DE REFORMATIE OP DE VELUWE
Pastoors opgeroepen om examen te doen.
ACTA VAN DE CLASSIS NEDER-VELUWE.
TRANSSCRIPTIE VAN G. VAN DER ZEE, NED. HERV. PRED.
TE VAASSEN.
Acta Classici conventus ende examinis gehouden binnen Harderwyck ao XCII den IIII July stylo veteri 1) end volgens, alles uit cracht eenes gepubliceerden placaets 2) van Stadthouder ende Hove des voorstendoms Gelderen ende Graeffschapst Zutphen.
Op dese vergaderinge sindt verschenen dese nae volgende personen :
Politici: van Harderwyck gecommitteert vande Magistraet, Breuck van Vanenveldt ende Arendt Wolffsen.
Van der Elburgh : Ernestus van Renesse
Van Hattem : Melchior Kreefft
Ecclesiastici: Van Arnheim : Johannes Pontanus Kerckendienaer.
Herman Conraedts genoemt Engelen ende Ernst Joesten byde ouderlingen tot Arnheim,
Van Harderwyck : Henricus Heiningius, Joannes Caesarius ende Wilhelmus Wirtzfeldius, Kerckendienaers, paulus van Arnheim, Warner van Hulsen ende Jan Petersen ouderlingen.
Van der Elburch, Winandus Johannis, verbi minister ende Alandt Rixsen, ouderlinck.
Van Hattem, Johannes Sanderi, verbi minister ende Henrick Cornelessen, ouderlinck.
Pastoren uit die Neder veluwe sindt verschenen Wilhelmus die Weese, pastor te putten, Georgius de Cooten, pastor te Ermelen, Johannes Wilhelmi, pastoor te Neunspijt, Johannes te Uitslach, pastor te doorspick, Johannes Cleeffken, Substitutus in Herde, Peregrinus van Hierde, pastoor te Vaessen.
Bartholomeus ter Cluiss, dienaer in Oyen 3) vor twee iaer daerhin beropen van den huislieden.
Henricus Wolteri, pastoor in Vorthuisen.
Everhardus Swaer, pastor ter Neikercken, is in die Kerck, maer niet in die vergaderinge gecomen, (het soude zyn eer mogelick te nae hebben gegaen, als gewesen decanus). 4)
Lamhertus Elberti, vicarius ter Neikercken, Schulmeesters, Conradus Alutarius ende Altetus Timanus byde Schulmeester ter Neikercken.
Absentes, Timannus Alberti, dienaer int Oudebroeck.
Ludolphus poicke °) pastoor in Epe excusavit se per literas, ")
Joannis Nuecke, vicarius int oesterwolde. Jan Janssen, schulmeester in Heerde. Gerardus Brandt, schulmeester in Vaessen.
Vacerende plaetzen Vorchten sorteerende onder Hierde. ende Veessen,
Doorspyck vaceert van vicarye, welcke gehad heefft Joest Henrichsen.
Nae gedaenen gebett sindt met gemeenen ceurstemmen verkoren Henricus Heiningius om preses te wesen, Johannes Fontanus, assessor ende Wilhelmus Wirtzfeldius, Scriba, Maer also Henricus Heiningius sieckelick is ende derwegen ten versoecke van hem ende der heeler vergaderinge, heeft den Assessor Joannes Fontanus die actie gedirigeert ende het examen gehouden.
Die van der Elburch hebben vertoont twee Credentsbrieven, eenen van den magistraet ende den anderen van den kerckenraedt, gelijck als oock die van Hattem.
Alle die op den Classem verschienen sindt hebben ingewillicht des morgens als het niet predichdag en is, te verschijnen ten seven uren ende te prediceeren ten XI, maer als het predichdach is, des morgens van VI uren tot anfanck der predicatie, ende nae die predicatie wederom te verschijnen tot XI toe. Des naemiddachs van een ure tot V toe. De welcke geen wettelicke excuse en hebben comende nae het gebett sullen gebruickt '') hebben eenen stoeter, die uitbljrven een out guldens, die langer uitblijven sal die Classis nae arbitrio censureren, welcke mulcten 8) sullen den huysarmen binnen Harderwyck vervallen sijn.
EXAMEN MET DEN PASTOREN.
Heiligre Schryfft. Die pastoren hebben bekent dat sy die heilige biblische Schrifft houden voor dat eenich waerachtich ende volcomen woort godes, al toegrypende dat eenen Christenen van noden is te weeten om te geloven ende Christelyck te leven om salich te worden. Dat oock die autoriteit der iSchriffturen offt des goddelycken worts merder is als die auctoriteit der kercken.
Wette. Is oock bekent, dat die wette der Ceremoniën door Christum sy hinwech genomen. also dat wy deselve niet meer en mogen houden.
Bnde belangende het Levitinum sacriflcium, dat hetselve geheele cessere ^°), maer so veel aengaet het sacrificium des neiwen testaments hebben haer bedencken genomen Peregrinus van Hierde, jioannes Cleefken ende Bartholomeus ter Cleusse.
Wyder dat die wette gegeven is omdat wij daardoor tot kennisse der sonden souden comen, ende dat sij ons een paedagogus tot Christum sy, ende eenen regel van een Christelyck leven ende wandel.
Onderscheit des Wets ende Evangely. Op die vrage van het onderscheit des wets ende des Evangely is 'bekent, dat die wette van naturen bekent is, ende het Evangelium tüt genaden door Christum is worden geopenbaert. Ten anderen die wett vordert van ons onse eigene gerechticheit der goddelycke wett conform, het Evangelium offreert ons die gerechticheit Christi door het geloove, namelijck die vergevinge der sonden.
Ten derden die wette verschrickt ons, stellende ons voor oogen de sonden, godes toorn ende onse verdomnisse, het Evangelium vertroostet ons door het geloove aen Jesum Christum.
Adams val. Op die vrage uit wat oorsaecke godt Adam ende Evam heefft laeten vallen in die sonde, is geantwordt, dat godt heefft willen aenwysen een onderscheit tusschen hem ende den creaturen, namelyck dat hy alleen perfect sij, ende alle creaturen vallen oonnen. Ten anderen heefft hy willen openen eenen wech ende middel byde ^^), syne gerechticheit te bewysen aen die welcke verdoemt worden, ende syne barmherticheit aen die welck door Christum salich worden.
Vryen wille. Op die vrage van den vryen wille des menschen is geantwordt ende bekent. Dat den mensche voor den valle synen vryen wille heefft gehatt ten goeden ende ten quaeden.
Nae den vall heefft den mensch alleen tot den quaeden eenen vryen wille ende niet tot den goeden. Ende nae die regeneratie ^-) werckt den heiligen geest in die geloovige, dat sy beginnen oock het goede te willen ende te doen, so verre sie door den geest gedreven worden. Ende in dat eeuwige leven sullen sie volcomentlick het goede connen willen ende volbrengen.
Sonde. Van die sonde is bekent, dat die erffsonde per propagationem ^^) sy in allen menschen, ende dat alle andere sonden werckelycke sonden sijndt. Ende dat die sonde in ^^) den heiligen geest is een tegevechten tegen die openbare verlichtinge des heiligen geestes, ende dat selve uit haet ende nijdt om den heiligen geest tegen te staen, ende dese sonde en valt niet in die uitvercorene godes.
Van den Middelaar. Van den Middelaer ende salichmaker is bekent, dat die selve moet wesen Godt non simpliciter '^^), maer die tweede persoon, namelyck die soon godes. Ende oock een waeren mensch doch sonder sonde, ende dat selve in eenicheit der persoon, also dat die twee naturen in Christo sindt één persoon. Ende dat hy daerom Godt moet wesen, om dat ^^) hy door syne craoht het werkck van onse verlossinge conste volbrengen. Ende dat hy mensch moeste wesen, om dat i') hij in der menschlicker naturen, den doodt vor den mensch conste sterven.
Van den Evangelie. Van den Evangelie is bekent, dat het sodanighe leere sy, daerin opentlick vercondight wordt allen gelovigen vergevinge der sonden ende dat ewiche leven om des verdienst Christi wille, welcke oock in den paradyse is geopenbaert, ende den heilige geest werckt daerdoor in onse lierten het geloove, daerdoor wij salich worden. Dat oock alle menschen door Christum niet salich en worden, geschiet niet daerom dat het gebreck aen den lijden ende verdienst Christi sy, maer om dat het aen den mensche selve ist.
Symbolum. Van den Symbolo Apostolicum ^^) is bekent, dat daerin een corte somma is begrepen van alle hetgene, dat wy behoren te geloven.
Van Godt. Van Godt is bekent, dat hy is een geestelijck, onsienlick, onbegryplick ende eeuwich wesen, oneindtlicker wysheit, goetheit, gerechticheit. Ende dat hem lytmaeten ^^) eenes menschen toegeschreven worden, en geschiet niet omdat hy eenen mensche gelyck sy, maer om op sodanige wijse hem te vertoonen wat hy vermach, wille ende doe .Ende derwegen doen die quaelick die Die H. drijvuldicheit affschilderen.
Van onderscheit der godlycker Essentie ^°) ende persoon is geselt, dat die Essentia wordt verstaen van die nature ende wesen godes, ende dat die persoon begrypt 21) modum 21) existendi - i) het onderscheit der persoonen, dat die vader van hem selven sij, die soon uit den vader genereert, ende dat den heiligen geest van bijden uitgaet, onderscheit van gignere - ^) ende - ^ procedere^^) is, dat den soone syn essentie hebbe van den vader, den heiligen geest van den vader ende den soone.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's