De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

GESMAAD, NIET BESCHAAMD.

7 minuten leestijd

Ik geef mijnen rug dengenen, die mij slaan, en mijn wangen dengenen, die mij het haar uitplukken; mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel : Want de Heere Heere helpt mij ; daar-'om word Ik niet te schande ; daarom heb Ik mijn aangezicht gesteld als eenen keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden. Jes. 50 : 6 en 7.

Het was al eeuwen te voren geprofeteerd van den Knecht des Heeren, in Wien de waarborg voor Israels heil gegeven werd, dat Hij allerlei smaad zou hebben te dragen en nochtans niet te schande zou worden.
Smaad en schande zijn niet hetzelfde. Beide woorden duiden op oneer. Maar smaad is de oneer, die iemand door anderen wordt aangedaan. Schande is de oneer, die hij heeft verdiend.
Wie een rechte zaak voorstaat, kan wel gesmaad worden, maar behoeft zich daarom nog niet te schamen. Er kan wel schande over hem geroepen worden. Maar daarmede wordt hij nog niet te schande.
Te schande wordt hij, die, hoe ook aanvankelijk gehuldigd en met eere overladen, in het eind openbaar wordt in zijn kortzichtige dwaasheid of zelfs boos bedoelen.
Maar bij den Knecht des Heeren gaat de tegenstelling tusschen smaad en schande toch dieper.
Want Hij staat maar niet een rechte zaak voor. Hij staat als de Knecht des Heeren voor de zaak van Zijn God. Daarom heeft Hij tegen zich allen, die Zijn God tegenstaan. Terwijl degenen, die den Heere vreezen, naar Zijn stem hooren.
De minachting van het onwedergeboren hart voor den God der Openbaring, voor den God van het Woord, voor den Heere als Israels God, keert zich tegen Hem, die als mensch onder de menschen, de zaak des Heeren vertegenwoordigt.
Aan God zelf kunnen zij niet raken. Maar wel aan wat God van Zichzelf in deze wereld heeft gegeven : Zijn woord. Zijn naam. En zoo ook aan Zijn Knecht. Aan al des Heeren knechten, aan al Zijn volk. Maar toch vooral aan dien Eenen, die zuiver, zonder zonde en zonder feil, de zaak des Heeren in deze wereld bestelt: den Christus Gods.
Toen de vijanden in den hof van Gethsemané Jezus gebonden hadden, en Hem daarmede in hun macht hadden gekregen, hebben zij voor alles en bij alles hun moedwil jegens Hem gekoeld door Hem aan te doen, wat ons Avondmaalsformulier noemt: ontelbare smaadheden.
Smaadheid was het al, dat zij Hem gebonden hebben weggevoerd, als ware Hij een moordenaar. Smaadheid, dat zij zonder verwijl het hoogste gerecht in het holst van den nacht bijeenriepen om op staanden voet vonnis te vellen.
Maar het diepst hebben zij Hem gesmaad, toen zij — zonder er bij na te denken — aan Hem vervulden de profetie van Jesaja 50, waarin Hij zelf vooruit getuigde van den smaad, dien Hij op zich genomen had: Ik geef mijnen rug dengenen, die mij slaan en mijne wangen dengenen, die mij het haar uitplukken ; mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.
Het is bijna ongeloofelijk, wat ze tegen Jezus hebben aangedurfd. Met Hem in het aangezicht te slaan, met Hem te duwen en te stompen, met Hem in het aangezicht te spuwen. Met hun krenkende spottaal. Met hun hoonende bejegening. Van het eerste oogenblik af, toen in de zaal van den hoogepriester een dienstknecht Hem op de wang sloeg, tot in Zijn sterven aan het kruis met het tergende : Houd op, laat ons zien of Elias komt cm Hem te verlossen.
En dat heeft niet alleen het mindere volk gedaan, maar dat is eerst recht losgebroken, toen in het Sanhedrin het doodvonnis over Jezus was ingeroepen van alle zijden. Toen zijn zij op Jezus aangevallen al de hooggeleerde en hoogeerwaarde .en hooggestrenge heeren van Israels hoogste regeer-en rechtscollege, om Hem te smaden op de laaghartigste manier.
Ge zoudt het nauwelijks gelooven, als het niet in het onfeilbaar Woord van God geschreven stond. En — als niet de geschiedenis van alle tijden, ook van uw eigen tijd, gedurig weer hetzelfde te zien gaf. Als; het tegen Gods waarheid, tegen Zijn zaak, tegen Zijn volk en Kerk gaat, dan gaat de vijandschap alle perken van betamelijkheid te buiten.
Dan zijn de netste menschen het grofst en het felst in het smaden.
Maar tegen Christus moest die vijandschap zich wel het felst uiten, ook in het smaden. Hij is niet maar een mensch, die het voor den Heere opneemt, m.aar Hij is Gods Zoon, geheel en al. Daarom is op Zijn lippen ten volle waarheid het woord : de smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen,
Wij geven nu eens door ontrouw te veel toe ; en door, die toegeeflijkheid ontwijken wij dan den smaad der wereld. Dan weer geven wij zelven haar en haar kinderen reden om ons te smaden. Maar bij Jezus was zoowel het een als het ander onmogelijk. Tegenover Hem is 't zuiver en alleen de vijandschap tegen God van het onwedergeboren hart. En die vijandschap in haar volheid.
Maar daarom ontdekt de wereld in haar smaden van den Gezalfde Gods slechts haar eigen schande. De schande van haar boosheid, haar onwetendheid, haar ongerechtigheid.
In die smaadheid - is Jezus ondergegaan. Maar Hij is niet te schande geworden en niet beschaamd. Want die smaadheden heeft Hij gedragen, zooals Jesaja 50 het tevoren reeds uitsprak, als een deel van Zijn gehoorzaamheid aan den Vader. „De Heere Heere heeft mij het oor geopend, en Ik ben niét wederspanning; Ik wijk niet achterwaarts", zoo gaat er vooraf. En daarom volgt er: „Ik geef mijnen rug dengenen, die Mij slaan". Hij doet het alles gewillig. Hij heeft het alles gewillig gedragen. En dat waarom ? Niet omdat tegenstand vruchteloos zou zijn geweest. Maar ook dit behoorde tot Zijn taak als Middelaar om de zonden te verzoenen.
Daarom moet ge de betuiging: Ik word niet te schande, en : Ik weet; dat Ik niet beschaamd zal worden, — ook aldus verstaan. Hierin is de Borg niet beschaamd, dat Hij het doel van Zijn bitter lijden heeft bereikt, om de Zijnen te verlossen.
En dat is Zijn eere, dat Hij uit het lijden van die smaadheden heeft weggedragen. Zijn Verlosserseere. Zeker, die smaadheden waren onverdiend. Maar gij mist toch het Evangelie, als ge hier niets meer ziet, dan wat die menschen Jezus zoo onverdiend aandeden. Jezus onderging ook in dit Zijn lijden het goddelijk strafgericht over de zonden der Zijnen. En zoo waren die smaadheden wel verdiend, ' door hun zonden. Buiten Jezus rest u in het eind voor Gods gericht niet anders dan de schande en de beschaamdheid over uw zonden. En als ge aan het einde der dagen uit uw graf wederkomt, versmaadheden en eeuwige afgrijzing.
Maar daarom heeft Jezus al die smaadheden gedragen, opdat de Zijnen nimmermeer te schande zouden worden, opdat zij, daar zij in zichzelf beschouwd door God niet konden worden aangezien en eeuwig versmading zouden dragen, als zij naar recht werden behandeld, in Hem zouden hebben een Godslam, dat de zonde en daarmede ook de versmaadheid Gods zou wegnemen. En daarom verblijden zich alle kinderen Gods in Hem., die hen vrijwillig liefhad om een verloren volk van zondaren onbevlekt den Vader voor te stellen. En daarom prijizen zij de ondoorgrondelijke liefde van Hem, die, schoon Hij rijk was, arm werd, opdat zij door Zijn armoede zouden rijk worden.
Schaamt u dan dit Evangelie van Christus niet. En als de wereld er u om smaadt, draagt die smaadheid van Christus dan gewillig. Weest een eere voor uw Heiland. Wacht u, dat gij geen smaadheid over Zijn naam en zaak .brengt.
En verwacht dan eere niet in deze wereld, maar met uwen Heere in de toekomende wereld, die Hij voor u verwierf.
Zetten, R. Steenbeek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's