FINANCIËN
Elk jaargetij draagt zijn eigen tooisel. Daartusschen is geen enkele aan te wijzen, waarvan gezegd zou kunnen worden : deze dwingt geen bewondering af; deze mist de schoonheid. De Dichter van Psalm 19 zegt het zoo treffend juist: „de dag aan den dag stort overvloediglijk sprake uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap. Geen sprake en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord.
Hun richtsnoer gaat uit over de gansche aarde, en hunne redenen aan het einde der wereld.
Ziende blind en hoorende doof moet men zijn, om deze wonderen van Gods schoone schepping niet op te merken.
Geldt dit in het algemeen, toch zijn er sommige tijden en momenten, waarin niet alleen klanken worden gehoord en tafereelen worden ontplooid, maar 't is alsof het alles één jubellied schijnt saam te stellen, waarin de grootheid Gods wordt gemeld.
Zou dit niet mogen worden gezegd van ons schoone voorjaar, van de pas ontluikende lente ?
't Is nog maar een paar dagen geleden, dat de kalender aangaf : „de lente is begonnen". Trouwens het werd niet alleen van het scheur kalenderblaadje afgelezen, doch heel de natuur gaf het aan.
Wie buiten wonen, voor wie de natuur veel dichter aan de menschen voorbij gaat, zien dit dagelijks. Zij vestigen elkanders aandacht telkens weer op dit heerlijke stuk van Gods schepping. Voor de groote massa, waaruit de tallooze bewoners onzer groote steden wordt opgebouwd, geldt dit veel minder. Hoewel niet onopgemerkt mag blijven, dat in de latere jaren in het groote stadsleven toch ook een meer natuurlijke draad is ingeweven. Men is gaan bouwen aan den rand, aan den buitenkant. Men heeft zijn tuinwijken en tuindorpen gekregen. Ieder huis moest hebben een eigen verzorgd plekske, waar de natuur van dichtbij kan worden bespied en gadegeslagen. De enge, benauwde straatjes en stegen werden voor andere doeleinden bestemd, dan waarvoor zij reeksen van jaren hadden gediend. Het geheel kreeg een veel kleuriger en fleuriger aan zien. Men ziet ook hier al weer, dat de natuur toch niet altijd kan worden tegengehouden. De mensch vraagt naar wat God in Zijn algemeene genade hem liet, toch telkens weer. Het onnatuurlijke wordt op den duur als een knellend juk aangevoeld. Vandaar op de feestdagen ook die enorme verplaatsing van menschenmassa's uit de groote steden naar buiten. Men breekt de staketsels door. Of er ook nog andere motieven gelden, laten we voor ditmaal onbesproken; dit staat vast: voor Gods schoone schepping sluit op den duur geen mensch het oog. Als de winterslaap uit is, en zooals de volksmond het aangeeft, „de natuur begint te werken", als de eerste lenteboden zich melden in het jonge groen en de eerste bloemknoppen, zoo wordt hieraan vast nog meer aandacht gewijd, dan wanneer alles in volle pracht zich tooit, 't Is alsof uit den aanblik van den eersteling reeds het geheel wordt afgelezen. Men staat verrukt en spreekt nauwelijks hoorbaar : „wat is dat schoon!"
Zie, dat waren zoo mijn overleggingen, toen ik me neerzette om de rubriek voor deze week te verzorgen. Verleden week was mijn tijd te veel bezet. Waarmee, behoeft niet nader te worden aangegeven; ieder, die in onze Gereformeerde kringen geen vreemdeling is, weet wat ons in deze weken is wachtende, 'k Had ook voor dezen keer hetzelfde argument kunnen bezigen, maar toch heb ik me er toe gedwongen een oogenblik me vrij te maken. Twee dingen inzonderheid hebben daartoe bijgedragen.
Vooreerst is het niet naar behooren, dat wanneer iemand ons een vriendelijkheid heeft bewezen, ons 'hart tot dank heeft gestemd, dat daarvan in niets naar buiten blijk wordt gegeven. 'ï Is toch immers een bekend feit, wanneer ge echt verblijd zijt, moet ge het uitspreken. Dus in den grond der zaak is het niet alleen een blijk van erkentelijkheid jegens anderen, maar ook een uiting van innerlijken drang aan onzen kant om even te zeggen, wat ik voor gewaarwording krijg als iemand blijk geeft mee te leven en mee te zorgen voor onze zaak.
En vervolgens mocht deze week de rubriek „Financiën" niet overstaan, omdat Paschen vlak voor de deur staat. Wat dit beteekent voor onze fondsen, weet ieder in onze Gereformeerde kringen. Zullen onze zaken voortgang hebben, zoo mag geen kerkeraad, geen enkele groep, niemand die overtuigd is van de waarheid, zooals zij in Gods Woord is geopenbaard en door ons en onze Vaderen is beleden, lijdelijk toezien. Onze fondsen Toetrekken uit de Paaschcollecte voor een goed deel hun inkomsten. Tot nu was er jaar op jaar zelfs een stijgende lijn aan te wijzen. Wij durven in dezen thans geen enkele verwachting uitspreken. Ziende de moeilijkheden overal, is er wel eenige bezorgdheid aan onzen kant. Toch zou de vraag alleszins op haar plaats zijn, of er geen duidelijke sporen zijn aan te wijzen dat Gods barmhartigheden grooter zijn dan wij ons durven te denken.
Hebt ge niet opgemerkt dat ook in uw tuintje — in figuurlijken zin — overal de eerstelingen van de lente het hoofd opsteken ? Zijn er geen duidelijke blijken van Gods onwankelbare trouw? In de eerste Paaschgiften, welke nu reeds binnen kwamen, zagen we de beloften zich afteekenen van wat komende is. Daar is een collecte tusschen verscholen, welke ik aan allen wil voorhouden, die op het komende Paaschfeest ons willen gedenken. De Paaschcollecte werd hiermee op 't schoonste ingeluid.
Hierbij laat ik het thans. Ons overzicht volgt bij dezen.
1. Het eerste wat Ik kreeg, werd uit den collectezak van Hattem door ds. Koldewijn aldaar, me toegezonden ƒ 1.—
2. Ds. Van der Snoek te Veenendaal had van F. te Ooster-Nijkerk een rijksdaalder ontvangen voor het Studiefonds, toen hij aldaar voorging. „ 2.50
3. Door onzen vriend E. Roest te Kampen kreeg ik me toegezonden een collecte, waarbij voorging ds. v. Voorthuizen te Rijssen, vermeerderd met 10 gld uit het busje no. 125. Samen „41.10
4. Van den heer J. C. P. te Weesp kreeg ik „ 2.50
Met een vriendelijk schrijven, waarvoor ik bij dezen hem dank zeg.
5. Uit de collectezak van de Vredeskerk alhier kreeg ik, naast een andere gift, ook 1 gld. voor de fondsen „ l.—
6. De heer J. de K. te Alphen zond me voor het Studiefonds als ontvangen bij den verkoop van het Referaat van ds. Woelderink : „Separatisme en Wereldgelijkvormigheid", „ 3.10 'k Vind deze toegift prachtig.
7. Ds. Van den Berg te Amersfoort zond me terug „ 12.50 waarvoor ik hem zeer vriendelijk dank zeg.
8. Ds. Van Dorssen te Nieuw Lekkerland zond me een collecte, gehouden bij een spreekbeurt, waarbij ds. Van Ameide, van Groot-Ammers voorging. Deze bracht op . „20.—
9. Door ds. De Bruin te Rotterdam ontving ik van de fam. S. voor 't Studiefonds „ 2.—
10. Uit den collectezak van Genemuiden kreeg ik een gift met bijschrift „uit dankbaarheid, dat ds. Bout bedankt heeft voor het beroep naar Elburg", „ 2.50
'k Ben blij met dezen rijksdaalder, en ik verheug me met den gever dat hun ds. vrijmoedigheid vond om te bedanken. Ik geloof dat velen in Genemuiden met hem zich daarover verblijden.
11. Door ds. Westra Hoekzema kreeg ik van een eenvoudig en dankbaar iemand, die onbekend wenscht te blijven, een gift van 3 gld., met bijschrift voor het Studiefonds, omdat hij in het afgeloopen jaar niet werkeloos is geweest en geen dokter heeft noodig gehad voor zijn gezin. „ 3.—
Heerlijk, wanneer zoo de dank wordt geuit.
12. Door bemiddeling van ds. Van Toorn te Rotterdam werd me van N.N. toegezonden „ 2.50
13. Door ds. Vroegindeweij te Zegveld van N.N. te Schore bij gelegenheid van den biddag voor het gewas „ 5.—
14. Een Paaschgave van den heer A. de J. te Mijnsheerenland, door den Pastor loei me toegezonden, van „ 20.—
Weet ge wat ik voor Indruk kreeg, toen ik deze gift noteerde ? : Dat is de eerste druppel van de Paaschcollecte. k Hoop, dat er een overvloedige regen op mag volgen.
'k Dank gever en zender beiden hartelijk.
15. Wat op deze gift volgde, lag geheel in dezelfde lijn. 'k Was gevraagd om in Bodegraven te preeken. Al zou het enkel geweest zijn om de relaties, die ik daar heb sedert jaren — hier had en heeft de Gereformeerde Bond echte, trouwe vrienden, die men zoo mogelijk nooit een verzoek kan afslaan — zou ik naar een gelegenheid moeten omzien om hieraan te kunnen voldoen, 't Kwam dan ook vrij gemakkelijk voor elkaar, 'k Mocht in beide beurten een collecte houden.
Bodegraven dong al van ouds naar de eerste plaats onder onze meelevende gemeenten. Wat nu het resultaat is geworden, overtrof wel zeer verre mijne verwachtingen. Natuurlijk — zoo was mijn gedachtengang — teekent zich de ongunst der tijden ook hier af. 't Was alleen maar de vraag : hoe groot zal het verschil wel zijn bij een vorig jaar ? En ziet, nu is ze nog hooger.
'k Stond er beschaamd bij. Onze gedachten komen gelukkig niet altijd uit. Daar is eene verborgene leiding, aan welke wij ons gerust kunnen toevertrouwen. Hij maakt het alles goed.De collecte bedroeg de kolossale som van „ 356.—
'k Zeg allen zeer hartelijk dank, bovenal aan den Heere, Die de harten neigt en de gaven ons doet toekomen.
Ruste Zijn zegen rijkelijk op alles.
16. Door ds. Van Dorp te 's-Hage kreeg ik van N.N. 2 gid. als Paaschgave ; van N. N. 2 gld., waarvan 1 gld. als Paaschgave, en 1 gid. voor de fondsen. Tezamen „ 4.—
Alweer een bloempje in mijn hof, waaruit ik aflees, dat de lente nadert. De Paaschgiften, welke nu reeds binnen komen, zijn voor mij profetisch. Zij kondigen aan wat we noemen : onze Paaschcollecte.
Onze Haagsche vrienden zullen als vorige jaren ook nu weer hun best doen om de Paaschcollecte zoo goed mogelijk te verzorgen.
17. Nu komt Vlaardingen aan bod. Hier hebben we ook warme vrienden wonen, die de gave van God ontvangen hebben om de zaken te organiseeren.
Uit wat ik nu mededeel, kunt ge dit zien. Een rij van busjes heeft men geplaatst, waarvan de inhoud op vaste tijden mij wordt toegezonden. Zoo kwam er ditmaal in van onzen Penningmeester T. Klootwijk, van : J. Storm 2.45, E. Ligthart 5.22'/2, C. van Yperen 1.47'/2. O-v. d. Broek 3.—, P. L. Kornaat 1.77, J. In 't Veld 14.65, C. J. V .d. Windt 3.45, P. Storm 2.30, P. Westerhout 2.981/2, A. Romein 2.851/2, mej. P. van Velzen 1.50, P. J. Maarleveld 3.421/2, J. de Goede 6.871/2, G. de Willigen 4.10, K. Groene veld 2.—, Afdeelingsbus 1.94.
Tezaamgeteld is dit niet minder dan „ 60.—
Is het niet heerlijk ? Dit lijkt me op den duur de meest aangewezen weg om onze inkomsten op peil te houden. Afgezien van het feit, dat zoo de belangstelling warm wordt gehouden. Een gestage drup maakt den emmer vol!
Wij danken allen, die hieraan medewerken, zeer hartelijk.
18. Van mevr. de wed. ds. Hopman uit Leiden kreeg ik uit dankbaarheid dat zij haar 87sten verjaardag mocht vieren, voor het Studiefonds , . 2.50
De Heere, Die Zijne zegeningen over haar gebood in rijke mate, zij haar ook thans, waar de dag is dalende, met Zijne genade en trouw nabij.
19. Van N.N. alhier werd me als dankoffer een rijksdaalder met een gulden in de hand gestopt. , 3.50
'k Mocht er niet voor danken, wat ik intusschen op deze wijze toch doe.
20. Van N.N. kreeg ik uit eigen gemeente als Paaschgave „ 25.—
Allervriendelijkst dank.
21. Van R. L. te Meppel ontving ik voor de beide fondsen 5 gld., met 2.50 gld. voor de Evangelisatte-Commissie „ 7.50
22. Van N. N. te 's-Gravenmoer kwam binnen „ 1.—
't Is altijd dezelfde hand, die mij gedurig uit deze omgeving iets doet toekomen.
'k Hoop, dat met Paschen ook in de Langstraat aan ons gedacht zal worden. Zoo ergens, lijdt men hier wel onder het gebrek aan Gereformeerde predikers.
23. Door ds. Van der Wal te Wageningen een gift, op den bidstond voor het gewas gecollecteerd, van mej. N. N. „ 1.—
24. Door C. M. te Lunteren kreeg ik 2 gld. als contributie van hem zelf en van den heer J. W. L. aldaar. „ 2.—
Vriendelijk dank voor de moeite.
25. Door ds. Heijer te Vlaardingen van N. N. voor het Studiefonds „ 2.88
26. Door ds. Van Amstel kreeg ik van den kerkeraad te Voorthuizen voor onze beide fondsen , „ 10.
27. Door ds. Van .Ameide te Groot-Ammers van een zuster; der Gemeente voor 't Studiefonds „ 2.
28. Door den heer j. Bot te Feijenoord, door bemiddeling van ds. Kijftenbelt van N. N. 1 gld. en van een andere N. N. 1 gld. voor het Studiefonds „ 2.
29. Door ds. Pott Ie Kralingen van een jong paartje bij hun .huwelyksinzegening „ 10.—
30. Van den heer J.v.V alhier, evenals .van mej. N.. N, , - kreeg ik een rijksdaalder; Tezamen 5_
Dit wordt, wanneer ik alle posten tezamen tel, een heele som. De verrassingen zijn niet van de lucht, 't Is elken keer weer de stilmakende ervaring : daar is eene verborgene leiding. Ge behoeft u niet ongerust te maken. Wat uit Gods hand komt, is altijd overvloedig. Dat wij, als de weduwe uit Elia's dagen, onze ledige vaten maar mogen nederzetten op de plaats, waar de Heere zegenend voorbij gaat.
Hij make het wèl.
Onze verwachtingen zijn voor het komende Paschen op den Heere. Hij beschaamt nimmer, die op Zijn heil wachten.
Dezen keer kwam in f 613.08
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's