GRETSKE „DE FREULE”
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Doch hoe zwaar het ook viel, tegen een mensch hier over klagen, deed Gretske niet. Ook niet tegen den Armmeester, die geregeld kwam en telkens vroeg hoe het ging en of men haar wel met rust liet.
Ach, zij begreep wel, dat klagen hier over gelijk zou staan met haar lot nóg zwaarder te maken, omdat men haar dan nog veel meer treiteren ging en zij hier toch immers blijven moest.
Daar was nog één ding, dat men haar niet ontnemen kon en daarin zocht zij haar troost, ten minste wanneer het op Lombok niet al te rumoerig was, en dat was het Testamentje van dien bijbelcolporteur. O, als zij dat eens niet bezeten had! Maar nu, als het soms dreigde te bang te worden, nam zij daarbij toevlucht, en las, heel langzaam, van de troostwoorden die daar als voor naar geschreven stonden. Overal lagen scheurkaIlender-briefjes tusschen de bladeren, om aan te geven welke plaatsen voor haar van het meeste belang waren, omdat zij zoo rechtstreeks spraken tot haar hart.
O, hoe voelde zij uit alles wat in dat Boek geschreven stond dat het waar was, hetgeen die colporteur gezegd had, dat God haar lief had, en dat de Heiland in de wereld gekomen was om precies zulke menschen als zij, zalig te maken, had zij niet gelezen van dien Herder, die de negen en negentig schapen verliet om het eene, dat was afgedwaald van de kudde, op te zoeken en weer terug te brengen ? En van dien Koning, die zijn Zoon een bruiloft bereiden ging en die, toen de genoodigde gasten niet wilden komen, zijn dienstknechten uit zond om uit heggen en wegen samen te roepen de armen en kreupelen en verminkten, net zulke menschen als er op Lombok woonden, en deze te doen aanzitten in de feestzaal ?
Zie, dat waren woorden, die zij begreep. Deze hadden haar iets te zeggen. Tot dat soort menschen behoorde óok zij, en veel meer dan zij zélf wist had deze Schrift invloed op haar leven. Heel die verandering, welke er in haar karakter en humeur plaats had, en waar de menschen geen oorzaak voor konden vinden, kwam dóór dat Boek, zoodat Gretske niet alleen vrede kreeg met haar weg, maar er soms nog méér kracht van haar uitging dan zij zélf wel wist.
Dat heeft die zigeuner-familie eens ondervonden, die bij gelegenheid dat er kermis was in de plaats, voor een dag of wat hier bivakkeerde. Gewoonlijk bracht zulk een bezoek heel Lombok in opschudding. Vooreerst om de drukte, die deze vreemdelingen zélf hadden, en dan omdat hunne komst meestal de jeugd hier ook verzamelde om het wonderlijke leven dezer menschen van meer nabij te zien.
Doch ditmaal kwam het anders. Want in een dier wagens lag een nog jonge vrouw, met ravenzwarte oogen en groote gouden ringen in de ooren, welke echter een wonderlijk contrast maakten met het gele, ingezonken gelaat, haar laatsten strijd te strijden.
Hoe oud zij precies was, wist niemand ; zij zelf wellicht óok niet, maar dat dit leven op een eind liep, daar waren allen van overtuigd, die haar zagen liggen. Soms leed zij hevige pijn en was ternauwernood in bed te houden als men den eenvoudigen stroozak en belapte dekens, die met elkander haar legerstee vormden, zoo noemen mocht. Dan moesten de deur en de raampjes van den armoedigen woonwagen open gezet om versche lucht naar binnen te laten, maar dan hoorde men daar buiten meteen ook wat hier geleden werd.
En bijna niet één, die zich om dit wegkwijnend leven bekommerde. Veeleer leek het, dat met verlangen werd uitgezien naar het oogenblik dat 't hier met de kranke maar afliep en men daardoor van dezen last ontheven werd. Uren lag de lijderes soms alleen, wanneer de andere leden van dit gezelschap met hunne negotie den boer op waren, of met een gedresseerden beer en een paar apen, straatvertooningen gaven, tot niet gering vermaak van de jeugd.
En toen is Gretske, op een keer dat de buurvrouwen allen de straat op waren om zich te vermaken met het vele moois dat daar te hooren en te zien was, stil dien wagen binnen gegaan om zich bij de kranke neer te zetten en haar te vragen of zij ook iets voor haar doen kon.
Met groote angst-oogen, waarin een wereld van smart, maar tevens een onuitsprekelijk verlangen naar gemeenschap te lezen stond, keek de arme zigeunerin hare bezoekster aan, doch verstond geen woord van hetgeen tot haar gesproken werd. Niet het minst ook, omdat het er zoo gebroken uitkwam. Alleen kon zij beduiden, dat zij zoo'n pijn had en zoo'n hevigen dorst.
Toen heeft Gretske allereerst gezorgd voor een verkwikkenden drank. Daarop heeft zij het kussen van de lijderes opgeschud en ging toen rustig bij haar zitten, met de hand van de ongelukkige in de hare. Alsof zij haar moeder was. En met eene wonderlijke uitwerking. Want toen duurde het niet lang of de kranke viel in eene sluimering. In welke zij af en toe haar leed uitkreunde en woorden fluisterde, die Gretske niet verstond, maar waardoor althans voor een korten tijd eenige verlichting van lijden kwam.
Zoo vonden de anderen haar, toen zij tegen den avond uit alle richtingen naar hun armoedig verblijf terug keerden. Aanstonds maakte Gretske zich gereed om heen te gaan, doch vanaf dit oogenblik was zij de aangewezen verpleegster dezer lijderes. 't Wias eene heele opoffering voor haar, te meer, waar de eigen dagtaak ook veel van de krachten vroeg, maar zij deed het uit liefde en medelijden en ook omdat het Boek, waarin zij telkens las, daarover sprak.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's