De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

9 minuten leestijd

Vraaig : Waarom doet de Gereformeerde Bond aan politiek ?
Antwoord : De Gereformeerde Bond laat zich in met de eeuwige beginselen van Gods Woord, die alle terrein des levens raken. Zoo is de Gereformeerde Bond niet onverschillig voor de Schoolkwestie; noch ook voor de maatschappijverhoudingen'; want de beginselen van Gods Woord hebben Ouders en kinderen, rijken en armen, werkgever en werknemer zeer zeker veel te zeggen. En dan de Kerk en het Volk, de Kerk en de Overheid, de Kerk en de Staat! De Gereformeerde Bond wil van de Ned. Herv. (Geref.) Kerk geen clubje of vrij kerkje maken, waar de menschen zich z.g.n. nergens mee bemoeien, maar als 't er op aan komt 't 'vuur uit hun schoenen loopen voor eigen partijtje enz. De Gereform. Bond wil erkennen, dat Kerk en Volk — in den weg des Verbonds — bij elkaar hooren en dat voor Volk en Vaderland het belijden en beleven van de eeuwige beginselen van Gods Woord een heilige eisch en roeping is. Daaraan wil de Gereformeerde Bond zoovéél in z'n vermogen is meewerken. Daarom heeft de Gereformeerde Bond van voor z'n oprichting af aan partij gekozen en aan die keuze wil hij, met 's Heeren hulp, getrouw blijven. Laten anderen dan Christelijk Historisch zijn of van de partij van ds. Kersten of van de groep ds. Lingbeek — de Gereformeerde Bond is van den eersten dag af aan uitgesproken Anti-Revolutionair en hoopt dat te blijven, overtuigd, dat hierin het belang van Kerk en Volk op de beste wijze wordt .behartigd.

Vraag : Waarom zijn Gereformeerde Bond en Confessioneele Vereeniging niet één ?
Antwoord. In de Confessioneele Vereeniging ging het om „de belijdende Kerk". En vooral dr. Hoedemaker heeft gesproken over de nauwe betrekking tusschen Kerk en volk. Die is toen gekomen met de leuze : „heel de Kerk en heel het volk". Toen kwam er meer en meer spanning tusschen belijdenis en volk. En grijpend naar 't volk, om dat te behouden, kwam niet zelden de belijdenis of confessie in't gedrang. En zoo werden de confessioneelen niet zelden weinig confessioneel. Dikwijls leek het, alsof alléén Art. 36 in de belijdenis staat. Maar in allerbelangrijkste stukken rakende de geloofswaarheden waren velen minder zuiver, als 't er op aan kwam. En nu zijn er velen, die Confessioneel heeten en zelfs ook niets meer voelen voor „reorganisatie" ; die er althans geen vinger voor uitsteken. Ze schamen zich voor de belijdenis en voor een belijdende Kerk en lachen om de pogingen tot reorganisatie der Kerk.
De spanning tusschen belijdenis en Kerk en Kerk en volk heeft voor een groot deel de geschiedenis der Confessioneele Vereeniging beheerscht. En dr. Kromsigt zegt in z'n brochure : „De Confessioneele richting" ('blz. 8 en 9) er zelf van : , De ,belijdende Kerk", in deze woorden wordt dus het best het ideaal, waarnaar de Confessioneele richting streeft, weergegeven. Hierin is dus tweeërlei element op­ genomen, het belijdende en het kerkelijke element. En om de geschiedenis der Confessioneele richting goed te verstaan, is het noodig vooral die heide elementen helder in het oog te vatten. Nu eens trad het belijdende element eenzijdig op den voorgrond. Men was „Confessioneel" a tout prix, men wilde „de leer handhaven" en dreigde degenen, die nog niet of niet meer op de hoogte der Belijdenis stonden, af te snijden en zoo een groot deel van ons volk voor goed aan het ongeloof prijs te geven. Dan weer trad het kerkelijke element eenzijdig op den voorgrond. Men wilde alles in de Kerk bijeenhouden, zat in moedeloosheid neer, wierp zich tot stilling der consciëntie op het evangelisatiewerk en werd zelfs somtijds uit pure separatievrees op ende op „Synodaal". De synthese werd niet gevonden. Vandaar heel wat misverstand en wrijving tusschen de „strenge" en de „ruime" broeders, tusschen hen, die meer op de Belijdenis den nadruk wilden leggen en hen, die meer „heel de Kerk" in het oog wilden vatten".
En blz. 16 : „Daardoor is hun arbeid, uit kerkrechtelijk oogpunt beschouwd, in zoo menig opzicht met onvruchtbaarheid geslagen geweest. Daardoor hebben zij ook in eigen boezem de tegenstelling tusschen de „strengen" en de „ruimen" niet weten te overwinnen".
Zie hier, met de eigen woorden van dr. Kromsigt in beginsel de oorzaak, waarom de Gereformeerde Bond ontstaan is naast de Confessioneele Vereeniging. In den Gereformeerden Bond gaat het ('t zij in bescheidenheid gezegd) meer in overeenstemming met de belijdenis, om zóó Kerk en Volk te dienen.
Wil men het „streng" tegenover slap noemen, „eng" tegenover ruim — 't zy zoo. Wij spreken doorgaans zóó niet. Maar daar ligt misschien 't duidelijkst de aanwijzing van de twee onderscheidene groepen en corporaties. Waarbij de Gereformeerde Bond 'héél anders denkt — naar luid van het Gereformeerde beginsel — over de verhouding van Overheid en Kerk. Daarin is wellicht de politieke groep ds. Lingbeek 't meest „Confessioneel", maar dat is voor ons een oorzaak om op een afstand te blijven staan. Ons Gereformeerde beginsel leert ons andere dingen.

Vraag: Waarom zingen de Gereformeerde Bonders geen Gezangen ?
Antwoord. Men zal goed doen de brochure van prof. dr. J. Severijn te lezen. Dan kan men zien, dat het volstrekt niet Gereformeerd is, om te zeggen, dat er in de Gereformeerde Kerk nooit Gezangen naast de Psalmen zijn gezongen en ook nooit mogen gezongen worden. Prof. Severijn geeft daarover mooie beschouwingen, die men in onze Gereformeerde Bondskringen eens ernstig ter harte moet nemen. Maar dan moeten het Schriftuurlijke liederen zijn d.w.z. liederen, die een schriftuurlijken inhoud hebben. Onze Gereformeerde Vaderen hebben nooit gezegd, dat dat „liedjes" zijn. En de Gereformeerde Kerk die uit haar belijdenis leeft zal dan ook begeeren, om zoowel in de prediking, als in gebed, als in de sacramentsbediening, alsook in het lied der Gemeente van Christus uit de schatten van het Nieuwe Verbond te leven. Een Nieuw-Testamentische Kerk die niet by de vervulling van Gods beloften vertoeft in Bethlehem, op Golgotha, bij Jozefs graf, in de opperzaal op 't Pinksterfeest enz. en niet van den Heiland en Zaligmaker zingt, mist iets; neen, mist véél, héél veel, waarbij een ziel, die niet slechts bij menschelijke meeningen leeft, maar uit het leven, dat in Christus geopenbaard is, 't telkens voelen zal, dat de Kerk van Christus niet staat waar zij most staan.
Maar wat heeft men nu ten ordent gedaan ? In het begin van de 19de eeuw, de meest slappe en laffe tijd, die we ooit 'gehad hebben, is men begonnen aan de Hervormde Kerk een bundel Gezangen op te leggen, waarbij men tien en twintig maal verzekerde (zie het Voorbericht van den ouden Gezangenbundel), dat men in niets was afgeweken van de belijdenis der Gereformeerde Kerk (waarin dus een bewijs ligt, dat onze Hervormde Kerk bij den overgang van de 18de naar de 19 de eeuw .belijdende Kerk was, met een eigen belijdenis en erkende kerkelijke belijdenisschriften !) doch die ook maar even den ouden Gezangenbundel inziet bemerkt, dat men het allerminst nauw genomen heeft met de belijdenis der Kerk en dat men verre afweek van de Gereformeerde waarheid, welke in de Hervormde Kerk behoort verkondigd te worden. Men was zelfs afgedaald tot het allerlaagste peil van het laffe rationalisme, waarmee de Gereformeerde waarheid scherp in 't aangezicht werd geslagen. En — men moest den .bundel gebruiken, men moest gezangen laten zingen, anders werd men gestraft!
Had men ooit dwazer en lichtvaardiger en tyrannieker kunnen handelen ? En dat deed het oud-liberalisme, dat zoo verdraagzaam was, maar intusschen de Gereformeerde waarheid haatte als de pest!
Men gaf ons liederen als : „Mijn God ! wat ooit in mij verdoov', dat ik altijd aan U geloof, aan deugd en eeuwig leven" (Gez. 53:1). Of: De deugd, o ja ! ik vind ze schoon, zij strekt zich zelv ten groeten loon. Ik volg haar pad met vreugd en moed; ik weet, dat, die geen zonde doet, die zijne plichten niet vergeet, met reden hoogst gelukkig heet". (Gez. 74 : 2). En dan Gez. 89 over : „de voortreffelijkheid van Jezus' leer", waar, naar rationalistisch voorbeeld, de leer van Jezus wordt gehuldigd, waarvan men in Groningen zei: „dat deze zoo goed en zoo alleraangenaamst - was" (Muntinghe). Gez. 89 zegt, dat de leer van Jezus ons opvoedt voor de eeuwigheid en ons eenmaal engelenwaarde schenkt. „God gaf ze door Zijn Zoon aan d' aard, om menschen tot Hem op te leiden : zij wijst, bij al den aardschen druk, den zeek'ren weg tot waar geluk". „Lacht u hier ware grootheid aan, gij kunt ze, op uwe levensbaan, alleen van haren invloed wachten ; Ze is juist geschikt voor uwen stand, staat met uw aanleg in verband, en is berekend naar uw krachten : mensch ! zoo zij u geen bijstand biedt, bereikt gij uw toestemminig niet".
Is het niet fraai ? En de politie moest er voor zorgen, dat de Gezangen werden gezongen !
Wat dunkt u van dit fraaie kleppermanslied ? 't Is Gezang 177 : „Looft Hem, visschers aan het strand ! Steekt gerust en blij van land ! Vreest geen onrust op de zee, Alles, alles is in vree". „Land-en veeman! looft nu God, Juicht in uw gezegend lot! Zendt uw rund'ren in de wei, Drijft uw schapen op de hei". „Stedelingen, looft den Heer ! Hoopt op d' oude welvaart weer; Voor den koopman druk vertier. Nering voor den winkelier". En dan de schoone toepassing : „Mocht voorvaderlijke deugd in de Nederlandsche jeugd, met de godsdiens. weer lierleven! Mocht hier spaarzaamheid en vlijt wonen, als in vroeger tijd ! dat zou hoop op welvaart geven".
Als het niet zoo in-treurig was, zouden we om dezen burgermans-onzin eens hartelijk lachen. Maar daar is het te laf en te naar en te ongelukkig voor. Voor een kleppermans-nieuwjaarswensch is het nog te onbenullig, hoewel „en den koopman druk vertier, nering voor den winkelier wel een paar centen voor den klepperman, lantaarnopsteker of vuilnisman op Nieuwjaarsdag waard zijn.
De Gereformeerden hebben zich nooit in deze Gezangen kunnen vinden. En de dwang der liberale kerkmeesters heeft den tegenstand niet doen verminderen. Zulke onverteerbare kost beliefden ze niet te slikken en zulke grove onwaarheden wilden ze niet onder de menschen, in handen van jongen en ouden, brengen.
Natuurlijk zijn bij de bespreking en behandeling van de Gezangen-kwestie bij de tegenstanders wel eens verkeerde beschouwingen ten beste gegeven. Maar hun tegenstand is alleszins verklaart> aar in onze Hervormde Kerk. En intusschen hebben we ons te beraden (in den geest van het boekje van prof. Severijn) wat in deze kwestie nu Gereformeerd is en wat niet. De Gereformeerden in en buiten de Hervormde Kerk hebben in deze een roeping en taak èn om de wille van zichzelf èn om de wille van anderen. —

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's