De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

3 minuten leestijd

Vraag : Wat beteekent Rom. 1 : 24, waar we lezen : dat God de menschen (de heidenen) overgegeven heeft in de begeerlijkheden van hun hart?
Antwoord : Hier staat, dat God de zondaren heeft overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid enz. Dat wil zeggen : wat de natuur ons leert hebben de heidenen zelfs veracht en verworpen; zij hebben niet gelet, op 't geen God in de natuur ons ten opzichte van het gebruik van het lichaam, ten opzichte van het sexueele leven, leert; zij hebben niet geluisterd, naar de stem die ook tot hen spreekt in verstand en geweten en zij hebben zich onbeteugeld overgegeven aan de meest onnatuurlijke zonden; ze zijn doorgehold op 't pad van gruwel en ongerechtigheid — en God heeft de teugels laten vieren en hen, naar de begeerten van hun hart, overgegeven, om zich geheel in de zonde uit te leven, zoodat zij van kwaad tot erger kwamen. Is dat nu, omdat God niet om de menschen geeft? En is dat nu, omdat die menschen vrij zijn om te doen wat ze willen ? Neen, geenszins. Want God laat de zondaren nooit los. En de mensch is nooit vrij om de zonde te dienen. Ze werken dan ook hun oordeel uit. Ze vermeerderen den toorn Gods ; ze maken, dat Zijn grimmigheid toeneemt. Neen, God laat den mensch maar niet v r ij om te doen waarin hij lust heeft. God laat den mensch maar niet los en geeft hem maar niet onverschillig over. De zaak staat zóó : wanneer de mensch met alle geweld en tegen beter weten in, zich hoelanger hoe meer geheel aan de zonden en de ongerechtigheden geven gaat, dan laat God hem verder wel eens vrij om z'n oordeel uit te werken. De mensch moet 't dan zelf maar weten ! Die onrein is, dat hij nog onrein worde ! God geeft intusschen den mensch niet prijs. Hij komt, óók als Hij hem vrijlaat te doen wat z'n booze hart begeert, den mensch zekerlijk oordeelen. Zij zullen hun schuld dragen; omdat het hun niet goed gedacht heeft God in erkentenis te houden (vers 28). De mensch heeft het dus aan zichzelf te wijten, wanneer dit vreeselijke oordeel: dat God de teugels vieren laat en hem vrij laat tot allerlei ongerechtigheden — over hem komt. Hij heeft dan de stem van de natuur, van de geschiedenis, van het geweten veracht en slaat alles in den wind, bij wilde zondelust. Maar hij komt zóó niet van God af. Straks zullen we allen voor den hemelschen Rechter staan !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's