde omstandigheden onmogelijk.
De Evangelisaties hebben dienst bewezen als verzamelplaatsen van hen, die saam de Waarheid zochten en het goede begeerden voor de Hervormde Kerk en die dachten aan de belangen der gansche gemeente, waartoe jongen en ouden behooren. Zij hebben dikwijls opgevangen degenen, die zich van de Hervormde Kerk, met al haar verwarring en ellende, wilden afkeeren, waartoe ze vriendelijk werden gelokt door buiten-kerkelijke kringen of andere Kerkgemeenschappen. Omdat er de Christus niet verkondigd werd, keerde men zich van de Hervormde Kerk af ; omdat er de nood der ziel niet gevoeld werd ; omdat er geen spijze voor tijd en eeuwigheid gegeven werd, haakte men naar iets anders dan zulk kerkelijk leven. Maar dan bestond er tegelijk groot gevaar, om voor altijd los te geraken van de Hervormde Kerk; en dan hebben de Evangelisaties zulke menschen opgevangen.
Daarbij hadden de Evangelisaties niet altijd een gemakkelijke positie. „Voorhoeden" zou men ze kunnen noemen. Ze zijn dan als vooruitgeschoven posten van een leger. Daarom is hun positie dikwijls zoo uiterst moeilijk en gevaarlijk. Ze staan bloot aan de eerste en felste stormaanvallen en standhouden is dan moeilijk; volharden ten einde toe, valt soms zoo zwaar.
Velen die jaren moeizamen arbeid hadden verricht, gingen soms moedeloos wèg. De Heere toefde te komen, en aan de ziel viel het zwaar te wachten. Allerlei teleurstellingen deed ook soms door 's menschen toedoen, moedeloos neerzitten of moedeloos heengaan. Maar anderen vulden weer de ledige plaatsen aan en na regen kwam soms zonneschijn. Geleden, gebeden is er niet zelden in de jaren, waarin de strijd bang was en geen dageraad scheen te zullen aanlichten.
Verrassend snel is soms de zegen gekomen. Plaatsen, waar nauwelijks er aan gedacht werd, verkregen een predikant van Gereform. richting. Invloed werd verkregen in Kiescollege en in Kerkeraad. Er zijn gemeenten waar zoo lang het Modernisme heerschte en mee door de Evangelisatie de gemeente „om" is gegaan. En ja, als er een gezonde Evangelisatiearbeid verricht wordt in gemeenten, waar de Waarheid, die tot de godzaligheid is, wèg is, dan is er alles voor te zeggen. Door evangeliseeren te medicineeren en tot verandering en verbetering te komen, is een Gode welgevallig werk.
Buitengewoon jammer is het echter, dat de balans hier dikwijls veel meer doorslaat naar 't nadeel dan tot het voordeel.
Hoe dikwijls wordt het doel uit het oog verloren en zijn de motieven niet zuiver, eerlijk en oprecht. En omdat de doelstelling niet zuiver is en de motieven niet zooals ze moesten zijn, zijn de middelen en wegen ook vaak onzuiver en te veroordeelen.
Soms is het zóó in zekere Evangelisaties, dat men zich is gaan „thuis" voelen en men is zich gaan schikken onder de omstandigheden, alsof er geen „Kerk" meer noodig is. De Evangelisatie, de samenkomst werd „Kerk". Tal van Evangelisaties zijn feitelijk „preekvereeniging" geworden. Het Bestuur is een soort Kerkeraad, enz. Kerkjespelen is het dan geworden. Wat we niet zeggen met minachting, 't is alleen om te constateeren wat we waarnamen en ondervonden. Het droeve feit is er en de werkelijkheid moet onder het oog gezien worden.
Hoe komt het eigenlijk, dat zulke dingen onder ons voorkomen ? 't Zit niet alleen in het feit, dat ons volk het Separatisme als in het bloed zit; dat men het afzonderlijk gaan zitten en gaan staan bemint. Het referaat van ds. Woelderink spreekt over het gevaar er van op duidelijke wijze. En zoo zijn er tal van Evangelisaties, die het godsdienstig en kerkelijk leven bedreigen. Ze zijn een gevaar en kunnen en zullen veel schade doen, als de Heere het niet genadig verhoedt. Waarbij zooveel bij omstandigheden het nog gevaarlijker maken.
Het begin is dikwijls al verkeerd. Verwarring is er en 't aanvoelen en 't aanpakken, 't Is te weinig doordacht, er is te weinig ernstig uitstippelen van de groote lijnen, waarlangs de arbeid geleid moet worden. En gelijk een veldslag bijna altijd verloren wordt als er niet volgens een plan gestreden wordt, zoo gaat bet in vele gemeenten met de Evangelisatie totaal verkeerd. Inplaats van bouwen is er afbreken, inplaats van het aandragen van steenen is er verstrooiing en verwarring. Men draagt geen steenen aan, maar er is een wegdragen van steenen. Die geen vreemdeling in Jeruzalem is ziet dat heel duidelijk en voelt het van alle kanten aan. Maar ligt er dan ook tegelijk „uit" in zulke kringen, als er voor gewaarschuwd wordt en als wordt aangetoond, dat men onder een valsche vlag vaart en de vlag de lading niet dekt.
Veel wat goed bedoeld heette, bleek ten slotte niets anders te zijn dan een al verder gaan staan van de Hervormde Kerk. En in het schimpen op de gebreken dier Kerk gaan ze menigmaal verder dan de vijanden ! De ijver is niet met verstand en de liefde ligt onder verdenking.
Een der ergste verschijnselen is in sommige kringen der Evangelisaties, dat men heeft verleerd voor de Hervormde Kerk te bidden. En men ijvert dikwijls voor eigen zaak, terwijl men het huis des Heeren woest laat. Men voelt zich „thuis" waar men „vreemdeling" zich moest weten.
Kweekplaatsen voor de „vrije" gemeenten zijn 't soms hier en daar. En het feit, dat er een hang is naar de „vrije" gemeenten, heeft m.eer dan één oorzaak, van buiten en van binnen zittend. Het willen „kerkje-spelen" is een woekerplant. Maar gelijk woekerplanten alleen groeien als er een vruchtbare bodem voor zulk gewas is en er geen tuinman is, die wiedend optreedt, zóó zou het „onkerkelijke" niet bloeien kunnen, al is de grond nog zoo dienstig er voor, als de arbeiders, de voorgangers, de leidslieden de schoffel maar hanteerden ! Wij bekennen, dat dit een teer werk is, dat voorzichtig moet geschieden, maar het nalaten van dit werk doet den tuin overwoekeren met schadelijk gewas en maakt dat na eenigen tijd de hof voor goed bedorven is. En daarom mag het hier - wel eens gezegd worden, dat de voorgangers van de Evangelisaties maar al te dikwijls hebben meegewerkt aan de ontaarding van het werk en mee oorzaak zijn van de verwarring en de losmaking van de Kerk.
Ongezond zijn sommige Evangelisaties in het ontstaan en in het voortbestaan. Daar komt het dan ook dikwijls voor, dat men wel weet wat tegen de Hervormde Kerk moet worden gedaan, maar niet er vóór. Het opzeggen van het lidmaatschap vindt men soms. De kerkelijke zaken worden losgelaten en geheel overgelaten aan anderen. Men zoekt allerlei weg, dien men niet kan verantwoorden, om zich zelf te handhaven. Ook in eigen kring doet men onbehoorlijke dingen. Men verandert het Bestuur, om zelf meer macht te krijgen. Men loopt en ijvert, opdat eigen haan koning kraaien zal. Men keurt de sprekers op een manier, die verraadt wat men eigenlijk op 't oog heeft, hoewel men er, desgevraagd, niet eerlijk voor uitkomt. Men wil anderen gebruiken om eigen wil en plan door te zetten.
Velen spreken over de „doleantie" op een manier, dat men er heel wat van zou denken, maar wat zij zelf doen is veel erger en veel gevaarlijker. Men kant zich tegen alle kerkelijk leven, om in eigen kring zich geheel in te nestelen, met graagte kerkje spelend.
Wij zijn blij, dat de Gereformeerde Bond ook mee den Evangelisatiearbeid ter hand genomen heeft, hoewel we voelen, dat de taak van den Bond daardoor zeer is verzwaard, want het is moeilijk werk, juist omdat de toestanden zoo verschillend zijn en niet zelden verward liggen. Vragen of een Evangelisatie gerechtvaardigd is, of er ergens plaats is voor een Evangelisatie, of de kring vertrouwd is, of de leiding goed is, of het juiste doel wordt nagestreefd en zoovele vragen meer, zijn zoo moeilijk te beantwoorden dikwijls. En om „neen" te zeggen, als het „neen" moet zijn, valt niet mee. De gevolgen van „ja" zeggen zijn dikwijls verstrekkend. Af te keuren wat deze of gene wil, wekt verbittering ; maar is bitterheid altijd verkeerd, wanneer de zaak niet gezond is ?
Wij zijn dankbaar, dat de Gereformeerde Bond de leiding in handen genomen heeft, al erkennen we nog eens met nadruk, dat de moeilijkheden daardoor grooter zijn geworden voor hen, die werkelijk leiders willen zijn. 't Onderwerp is niet uitgeput.
Maar wij meenden dit eens te moeten en te mogen zeggen. Later kan wellicht nog wel eens op andere wijze het zelfde onderwerp behandeld worden, 't Is er belangrijk genoeg voor. We zitten midden in deze kwesties en dan is het goed, wanneer er eens onderling op de vergaderingen van onze Afdeelingen over gesproken wordt.
Kralingen.


*) Inleiding, Vrijdag 26 Januari j.l. gehouden op dte Afdeelingsvergaderlng te Rotterdam ; op verzoek voor „De Waarheidsvriend" afgestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET VOOR- EN NADEEL VAN EVANGELISATIE *)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's