NEERLAND IN ROUW
Een schaduw, vol van dreiging, Gleed door het Lange Voorhout heen. En Neêrland zag met spanning, Hoe in deez' donk're schaauw 't Paleis aldaar schier gansch verdween.
Nóg hoopte 't saamgedromde volk. Maar schoon het stil de wacht betrok Voor het Paleis, vernam het niet Den wiekslag van den dood Wel echter het gelui der klok.
Een schok doortrilde Nederland. Een wonde was geslagen, Zoo diep en schrijnend, want ons Aller Moeder moest weldra Ten grave uitgedragen.|
Een rouwend volk leidde haar uit En bracht Haar stil een laatsten groet. Het graf ontsloot en sloot zich weer. Daar rust Zij, tot den Dag Dat God ook Haar ontwaken doet.
Gedenkend Haar, danken we God, Die rijke dankensstof gaf. Zie gunstig, trouwe Albehoeder, Neer op de Dochter dezer Moeder. Bewaar ons Volk en Vaderland Temidden van den wereldbrand.
Den Haag, Maart '34.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's