RONDOM DE LEESTAFEL
DE TEN BRUGGECATE's, door Frouck van der Hooning. Uitgave : Bosch en Keuning, Baarn.
De fam. ten Bruggecate woont op villa „Zonneschijn". En daar is veel „zonnigs", hoewel de donkerheid en de duisternis, de smart en de angst ook niet ontbreekt. Vader met z'n beide dochters — tweelingen — leeft het huiselijk familieleven met blijdschap, hoewel moeder aan de twee meisjes. Joke en Joop, reeds vroeg door den dood was ontrukt en de weduwnaar alleen de verzorging kreeg van de twee kinderen, die toen pas drie jaar oud waren. Veel wederwaardigheden. Waarbij alles goed gaat, totdat een derde meisje op 't tooneel verschijnt, dat een ondeugend, jaloersch kind is en veel bederft. Vooral Joke's leven wordt door de intriges van Beppie bedorven. En 't schijnt, dat alles ellendig zal afloopen, als Joke ernstig ziek wordt, maar gelukkig brengt de tijd van angst en droefheid voor Beppie zegening, waardoor zij er toe komt haar schuld te belijden.
Een echt meisjesboek met allerlei ingewikkelde situaties, dat wel graag gelezen zal worden. De uitgave is keurig verzorgd.
DE HELD ISRAELS. Tafereelen uit het leven van David, door ds. R. E. van Arkel, te Utrecht. Uitgave : H. A. van Bottenburg, Amsterdam.
Het leven van David wordt ons hier beschreven, maar dan in tafereelen en op een zeer bijzondere manier, zooals ds. Van Arkel dat kan. Keurig wordt de geschiedenis ons verteld, maar dan zóó — zonder gewaagde speculaties — dat de geestelijke diepgang altijd gevoeld wordt. Daarom is dit boek ons dubbel welkom. Want Davids geschiedenis zóó te kunnen lezen, kan tot rijken zegen zijn voor de jongeren, maar vele ouderen zullen ook met graagte dit boek ter hand nemen. De Uitgever zorgde voor 'n prachtuitgave en dat voor waarlijk geen buitensporigen prijs.
KORTE CHRISTELIJKE ENCYCLOPAEDIE.
Wij vernemen, dat er bij den uitgever J. H. Kok te Kampen op de pers ligt, een Korte Christelijke Encyclopaedie welke bewerkt zal worden onder hoofdredactie van prof. dr. F. W. Grosheide. Het werk zal ongeveer 10.000 artikelen bevatten over alle onderwerpen op het terrein van Godsdienst-Bijbel-Kerk en wat hiermede samenhangt op wijsgeerig, zielkundig, opvoedkundig, letterkundig, sociaal, economisch, politiek, juridisch, kunst-, filanthropisch en ander gebied.
Het werk zal up-to-date zijn, want alle onderwerpen van den jongsten tijd worden erin behandeld. De bewerking is van dien aard, dat elk onderwerp goed tot zijn recht zal komen. Voor onnoodige uitvoerigheid behoeft men niet bevreesd te zijn. De behandeling der stof is kort en zakelijk. En todh zoo, dat in kort bestek een massa gegevens worden geboden en elk artikel volkomen oriënteert inzake het betreffende onderwerp. Trouwens, de naam van den Hoofdredacteur waarborgt dit.
Ook aan de illustreering wordt alle zorg besteed. Een groot aantal nieuwe tekstillustraties en buitentekstplaten zullen het boek verrijken.
Deze Korte Christelijke Encyclopaedie, die een omvang zal hebben van ongeveer 650 blazijden bedrukt over twee kolommen, dus in 't geheel 1300 kolommen druks zal omvatten, in groot royaal formaat op stevig papier gedrukt, zal gebonden niet meer dan slechts ƒ 5.- kosten.
Het wordt dus een werk, dat voor iedereen bereikbaar is. Het is een Encyclopaedie, waaraan iedereen heel veel zal hebben; een naslawerk, dat men daarom altijd bij de hand moet hebben. Dit werk wordt uitgegeven onder de leuze : In elk Christelijk gezin naast den huisbijbel ook de Korte Christelijke Encyclopaedie.
HET SCHOUWVENSTER, Chr. Weekillustratie. Uitgave : H. A. van Bottenburg, Amsterdam.
Met vele, keurige, prachtige illustraties en foto's komt het „Schouwvenster" week aan week, altijd precies op tijd, onze woning binnen. En niet alleen door de illustraties, maar ook door de goed verzorgde tekst munt dit tijdschrift uit. De nieuwste dingen krijgt men altijd. Zoo b.v. nu : de begrafenis van Koning Albert, de eedsaflegging van Koning Leopold, de tocht van Prins Boudewijn met z'n moeder Koningin Astrid, het bezoek van den jongsten zoon van den Engelschen Koning, Prins George, aan Kaapstad, het nieuwe gedeelte van het Rokin te Amsterdam, dat pas gedempt is, de Keizer van Mandsjoekwo enz. enz. festiviteiten van Meisjes-of Jongelingsvereenigingen. Zondagsscholen enz., worden ons altijd buitengewoon duidelijk gephotografeerd voorgelegd. En ook merkwaardige gebouwen uit binnen-en buitenland, bijv. Pagode van een Noordchineeschen tempel enz. Het Schouwvenster verdient een eereplaatsje in onze huiskamer ! Hier kan oud en jong genieten !
DE JONGE VROUW, uitgave van Bosch en Keuning te Baarn
komt met de frischheid van het Voorjaar tot ons. Zoo wordt ons o.a. verteld in deze Maart-aflevering hoe het voorjaar op de Veluwe langzaam ontwaakt, dadelijk na den donkeren midwintertijd. Verder vertelt Joh. Vis van 't voorjaarswerk in de tuinen, en hoe men met weinig kosten zelf zijn tuin kan veranderen.
We vinden weer een interview van Mary Pos, ditmaal met de beide gravinnen van Limburg Stirum, over een nieuwe opleidingsschool voor Zendingszusters.
Ben Paaschschets van Roelien Stanger trekt ditmaal wel zeer de aandacht. De schildering van den blinden jongen, die weet, dat zijn blindheid niet kan worden genezen, voordat God hem heeft genezen van de blindheid van zijn ziel. Een teedere, innige sfeer hangt er om dit simpel verhaal, de zalige, verrukte kreet van een verloste ziel klinkt er soms in door
Ook de andere artikelen, over folklore, over muziek, over opvoeding, over huishoudelijke dingen, staan als altijd op een hoog peil en zijn als doorademd van de geuren van het naderende voorjaar!
HET REORGANISATIE-RAPPORT VAN „KERKOPBOUW" BEOORDEELD door het Hoofdbestuur van het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel. Uitgave : H. Veenman ep Zn. Wageningen. 1934.
Indertijd heeft een Commissie, door de Synode zelve benoemd (en daardoor dus een min of meer „officieel" karakter dragend) een Reorganisatie-Ontwerp ingediend, maar vooral de moderne leden van de Synode (die een onevenredig groote plaats innemen in het hoogste kerkelijke college, waarbij ook nog komt de bespottelijke vertegenwoordiging der pietluttige Waalsche Kerken door twee leden) hebben er voor gezorgd, dat het Ontwerp zelfs niet eens aan de Kerk is voorgelegd, 't Moest dadelijk naar de prullenmand. Zoo doen helden, die niets anders dan lafaards zijn! Of nu het Reorganisatie-Ontwerp van 1929 te vergeefs is geweest ? Wij gelooven er niets van. De zaak is aan de orde en blijft aan de orde. En het Reorganisatieontwerp van 1929 is een stap in de goede richting geweest; het is van blijvende waarde. En wel om tweeërlei oorzaak : aan de orde is gesteld een doorbraak van de Synodale besturenorganisatie, om te komen tot een Presbyteriale Kerkinrichting met een belijdenis, die, in een zoodanig gereorganiseerde Kerk, moet worden beleefd en beleden en moet worden gehandhaafd. Belijdenis en Kerkorde dus.
Velen wilden van een presbyteriale Kerkinrichting (waarbij de opzieners of presbyters de plaatselijke gemeente besturen en de kerkelijke vergaderingen in eere zijn — staande tegenover episcopale Kerkinrichting, waarbij de episcopus of bisschop 't hoogste woord heeft) niet weten. En sterker nog was de tegenstand tegen leertucht als zoodanig. Maar ziet, nu is er een nieuwe vereeniging gesticht, „Kerkopbouw", en daar hebben nu blijkbaar de twee gedachten : 1. presbyteriale Kerkinrichting en 2. wenschelijkheid en noodzakelijkheid van leertucht gezegevierd en zoo is een Reorganisatie-Ontwerp verschenen, waarin die beginselen zijn verwerkt. Zoo zou men kunnen denken, dat het Ontwerp van „Kerkherstel" en van „Kerkopbouw" zoo ongeveer „tweelingen" zijn, maar in de beoordeeling van „Kerkherstel", welke in deze brochure nu tot ons komt, staat zeer terecht op blz. 13 : „tweelingen zijn echter niet identiek". Onderling kunnen ze sterke afwijkingen vertoonen ! Dit geldt van de verhouding Kerkopbouw-Kerkherstel.
De brochure van Kerkherstel, ons ter recensie toegezonden, begint met een zakelijke uiteenzetting van het Ontwerp-Kerkopbouw, waardeert wat er te waardeeren valt (blz. 3—14) vooral de hoofdgedachten : 1 de presbyteriale vorm van Kerkinrichting en 2 de noodzakelijkheid van leertucht in een belijdende Kerk (blz. 10) maar geeft dan ook een wel omschreven critiek (blz. 14—32) rakende : de belijdenis, de huisgemeenten, de Moderator of opperste toeziende voogd enz.
Wat de belijdenis betreft wordt o.a. geschreven : , nog meer geldt ons bezwaar het feit, dat hier de schijn wordt gewekt, alsof de Belijdenis der Kerk nieuw wordt geformuleerd nog vóór daartoe, door een voorafgaande Reorganisatie der Kerk, voldoende openheid is verkregen". En verder : „ in aansluiting aan de historische belijdenis der Kerk. Hier stapelen de vragen zich op. Waarom is de formuleering : in aansluiting met, en niet: in overeenstemming met gekozen ? Men kan op heel wat manieren „bij iets aansluiten. De beruchte „geest en hoofdzaak"-kwestie heeft ons dat nu toch wel voldoende duidelijk geleerd. Wij zien in deze vage formuleering dan ook een nieuwe bron van misverstand, verwarring en strijd." Gesproken wordt vervolgens van de historische belijdenis der Kerk. Van welk de Kerk ? „In het voorafgaande wordt zoowel gesproken van de N. H. Kerk als van de Eene Algem.eene Christelijke Kerk. Is hier nu gedoeld op de belijdenis der Ned. Herv. Kerk (dus op de drie Formulieren van eenigheid) of op de belijdenis der Algemeene Kerk (dus b.v. op de apostolische geloofsbelijdenis) ? Of is mogelijk gedoeld op beide tezamen ? Hieromtrent worden wij in het duister gelaten en ook de samenspreking met „Kerkopbouw" heeft daarover geen genoegzaam licht verspreid. En eindelijk het woord „historisch". De prediking van Gods Woord zal moeten aansluiten 'bij de „historische" belijdenis der Kerk. Beteekent dit alleen, dat er, nu ja, een belijdenis is, maar ze is een „historische" belijdenis, die in een grijs verleden werd opgesteld, maar die hoogstens een eerbiedwaardige antiquiteit genoemd kan worden ? Of wordt de historische belijdenis beschouwd als de belijdenis, die ook heden nog is en ook heden nog geldt en dat we moeten beginnen met van die belijdenis uit te gaan ? ".('blz. 16—17). „Met geen woord wordt in Art. 2 gesproken van „de handhaving der leer". Het is, alsof men maar het liefst zoo snel mogelijk wil overgaan tot ombouw der „historische" belijdenis. Terwijl wij ons toch alleen zullen kunnen vereenigen met een zoodanigen ombouw, door welke het wezen en het karakter der Belijdenis niet alleen niet wordt verkort, maar zelfs nog duidelijker aan het daglicht trede". „Op grond van dit alles pleit Kerkherstel voor schrapping van Art. 1 en 2 van dit nieuwe Ontwerp, althans in hun tegenwoordige formuleering."
Breed wordt dan verder gesproken over het instituut der huisgemeenten (blz. 18) „Het is deze nieuwe creatie van Kerkopbouw, die reeds het meest de pennen in beweging heeft gebracht en ten opzichte waarvan wij helaas moeten verklaren, dat zij in dezen vorm voor Kerkherstel onaanvaardbaar is." Met groote waardeering wordt gesproken over „de meesterlijke en geestelijke wijze" waarop beproefd wordt onder het instituut der huisgemeenten een christelijk, bijbelsch fundament te leggen. „Wij mogen niet voorbij gaan aan de bewogenheid over het lot van die schare, welke hieruit spreekt, en de hartstocht, waarmede men tracht een oplossing te vinden". Maar dan komt een breede, ernstige critiek met tot slot : „onaannemelijk". Ten eerste : De bijbelsche argumentatie voor „huisgemeenten" is „zacht gesproken : Vreemd", (blz. 20). In de tweede plaats : „Het instituut der huisgemeenten breekt de eenheid der plaatselijke gemeente" ; „scheiding wordt gemaakt tusschen den dienst des Woords en de bediening van het Sacrament" waarbij „de Classicale Commissie zooveel mogelijk moet bevorderen, dat in de behoefte aan bediening der Sacramenten op regelmatige kerkelijke wijze voorzien wordt, zoodat ook de eenheid der gemeente in het Sacrament illusoir dreigt te worden". „De huisgemeente is defacto aan het toezicht van den Kerkeraad onttrokken. Zij wordt geïnstitueerd door de Prov. Synode, zij staat onder toezicht en tucht van de Classicale Commissie. Wat blijft er nog over voor den Kerkeraad" „De Prov. Synode en de Class. Commissie ad hoc nemen de eventueele verantwoordelijkheid op zich en de Kerkeraad kan een zuiver geweten houden. Niets dan een verschuiving der kwestie dus."
Zoo worden er vier zeer ernstige bezwaren genoemd : 1. De naam huisgemeente is hier misplaatst ; 2. de eenheid der gemeente wordt gebroken ; 3. de partijstrijd wordt aangewakkerd ; 4. leertucht wordt illusoir, waarbij dan als 5de bezwaar wordt genoemd : wat een zonde der Kerk is wordt reglementair vastgelegd.
Ernstig wordt ook bezwaar gemaakt tegen de redeneering, dat de Christusloochening in de Kerk bemanteld wordt met het mooie woord „aspiratie" (begeerte) „In dit verband", zoo lezen we blz. 24 van de brochure van Kerkherstel, „moet het woord „aspiratie" worden genoemd, dat in de toelichting van het Rapport zwaar weegt. Van de toekomstige huisgemeenten wordt verondersteld, dat zij „aspireeren" (d.i. begeeren) cultus-gemeente te worden. Deze op zichzelf schoone gedachte zal kunnen leiden — en zal dat in de werkelijkheid ook inderdaad veelal doen — tot bemanteling van de Christusloochening in onze Kerk. Wij zien het aankomen, dat de huisgemeente zal aspireeren om cultus-gemeente te worden. Echter in een niet bedoelden zin, n.l. dat ze zal pogen de cultus-gemeente uit haar positie te dringen, zelf cultus-gemeente te worden en de cultus-gemeente tot huisgemeente te degradeeren". „Heel de opzet van dit Ontwerp en nog veel sterker de geestelijke ondergrond, dien ds. Noordmans er onder legt, wijzen niet op iets tijdelijks, niet op een noodmaatregel, maar op iets blijvends, voortvloeiende uit „het gebrekkige, dat de Kerk in deze zondige wereld aankleeft".
Tenslotte wordt dan nog een woord van critiek gegeven ten opzichte van het voorgestelde instituut van den Provincialen Kerkvisitator en den Moderator (blz. 25) „Het wil ons toeschijnen, dat er op de schouders van zulk een visitator-moderator een heel zware last wordt gelegd. Niet alleen vanwege de teerheid van het werk, maar ook vanwege de uitgebreidheid van het werk". Dan wordt in heel vage bewoordingen gezegd, dat „hij het algemeen vertrouwen in belijdenis en wandel in onze Kerk moet hebben". Wat is dat ? „Juist op de meest principieele punten munt dit Ontwerp van Kerkopbouw niet uit door klaarheid van taal en helderheid van begrip." „Met alle geweld", dit wordt ook nog gezegd, „wil Kerkopbouw de Classicale Vergaderingen uitschakelen in de leertuchtprocedure en tegelijkertijd aan den visitator-moderator een zoo groot mogelijke macht geven". „Op beide punten moeten we ons protest doen hooren" (blz. 29). Wij zien „in het Ontwerp de neiging om in den visitator-moderator" (dat nooit een ouderling mag zijn, maar altijd een predikant of emeritus) „een nieuw ambt te creëeren, dat onafhankelijker is dan eenig ander ambt in de Kerk en boven alle andere verheven". Want het Ontwerp zegt: „er bestaan in de Kerk drie ambten: de predikant, de ouderling, de diaken. Daarnaast zal de Prov. Synode een Prov. Kerkvisitator en de Algemeene Synode een Moderator benoemen". „Is het nu een ambt of geen ambt ? " Allerlei kleine trekjes spreken van een „ambt" dat inderdaad onafhankelijker is en van meer beteekenis dan eenig ander ambt." (blz. 29). „Niet minder scherp protesteeren wij tegen het feit, dat de Classicale Vergaderingen vrijwel geheel worden uitgeschakeld. Dit is in het gansche Rapport het streven", (blz. 30). „Aan den wensch van Kerkherstel, om de Synode te doen bestaan uit afgevaardigden der Classes, is geen gehoor gegeven." „Dit klemt des te meer, waar ook Kerkopbouw een veel grootere Synode voorstelt dan wij thans bezitten. Hier kan slechts angst het motief zijn geweest, angst voor de Kerk in haar wettige vergaderingen. En wie leest hoe van vrijzinnigen kant het Ontwerp van Kerkopbouw wordt aangeprezen, omdat daardoor eventueel de machtspositie van de Vereeniging van Vrijzinnig-Hervormden in de Kerk ten deele althans gehandhaafd blijft, dien kan het niet anders dan bedroeven, dat dergelijke motieven de schaal hebben doen doorslaan naar dezen verkeerden kant". „Naast angst voor de Classicale Vergaderingen komt hier angst voor den ouderling".
De beoordeeling van Kerkherstel eindigt met deze woorden : „Het woord is nu aan de Kerk zelf. Hoe het woord der Kerk zijn zal, ligt nog in het duister. Maar het Hoofdbestuur van Kerkherstel zal zich ruimschoots beloond weten voor zijn arbeid, wanneer mede door zijn getuigenis de Kerk — als Kerk van Christus — zich zelf terug vindt en daarmede jegens den Koning der Kerk haar roeping getrouw wordt".
Wij bevelen deze brochure van Kerkherstel gaarne ter lezing aan. Het boekje (32 bladz.) is keurig uitgevoerd en kost ƒ 0.50.
10 Maart 1934 zal bij A. W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij, N.V. te Leiden de goedkoope uitgave verschijnen van : De Bijbel. Vertaling van prof. dr. H. Th. Obbink (Oude Testament) en prof. dr. A. M. Brouwer (Nieuwe Testament), beide deelen in één band gebonden, terwijl het Oude Testament en het Nieuwe Testament eveneens elk afzonderlijk in linnen en in leeren band verkrijgbaar worden gesteld.
Alle drie edities zijn dus tijdig verkrijgbaar om eventueel als „aannemingsgeschenk" te dienen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's