STAAT EN MAATSCHAPPIJ
KOERSWIJZIGING.
De Sociaal-Democratische Arbeiderspartij houdt naar gewoonte haar jaarlijksch congres op Paschen.
Over het algemeen kan van de Socialistische congressen niet gezegd worden, dat zij op hoog peil staan.
Er zijn meestal zooveel interne moeilijkheden in de partij, als gevolg van het tweeslachtig optreden der leiders, tot oplossing te brengen, dat van het doen van zaken op de congressen gewoonlijk niet veel komt.
Er zou dan ook geen reden zijn om van het laatste Paaschcongres gewag te maken, ware 't niet, dat het congres ditmaal de bijzondere aandacht had getrokken door de totale koerswijziging, waartoe hij deze gelegenheid besloten werd.
Nu behoeft men, om allereerst daarbij de aandacht te vestigen, niet ver te zoeken naar de oorzaak, die tot frontverandering in de houding der Sociaal-Democraten heeft aanleiding gegeven. Het krachtig optreden van het Kabinet Colijn inzake de handhaving van het gezag en de waarschuwende stem, die de Regeering heeft doen hooren tegen elke partij, die zich zou schuldig maken aan ondermijning van het gezag, heeft tenslotte ook de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij gedwongen om een anderen koers in te slaan.
Reeds werden de Sociaal-Democraten uitgesloten van het bekleeden van militaire ambten, 't zou zeker niet lang meer geduurd hebben, of ook het lidmaatschap der Sociaal-Democratische Arbeiderspartij zou onvereenigbaar zijn verklaard met het waarnemen van betrekkingen in burgerlijken overheidsdienst.
Wat in den laatsten tijd bekend was geworden over de onwettige actie der Liga, een soort weerbaarheidsorganisatie, die het vorig jaar door het partijbestuur der Sociaal-Democraten was erkend geworden, had tot verbod en misschien ook wel tot ontbinding der partij geleid. Om nu daaraan te ontkomen, heeft de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij net op het nippertje met de Liga gebroken. De politie deed reeds een onderzoek naar de handelingen van 't weerbaarheidscorps. Toch heeft de partij gemeend verder te moeten gaan.
In de eerste plaats besloot zij alle onwettige actie te verwerpen. Zij deed dit zoowel voor hare leden afzonderlijk als voor de partij in haar geheel. De verklaring werd afgelegd, dat de partij bij hare actie binnen de legale banen zou blijven.
In de tweede plaats werden de resoluties van de congressen van 1928 en 1931 met betrekking tot de bestrijding van mobilisatie en gewapende landsverdediging ingetrokken. De hoofdzaak van de resolutie van 1928 was de verklaring: „dat de Sociaal-Democratische Arbeiderspatrij en hare vertegenwoordigers geen medewerking zullen verleenen tot een mobilisatie, indien het bevel daartoe als een drijven naar oorlog zou moeten of kunnen worden gekenmerkt of het oorlogsgevaar zou oproepen". In de resolutie van 1931 werd dit nader bevestigd.
Het zal duidelijk zijn, dat de frontverandering op deze twee belangrijke punten zoo maar niet zonder slag of stoot op het congres is tot stand gekomen. Het heeft het partijbestuur en met name den voorzitter der Sociaal-Democratische Kamerfractie heel wat moeite gekost om het congres van de noodzakelijkheid van het nemen der maatregelen te overtuigen. En nóg zou de zaak schipbreuk hebben geleden, wanneer niet aan het einde der debatten de gunstige beslissing aan het congres ware afgedwongen geworden.
Zoo is dan de terugkeer tot de legaliteit en het terugkomen op de „dappere ongehoorzaamheid" wel op prijs te stellen. Echter zou het van grootere beteekenis zijn geweest, wanneer de resoluties, die de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij op 1.1. Paschen aannam, het gevolg waren geweest van een loslaten der revolutionaire beginselen. Doch daartoe kwam het op het congres niet. Noch het partijbestuur, noch de afgevaardigden der afdeelingen dachten daaraan. D« koerswijziging was niet een gevolg van een omgaan der overtuiging, doch vloeide uitsluitend voort uit de onvoorziene omstandigheden, 't Was niet anders dan de taktiek, die de partij er toe dreef. Door op een ander spoor te gaan, kon de partij zich blijven handhaven.
Dat het partijbestuur inderdaad 't gevaar zag, dat bij het o.m. vasthouden aan de resoluties van 1928 en 1931 de Regeering zou ingrijpen, blijkt duidelijk uit wat de heer Allbarda, de voorzitter van de Sociaal-Democratische Kamerfractie, in het slot van zijn rede ter verdediging van de intrekking der resoluties zeide.
Naar Het Volk, het orgaan van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, mededeelt, eindigde de heer Albarda de verdediging met deze woorden : „Handhaving der resoluties zou voor de partij zeer ernstige gevolgen kunnen hebben. Meer wil spreker hiervan niet zeggen, om geen dingen uit te lokken. Als ervaren politiek leider wil spreker het congres waarschuwen tegen een daad, die een reeks van jaren zou worden betreurd en veel zou binnen bederven. Een besluit, dat voor het gansche volk gevaarlijk en voor de partij noodlottig zou zijn".
Men ziet, dat het op het congres niet van harte is gegaan.
Daarom blijft ten opzichte van de houding der Sociaal-Democraten oppassen de boodschap en voorzichtigheid geboden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's