VAN DEN WOORDE GODS
UIT HET ONGESCHREVEN WOORD.
Genesis 5 : 29—32. En hij noemde zijnen naam Noach, zeggende : Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de Heere vervloekt heeft. En Lamech leefde, nadat hij Noach gewonnen had, vijf honderd vijf en negentig jaren ; en hij gewon, zonen en dochteren. Zoo waren al de dagen van Lamech zeven ihonderd zeven en zeventig jaren, en hij stierf. En Noach was vijf honderd jaren oud ; en Noach gewon Sem, Cham en Japhet.
2e Serie.
(Slot).
LXVI.
De ondergang der eerste wereld had dus eene geschiedenis. Al komen Gods oordeelen voor de wereld, die geene oogen heeft om te zien en geen hart om op te merken, ; als een dief in den nacht, toch hebben zij een wordingsverloop, dat zich vaak over eeuwen uitstrekt." Zoo was het met den Zondvloed, en zoo is het met de groote catastrophen, waarvan de historie verhaalt, zoo ook met den zondvloed van economische en sociale ellende, die in den vorm van oorlog en crisis over Europa is uitgegaan. Zij zijn alle gegroeid uit den wortel der wereldzonde, uit eene degeneratie der cultuur. Zij werden niet gemaakt door enkelen, maar zijn de vruchten van eene planting, opgeschoten uit verderfelijke levensbeginselen, die noodwendig tot den ondergang brengen. Daaruit blijkt dan ook, dat het niet onverschillig is welke geestelijke zaden worden uitgestrooid, dat ook hierin Gods Woord bevestigd wordt, dat uitgezaaide wind als oogst een storm geeft. Ook voor de regeeringen der wereld bestaat er dus wel degelijk eene roeping voor het volksleven te waken, zijne gezondheid te behartigen, zooals ons op grond van Gods Woord in Art. 36 onzer Confessie wordt geleerd. De ervaring heeft steeds geleerd, dat de verlating van Gods geboden en de verwerping Zijner inzettingen niet zonder gevolgen blijven. Dat zij wordt vergeten, is dan ook meestal te danken aan de ziekelijke mentaliteit, die er al vele jaren min of meer verborgen woekerde en die eindelijk zoover is voortgeschreden, dat zij het sociale bewustzijn heeft overvleugeld. De volken weten dan ten slotte niet meer vanwaar zij zijn uitgegaan en worden blind voor hun eigen verleden, zelfs als zij dit gaarne eeren en roemen.
Ook in de oude wereld is het alzoo gegaan. Het Kainitiesche materialisme gaf den toon aan. En daarnevens gistte in haar de zuurdeesem van Gods verbondsgenade. De gouden draad der verkiezing trok de Heere wel door in deze praehistorische samenleving, maar eene domineerende kracht oefende zij niet. Het was in die oude, eerste maatschappij, hoeveel eenvoudiger zij ook moge geweest zijn dan ons moderne leven, in beginsel toch niet anders dan heden. Ook nu gaan er door het leven der volkeren geestelijke stroomingen, opgekomen uit den natuurlijken bodem der verzondigde menschheid. Zij baarden wereldbeschouwingen, ongoddelijk van karakter.
Langzaam kwamen zij op uit den schoot der eeuwen, die achter ons liggen. Zij eindigden met het cultuurleven, zooals het geworden was onder den invloed van Christus' levenwekkende macht, te overvleugelen. En daarmede 'was het verval ingeluid. De Kerk van Christus werd ontkerkelijkt, haar bezielende invloed zonk in, want zij werd zelve overwoekerd, wereldgelijkvormig. Zij werd teruggedrongen van de markt des levens om ten laatste nog slechts een bestaan voort te zetten in die lagen van het maatschappelijk leven, die hoe belangrijk ook als; levensfactoren der maatschappij, toch niet bij machte zijn de leiding te beheerschen en een geestelijk stempel op de ontwikkeling te zetten. Zoo was in beginsel ook het verloop in de oude wereld.
Naast de Kaïnitiesche cultuurbeweging was er eene andere, die opkwam uit die groep, waarvan ons wordt meegedeeld, dat in Enos' dagen men begon den Naam des Heeren aan te roepen. Die eerste gemeente Gods heeft uit den aard der zaak beteekenis gehad voor het cultuurproces dier eeuwen. Het boek van Adams geslacht leert ons de geloofshelden kennen, die op den voorgrond traden in die geestelijke worsteling. En daaruit blijkt, dat er groote, krachtige mannen zijn opgestaan, vol des Heiligen Geestes, wier optreden, wier getuigenis een diepen indruk soms heeft gemaakt. Nooit zou de traditie zulk een bijzonder licht op een man als Henoch hebben laten vallen, indien hij niet een held Gods geweest was, van wien een geweldigen invloed uitging. Maar alle deze mannen, wier namen ons bewaard zijn en in welker opeenvolging ons de ononderbroken voortzetting van het genadeverbond wordt bevestigd, verschijnen ten slotte in eene wereld, die in het booze ligt, waarin de zuurdeesem der zonde gist. En alle deze mannen Gods zijn de teekenen van Gods bemoeienis met die oude wereld. Zij waren als Godsgezanten om haar Zijne gerechtigheid te prediken, haar op te roepen tot bekeering, tot een Godverheerlijkend cultuurleven. Er ging dus kracht tot behoudenis van hen uit. Doch hoe diep ook de indruk moge geweest zijn, hoezeer ook toen de vrucht geweest is, dat Gods uitverkorenen werden geroepen uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, tot eene beheersching van het cultuurleven brachten zij het niet. Ook van die oudste, eerste gemeente Gods geldt het woord, vele eeuwen later door onzen eenigen Hoogepriester gebeden, voordat Hij het dal der schaduwen van den dood des kruises intrad : „de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn". Ook toen was het waarheid : „Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den booze". Ook toen waren de geloofshelden gezonden in en tot de wereld en deden zij daarin het werk Gods.
Doch dat beteekende niet, dat de wereld, die in het booze ligt, zich aan Gods getuigenis onderwierp. Zij ging door met haar geest van opstand en verzet, in haar materialisme en stofvergoding.
En zoo werden de dagen voorbereid, waarin die gemeente van aanroepers des Heeren nauwlijks meer werd opgemerkt. Het wereldleven ging over haar heen en zij zelve werd op den achtergrond gedrongen. Zij werd kleiner en kleiner, totdat zij ten laatste verdwenen scheen.
Het ging dus precies zooals het later eeuwen ook is gegaan en zooals het nog heden gaat. Ook nu nog diezelfde strijd van de Kerk Gods, die hoe langer hoe meer wordt teruggedrongen te midden van de geweldige woelingen van het moderne leven. De kerkelijke instituten verwereldlijken, worden aangevreten door de geesten dezer eeuw en de invloed van Gods Kerk zinkt steeds dieper in, terwijl er van Gods uitverkoren Kerk hoe langer hoe minder wordt gezien. Het schijnt soms, als gaat haar invloed geheel teloor, als is zij verdwenen onder de wateren van het moderne cultuurleven. Maar hoe dit ook moge opvallen, zij is er toch nog, hoe verscholen ook onder de uiterlijke glansen der cultuur. En deze uitverkoren Kerk kent ook nog een leven, getuigt ook nog, al klinken de tonen slechts zwak te midden van het rumoer der wereld. Haar leden zijn verspreid in de onderscheidene formaties van het kerkwezen dezes tijds. En daarom klinkt hare stem zoo zwak, is haar leven zoo verborgen. Een mysterie is zij te midden dezer wereld, die op de woorden Gods geen acht geeft.
Alzoo is ook het beeld van de historie der eerste wereld. Naarmate haar einde nadert, wordt de positie van Gods Kerk moeilijker, want als Noach geboren wordt, dan voelt een Lamech zich gedrongen de klacht te uiten Over het diepe geestelijke leed, dat hij te midden van de wereld zijner dagen ervaarde, wanneer hij zag, hoe zij naar haren ondergang neigde en toch zijne prediking verwierp. En nu deze Noach geboren werd, van wien de Heere hem geopenbaard had, dat hij nog eenmaal op klare wijze van Gods gerechtigheid getuigen zou, hoe deze Noach zijn levenswerk zou overnemen, was hem dit eene aanleiding om naast de klacht over de diepe ellende der wereld, over het besef der onvruchtbaarheid van zijn levenswerk, toch ook van heilige dankbaarheid te getuigen, die zijn hart nu vervulde, omdat door het optreden van dezen Noach aan de wereld zou worden getoond de waarachtigheid der woorden Gods, die hij zelve tot haar had gesproken en die zij niet ter harte had willen nemen. Met Noachs geboorte ging aan Lamech het licht Gods op over het werk Gods, dat hij zelve had moeten doen, maar óok over het lot, dat der wereld wachten zou, als zijn zoon een prediker der gerechtigheid zich zou betoonen te midden eener wereld, die tot Gods oordeel voorbestemd was. Hij zag de lankmoedigheid Gods over die wereld, maar ook haar einde, waarin des Heeren Woord, dat ook Lamech gebracht had, zou worden bevestigd door de daad.
Naast een diep leedgevoel over de zonde der wereld, werd aan zijne ziel ook vertroosting bereid. Noach's optreden was een troost voor Lamech, omdat hij er Gods verheerlijking uit zag opkomen. De Heere toch wordt verheerlijkt uit de werken Zijner handen. Zijne lankmoedigheid, die de vrucht is Zijner goddelijke liefde, maar evenzeer de deugden van Zijne heiligheid en waarachtigheid openbaart Hij in de geschiedenis van den ondergang dier oude wereld. Lamech's oogen werden er voor geopend, en zoo vond hij te midden van de woeligheid des levens, te midden van zijne teleurstellingen en van het leed over de onvruchtbaarheid van zijnen arbeid, vertroosting in de ruste op de getrouwheid Gods. De geboorte van dezen zoon werd alzoo voor Lamech een rustpunt, een plaats om te staan, om de zon van Gods heerlijkheid te zien boven en door de wolken der donkerheid. De Heere bereidde hem een schoonen dag, een onderpand van Zijne genade en getrouwheid in de geboorte van dezen Noach, al doemden achter diens prediking voor hem de oordeelen Gods op, die der wereld in haar waan, in de ijdelheid van haar zondeleven, in haar ongeloof en God-vergetenheid, toonen zou, dat Hij God is en niemand meer, en dat Hij Zijne eer aan geen ander geven zal.
Diep leefde Lamech in den val der wereld in. Het volle gewicht der vervloeking Gods over hare zonde voelde hij drukken op zijne ziel. Hij doorleefde met zijn eersten vader Adam nogmaals wat het beteekent, dat het aardrijk door den Heere vervloekt is vanwege der menschen afval van God. Hij kwam diep in de schuld, maar mocht van uit die diepte ook aanschouwen het liefelijk aangezicht Gods. Dat licht was uit het verleden door het levensbeeld van een Henoch voor hem opgegaan, hij zag het nu in de toekomst met volle klaarheid stralen in dezen zoon, die in zijne verschijning reeds een dieper inzicht bereidde in de komst van het Godsrijk, dat in Hem, die het licht der wereld is, in volle heerlijkheid komen zou.
Aldus biedt nu de traditie, zooals zij was eeuwen voordat er een Heilige Schrift bestond, ons een klaren blik in den voortgang van de Openbaring Gods, die reeds in de eerste wereld tot allengskens rijker, voller ontplooiing wordt gebracht. De traditie stelt met de geboorte van Noach zelven als een rustpunt. Met hem wordt er een tijdvak afgesloten. De Schrift laat ons dit duidelijk verstaan, dat met Noach er eene periode eindigt en eene nieuwe historische ontwikkeling aanvangt.
Zij somt ons als in een hoofdsom nog even op, dat Lamech na Noach's geboorte nog vijf honderd vijf en negentig jaren leefde, dat ook hij zonen en dochteren gewon, dat hij in het geheel zeven honderd zeven en zeventig jaren leefde en dat hij stierf, en tevens dat Noach drie zonen had, Sem, Cham en Japhet, met welker opsomming ons als het skelet wordt afgeteekend van het historisch kader, waarbinnen de verdere geschiedenis verloopen zal.
Zoo brengt ons dus het einde van dit hoofdstuk op de scheidingslijn, die de God der geschiedenis getrokken heeft tusschen de oude, eerste wereld en de nieuwe wereldontwikkeling, die zich vanaf den zondvloed voltrekt tot aan het wereldeinde. Die oude kleine wereld, die zoo groot was in hare zonde, biedt aan alle eeuwen . na haar een spiegelbeeld tot leering. Zij gunt een diepen blik in de verzondigdheid der wereld, een diepen blik ook. in het heerlijk deugdenbeeld Gods. De Heere openbaart in haar de wonderheid Zijner liefde in de lankmoedigheid haar betoond, maar stelde haar ook tot een voorbeeld, opdat de schrik des Heeren de menschheid van later eeuwen zal bewegen tot het geloof.
Daarom zegt Petrus, dat hare geschiedenis voor de oogen aller eeuwen verklaart, dat de onrechtvaardigen bewaard worden tot den dag des oordeels om gestraft te worden, dat aan de wereld dus voltrokken wordt Gods heilig recht, maar dat ook in haar openbaar wordt Zijne verkiezende liefde, want de godzaligen weet Hij uit de verzoeking te verlossen. Aan de eerste wereld heeft dus God reeds geopenbaard : genade en recht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's