De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

DE ZWIJGENDE BORG.

7 minuten leestijd

Doch Jezus zweeg stil. 5 Mattheüs 26 vers 63.

Wat een droevig rechtsgeding, daar in de raadzaal van Kajafas, den Hoogepriester ! Het was den vijanden van Jezus, dank zij het verraad van Judas, gelukt om den Heere Jezus in den hof gevangen te nemen. Het was in alle stilte geschied, en terwijl in allerijl de raadsheeren van het Joodsche Sanhedrin uit alle stadskwartieren ter vergadering worden opgeroepen in die nachtelijke ure, vergenoegt Annas, de schoonvader van Kajafas, er zich in om den Heiland te ondervragen. Doch Jezus antwoordde hem niets.
Eindelijk zijn al de leden bij elkander. De vierschaar kan nu gespannen worden. Nu is het de ure van de macht der duisternis.
Ik zie hem daar in mijne gedachten staan, dien hoogepriester Kajafas, in vol ornaat, gereed om het Paaschlam te keuren. Dit staat bij de massa van de leden van den grooten raad reeds vast, dat Jezus sterven moet. We lezen dan ook, dat de overpriesters en de ouderlingen en de geheele Groote Raad valsche getuigen tegen Jezus zochten, opdat ze Hem mochten dooden, maar zij vonden niet.
Telkens worden er weer nieuwe getuigen voorgebracht, maar God heeft telkens weer in dat getuigenverhoor willen blazen. Het liep telkens weer uit op niets. Welk een nameloos geduld heeft de Zoon des menschen bij dit getuigenverhoor aan den dag gelegd.
Slechts één woord van Zijne almacht was in staat geweest om aan dit schandelijk gedoe onmiddellijk een einde te maken, maar neen. Hij heeft dit alles vrijwillig willen dragen.
Maar waar het nu eenmaal vast stond, dat Jezus ter dood gebracht moest worden, daar gevoelde men, dat men het bij de telkens mislukte pogingen niet wilde laten. Weer worden twee valsche getuigen opgezocht. Het geld dat stom is, praat recht wat krom is, zegt 't spreekwoord.
En hoe luidde dan nu de nieuwe beschuldiging ? Zij beweerden, dat Jezus had gezegd, dat Hij den tempel Gods kon afbreken en in drie dagen denzelve weer kon opbouwen.
Ja, dat was nu toch eens een beschuldiging, die niet te weerleggen viel! Was dat geen godslasterlijke taal tegen den heiligen tempel ?
Had Jezus inderdaad ooit deze woorden gebezigd ?
Immers neen ! Jezus had vroeger wel gezegd: „Breek dezen tempel af, en in drie dagen zal Ik hem oprichten". Maar dit had Hij niet gesproken van den tempel van Jeruzalem, maar dit zeide Hij van den tempel Zijns lichaams.
Dat woord was op het punt in vervulling te gaan, want zij waren immers bijeengekomen om Hem ter dood te brengen.
Ziet, daar staat Kajafas van zijn zetel op en stelt Hem voor de vraag : „Antwoordt gij niets, wat getuigen dezen tegen U ? "
Doch Jezus zweeg stil.
Kunt ge dat zwijgen van den Heiland verstaan ? Ge verwondert er u misschien over, dat de Heiland gezwegen heeft. Het is u misschien wel gegaan als den discipelen, die zich menigmaal aan Hem geërgerd hebben in de dagen van Zijn lijden en Zijn sterven.
Waarom heeft Hij de lippen niet geopend om dezen smadelijken laster te wederleggen, of nog liever, waarom heeft Hij den mond niet geopend om den Vader te bidden, dat de aarde zich opnieuw zoude scheuren, gelijk in de dagen van Korach, Dathan en Abiram, opdat al Zijne vijanden levend door de aarde zouden worden verslonden.
Maar neen, niets van dat alles! Hij was als het zwijgende lam, als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders.
Is het „waarom" u nog nimmer duidelijk geworden ? Hebt ge dan nog niet begrepen, dat het maar één woord zou gekost hebben en legioenen zouden Hem hebben bijgestaan om al Zijne vijanden te vernietigen.
Maar wat zou daarvan het gevolg zijn geweest ? Zeker zou Jezus overwinnaar zijn gebleven in dit schandelijk proces, maar voor den armen zondaar zou het bij God voor eeuwig verloren zijn geweest.
Ik denk aan een andere vierschaar. De mensch alléén voor God ! Het geweten door den Heiligen Geest geopend ! De zonden, die al lang waren bijgezet in het graf der vergetelheid, waaruit nooit geen gedenken meer zou opkomen, doemen weer op voor het zielsoog bij het ontdekkend genadelicht Gods !
Zonden, met gedachten en met woorden en met werken bedreven !
Zonden der jonkheid en zonden van den middelbaren leeftijd en zonden des ouderdoms ! O, lezers, als God ons reeds hier beneden voor Zijne vierschaar trekt, wat zult ge Hem dan op al die duizend vragen kunnen antwoorden ?
Niet èèn woord.; dan zult ge moeten verstommen en het met den dichter moeten belijden :
Zoo Gij in het recht wilt treden O Heer, en gadeslaan Onz' ongerechtigheden.
onz' ongerechtigheden. Ach, wie zal dan bestaan ?
Dan zullen we op duizend vragen niet één enkel antwoord kunnen geven.
Lezers, indien ge dat verstaat door genade, dan zult ge er ook iets van verstaan, waarom de lijdende Borg heeft willen zwijgen, ja, heeft móéten zwijgen om de Redder en Zaligmaker van een arm zondaarsvolk te kunnen worden.
O gij, die over uw zonde klaagt en schreit, hoort het rijke evangelie, dat Hij het was, die daar in uwe plaats wilde staan en lijden. Die wilde zwijgen, opdat gij niet voor eeuwig in de ure van 't eindgericht zoudt moeten verstommen.
Dat zwijgen moet Kajafas stellig wel hebben benauwd !
O, dat zwijgen vol majesteit was voor dezen hoogepriester zoo pijnlijk!
Dat zwijgen getuigde tegen hem ! En toch gevoelde hij wel, dat op grond van deze enkele beschuldiging Jezus onmogelijk ter dood kon worden veroordeeld. Daarom zegt nu de bange hoogepriester : Ik bezweer u bij den levenden God, dat gij ons zegt, of gij zijt de Christus, de Zone Gods.
Jezus zeide tot hem : Gij hebt het gezegd. Jezus, bezworen zijnde bij den heiligen naam van Zijnen Vader, heeft nu niet langer willen zwijgen.
Verwondert het u niet, dat de Heiland nu het zwijgen verbreken wilde ? En toch, bij nader inzien wordt Zijn spreken nu even aanbiddelijk als het zwijgen te voren.
Zonder dat Kajafas er zich van bewust was, deed hij Jezus eigenlijk de vraag, of Hij de Borg en de Middelaar van een verloren volk wilde wezen. O, als de Heiland nu eens had gezwegen ! Dan was het voor eeuwig verloren geweest.
Maar hoor nu, hoe Hij op de vraag, of Hij de Borg wilde wezen, plechtig geantwoord heeft, opdat 't volk Gods van alle eeuwen, dat schreeuwt om genade, er het geklank des evangelies in zoude beluisteren.
Helaas, Kajafas begrijpt er niets van, en ook niet van de woorden, die de Heere er aan toevoegde : Doch ik zeg ulieden : van nu aan zult gij zien den Zoon des menschen, zittende ter rechterhand der kracht Gods en komende op de wolken des hemels.
Kajafas is verontwaardigd. Hij scheurt zijn kleed van voorgewende ontzetting. Ach, had hij berouwvol gezwegen en ware zijn hart verscheurd !
„Hij heeft God gelasterd, wat hebben we nog getuigen van noode. Zie, nu hebt gij Zijne godslastering gehoord", zoo roept hij uit.
Het Paaschlam is nu gekeurd ! Uit bijna alle monden wordt nu het geroep gehoord: Hij is des doods schuldig.
O, lezers en lezeressen, hebt gij al op Jezus als op uw lijdenden Borg leer en zien ? O, weet dit, zoo wij den Heere niet aan deze zijde van het graf leeren ontmoeten, dan zullen we Hem voor het eerst aan gene zijde des grafs aanschouwen, maar dan om voor eeuwig te verstommen.
Nu zwijgt Hij nog, ondanks hemeltergende zonden. Wie weet, hoe kort het maar meer duurt en Hij roept u op om voor eeuwig te worden gevonnist. Het is nog het heden der genade om te vluchten tot Hem, die nog in liefde wil zwijgen, opdat gij niet voor eeuwig zoudt verstommen, maar die ook nu nog aan verlorenen de boodschap wil laten brengen, dat er bij Hem redding is voor den grootste der zondaren.
Ermelo.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's