RONDOM DE LEESTAFEL
ONZE TUD EN WIJ, referaat, gehouden door ds. J. A. van Nie te Hoogeveen, op de 4de Jaarvergadering van de Herv. Geref. Jeugd Centrale te Rotterdam, op 2 Dec. 1933. Bestel-adres : P. v. d. Broek, Polderlaan 19b, Rotterdam. Girono. 200394
De Herv. Geref. Jeugdcentrale te Rotterdam omvat een zeer groot deel van de jongeren te Rotterdam en omstreken en doet mooi werk. Ook de jaarvergaderingen zijn belangrijk, vooral wanneer er onderwerpen van den dag behandeld worden. Want we hebben heilige traditie. We staan op de schouders van ons voorgeslacht. We hebben geestelijk kapitaal ontvangen van onze Vaderen. We moeten niet anarchistisch te werk gaan en in verwatenheid doen alsof al het oude tot niets nut is, dan om te worden weggeworpen. Heilige traditie. Geestelijk kapitaal. Maar dan moeten 'we in onzen tegenwoordigen tijd niet spreken en willen handelen alsof we 300 jaar terug gerekend leefden. Dat is dom. Dat verraadt dat we te lui zijn om in te denken waar de Heere ons geplaatst heeft en welke roeping we hebben te vervullen op Zijn hoog bevel. Dat zou bewijs zijn, dat we absoluut niet weten wat Gereformeerd is. Dan kunnen we niet verder komen, dan ongebruikt op zij leggen het kapitaal, dat de Heere voor ons in de geslachten bewaarde. Luie dienstknechten, die niets van de teekenen der tijden zien en verstaan, die niets-nutters zijn, omdat we dan niets anders kunnen dan zeuren en zaniken. Hoogstens napraten, dat er zooiets als een crisis is, waarbij we niet verder komen dan zuchten : wat is het toch tegenwoordig anders dan vroeger. Daarmee bewijzende, dat we niet weten hoe helt vroeger was en dat we niet verstaan, wat onze tijd noodig heeft. Principiëele zakelijkheid hebben we noodig, wat iets anders is dan groote woorden gebruiken en herrie maken en verwarring in 't leven roepen en anderen valsch beschuldigen en verdacht maken, om zelf wat te schijnen door ijdel vertoon. Wat zijn er vele druktemakers, die weinig nut stichten en anderen nog hinderen bij hun werk.
Ontzaglijk moeilijk is onze taak. Hoog ernstig onze roeping. Tot groote dingen roept de Heere ons en onze jeugd, op elk terrein des levens, staande in het volle leven.
En dan komt ds. van Nie van Hoogeveen met een helderen kijk op de dingen, goed toegerust, met warme liefde Voor z'n werk vervuld, meelevend met z'n tijd, begaafd met wetenschap en wijsheid (dat zijn twee dingen, die hij elkaar hooren) en wil ons dienen en wil ons helpen. Dat heeft de Hervormde Gereformeerde Jeugdcentrale van Rotterdam aangevoeld en geweten. En ze hebben hem gevraagd een woord te spreken voor onzen tijd, voor onze jeugd. En hij is gekomen, goed voorbereid, om ook werkelijk iets te zeggen, iets te brengen, iets te geven, waarmee nu gewerkt moet worden ; dat moet worden doorgegeven, en dat moet worden overdacht en betracht.
Zulke dingen kan en mag niet iedereen zeggen. Ook kan niet ieder het naar behooren aanvoelen, verstaan en verwerken. Dat is nu eenmaal zoo. En die graag venijn zuigen en kwaad bloed zetten — zulke menschen zijn er helaas! — die kunnen aan 't werk. Honig en gif zijn twee dingen. Maar die honig weten te zuigen zullen ervaren, dat honig de wondere gave heeft, om de vermoeidheid te doen verdwijnen, niet door bedwelming en dronkenschap, maar door zoetigheid en kracht.
„Onze tijd en wij" is een buitengewoon tijdwoord. En we danken ds. van Nie zéér voor zijn actueel, rijk, beteekenisvol referaat. Dat is niet onderweg in den trein een kwartier voor het uitspreken als improvisatie in elkaar gezet. Dat is overdacht, weken en weken. En het is gevoeld, dat het oordeel onzer eigen zonden boven ons en boven onzen tijd zweeft. Als we het hebben over de zonden en de gebreken en de fouten van anderen is het gemakkelijk spreken. Dan zijn we zóó klaar. En o ! dan kan het zoo „ernstig" en zoo „mooi" zijn. Maar als het raakt onzen tijd en als het ons zelf raakt, dan wordt het spreken zoo moeilijk en neen, dan vinden velen het niet „mooi" en misschien ook niet „ernstig". Maar het tweede is toch heter dan het eerste!
Moeten we farizeërs worden ; hebben wij niet gebouwd ; hebben wij niet gezondigd ; hebben wij geen roeping ? Hebben onze ouders, hebben wij de dingen recht aangevoeld ? „De burger en de schoolmeester" zijn failliet. Doode vormen, regeltjes, uit 't hoofd geleerde lesjes — God komt ze wegstormen, als rook uit den schoorsteen weg gestormd wordt door dén wind. God Zelf staat voor ons. „De burger en de schoolmeester zijn failiiet". „We zijn te vroom, te principieel, te wijs geweest. God komt ons zetten in het teeken des kruises en onze tijd heeft menschen, jonge menschen vooral, noodig, die met twee gezonde beenen vast staan, geplant in de werkelijkheid.
Natuurlijk is iemand met een houten been óók een mensch. Maar 't gaat nu om twee gezonde beenen. Want we hebben een tijd van „spanning" 't Past alles niet zoo precies als een blikken doosje, 't klopt alles niet zoo precies als we dachten. We zijn ten achter geraakt met het geestelijk kapitaal, dat God ons heeft toebetrouwd, omdat we niet gewerkt hebben in 't zweet van ons aangezicht. De bijbel is heit levende Woord. We moeten wat minder handig worden in 't hanteeren van teksten en we moeten wat meer gaan leven uit het levende Woord; uit Hem, die gezegd heeft: Ik leef en gü zult leven! Dan komt het getuigen van God, het getuigen van Jezus Christus, die van God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, ja tot een volkomene verlossing. Dat moet geschieden in de Kerk met een levend getuigenis en dat moet geschieden in de wereld, waarvan we niet al te gemakkelijk moeten zeggen, dat ze in 't booze ligt, maar waarvan we ook hebben te bedenken, dat zij is het voorwerp van Gods liefde, met de Kerk van Christus als invalspoort, opdat door de Kerk heel de wereld het evangelie hoore van Jezus Christus en de wereld door de Kerk zegening mag ontvangen, onder strenge critiek en door groote liefde.
„Onze tijd en wij" ('t ééne hoort bij het andere) is een origineel, mooi, ernstig, zakelijk, geestelijk, vlammend en vonkend woord voor de jongeren ervoor de ouderen, voor ons bestemd. En wij hopen, dat dit referaat, dat spontaan uitgegeven is en met grooten ijver nu verspreid wordt, in aller huis en hart een goed plaatsje mag vinden. „Bitter in den mond maakt het hart gezond". Onze tijd worde er door gezegend. Wij ook, door 's Heeren goedheid en genade!
Voor een kleinigheid, is dit referaat te verkrijgen. Die 15 cent doet overschrijven op het Post-Giro No. 200394 ten name van P. v. d. Broek, Polderlaan 19b te Rotterdam ontvangt het dadelijk. Maar 15 cent is de minimum prijs, alles wat er boven gaat wordt dankbaar aanvaard. De uitgave is voor een goed doel: ten toate van de Evangelisatie-Commissie van den Gereformeerden Bond ! Bestel dadelijk !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's