De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
In elk geval zou zij een fuif moeten geven. Dat was men hier altijd gewoon geweest, om kennis met elkander te maken, en dan zou Ka haar de les wel lezen. Want men had hier zijn eigen zeden en gewoonten, gelijk in bijzondere gevallen ook zijn eigen taal. Waar de anderen niet veel van begrepen, maar waardoor men zelfs zonder woorden met elkander sprak.
Zóó was er van tevoren gesproken en zoo werd Gretske verwacht.
Geen wonder dus, dat teen eindelijk de dag daar was en de boerenwagen met Gretske en hare spulletjes in 't zicht kwam, allen op Lombok Maar stonden om haar te verwelkomen, zoo zei men, maar in waarheid om alles eens goed. op te nemen wat alzoo mee naar binnen ging.
Vervelend, dat die veldwachter daar nu juist op den hoek stond. Wat moest die vent daar. Altijd wezen, waar zij niets, niemendal te maken hadden ! Zeker bang, dat zij Gretske met elkander zouden opeten. Geen gevaar, hoor ! Zoo'n begeerlijk hapje was het niet.
Maar oppassen werd de boodschap, 't Leek wel dat zij onder bescherming stond. En „de Scheele" ; vroeg, of die sinjeur daar op den hoek misschien haar livreiknecht was.
Intusschen, wat had zij mooie meubeltjes ! Dat Kastje leek wel mahoniehout. En wat een zwaar goed. Oök een leuningstoel warempel! Die tafel was geverfd. Maar toch mooi. Ja, maar dat paste hier niet, — dacht manke Trui; dat had nu ook een echte tafel moeten wezen !
Daar had je zoo waar óók een vogelkooi! Wat voor beest onder dien doek zitten mocht. „Een papegaai om mee te praten" — dacht de een. Of een ekster" — dacht de ander. Maar een der­ de ordineerde dat het wel een leeuwrik wezen zou, die men in de weilanden bij het maaien gevangen had. Enfin, 't zou wel spoedig blijken als heel Lombok opfleurde van het gezang.
Zóó werd er gesproken en dat was de ontvangst van Gretske.
Maar van meet afaan heeft zij van dat alles geen notitie genomen. „Bemoei je maar zoo min mogelijk met de buren", had de boer geraden, toen hij haar goeden dag wenschte, en de boerin had hetzelfde gezegd. Mocht er zich al eens iets onaangenaams voordoen, dan had zij het maar te zeggen, men zou dan wel zorgen dat er spoedig een einde aan allen overlast gemaakt werd.
Vandaar dat Gretske direct zeer gereserveerd was geweest. Toen het laatste meubelstuk was afgeladen, had zij den knecht bedankt voor zijne hulp, om aanstonds daarop naar binnen te gaan en de deur achter zich te sluiten. Dadelijk was zij begonnen met alles op orde te maken, 't Was al laat op den avond, toen men haar nog altijd bezig hoorde, doch tevergeefs poogde zwarte Ka door een naad in het vensterluik naar binnen te gluren. Het eenigste wat men doen kon, en dan ook niet naliet, het was buiten op straat, zoo luid, dat Gretske het best van woord tot woord verstaan kon, zijne afkeuring te kennen geven over deze wijze van handelen. Zóó was men het hier niet gewoon met elkander te leven. Daar had een borrel bij gemoeten, en ingeval zij geheelonthoudster wezen mocht — maar dat paste hier al evenmin — dan in elk geval een ketel chocolade met gebak. Enfin, 't zou misschien nog komen, en anders zou men haar wel aan 't verstand brengen, dat zij dit nog schuldig was.
Toen de oude torenklok elf uur sloeg, kwam er eenige stilte. Voor en na dropen de buren af, en zocht elk zijn eigen slaapstee op, doch voor Gretske was deze dag eene openbaring geweest. „Zouden deze menschen wel weten dat zij ook eene ziel hadden ? " — dacht zij.

Hoofdstuk VI.
STILLE KRACHT.

Gelijk te begrijpen is, waren het in 't eerst zware tijden, die Gretske op Lombok doormaakte. Vooreerst was zij de laatste jaren altijd gewoon geweest op een afgelegen boerenhofstede te wonen, waar niemand kwam, die er niets te maken had. Daar kenden allen haar, en had zij zich met al hare gebreken voor niemand te schamen. Zelfs het vee kende haar, en soms kwam het haar voor, dat de omgang met de dieren nog wèl zoo begeerlijk was als het verkeer met de menschen. Wat wisten de koeien het, als zij met de melkemmers naderde en hen riep. Wat kon de bles vroolijk hinneken als zij in aantocht was en zij het trouwe dier dan zacht op den hals klopte of de manen ging streelen. Wat wisten zelfs de kleine biggetjes het, als Gretske met de spoeling kwam en dan er voor zorgde dat elk zoo ongeveer zijn deel uit den trog kreeg, omdat elk voor zich zijn best deed het leeuwenaandeel te krijgen. Om maar niet te spreken van de huisdieren, die altijd waren waar Gretske was, omdat zij gewoonlijk voor hun maaltijd zorgde.
Nog meer dan iemand begreep, had het haar moeite gekost van deze allen afscheid te nemen, toen zij voor altijd heenging, omdat de dankbaarheid en trouw der dieren haar zoo goed had gedaan.
Maar dan in de tweede plaats viel het haar hier zoo zwaar, met het oog op de bewoners van deze buurtschap, „'t Is het laatste oordeel, op Lombok wonen" — had de Armmeester gezegd, en daar waren dagen geweest, waarop het haar wel eens te zwaar dreigde te worden. Vooral wanneer „de Scheele" „los" was — zooals men dat hier noemde, of wanneer „het Sabelbeen" soms diep in den nacht stom dronken thuis kwam, om dan alles op stelten te zetten, of wanneer zwervend volk, waaronder soms zigeunerfamilies, in huifkar of woonwagen, kwam opdagen om zich voor korter of langer tijd hier te vestigen. Dan betéékende het wat, en dan hield het voor haar wat in, om te midden van zoo'n omgeving, zich rustig te houden.
Vooral wanneer zij, op aanstoken van , , zwarte Ka" of van „den Goudvink", die haar óók niet mocht, het mikpunt van de plagerij werd. Omdat „de freule" niet mee deed aan het lage genot, waarin men hier zijn vermaak zocht.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's