De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Toen is Gretske bij andere menschen gekomen, die zich om de kerk niet bekommerden. Die er ternauwernood rekening mee hielden of het een dag in de week of Zondag was. 't Was werken, altijd door ; 's morgens vroeg en 's avonds laat. Ternauwernood werd een ander kleedingstuk aan getrokken, waardoor men er dan eenigszins anders dan gewoonlijk uitzag, en er nog eenigen eerbied voor den Dag des Heeren bleek te zijn. En van het dienstpersoneel werd dit allerminst verwacht. Ook de Armvoogdij had er zich nooit om bekreund dat Gretske naar geen kerk gezonden werd. Men was veel te blij, van haar af te zijn, en dat zij haar eigen kost en kleeren verdienen kon. En de voogden, die zij hebben moest, maar nooit door een Kantongerecht benoemd waren — waartoe zou het ook, er was immers toch niets te halen —, konden dus óók geen toezicht op hare geestelijke vorming houden.
Eenmaal had zij een dienst gehad bij menschen die godsdienstig waren en tot de „kleine kerk" behoorden. Goedaardig volk, waar 's Zondags in het geheel niet gewerkt werd en men uit den Bijbel las en hardop bad, maar waar voor de rest Schraalhans keukenmeester was. Omdat het er niet aanzat. En men eigenlijk geen dienstbode houden kon, maar wel moest wegens de zwakte der vrouw en de vele kinderen.
„Of Gretske dan nooit naar de kerk ging" - had de vrouw haar eens gevraagd, en na lang praten had men het zóóver weten te krijgen, dat zij met de familie voor een enkelen keer mee ging en zelfs op de catechisatie kwam.
Maar toen is het eens gebeurd, dat zij een vraag moest óp zeggen, een heel lastige, waar zij heel lang over had zitten leeren en waarvan zij nog niets begreep. Dagen lang zag zij op tegen dat uur, waarin van haar gevraagd zou worden wat zij weten moest, alsof het leven er aan hing. Eindelijk kwam het. 't Zweet was haar van alle kanten uitgebroken, en toen zij den mond open deed om het te zeggen, kwam er niets. Anders niet dan eenige onsamenhangende klanken. Het zat er wel in, maar 't wilde er niet uit.
Doch dit uur was beslissend voor heel het verdere leven. Want terwijl Gretske daar zoo zat te hakkelen met een hoofd als vuur, klonk achter haar het ternauwernood onderdrukt gelach der andere leerlingen, en — wat nog erger was — toen had de dominé zélf heel eventjes geglimlacht. Niet omdat hij den spot met haar dreef, maar omdat zij zulke vreemde gezichten trok en zoo verbouwereerd was.
Maar toen was het, alsof er van binnen in haar iets brak. Zij hoorde en zag niets meer. Niet eerder, dan toen zij weer buiten het dorp op den eenzamen weg was naar huis, waar geen mensch naar haar keek, en toen is zij heel aan den waterkant onder een ouden wilg gaan zitten om uit te schreien, 't Was opnieuw het harde leven, dat op haar aankwam — ach, waarom moest zij toch zoo geheel anders zijn dan andere meisjes, die volop van alles genoten, terwijl zij van allen en alles verstoken was ?
En toen heeft Gretske haar besluit genomen, waar zij al de jaren die over haar hoofd gingen nooit van afgeweken is, om namelijk nimmer weer een kerk te betreden. Niet uit haat tegen de menschen, o neen, maar omdat zij zélf er niet hoorde. Omdat zij een geteekende was, en vroeger uitbesteed werd, en niets in de melk te brokkelen had en elk had te dienen, en omdat zij daarbij ook nog stotterde.
Zoo een kon toch immers nooit iets zéggen, laat staan van iets dóen, zooals dat toch behoorde van menschen die naar een kerk gingen en zich bij haar aansloten.
Daar zijn zelfs in die dagen oogenblikken in haar leven geweest, in welke Gretske er aan getwijfeld heeft, of er wel een God was die Zich met haar bemoeien wilde. Hare ouders leerden het haar wel, maar anders ?
Er waren toch ook heel wat menschen die niet aan Hem geloofden. En die gingen spotten en vloeken en lasteren en heel veel andere dingen deden, welke die God dan toch zeker niet hebben wou. Als Hij er was, waarom gebeurde dat dan, en waarom liet Hij dat dan alles zoo toe ? En waarom gebeurden er dan zooveel andere vreeselijke dingen, en waarom dan zooveel leed en ellende! Waarom was Gretske, dan Gretske ! Van kindsbeen af verweesd en verlaten en verschoven. Omdat zij arm was en leelijk en stotterde ! Waarom, ach waarom ?
Zie, zoo heeft het ook in haar hart gestormd en niemand die haar antwoord gaf. Ook al, omdat zij niemand zeggen durfde wat daar binnen in haar omging. De menschen zouden haar immers maar uitlachen, of zij zouden zeggen wat zij zich al niet verbeeldde, en of zij dan dacht dat die groote God, als Hij er was, Zich met haar bemoeien zou. Extra met haar. Alsof Hij niets anders te doen zou hebben dan voor Gretske te zorgen ! De groote menschen keken niet eens naar haar om, hoe zou God het dan doen !
Zóó heeft zij wel eens overlegd, vooral sinds dat uur van die catechisatie, maar zoo kwam het nu, dat men haar nooit meer spreken moest van de kerk.
Intusschen klommen de jaren en vermeerderde de ervaring. Gelijk bij alle menschen, wijzigden zich óók bij Gretske de denkbeelden ten opzichte van vele dingen. Zij was het niet alléén die leed. Daar was ook zooveel vergulde ellende, waar dit niet verwacht werd. Elk huis had zijn kruis en elk hart droeg zijn smart, en 't was aan den buitenkant vaak niet te zien, wat van binnen werd geleden.
Daar waren toch ook wel eens wonderlijke verrassingen in haar leven gekomen. Die haar blijdschap hadden gebracht en waarin zij de besturende hand Gods had opgemerkt. En die haar leerden tevreden te zijn met haar lot, en stil maakten. O, zoo stil. En die opnieuw de handen leerden vouwen tot het gebed.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's