FINANCIËN
Weet ge waaraan ik dacht, toen ik idezer dagen mij de taak zag opgedragen mijn jeugdigen vriend en broeder ds. Terlouw in het ambt te bevestigen te Alkmaar ? Aan het woord waarmee ik, nu een kleine drie jaar geleden, mijn predikatie, .aldaar gehouden, aanving: „Hij is wonderlijk van raad; Hij is groot van daad". Wonderlijk is Zijn raadsslag. Waaraan nooit iemand heeft gedacht, legt Hij den mensch voor.
Zijn doen is enkel majesteit, Aanbiddelijke heerlijkheid. En Zijn gerechtigheid onendig.
Zoo zag het de Dichter van Psalm 111, en zoo zien wij het nog op den huldigen dag. Wanneer ik de wording van heel deze geschiedenis nog eens aan mijn geest laat voorbijgaan, kom ik tot geen ander besluit dan dit: daaraan hebben gij en ik niets gedaan. God alleen.
Toen voor den eersten keer de kansel van Alkmaar door mij werd beklommen, zagen de enkele vrienden, die ik daar reeds had krachtens onzen arbeid voor den Gereformeerden Bond, mij aan met oogen, waaruit de vraag mij als 't ware werd voorgelegd : Hoe kan dat nu ? Wie heeft daarin nu de hand gehad ?
Het eenig antwoord dat Ik daarop spoedig mocht geven, luidde : ik niet.
'k Heb daaraan zelfs nooit te voren gedacht, 'k Wil het nog iet of wat sterker zeggen : ik had mij zelven en mijn huisgenooten .beloofd, als ik in Bergen zat, zou Ik den énkelen Zondag, dien ik had, eens rustig zitten luisteren, 'k Zie den man nog de serre binnenstappen, die me vroeg : „Zoudt ge mij niet kunnen helpen ? Ik kan niemand vinden. Ge zoudt me een grooten dienst kunnen doen door te zeggen : „ja". En voordat ik het wist, had ik gezegd: „ja".
Zoo ging het mij den eersten keer. Toen was ik een invaller. Maar nu was 't niet zoo. Nu was ik de officieele bevestiger van een jongen man, die daar met volle vrijmoedigheid kon antwoorden op de vraag, of hij in zijn hart gevoelde, wettig van Godswege geroepen te zijn om aldaar den herdersstaf op te nemen.
Aan dezen loop der dingen hebben wij van te voren ook niet eens kunnen denken. De gedachte zelfs zou als niet wel mogelijk onmiddellijk moeten worden afgewezen. Alles moest zóó loopen, dat het sluitstuk viel: nu moogt gij bij deze Gemeente een uwer broederen inleiden.
Gods doen is enkel majesteit, Aanbiddelijke heerlijkheid. En Zijn gerechtigheid onendig.
Ziethier de waarheid, in dichtklank weergegeven. Hij is wonderlijk van raad, Hij is groot van daad.
'Heerlijk, dit bewust te beleven. Wanneer een mensch zelf iets begint, hij heeft zijn plannen zelf bedacht, hij moet ze zelf uitvoeren — wat een zorgvolle toekomst ligt er dan vóór hem. Daarentegen als hij achter God aankomt, hij mag in Zijn weg wandelen, hij mag uitvoering geven aan het raadsbesluit Gods, och, wat heeft hij dan een veilige schuts, en welk een vastheid teekent zich dan af in zijn gangen.
Daarom maak ik me ook volstrekt niet bang voor wat menschelijk oordeel daaromtrent uitspreekt. „Die u roept is getrouw, Die het ook doen zal". Onze vriend zij Gode bevolen en de Gemeente van Alkmaar in vollen omvang nedergelegd voor den Troon der genade. Wat de Heere eenmaal zeide tot Nathanaël, gelde ook hier : „Ik zag u onder den vijgeboom", d.w.z. eerder dan gij Mij zaagt, zag ik u. Toen gij in stille afzondering hulpe zocht bij den Heere, was Mijn oog reeds op u geslagen.
Op een bidder in de eenzaamheid richt zich aller oog in den hemel, inzonderheid Godes.
Houdt deze waarheid voor oogen : Godes eere vordert alles. Vraagt Hem en raadpleegt Hem in elk ding. Zie, dan zal ook het slotwoord tot Nathanaël gelden : „gij zult grooter dingen zien dan deze".
De voetstappen Godes staan in dezen bodem afgedrukt in de tijden die achter ons liggen, zeer duidelijk. Wie den naam noemt dezer stad, denkt aan een doorgetrokken lijn van een wondere reeks van verlossing. Zou diezelfde hand thans onmachtig zijn hetzelfde te doen met het oog op geestelijke losmaking van banden ?
Hij kan en wil en zal in dagen van nood Zijn Naam heerlijk maken. Laten wij bij alles wat verstoort en ons den moed zou kunnen doen verflauwen, blijven letten op Zijn belofte : „Ik ben met ulieden alle de dagen tot de voleinding der wereld". Ik, Die wonderlijk ben van raad, voer dezen uit door kleine en gebrekkige menschen. Zij doen niets meer en niets minder dan Mijn werken uitvoeren.
Ik doe het. Ik alleen, zegt de Almachtige.
Zoo bezien, valt op ons kleine werk een heerlijk licht. In biddend opzien en in het vaste betrouwen op Zijn Woord, zullen wij voortgaan met onzen arbeid. Van niemand zij onze verwachting dan alleen van den Heere. Hij heeft ons nog nooit beschaamd. Hij zal ons ook nimmer beschamen.
De bewijzen hiervan wil ik u voorleggen, ook in wat we deze week mochten ontvangen.
1. De eerste gift, welke mij ter hand gesteld werd, kwam uit eigen Gemeente. Mevr. V. gaf me naast een andere gift een Rijksdaalder voor de Paaschcollecte ƒ 2.50
2. Eveneens bracht mej. H. me voor de Paaschcollecte een gulden „ 1.-
3. De Paaschcollecte te Leiden bracht op „ 53.97 'k Dank de Leidsche vrienden voor wat zij in dezen hebben gedaan.
4. Als nagift op de Paaschcollecte kwam uit Goudriaan één gld.
5. De Paaschcollecte te IJsselstein bedroeg dit jaar „42.75
6. Door ds. Van Hof te Delfshaven kreeg ik van den heer W. „
7. Door ds. De Geus te De Bilt van N. N. f 12.50 en bij een spreekbeurt van ds. Klomp, van Ede, van goede vrienden 5 gld. Samen
8. Het busje van onzen vriend P. van Beek te Slikkerveer bracht op niet minder 5. 17.50 dan 9.27
9. De Paaschcollecte te 's-Gravenmoer was - 15.—
10. De Paaschcollecte te Bolnes 20--.
11. De Paaschcollecte te Sprang toedroeg „41.—
12. De Paaschcollecte te Muiden bedroeg „21.-
13. Door ds. J. vanJ Dorp te 's-Hage kreeg ik van Z. H. te Loosduinen 1 gld.; van N. N. in. de collecte Groote Kerk voor de beide fondsen 2 gld. Samen „ 3.—
14. Door ds. Luteijn te Onstwedde een nagift op de Paaschcollecte , f2.50, en in de collecte f2.50. Samen „ 5.-
15. De Paaschcollecte te Hoevelaken bracht op „ 39.
16. De Paaschcollecte te Utrecht „356.25 waarvan reeds verantwoord is 59 gld. Thans nog afgedragen f356.25. Alzoo tezamen f 415.25.
Is het niet schitterend ? Deze collecte blijft bij die van verleden jaar niet ten achter.
Mijn allerhartelijkste dank aan allen, die hieraan hun krachten ten beste hebben gegeven en hun milde gaven hebben uitgereikt.
De Afdeeling Utrecht van onzen Bond heeft me evenwel nog meer aan zich verplicht. De voorzitter, vriend Brinkers, als altijd actief, heeft gezorgd evenzoo voor den verkoop van brochures in onze gemeente. Niet minder dan f67.50 droeg hij hiervoor aan me af. Op den Bondsdag verkochten de vrienden nog voor f20.70. Tezamen voor de brochures alzoo f 88.20.
De collectes brachten op f70.30, zoodat ook hier inkwam „ 158.50
'k Zal er weinig woorden aan toevoegen, daar ik weet, dat wat gedaan is, uit liefde voortkwam, en slechts één doel werd nagejaagd, n.l. Godes zaak te dienen.
De Heere gebiede over alles Zijn rijken zegen.
17. Nog kreeg ik bij me thuis gezonden een Rijksdaalder voor het Studiefonds „ 18. Door ds. de Bruin te Rotterdam van N. N. 2.50
19. Het busje van den heer D. A. Pieterman te lerseke bracht op „ Gezien, dat hij dit busje nog maar kort geleden heeft aangevraagd en het alzoo de eerste keer is, springt deze uitkomst des te meer in het oog. 0.50 7.—
Wij danken onzen vriend hartelijk.
Aan allen die gevraagd hebben om een busje en dit nog niet ontvingen, doe ik weten, dat ik verlegen zat om busjes, die op waren, 'k Heb nu weer voorraad. Ge kunt dus spoedig de zending tegemoet zien. Ook wordt naar nieuwe vraag uitgezien.
20. Ds. Langhout te Weisrijp (Pr.) zond me voor het Studiefonds , , 2.50
21. Mej. B. P. te Sneek zond me i)er giro 20 gld. Te verdeelen gelijkelijk tusschen het Ziekenhuis te Ranto-Pao en de Paaschcollecte. , , , 20.-
Wij zeggen hiervoor allerhartelijkst dank.
22. De Paaschcollecte te Oosterwolde bracht op , 20.80
23. Van een onzer vrienden uit Krommenie, die tegenwoordig was bij de intrede van ds. Terlouw te Alkmaar, werd me bij het uitgaan der kerk met een vriendelijk woord een Rijksdaalder in de hand gedrukt. „ 2.50
Ook hiervoor onze oprechte dank.
24. Nagift Paaschcollecte van N. N, te Zegveld „ 2.—
25. Voor het Melaatschen-Ziekenhuis op Midden-Celebes door mevr. Van Mastrigt--Winkel te Harderwijk „
Mijn hartelijke dank. Mevrouw.
Dat uw voorbeeld bij meerdere pastorieën navolging zal vinden, daaraan twijfel ik geen moment.
26. Gelijk een vorig jaar, werd ook thans in Ouderkerk a/d Amstel door de vrienden aldaar een Paasch-inzameling gehouden, welke nu niet minder bedroeg dan , , 57.25
'k Dank allen, die hieraan hebben bijgedragen, zeer hartelijk.
27. De Paaschcollecte te Ameide en Tienhoven bracht op „ 42.50
Alles tezamengeteld kom ik deze week tot een eindsom van
ƒ 954.29
Zou ook thans niet mogen gelden het woord van den Dichter :
Vergeet niet een van Zijn weldadigheden. Vergeet ze niet. 't Is God, Die z' u bewees ?
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's