De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JAARVERGADERING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JAARVERGADERING

VAN DEN GEREFORMEERDEN BOND OP 12 APRIL 1934, DES MORGENS OM ELF UUR IN HET GEBOUW VOOR KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN TE UTRECHT. (MARIAPLAATS).

3 minuten leestijd

VERVOLG VAN HET VERSLAG
Bij de rondvraag werd het woord gevraagd door den heer Kooten, uit Middelharnis, die om inlichtingen vroeg naar aanleiding van de klachten, die door prof. Visscher werden geuit over slecht collegebezoek van door den Bond gesteunde studenten.
Ook ds. Pop, van Monster, vraagt, waarom het Hoofdbestuur geen acht heeft geslagen op de klachten van prof. Visscher.
De voorzitter deelt mede, dat de zaken van de studenten in handen zijn van de commissie, die bestaat uit ds. Timmer, den voorzitter, ds. Batelaan, den secretaris, en ds. Goslinga, den penningmeester.
Ds. Timmer is bereid om de vragers van antwoord te dienen.
Het speet ds. Timmer, dat prof. Visscher zich nimmer tot hem had gewend. Hij is reeds drie jaren secretaris en voorzitter van de Studiecommissie en verklaart nimmer een schriftelijke of een mondelinge klacht te hebben ontvangen van prof. Visscher.
Prof. Visscher antwoordde, dat hij niet geweten heeft, dat ds. Timmer voorzitter van de Studiecommissie was. Hij zegt, er wel met ds. Goslinga over gesproken te hebben.
De commissie betreurt het, dat prof. Visscher deze zaken heeft gemeend te moeten publiceeren, te meer, waar het schrijven van „de stakende studenten", door den secretaris ontvangen, als ongeteekend door het Hoofdbestuur was ter zijde gelegd.
Prof. Visscher verklaart, dat hij heeft gemeend zoo te moeten handelen, omdat de Kerk gebrek heeft aan ware dienaren des Woords en niet aan mannen, die slechts een toga aan hebben.
Ds. Timmer, sprekende namens de commissie, zegt het hiermede roerend eens te zijn. De commissie heeft elk der studenten September j.I. laten beloven, dat zij de colleges van prof. Visscher trouw zouden volgen.
Hij leest het volgende voor uit de notulen van de vergadering van 15 September 1933 :
„Aan prof. Visscher zal worden verzocht Dinsdagsavonds zoo nu en dan een lijst ter teekening neer te leggen, opdat het Hoofdbestuur zal weten, wie de colleges trouw volgen".
De Studiecommissie heeft dus maar niet gedaan alsof men van de zaak niets afwist en er zich niet om bekommerde. Als desondanks het beoogde doel niet bereikt is, zijn er zeker nieuwe maatregelen noodig, die echter niet binnen gevonden worden door de zaak voor de buitenwereld in opspraak te brengen, maar alleen door ernstige bespreking, zij het in biddend opzien tot God.
Ds. Holland, van Putten, stelt voor om een commissie te benoemen, die deze zaak zal onderzoeken.
Het Hoofdbestuur en prof. Visscher gaan hiermede accoord.
Ds. Spelt, van Molenaarsgraaf, en ds. Van der Pol, van Hardinxveld, verklaren, dat de colleges van prof. Visscher hun tot rijken zegen waren.
Het Hoofdbestuur antwoordt, dat het van dezelfde meening is; anders zou het prof. Visscher niet benoemd hebben.
Ds. Timmer zegt, in waardeering van prof. V., geenszins voor de beide sprekers te willen onderdoen.
Bij verdere rondvraag vroeg de heer Batelaan, van Bodegraven, of het niet mogelijk was om eens een degelijk advies te geven tegen den Raad van Beheer.
De secretaris antwoordt, dat hij tot zijn leedwezen daarin geen gat ziet.
De heer De Nooyer vraagt, waarom het voorstel van de Afdeeling Middelburg niet op de agenda is gebracht en in behandeling is genomen.
De voorzitter deelt mede, dat het te laat was ingediend en dat het ook niet in behandeling kon worden genomen, omdat het al verscheidene malen aan de orde is gesteld.
Na gezongen te hebben een vers van Psalm 119, sloot ds. Batelaan de vergadering met gebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

JAARVERGADERING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's