FINANCIÉN
„Zou het niet goed zijn, als wij onzen jongen een weinig hielpen, voor hij straks naar school gaat ? Dan staat hij er niet zoo vreemd tegenover. Mij dunkt, dat kan nooit kwaad".
Zoo is niet zelden de overlegging, welke gehouden wordt tusschen de ouders, vóór hun kind plaats neemt op de schoolbanken. Men wil een handje helpen. Of het verstandig is, moet ge maar eens vragen aan den onderwijzer. De mogelijkheid bestaat, dat 'het kind dingen zijn bijgebracht, glad verkeerd, die er met de grootste moeite weer moeten worden uitgewerkt, zoodat elke deskundige op dit terrein gewoonlijk dezen raad geeft: laat 'het maar aan ons over. Wij hebben veel liever kinderen, die niets weten, dan zulken, die meenen iets te weten.
Zoo is het eigenlijk met elk vak en met elk terrein des levens.
Afleeren gaat moeilijker dan aanleeren. Half en kwart geleerden, — ja, ge moogt nog wel iets verder afdalen — zijn gewoonlijk de lastigste menschen, die ge ontmoet. Degenen, die zich bewust zijn het niet te weten, terwijl de overtuiging bij hen leeft dat de meester het wel weet, maken de beste vorderingen.
Deze twee eigenschappen zou ik willen vergelijken bij twee kamraderen. Deze grijpen elkander, vandaar dat een gunstig resultaat hier mag worden tegemoet gezien.
Onderwijzen is een kunst, een gave, waarover maar weinigen te beschikken hebben. Niet alleen moet het verstand worden geleid, doch eveneens aan het gevoelsleven richting worden gegeven. De beste onderwijzer stoot telkenmale op klippen, waartegen het scheepken niet kan.
Wij blijven in dezen maar bij wat de Heilige Schrift ons voorlegt.
Zou er ooit klaarder en duidelijker onderricht zijn gegeven dan door den Heere Zelf ?
En wat was de ervaring, welke Hij opdeed ? Zijn jongeren begrepen Hem niet; vatten, wat Hij zeide, op zóó averechts, dat Hij de merkwaardige woorden sprak: „Onverstandigen en tragen van hart om te gelooven". Of wilt ge u zien voorgelegd wat Hij zeide tot Zijn jongeren bij Zijn laatste ontmoeting vóór Hij ten hemel voer : „hoe lang zal Ik u verdragen ? "
Zijn jongeren hebben den Heere wat moeite berokkend, wat lasten veroorzaakt.
Welke conclusie zouden we nu hieruit moeten trekken ?
Dat aan den voortgang van het Godsrijk door de jongeren op zichzelf niets is toegedaan. Zij hadden niet de minste geschiktheid — de beste van hen niet uitgezonderd — om iets bij te brengen aan de komst van het Koninkrijk Gods.
Met het allerheerlijkste onderwijs was het resultaat nog zoó indreef, dat wij gerust mogen zeggen : „treuriger kon het haast niet".
Weet ge wat hierin verandering ten goede heeft gebracht ?
De komst van den Trooster, de uitstorting van den Heiligen Geest heeft het enkel gedaan.
Deze Geest van den Vader, door Christus gezonden, deed en doet nog wonderen. Deze neemt het alles uit Christus. Deze is onuitputtelijk en on wederstandelijk. Deze maakt van onkundige en ongeschikte jongeren zulke predikers, dat de wereld in verbazing zich zelve de vraag voorlegt : zijn dat geen Galileërs ? D.w.z. van de allereenvoudigste menschen maakt Hij predikers, naar wiens woord iedereen luisteren moet.
Zie, daaraan dacht ik dezer dagen. Wij hebben grootelijks behoefte aan dezen Onderwijzer, aan dezen Leermeester, n.l. den Heiligen Geest.
Die zal u onderwijzen, u leeren wat ge doen moet.
De voorteekenen, waaraan ge Zijn komst onderkent, is de behoefte, welke zich openbaart in gemeenschappelijk aanroepen van Gods Naam. 't Was een bedelende jongerenschaar, welke uitzag naar den beloofden Onderwijzer, naar den Heiligen Geest.
Geve de Heere ons inzonderheid in deze dagen maar veel te vragen. Heffe Hij den staf „samenbinders" op boven ons aller hoofd en doe Hij ons tezamen biddende uitzien naar de krachtige werking van Zijn Geest.
Wat de Heere ons deed toekomen in deze week, stemt ons tot dank, niet minder dan tot ootmoedig gebed.
Het eerste wat inkwam was
1. Van ds. Van der Snoek uit Veenendaal. Hij had gepreekt in Breukelen. In den collectezak werd voor de fondsen gecollecteerd ƒ 2.—
2. De heer B. te A. zond me voor het Studiefonds eveneens „ 2.—
3. Uit Amersfoort kreeg ik nog een nagift op de Paaschinzameling van „ 3.50
4. Ds. Hupkes te Oosterwolde zond me nog een tweetal nagiften op de gehouden collecte voor het Studiefonds, n.l. een gift van 10 gld. en één van 5 gld. Samen „ 15.— Wij zijn met deze nagiften ten zeerste verblijd.
5. De Paaschollecte te Eemnes-Buiten bracht op „ 19.20
6. De Paaschinzameling in Rotterdam-Centrum en Kralingen bracht op 138 gld., terwijl er nog bijgevoegd was f 16.12 aan , contributie. Tezamen alzoo „ 154.12
7. Van den heer J. A. V. alhier kreeg ik voor de Gereform. Zending „ 1.—
8. De Paaschcollecte te Driesum bedroeg „ 20.—
9. Vanuit de Gemeente van Wierden werd me gezonden een gift van niet minder dan 40 gld., van een dankbaar echtpaar. „40.—
Dat de dank aan God op deze wijze wordt geuit, heeft ons hart ook tot dank bewogen. Spare de Heere, Die u tezamen liet, u nog lange jaren naast en voor elkander.
Ten slotte mag ik er nog een vraag aan vastleggen, al geldt deze ook anderen : zijn er niet meerderen, die in de Mei-maand mogen gedenken aan den tijd, dat het God beliefde hen tezaam te vereenigen door den band van het huwelijk ?
Mag ik dan op geen dankoffertje rekenen ?
10. De hoofdstad des Rijks heeft zich niet onbetuigd gelaten. Zij neemt langzamerhand de plaats in welke haar toekomt tusschen de rij der zusteren. De Paaschinzameling bedroeg dit jaar niet minder dan „ 164.50
Wij danken alle vrienden, die hieraan hebben meegewerkt. Organisatie is iets, wat voor de groote steden heel veel beteekent. Geve God Zijn rijken zegen over alles.
11. Door ds. Koolhaas te Charlois kreeg ik een gift van „ 1.—
Wat hij er bij aanteekende ? „Gevonden in de collecte in de Bijbellezing voor het Studiefonds, van D. B. Met den wensch, dat er nog vele giften zullen volgen, daar geen Paaschcollecte in de kerk gehouden wordt".
Met dezen wensch ga ik geheel accoord.
12. De Paaschcollecte te Molenaarsgraaf bracht op „ 18.—
13. Uit eigen gemeente kwam nog een nagift van f4.75. Uit Maarssen door br. Brinkers f 1.55. Samen „ 6.30
14. De catechisatiebus uit Aalst leverde me „ 4.—
15. Door ds. Van Dorp te 's-Hage kreeg ik van R. R. Z. te V. voor de fondsen „ 10.—
16. De Paaschcollecte te Oudshoorn bracht op „ 28.86
17. De Paaschcollecte te Leerdam „ 56.43 18. De Paaschcollecte te Hei en Boeicop „ 23.52 19. De Paaschcollecte te Den Bommel „ 12.45 20. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal van R. „ 1.—
21. De Penningmeester van de Afdeeling Leiden zond me aan nagiften „ 6.—
22. Op de Ringvergadering van de Jong. Vereen, op Geref. grondslag te 's-Gravenmoer werd voor het Studiefonds gecollecteerd „ 4.40
23. Ten slotte nog van N. N. alhier „ 7.50
Hiermede wordt de som verkregen van
f 600.78
Wij sluiten met de dankbetuiging aan God, Die ons met en bij dit alles den bijstand Zijns Geestes rijkelijk doe ervaren.
Wij zijn hierop geheel aangewezen.
Utrecht. Ds. J. GOSLINGA.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's