FINANCIËN
Onze tijd kenmerkt zich door een alleszins critischen geest.
Hoe dit komt, is niet moeilijk aan te geven. Was voorheen het leven vrij gemakkelijk, hierin is een verandering gekomen niet klein. De geweldige inkomsten hebben plaats gemaakt voor wat men noemt „malaise". En dan ziet ge dit geregeld gebeuren, dat de een de schuld werpt op den ander. Voor een gemeenschappelijk aandeel aan wat kwam sluit niet zelden zich het oog. Werd dit niet gedaan, maar werden juist beide oogen geopend, zoo zou niet zoo hoog van den toren worden geblazen, als nu telkens gebeurt.
Van meer werkelijkheidszin zou dan ook zeer zeker getuigen, dat men in stilte de knieën boog en den Heere vroeg om onderricht te ontvangen van Hem, Die alles weet en in Zijn hand heeft de draden van Heel hét wereldgebeuren. Dan zou dit resultaat niet uitblijven, dat de vraag rees : wat kan door ons tezamen worden gedaan om de moeilijkheden te overwinnen, en alzoo een beter geheel te verkrijgen.
Wanneer op het erf van het publieke leven gezien wordt, wat wij zooeven opmerkten, dat moeilijkheden de oorzaak werden voor nog grooter moeilijkheden, zoo kan zulks hier niet de minste verwondering wekken. Immers hier ontbreekt maar al te zeer de geest, welke uit één bron wordt gevoed. Doch waar dit niet mag worden gevonden, Is die der broeders uit één gezin.
Als hier critiek wordt geoefend, wordt eerst de kamerdeur dicht gedaan. Voor ooren van vreemden is het niet bestemd. Zelfs onze naaste gebuur behoeft het niet te weten.
Critiek is onontbeerlijk. Daarvoor biedt het leven op deze zondige wereld te veel wat afwijkt, doch een nietssparende critiek in het openbaar kan niet worden toegelaten. Zij werkt niet alleen verwarrend, maar is in de uitkomst zóó, dat men zich zelf de vraag moet stellen : „wat heb ik eigenlijk gedaan ? "
Wie tot den vijand wordt gerekend, verblijdt zich in dit resultaat.
Dit mag nooit.
Ik zeg dit met het oog op onzen arbeid. In den laatsten tijd zijn daaromtrent voorstellingen gegeven zoo averechtsch, en zoo bezijden de werkelijkheid, dat daaromtrent een krachtig verweer noode kan uitblijven. Ik zou dit gaarne geven, doch in het publiek niet. Dit alleen wil ik opmerken, voor onzen arbeid is veel gebeds opgegaan en nog wordt in stilte de bijstand des hemels ingeroepen. De nood op alle terrein, inzonderheid op kerkelijk gebied is groot. En waar het getuigenis Gods in dezen niet onduidelijk spreekt: „predik het Woord", zullen wij niet nalaten, hierin te doen wat onze hand vindt om te doen. Ja, gehoorzaam aan datzelfde Woord, zulks doen met alle macht.
Wij blijven vragen : helpt ons om onzen arbeid te doen in het midden van en ten bate van de Kerk, die ons lief is. Dat het Woord zijn loop hebbe en predikers worden gevormd, die het den Apostel mogen nazeggen : „ik wensch niet anders te weten dan Christus Jezus en Dien gekruist".
Thans ons staatje voor deze week. 1. Uit Lage-Zwaluwe zond de Kerkeraad me een enkele nagift op de gehouden collecte voor de fondsen ƒ 3.—
2. Door ds. Pott te Kralingen kreeg ik me toegezonden van v. W. voor den Gereformeerden Bond ƒ 3.—
3. De Uitgever van ons Blad zond me van N. N. te H. voor het Studiefonds ƒ 1.— 4. Het busje van mej. Qualm te Hazerswoude gaf nu als opbrengst van het afgeloopen kwartaal niet minder dan ƒ 26.82
Ik hoorde dat haar busje haast is versleten, 'k Hoop haar spoedig een nieuwe toe te zenden, en voeg daarbij, met een „vriendelijk dank" voor wat zij voor onze fondsen in den loop der jaren heeft gedaan, den wensch, dat zij met het busje op dezelfde wijze mag werken, tot zegen van den arbeid door ons verricht, Godes Naam tot prijs.
5. Door ds. Heijer van Vlaardirigen kreeg ik een deel van een gift, aldaar gecollecteerd voor den Gereformeerden Bond ƒ 10.—
6. Door ds. Luteijn te Onstwedde kreeg ik eveneens een deel van een gift, bij hem ingekomen voor den Gereformeerden Bond ƒ 5.—
7. Uit den collectezak van Reeuwijk zond de Kerkeraad me eveneens ƒ 5.—
8. Door ds. Bout te Genemuiden kreeg ik ook een gift me toegezonden van N. N., uit dankbaarheid ƒ 10.—
9. Ds. van Ginkel te Gouda kreeg in zijn brievenbus ƒ10.— en van N. N. ƒ2.50, tezamen ƒ 12.50
10. Uit eigen gemeente kreeg ik van N. N. de maandelijksche gift van ƒ 2.50 ; van een andere N. N. ƒ 5.— voor de beide fondsen en ƒ 2.50 voor de Paaschcollecte, met ƒ5.—, te verdeelen tusschen den G. Z. B. en de 2-cents-vereeniging in mijn eigen wijk, samen ƒ 15.— 'k Hoop de giften voor de beide laatstgenoemde corporaties af te dragen.
De gift voor de Paaschcollecte is de eerste, welke voor dit doel inkwam. Dat deze gevolgd mag worden door nog meerdere, daaraan twijfel ik niet het minste. De bede, waarmede deze gepaard ging, is ons daarvoor borg.
11. Van N. N., eveneens uit eigen gemeente, kreeg ik voor onzen vriend in Amerika, om zijn abonnement te betalen ƒ 6.60 Dit deed me ook goed. Hij zelf zal, dit lezende, ook verblijd zijn met dit blijk van medeleven.
12. Te Weesp werd voor onze fondsen een collecte gehouden, waarbij voorging ds. de Geus, van de Bilt. Zij bracht op ƒ33.72 Ook hiervoor mijn hartelijken dank. 13. Een medelevende vriend uit H. zond me een pakje, 't Was niet groot. Nieuwsgierig als een kind, sneed ik de touwtjes door, gissende en radende naar den inhoud. Wat zal het zijn ? zoo dacht ik. Nu, ge raadt het niet licht. Er zaten twee zakjes in met oude guldens, ten getale van vijf en dertig. 'k Heb ze dadelijk ingewisseld en kreeg er voor de volle som ƒ 35.—
Is dit niet prachtig ?
Wanneer er nog meer verscholen zitten hier en daar, zoo weet ge het adres : Frans Halsstraat 18, Utrecht.
Dat er nog verscheidene verstoppertje spelen, bleek me, toen ik aan de Munt aanbelde.
Die mij voorging had er maar even 500 bij zich Dus zie ik uit naar nog meerdere zendingen, 't Zou jammer zijn, dat men straks zou moeten hooren: „ge komt te laat".
Tezaamgeteld is dit
ƒ 166.64
Ik ben met dit resultaat meer dan tevreden. In deze laatste weken voor de komende Paaschdagen zijn de inkomsten gemeenlijk niet meer. Alleen wil ik deze vraag doen: „laat de Paaschcollecte vooral niet minder zijn dan vorige jaren." Onze zaak heeft aller steun noodig. 't Gebed vermenigvuldige zich in dezen tijd, instee van dat het inzinke. Dat de Kruisprediking ook daartoe worde gezegend
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.
EVANGELISATIE-COMMISSIE VANWEGE DEN GEREFORMEERDEN BOND.
Verantwoording: der Ontvangsten over Februari. Collecten :
Van den Kerkeraad der Ned. Herv. Gem. te Huizen ƒ 123.06
De helft van de collecte, gehouden bij een spreekbeurt van ds. Pott te Oud-Beijerland „ 60.50 Samen ƒ 183.56
Giften :
Door ds. A. Meijers te Utrecht een gift van mej. S. ƒ 1.—
Door ds. R. Bartlema te Zeist verschillende giften, ontvangen gedurende het 4e kwartaal 1933 : 1 Oct. gecollecteerd in de Nieuwe Kerk van N .N. f 2.50 ; 8 Oct. gift van N.N. f 0.50 ; 9 Oct. Deel van een gift van J. V. f 1.25 ; 10 Oct. Deel van een gift van V. f 5.—; 28 Oct. van een zuster der Gemeente f 2.50. Tezamen „ 11.75
Door ds. Van Dorp deel van dankoffer fam. B. „ 1.— Van N. N. te P. „ 2.50 Van fam. K. te O. deel van een gift „ 15.— Door ds. Pott te Rotterdam. Gift van N. V., „ 2.50 Van ds. C. van der Wal te Dirksland uit de catechisatiebus „ 7.50 Uit het Kerkeraadsfonds der Ned. Herv. Gemeente te Harderwijk „ 25.— Door ds. Timmer te Ermelo van de Jongelingsvereeniging „Bidt en Werkt" „ 6.75 Samen ƒ 73.— In het geheel alzoo ontvangen ƒ 256.56.
Toen de Heere Jezus eens tien melaatschen op éénmaal van hun gruwzame kwaal had verlost, en er slechts één terugkeerde, teneinde zijn goddelijken weldoener zijn dankbaarheid te toonen, ontglipte den Heere de verzuchting : „Waar zijn de overige negen ? " Ze hadden toch evenzeer de heerlijke weldaad der genezing ontvangen ?
„Waar zijn de overigen ? " kwam mij ook in de gedachte, terwijl ik mijn maandelijksche verantwoording in gereedheid bracht. De statistiek van de gemeenten der Ned. Hervormde Kerk wil mij doen gelooven, dat er meer dan 200 gemeenten in de Ned. Hervormde Kerk zijn, die Gereformeerd geacht kunnen worden, of dat er althans meer dan 200 predikantsplaatsen zijn, waarvoor men een Gereformeerd predikant begeert. En ik wil het ook wel gelooven, dat het zoo is. Doch wanneer ik mijn ontvangsten eens naspeur en de gemeenten, waaruit ik iets ontvang voor de Evangelisatie-Commissie, of de predikanten, die mij iets opzenden, optel, komt bijna de twijfel bij mij op en ik vraag mij vaak af: „Waar zijn dan de overigen ? " Mijn maandelijksch verslag brengt telkens wederkeerende namen van gemeenten en predikanten onder de oogen. Trouw zenden ze mij haar collecten of kleiner en grooter giften. Maar ach, tevergeefs zal men in mijn boeken naar den naam van onderscheiden belangrijke gemeenten zoeken. Wie leest hier tusschen de regels door zijn naam ?
Onder de oude bekenden had ik ditmaal ook mijn vorige gemeente. Huizen", die een aanzienlijk deel eener bijzondere collecte voor mijn kas bestemde. Als men weet welke aanzienlijke bedragen deze gemeente bijeenbrengt voor haar eigen huishouding en daarenboven voor allerlei doeleinden nog zooveel afzondert, dan wordt de waardeering en dankbaarheid des te grooter, en vanuit Onstwedde dank ik mijn vorige gemeente hartelijk voor haar milde gaven.
Ook de andere oude bekenden en getrouwe inzenders, die meer in mijn lijstje voorkomen, mijn oprechten dank. Zegene de Heere u allen en uwe gaven voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk, waarom wij toch ook voortdurend bidden, naar het bevel van onzen Heere Jezus Christus. Met hartelijken dank en nieuwe aanbeveling, de Penningmeester van de Ev.-Commissie,
Onstwedde,
Ds. A. LUTEIJN.
Maart 1934.
Giro 142400.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's