GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Toen het evenwel aan de laatste boterham toe kwam, wilde het niet. 't Was alsof haar een brok voor de keel zat, hoewel de boerin er voor ditmaal als een extraatje, een zacht gekookt eitje had bij gedaan. Gretske had heelemaal geen trek. De vrouw moest het haar niet kwalijk nemen.
En de vrouw nam het haar ook niet kwalijk, vond het alleen maar vervelend, en was blij toen men van tafel op kon staan, 't Waren altijd zulke pijnlijke oogenblikken, en daar was toch niets aan te doen. 't Was zoo geknipt, 't moest óók zoo genaaid. Bovendien had zij met de heele familie haar best gedaan om Gretske van het noodige huisraad te voorzien. Want van zelf, dat was er ook niet. Maar deze had een tafel gegeven, - natuurlijk geen nieuwe, doch dat behoefde ook niet, en een ander een paar stoelen, en een ander een kachel en een lamp. Een bed had Gretske zélf in der tijd eens aangeschaft toen er een boelgoed was op het dorp waar zij diende en er bijna geen koopers waren. „Net wat voor jou Gretske, " had de oproeper gezegd en haar een knipoog je gegeven, en vóór zij het wist stond zij al bij den deurwaarder in het boek als koopster aangeschreven. Waarvan zij later nooit spijt gehad heeft, omdat het een best veeren bed was en altijd te pas kwam.
Voorts had de boerin nog gezorgd voor een Kleedje over den vloer en wat kopjesgerei in de Kast, en de toezegging gedaan dat als er nog iets ontbreken mocht, dit later nog kon worden aangevuld. Gretske kwam natuurlijk wel eens weer terug. Als zij haar handeltje voor elkaar had, waarbij de Armmeester haar helpen zou, mocht zij gerust aankomen ; in eene huishouding als deze kon altijd wel wat gebruikt worden en men zou wel om haar denken.
Zóó was gesproken en zóó kwam het oogenblik van heengaan. Op het laatste nippertje kreeg de boer belet om haar zelf met paard en rijtuig weg te brengen. Daar wilde juist een koe kalven en daar werd eigenlijk ook iemand verwacht, 't Beste was dat de knecht haar haar even naar Lombok reed. Op een hooiwagen werden al hare bezittingen geladen. In een trommel werden nog eenige kruidenierswaren gepakt, zoodat zij aanstonds niet naar den winkel hoefde. Bovendien werd nog een stukje kaas en boter mee gegeven, en toen was het zoover.
„Nu, dag Gretske, 't beste en gezondheid hoor, en je moet je maar goed houden, " — zei de boerin, en de boer maakte het ook in dien geest.
„Waarom moet Gretske nu weg !" — vroeg de kleine meid en greep haar bij de rok. Maar niemand gaf een antwoord. Och kinderen kunnen somtijds zulke rare vragen doen, waar een groot mensch verlegen mee is. Ook wel eens lastige vragen, die pijn doen.
Doch toen kwam in dat oog van Gretske weer dat zelfde, dat de boerin er eerder in gezien had en haar zoo langen tijd bij bleef, en toen wilde zij wat zeggen maar de woorden bleven haar in de keel steken. Precies als in der tijd toen zij nog een meisje was en op de catechisatie die moeilijke vraag haar gedaan werd, waarbij men haar heeft uitgelachen, en toen heeft zij zich omgekeerd, om op den wagen plaats te nemen.
„Fort Bles" — zei de knecht, en daar ging het, 't erf af, de laan uit, op Lombok aan.
Nog even bleef men staan, haar na te kijken, maar Gretske keek niet meer om. Haar toekomst lag immers vóór haar.
Gelijk te begrijpen is, was al dagen te voren de komst van Gretske op Lombok, aldaar een onderwerp van de gesprekken geweest. Eerst had het al de aandacht getrokken dat op kosten van het Armbestuur het haar toegedachte kamertje gereinigd werd, zooals nog nooit met een der andere woningen was gebeurd. Toen, dat de glazenmaker kwam om de kapotte ruiten, waar de vorige bewoner blijkbaar nog al eens mee overhoop gelegen had, te herstellen. Doch het allermeest had men zich verbaasd, toen de schilder kwam, om zoowel van binnen als van buiten de zaak wat op te knappen, 't Was wel geen fijn werk, dat geleverd werd, maar 't geheel kwam er toch aardig beter door uit te zien, en des te meer staken de belendende krotten hierbij af.
„Wie daar toch eens in moet" — had men al herhaaldelijk gevraagd, doch niemand wist het, tot een paar dagen van te voren de Armmeester kwam zeggen dat oude Gretske van „Landlust" ophield met dienen en nu voorloopig hier een onderdak kreeg. Tevens ging hij aan deze mededeelingen maar aanstonds de vermaning vastknoopen, dat niemand haar overlast aan mocht doen, en eindigde met de waarschuwing, dat indien er klachten bij hem inkwamen, de schuldigen zwaar gestraft zouden worden en onherroepelijk van Lombok verbannen. Zij moesten dan maar voor eigen rekening ergens zien klaar te komen.
Met de onschuldigste gezichten van de wereld hadden de buren deze les zich hooren voorlezen, maar nauwelijks was hij vertrokken, of daar werden de hoofden bij elkaar gestoken. Geen één ontbrak. Zwarte Ka liep van deur tot deur om allen rondom zich te vereenigen en zoo samen het feit te bespreken. Dus voor Gretske al die drukte ! 't Moest ook niet gekker. Dat kwam zeker omdat zij bij een Armvoogd woonde. Zulke menschen hadden altijd wat voor. Waarom moest voor haar het kamertje zoo opgeknapt, terwijl de anderen nooit iets gedaan konden krijgen. Geen spijker geslagen, geen venster gedicht, geen lek gestopt. Niet eens fatsoenlijk drinkwater, om van andere onmisbare dingen niet te spreken. En dan hadden ze ook nog wel een Gezondheidscommissie, die op die dingen moest toezien. Maar vanzelf, als je de groote lui op je hand hadt, dan kon alles.
En een ander dacht dat dit een goedkoop middel was om van iemand af te komen. Eerst had dat mensch gewerkt zoo lang zij kon, en nu zij minder begon te worden was het hier een prachtige gelegenheid voor haar. 'Dan was het toch maar wat waard dat men Armvoogd was ! De gemeenschap kon dan verder voor zulke afgewerkte tobbers zorgen totdat zij d'r bij neer vielen.
En dan, wat een zórg of de Armmeester voor haar had ! Men mocht haar niet molesteeren of men kreeg het met hem te doen. Wat was 't mooi ! Ze moesten haar maar in een glazen kastje zetten. Of op sterk water ; dat was nog beter, 't Zou een mirakel worden als Gretske kwam en Lombok zou d'r van opknappen, als zij hier woonde.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's