De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MISBRUIK MET UW POLITIEK ONZE BIJBEL NIET

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MISBRUIK MET UW POLITIEK ONZE BIJBEL NIET

3 minuten leestijd

In de negentiger jaren wierp de liberaal Kappeyne van de Coppello, de man van de „Scherpe Resolutie", in de Staten-Generaal den afgevaardigde De Savornin Lohman voor de voeten : „Verknoei met uw Bijbelspreuken ons Staatsrecht niet".
De heer Westerman, de spreekbuis en vertegenwoordiger van Nationaal Herstel in de Tweede Kamer, is op zijn manier bezig geweest aanhalingen uit den Bijbel met politiek gif te mengen.
In de laatste te Hillegersberg op 27 April gehouden vergadering, uitgaande van het Verbond voor Nationaal Herstel, trad na Generaal Snijders, de heer Westerman als tweede spreker op.
Laatstgenoemde begon zijn rede, die feitelijk niets meer was dan een arrogante critiek, druipende van laster en venijn tegen het huidige Ministerie, met een vergelijking tusschen David en Colijn, en de geschiedenis na David's overspel met Bathséba.
Dr. Colijn (David) had aan mr. De Wilde (Joab) opdracht gegeven de heeren Marchant en Oud (dus twee Uria's ? ) op de gevaarlijkste plaatsen van het ministerieele front te zetten. In de hoop, dat ze daar hun politieken dood zouden vinden.
Deze vergelijking, die mank gaat aan alle kanten, en die men alleen uit den mond van mannen van De Dageraad zou verwachten, moest dienen om afbreuk te doen aan het prestige van den Kabinetsformateur.
Op een dergelijke weerzinwekkende en profane wijze tracht Nationaal Herstel de gevoelens van een groot deel der natie te kwetsen en de nationale afbraak te bevorderen.
Voorts vergeleek de heer Westerman zijn partij met een heldhaftige Gideonsbende en eindigde zijn betoog door enkele keeren met nadruk te verzekeren, dat we moesten terugkeeren tot het geloof in onszelf.
Dit geloof staat wel diametraal tegen dat van Gideon. In Richteren 6 en 7 wordt ons zoo schoon geteekend dat Gideon heelemaal niet in zichzelf geloofde en tot tweemaal toe een teeken van den Heere verlangde dat Hij voorop zou gaan.
Wanneer Gideon tenslotte de Midianieten opzoekt dan is de strijdkreet: „Voor den Heere en voor Gideon", en later nogmaals : „Het zwaard van den Heere en van Gideon". Steeds ging de Heere voorop, en wanneer de Drieëenige God niet vóór Gideon's bende was gaan staan, waren het driehonderd nullen gebleven.
Tenslotte werd de kennis van de Bijbelsche geschiedenis van den heer Westerman nog op een merkwaardige wijze getoetst.
Er zijn van die kleine markante verschillen, soms slechts van enkele letters of uitspraak, waarachter een geheel andere afkomst, levensof wereldbeschouwing verborgen ligt. We denken hierbij aan de uitspraak van het wachtwoord „Schibboleth", waarvan de Efraïmieten „Sibboleth" maakten, hetgeen aan twee en veertig duizend hunner het leven kostte. (Richt. 12 vers 6).
Bij zijn critiek op de regeering had spreker het over hen, die bij de vetpotten van Egypte wenschten te leven. Bedoeld was natuurlijk vleeschpotten, en geen getrouw Bijbellezer zal zich ooit hierin verspreken ; trouwens het woord vetpotten komt in de H. Schrift nergens voor.
Het ware te wenschen dat de heer Westerman voortaan het hem schijnbaar geheel nieuwe terrein der H. Schrift niet meer zal betreden, tenzij hij begint te twijfelen aan het geloof in zichzelf.
Bovendien wordt hij dan gevrijwaard voor flaters, want er werden èn in zijn voorrede èn in de (beantwoording der hem gestelde vragen — waarvan er meerdere, o.a. een drietal van ondergeteekende, onbeantwoord bleven — meerdere blunders gemaakt.
Er valt voor den heer Westerman, die bij herhaling beweerde dat dr. Colijn zulke elementaire economische theorieën in de Staten-Generaal verkondigde, nog zeer veel elementairs in de Staatswetenschappen te leeren.
H.    VAN DER PAUW,

Leeraar M.O.

Handels-en Staatswetensch.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MISBRUIK MET UW POLITIEK ONZE BIJBEL NIET

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's