KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen te Nieuwe Tonge I. Kievit te Baarn — te Heerenveen D. T. Los te Witmarsum — te Kage (Z.-H.) H. J. van Rooijen, em.-pred. der Ind. Kerk, te Heemstede — te Steenwijkerwold O. Hulstra te Sloten (Fr.) — te Paesens ca., C. Hooijkaas te Uitwijk (N.-Br.) — te Wouterswoude J. van Rootselaar te Hagestein — te Huizum bij Leeuwarden (als voorganger der Evangelisatie „Pniël") P. J. van Veen te Hoogkerk.
Aangenomen naar Amsterdam P. Visser te Warnsveld — naar Nijega en Elahuizen (Fr.) cand. G. F. D. Locher, hulppred, te Vreewijk (Rotterdam-Zuid) — naar Oosterbierum J. J. van Oosterzee te St. Nicolaasga — naar De Cocksdorp op Texel (toez.) cand. J. Papineau Salm te Amsterdam.
Bedankt voor Idsegahuizen-Piaam en Gaast-Ferwoude cand. G. F. D. Locher, hulppred. te Vreewijk (Rotterdam-Zuid).
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen te Een-Veenhuizen cand. P. van Til te Enumatil.
GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Tweetal te Werkendam W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid en M. Hofman te Krabbendijke — te Dordrecht A. de Blois te Dirksland en R. Kok te Veenendaal.
Beroepen te Terneuzen W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid.
Bedankt voor Moercapelle B. van Neerbos te Vlaardingen — voor Lisse J. Fraanje te Barneveld.
De heer Mussert en de Kerk. Wat de Kerk van het Nationaal-Socialisme hier in Nederland te wachten heeft, .blijkt wel uit het volgende : „In Amsterdam sprak voor de groep Mussert de ingenieur Paardekooper. Hem was de volgende schriftelijke vraag gesteld: „Wat zal de N.S.B, doen, indien hij de staatsmacht in handen heeft, met een Kerk, die tegen daden van de Regeering protesteert, omdat zij dezen in strijd acht met Gods Woord ? "
Een Kringleider uit Rotterdam, aangewezen om de vragen te beantwoorden, gaf zakelijk het volgende bescheid : „Aan de groep, die iets dergelijks doet, zal men het zwijgen moeten opleggen. Zij jaagt groepsbelangen na en komt in strijd met algemeen belang".
Commentaar overbodig !
Geloofsovertuiging, die in botsing komt met wat het Nationaal-Socialisme voorschrijft, wordt niet geduld.
De verdeeling-van de preek. De heer H. Algra schrijft in de „Leeuwarder Kerkbode" over dit onderwerp en herinnert aan Jan Maclaren, die vertelt van een preek, die meer dan zeventig onderdeelen had. De oude Schotten waren blijkbaar menschen met een goed geheugen ! Maar onze voorouders waren op dit gebied ook niet malsch. Als voorbeeld wordt aangehaald de verdeeling bij een preek over 1 Sam. 7 vers 12. Er zijn twee punten : 1. Het Oprigten van een Gedenckteeken ; 2. De weldaad, die hij daardoor wil doen gedenken. Punt 1 wordt dan weer onderverdeeld in vijf stukken : a. de oprigter van dit gedenckteeken is Samuel; b. het gedenckteeken zelf is een steen ; c. de wijze van dien op te rigten: hij nam dezelve en stelde dien d. de plaats : was tusschen Mizpa en tusschen Sen ; e. de benaming van het gedenckteeken : Ebenhaëzer.
Hoe punt twee wordt onderverdeeld, sparen we den lezer. Maar men kan het wel zoo ongeveer vermoeden !
In de preeken van Aegidius Francken zijn de schema's nog veel langer en beslaan soms meer dan een bladzijde.
Waar kwam de moderne richting; vandaan ? Prof. Roessingh schrijft in zijn boekje: „Het Modernisme in Nederland" : „Zonder veel bedenkens zou men in 1860 den vrager hebben gewezen op een drietal mannen, op de professoren Scholten en Kuenen in Leiden, en Opzoomer in Utrecht, op den theoloog, den criticus en den wijsgeer. Zij gelden — en onbetwistbaar is hun recht — als de „vaders" van het Modernisme in Nederland.'"Maar tot hét wezen rvah dat Modernisme dringt men toch pas dan door, wanneer men ook hunne namen weer uitwischt en zich afvraagt, van welke West-Europeesche geestesstroomingen zij de vertolkers, de predikers wilden zijn. Achter de moderne richting in Nederland staat „de nieuwe tijd", „de moderne cultuur", „de moderne wereldbeschouwing en wereldwaardeering", „de moderne mensch".
Het aanstaande Eeuwfeest van de Afscheiding: . Dr. K. Dijk is in „De Heraut" begonnen met een artikelenreeks over de Kerk. Vooral dit jaar zal het vraagstuk van de kerk onze aandacht moeten bezighouden.
Is de Afscheiding geweest een daad van Reformatie, of was zij het stichten van een scheurkerk ? Hierover schrijft dr. Dijk in de Inleiding, naar aanleiding van de Acte van Afscheiding of Wederkeering :
In deze verklaring en in deze geloofsdaad ligt de aanvang van de Afscheiding, waar van wij als Gereformeerde Kerken in dit jaar het eeuwfeest der gedachtenis hopen te vieren. Door die heroïeke daad, die niet, gelijk nog gesmaald wordt, een zondige rebellie was om den vrede in Gods Huis te verstoren, maar die bedoelde de reformatie der Kerk naar des Heeren Woord, hebben de Gereformeerden te Ulrum, neen, niet een nieuwe Kerk gesticht, maar zich als Kerk losgemaakt van het Hervormd Genootschap, om weer als Kerk in waarachtige vrijheid te kunnen leven in overeenstemming met den eisch van Jezus Christus, den Koning der Kerk. Hun Afscheiding was dan ook, gelijk zij zelf haar zeer terecht hebben genoemd : Wederkeering tot ware orde van kerkelijk leven en tot de ware Kerk, en de vrijgemaakte Kerk van Ulrum kan dan ook in een stuk, dat ruim twee weken later, op 1 November 1834, gepubliceerd werd, en als opschrift droeg : „Toespraak en uitnoodiging aan de geloovigen en ware Gereformeerden in Nederland", in oprechtheid des harten uitspreken : „Wij hebben ons gescheiden, geliefde land-en volksgenooten, niet van de ware Gereformeerde Kerk, noch van de ware Gereformeerden ; integendeel reiken wij allen bij dezen de broederhand en verzoeken de hunne terug om te onderhouden de gemeenschap der heiligen ; door één geloof, door éénen Doop, door éénen Geest, zoo nu onderling, als met onze Vaderen, die weleer van het Roomsche beest zich afgescheiden hebben en met hun goed en bloed de vrijheid van dat geloof hebben gekocht. Wij scheiden ons slechts af van onze Synodale Hervormde, of gelijk zij zichzelve noemen, Liberale Kerk, totdat deze terugkeere tot den weg der Vaderen, dien zij verlaten hebben.
Het Nederlandsch Bijbelgenootschap en een nieuwe Bijbelvertaling, Ook voor een nieuwe vertaling van den Bijbel spant het Ned. Bijbelgenootschap alle krachten in. Na de verschijning van een vertaling van Mattheus en Romeinen, zijn nog andere bijbelboeken vertaald, n.l. Johannes, Handelingen, de beide brieven aan de Corinthiërs. Galaten, Colossensen, 1 en 2 Thessalonicensen en Filipnensen.
Reserve-Veldpredikers. De secretaris der Algemeene Synode, ds. D. den Breems, deelt het volgende mede in het „Weekblad van de Ned. Herv. Kerk".
Binnenkort moet door. de Synodale Commissie bij den Minister van Defensie een voordracht worden ingediend ter benoeming van een aantal reserve-veldpredikers. Gaarne zal ondergeteékende vóór 1 Maart a.s. bericht ontvangen van predikanten tusschen 30 en 45 jaren, die voor zulk een benoeming in aanmerking wenschen te komen of nadere inlicht, wenschen te verkrijgen.
Naar de vereeniging aller Gereformeerden? Onder bovenstaanden titel verscheen bij A. Meijer te Arnhem een brochure als „een stem uit de Chr. Geref. Kerk" door Patricius.
Met sympathie wordt begroet de breede gedachtenwisseling, die op de Generale Synode te Middelburg van de Geref. Kerken heeft plaats gehad over de vereeniging van alle Gereformeerden, die er punt van bespreking uitmaakte, zoowel als de telegramwisseling, die gevoerd is tusschen die Synode en de te Zwolle gehouden Generale Synode der Chr. Geref. Kerk. De bedoeling van de brochure is de Chr. Geref. Kerk op te wekken in haar midden het verlangen naar de vereeniging aller Gereformeerden en met name naar die met de Geref. Kerken te bevorderen. Hij schrijft dat het hem een behoefte was uit te spreken, wat in dit opzicht leeft in de harten van een minderheid van het Chr. Geref. volk.
De schrijver beschikt over een vlotte pen en blijkt bezield te zijn met een vurig verlangen naar eenheid. Dat hij echter onder pseudoniem zijn pleidooi en tegelijk ook critiek schreef, zal aan het door hem gewenschte resultaat niet bevorderlijk zijn.
Kerkelijke pers. Te Capelle a. d. IJssel heeft de Herv. Geref. Evangelisatie bij Wegelings drukkerij te Kralingscheveer uitgegeven „Kerkbode voor Capelle a. d. IJssel en Kralingscheveer", officieel orgaan van de Herv. Geref. Evangelisatie in de buurtschap Keeten.
Giften en Legaten. Te Valthermond ontving de Ned. Hervormde Gemeente van wijlen J. Hadders Hzn., eenige dagen geleden aldaar overleden, een legaat van ƒ 10.000.— ten bate van de instandhouding der predikantsplaats.
De vrachtwagen en de hit. In de Leeuwarder Kerkbode schrijft H. A.:
In een klein dorpje in Friesland, een weinig terzijde van den grooten verkeersweg, zoodat een handwijzer moest vermelden : „Deze weg alleen naar ........ staat een kerkje met een stompen toren, : wat boerderijen en wat arbeiderswoningen, een winkeltje, en dan in een grooten tuin, het nreede dubbele woonhuis, dat voor pastorie dient. Daar woonde vóór enkele jaren een oude - vrijzinnige dominee, een guitig type, die gaarne een lange pijp rookte en een praatje maakte, des Zondagsmorgens preekte voor ongeveer tien menschen, een enkelen keer een begrafenis leidde, om te verklaren, dat de overledene een braaf mensch was, en die verder eenige bezigheid vond in het onderhouden van zijn grooten tuin.
Maar eenmaal heeft hij een woord gesproken, dat van veel zelfkennis getuigde en daarbij zoó raak was, dat het lang onder de dorpelingen is blijven leven. Een paar maal per week kwam er n.l. een vrachtwagen in het dorp, bespannen met een hit. De vrachtrijder bracht lijnkoeken en meel mee voor de boeren en kreeg boodschappen mee voor de stad. Met dominee had hij altijd een praatje. En daar de vrachtrijder veel met menschen omging, zelfs met menschen uit de stad, kon hij zijn woordje wel doen. Op zekeren dag had hij nogal wat praats. Toen zegt de dominee opeens: „Jij beweert wel veel, maar ik zal je eens 'n raadsel opgeven, dat je vast niet raden kunt. Wat is het onderscheid tusschen jouw vrachtwagen en mijn preek ? " De vrachtrijder wist het niet, en de dominee wilde het niet zeggen. Misschien vanavond, als je terugkomt, zei hij. En 's avonds werd het raadsel opgelost.
„Jij hebt altijd dezelfde hit voor den wagen, maar elken dag andere vracht. Ik heb elken Zondag een andere hit voor den wagen, maar in mijn wagen houd ik altijd dezelfde vracht".
Dominee koos wél eiken Zondag een anderen tekst, maar zijn preek kwam telkens op hetzelfde neer.
Groen en de oplossing van het School-vraagstuk. De oude wensch van mr. Groen van Prinsterer was de z.g.n. facultatieve splitsing van de Staatsschool naar de verschillende richtingen. Toen kwam de tragische geschiedenis van de tot standkoming van de Lager-onderwijswet van 1857, met haar hoofdbeginsel : de neutrale Staatsschool; welke wet, volgens Groen, strijdig was met den levensader van de Nederlandsche Republiek. Ook was deze wet strijdig met het beginsel der gemengde school, gelijk ze door den Wetgever van 1806 en de grondwetgever van 1848 bedoeld werd. Niet door de overmacht der tegenstanders, maar door gebrek aan eensgezindheid der Christelijke vrienden, kwam deze heillooze wet van 1857 tot stand.
Was Groen tot het tijdstip van de tot standkoming van de Lager-onderwijswet van 1857 voorstander van de splitsing der overheidsscholen naar de godsdienstige richtingen der bevolking (neutrale, christelijke, Roomsche openbare scholen), die gedachte gaf hij, althans wat de practische politiek betreft, in latere jaren prijs. In plaats daarvan aanvaardde hij — uit vrees voor erger — de neutrale openbare school; doch dan slechts als aanvulling der bijzondere school. De bijzondere school moest regel zijn, de openbare of overheidsschool aanvulling daar, waar het bijzonder onderwijs ontbrak. De bijzondere school stond toen op zijn program. Maar het kan niet ontkend, dat uit zijn „Christelijk-Historisch testament" (29 April 1876) blijkt, dat bij tegen het einde van zijn leven weer opnieuw terugkeerde tot de oude gedachte van de facultatieve staatsschool. Deze gedachte heeft Groen eigenlijk nooit losgelaten. En dat kwam omdat zijn geestesgesteldheid eigenlijk gerioht was op behoud van de eenheid der nationale instituten. Groen was geen man van het separatisme. Daarom begeerde hij ook eigenlijk in den grond der zaak : facultatieve splitsing van de staatsschool, naar de verschillende godsdienstige richtingen van het volk door de Overheid ingericht.
Hij schrijft (29 April 1876 in „de Nederlandsche gedachten"): „In de Onderwijskwestie stel ik de Facultatieve splitsing der Staatsschool, na de deerlijk mislukte proefneming van eerlijke concurrentie weder aan de orde". Zelf voelt hij dat het ietwat vreemd zal aandoen hij de menschen, want hij schrijft: „Menigeen is verbaasd, dat ik tot het shibboleth, waaraan ik steeds de voorkeur gaf, terugkeer". De geschiedenis heeft Groen geen gelijk gegeven. De geschiedenis is in de richting niet van de Overheid maar van de ouders gegaan, niet van de facultatieve splitsing der Staatsschool, maar van dè vrije school, de school van de ouders, als regel en de Overheidsschool als aanvulling. (Zie A. R. Staatkunde. Vragenbus. Jan. '34. Antwoord van mr. Notenboom).
Het anti-semitisme en de verachting van het O. T. Dr. Artur Dinter heeft een berucht boek geschreven Die Sünde wider das Blut (De zonde tegen het bloed). Dit boek werd in korten tijd in 100.000 ex. verspreid. Het is een vreeselijk boek. Het is een zonde tegen de kunst, tegen de wetenschap, tegen het vaderland en tegen de religie ! 't Is een tendenz-roman tegen de Joden, die zoo slecht mogelijk worden voorgesteld. Vooral wordt er in gewaarschuwd tegen bloedmenging in huwelijken tusschen Joden en niet-Joden. (Die sünde wider das Blut). Jezus wordt buiten het Joodsche volk geplaatst. Hij moet van het Arische of Indo-Germaansche ras zijn geweest, waaruit ook het Duitsche volk voortspruit. „Gelijk een wilde pruimenboom altijd wilde pruimen en nooit appels of peren draagt, zóó kan de kostelijke vrucht van de leer van Jezus nooit op den Joodschen stam gegroeid zijn. Jezus is niet een Jood', maar een Ariër, of, wat hetzelfde is, een Indo-Germaan. Jood was hij slechts wat zijn opvoeding en zijn godsdienstige .belijdenis betreft, maar nooit en nimmer wat zijn ras aangaat" (blz. 164). Jezus vertoeft immers veel in het „Galilea der Heidenen" (Jes. 8 vers 23) ; en hij behoorde niet tot het Joodsche volk, maar tot de bewoners van Galilea, die oorspronkelijk Amorieten (Ariërs) waren. Ook de jonjegen van Jezus waren op één na Galileërs en dus geen Joden. Alleen Judas was een Jood ! „Evenmin als Jezus en de jongeren, die hem trouw hieven. Joden waren, evenmin waren het de meeste profeten van het Oude Testament", (bladz. 172).
En over het Woord Gods van het Oude Testament laat dr. Dinter zich dan (blz. 175) aldus uit: „Het Oude Testament is een ondubbelzinnig dagboek van deze Joodsche liegerijen en bedriegerijen en ons wordt in de school geleerd, dat het de grondslag zou zijn van het Nieuwe Testament en dat Jezus Christus zijn vervuiler is. Jezus Christus is integendeel de vernietiger van het Oude Testament en het daar verheerlijkte handelen ; hij is de verwoester en verbreker van het geheele Joodsche materialisme, van de uit de laagste hebzucht en eigenliefde, heerschzucht en machtshonger samengestelde historische grondslagen van het Jodendom". Israels God, Jahweh, wordt de valsche God genoemd, (blz. 372). Ook Hitler in zijn boek: „Mein Kampf" (Mijn strijd) schrijft, blz. 335 enz., in den zelfden geest. Hij zegt: dat het Jodendom nooit een religie is geweest, maar altijd een volk, met bepaalde raseigenschappen. Alles, ook in godsdienstig opzicht, hebben ze, volgens Hitler, gestolen. „Idealisme in lederen vorm ontbreekt den Jood en daarom is ook het geloof aan het hiernamaals den Jood volkomen vreemd". ('Zie A.R. Staatkunde, artikel van ds. J. van Nes).
't Is toch wel vreeselijk!
Een onttronen van den waren God. Een verachten van Gods Woord, ons in het Oude Testament gegeven en bewaard. Een ontrooven van Israels religie en blij verwachten van de zaligheid. Een smaden van de profeten, van Jezus en Zijn jongeren!
Uit zulk een geest leeft het anti-semitisme; leven velen, die zich „Christenen" noemen !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's