De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

BESTRIJDING DER WERKLOOSHEID.
Wij hebben de vorige week in ons artikel betreffende het vraagstuk der werkloosheid een paar algemeene opmerklngen gemaakt over den omvang van het vraagstuk, over de oorzaken, die tot de werkloosheid aanleiding geven en over de ingewikkeldheid, waardoor het vraagstuk wordt beheerscht.
Thans willen wij iets: zeggen over de maatregelen, die kunnen worden aangewend om de moeilijkheden te bestrijden.
Bij het treffen dezer maatregelen dient echter de landbouw en de nijverheid, waarover het bij de werkloosheid voornamelijk loopt, afzonderlijk beschouwd te worden.
Wat het landbouwbedrijf betreft, vindt de werkloosheid, zooals bekend is, voor een deel haar oorzaak in de financieele positie der boeren, die, omdat zij door de tijdsomstandigheden niet meer in staat zijn de loonen der arbeiders te betalen, tot ontslag van personeel overgaan.
Tengevolge van dit ontslag blijven intusschen vele werkzaamheden, die in het bedrijf noodzakelijk zijn, ongedaan, waardoor op hunne beurt weer de landen zeer tot schade der boeren in waarde achteruitgaan.
De eenige weg, die de landbouwers uit dezen noodstand kan uithelpen en die de steuntrekkende landarbeiders opnieuw aan het werk kan brengen, is het verleenen van bijslag op het loon.
Tegen dezen maatregel bestaan echter ernstige bezwaren, die wij bij vorige gelegenheden reeds In den breede hebben aangegeven en uiteengezet. Immers zijn de gevolgen van zulk een maatregel niet te overzien. Begint de Overheid eenmaal met uit de overheidskassen bijslag op het loon te geven, dan worden langzamerhand alle bedrijven noodlijdend, ook die welke tot nog toe zichzelf kunnen voorthelpen. Het middel is dan erger dan de kwaal.
Toch is het de vraag, of de Overheid uit de beide kwade regelingen : steunverleening met als gevolg totale uitputting der overheidskassen en bijslag op het loon, niet gedwongen zal worden, de minst kwade regeling te kiezen. Bovendien zijn aan de centrale werkverschaffingen groote moreele bezwaren verbonden.
Nu zou, om de ernstige bedenkingen tegen het verleenen van bijslag op het loon te ontgaan en daarvan geen regel te maken, een tusschenweg kunnen bewandeld worden en wel deze, dat de zaak gemeentelijk wordt aangepakt. Gemeentelijk zou dan het werk, dat thans op de landerijen ongedaan blijft liggen en dat verricht moet worden om den bodem productief te houden onder deskundige leiding in werkverschaffing kunnen worden uitgevoerd. Voor zulke werkzaamheden waren aan te wijzen het baggerwerk, het schoonhouden van slooten, het verbeteren der wateren, liet onderhoud van wegen enz.
Wel zou een dusdanige regeling niet onmiddellijke vermindering van werkloosheid geven, doch op den duur zou door meerdere productiviteit van den bodem en als gevolg daarvan meerdere Inkomsten, de boeren hun landarbeiders weer te welk kunnen stellen. Voorts zouden een aantal dure centrale werkverschaffingen komen te vervallen en de arbeiders in eigen omgeving doen blijven.
Natuurlijk is zulk eene proeve van bestrijding der werkloosheid te plattelande niet fraai, doch de permanente toestand, waarin het werkloozenvraagstuk gaat verkeeren, maakt het noodzakelijk, dat iedere oplossing met ernst wordt overwogen en zoo er kans van slagen bestaat, ook metterdaad wordt ter hand genomen.
Niet anders moet gehandeld worden met de bestrijding der werkloosheid in de nijverheid.
De vorige week sprak de Minister van Sociale Zaken, professor Slotemaker, als zijn oordeel uit, dat een werkelijke vermindering van het leger der werkloozen slechts kan worden ver< kregen, door uitbreiding van een reëele en normale werkgelegenheid.
Nu kan deze uitbreiding wel verkregen worden door maatregelen te nemen van werkverruiming, voor welk doel de Regeering bereid is belangrijke credieten beschikbaar te stellen, doch bestrijding der werkloosheid door middel van werkverruiming draagt een tijdelijk karakter en mist het doel, waarom het bij de werkloosheidbestrijding gaan moet het weer op gang brengen van het bedrijfsleven. Ten einde dit doel te bereiken, is het noodig, dat voor de Nederlandsche goederen een plaats op de wereldmarkt wordt veroverd. Doch om daartoe te geraken moeten de productiekosten naar omlaag en met de productiekosten ook de loonen, die juist een integreerend deel dier kosten uitmaken. Kunnen nu de loonen niet naar beneden, omdat de kosten van het levensonderhoud dit niet toelaten, dan is er ook hier maar weer één weg te bewandelen, die weliswaar ook niet mooi is, n.l., dat hij de bestellingen van het buitenland, die de nijverheid hier te lande zou kunnen veroveren, het Rijk de meerdere kosten, die op de leveringen vallen, voor zijn rekening neemt.
De bedrijven komen dan weer aan den gang met als gevolg, dat het werkloozencijfer naar omlaag gaat.
Met de nijverheid op de been te brengen, wordt ook de handel en de scheepvaart gediend.
Hoe dit intusschen alles ook zij, de bestrijding der werkloosheid op gezonde basis, zal de voortdurende aandacht der Regeering moeten hebben. Het zal op den duur toch niet zijn vol te houden, om uit de overheidskassen meer dan 400.000 werkloozen geldelijken steun te verleenen.
Er is meer dan ooit behoefte aan krachtige en afdoende maatregelen ter bestrijding van de werkloosheid.

ZESTIG MILLIOEN.
Zooals wij hierboven reeds terloops aanstipten, is de Regeering ter bestrijding van de werkloosheid bereid, belangrijke credieten ten behoeve van werkverschaffing beschikbaar te stellen.
Over deze aangelegenheid deed de Minister-President mededeelingen in de vergadering van de Eerste Kamer der Staten-Generaal van 8 Februari 1.1.
Er zal, naar dr. Colijn mededeelde, binnen niet al te langen tijd aan de Staten-Generaal een wetsontwerp worden aangeboden, waarbij, als eerste termijn van een grooter plan, een bedrag van 60 millioen zal worden aangevraagd tot uitvoering van werken, die de strekking hebben om zooals de Minister betoogde, , de werkloosheid wel niet op te heffen, maar in eenigszins beduidende mate te verminderen.
Aan deze toezegging verbond de Minister-President echter de voorwaarde, dat voor de uitvoering der werken, die uit de genoemde 60 millioen zullen worden bekostigd, een lager loonpeil zal kunnen gelden, dan het normale contractloon.
Deze voorwaarde lijkt ons alleszins billijk en gemotiveerd.
Komt de zaak op dit punt in orde, dan zullen enkele tienduizenden aan den arbeid kunnen komen.
De Regeering verricht hier uitnemend werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's