ECONOMISCH MINDER NUTTIGE UITGAVEN
Het kan iemand soms wrevelig stemmen te bemerken, dat er door velen met zoo kwistige hand wondt uitgegeven voor allerlei niet-noodzakelijke uitgaven, terwijl daarnaast, op grond van noodzakelijke bezuiniging, contributies en giften voor liefdadige vereenigingen, veelal worden opgezegd of sterk ingekort. Zending en philanthropie lijden, dunkt ons, meer onder de ongunst der tijden, dan film en voetbal. De laatste behooren voor velen tot de „noodzakelijke levensbehoeften", die het allerlaatst voor bezuiniging aan de beurt komen. Over deze toeneming van behoeften en de gevolgen daarvan, geeft de heer C. Smeenk in „Patrimonium" een interessante beschouwing, die we hier laten volgen
Het kan niet ontkend worden, dat de volken in de moderne Industrielanden vooral in de laatste kwart eeuw hun levensstandaard zeer hoog hebben opgevoerd. Zij hebben zich „behoeften" geschapen, waaraan vorige generaties niet dachten. Zelfs zijn zij daarmede voort gegaan In de jaren na den oorlog, waardoor alle landen, die er aan deelnamen, verarmden. Ook de „neutralen" ondervonden veel schade. Dikwijls werden zij bovendien — men denke aan onze eigen mobilisatie — tot vele improductieve uitgaven gedwongen.
Nu moet men bij die toeneming van behoeften onderscheiden. Dat de groote massa beter woont, zich beter kleedt, meer huisraad bezit, is geen kwaad, maar een goed, waarvoor wij dankbaar behooren te zijn. Het is een van de zegeningen der modern-industrieele ontwikkeling. Eveneens verdient toejuiching, dat steeds meerderen zich boeken konden aanschaffen, tijdschriften en couranten konden lezen, zoo nu en dan eens op reis konden gaan, kennis konden maken met andere volken en landen.
Zoo ware nog wel meer te noemen, waarop wij geen critiek zullen oefenen. Een „noodzakelijke behoefte" moge men b.v. de radio niet kunnen noemen, dat zij een middel tot levensverrijking kan zijn, valt niet te ontkennen. Vooral voor zieken en ouden van dagen, die aan huis zijn gebonden, is een radiotoestel een zeer te waardeeren bezit
Maar er is allengs ook veel luxe gekomen, waarover niet zoo gunstig geoordeeld kan worden. De belangrijke sommen, die bij een voetbalwedstrijd in het Amsterdamsche Stadion verteerd worden, konden heel wat nuttiger worden besteed. De bioscopen lijden wel eenlgszins onder de malaise, maar voor dit vermaak, dat meestal niet bijzonder verheffend is, wordt altoos nog te veel uitgegeven. Het is niet noodig om in de stad, waar men woont, een paar middagen of avonden in de week cafe's, lunchrooms enz. te bezoeken en daar, al is het tot bescheiden bedragen, verteringen te maken. En wie waagt zich aan een schatting van hetgeen door velen, die des Zondags autotochten ondernemen, wordt uitgegeven ? Ook tal van „schoonheidsmiddelen", die door welgestelde, en ook wel door minder welgestelde vrouwen worden gebezigd, kunnen niet tot de noodzakelijke of althans nuttige levensbehoeften gerekend worden.
Nu geven wij gaarne toe, dat velen hun bestaan vinden in de zaken, die de „behoefte" aan luxe en genot bevredigen. Een plotselinge verandering in de levensgewoonten zou ongetwijfeld tienduizenden In moeilijkheden brengen. Maar de medaille heeft toch wel een minder mooie keerzijde.
Het kost al meer moeite om de werkloozen te voorzien van het noodige, nu de financiën van Staat en Gemeente in zorgwekkenden toestand verkeeren. In breede kringen van arbeiders, kleine middenstanders, schippers e.a. is nood. En het Nationaal Crisis-Comité beschikt slechts over bescheiden inkomsten. Menige diaconie kan niet doen, wat zij gaarne zou willen. Is het onder die omstandigheden wel te verantwoorden, dat zooveel wordt uitgegeven voor dingen, die zeer wel gemist kunnen worden ? Kon ruimere hulp verleend worden aan de tienduizenden, die hun noodzakelijke levensbehoeften niet of nauwelijiks kunnen bevredigen, dan zou daardoor méér werkgelegenheid ontstaan, dan door beperking van uitgaven voor luxe en genot teloor zou gaan
Indien hetgeen op dergelijke uitgaven werd bezuinigd, afgedragen werd aan organisaties, die zich met steunverleening bezig hielden, zou dit sociaal goede gevolgen hebben. Natuurlijk behoorde ook dan een zoodanige verhouding tusschen loon en steun in acht te worden genomen, dat de prikkel om werk te zoeken bleef bestaan. Maar er kan in een groot aantal gevallen nog heel wat gebeuren, vóór en aleer die prikkel verloren zou gaan of het noodzakelijke aanpassingsproces geremd zou worden.
Een besparing op uitgaven voor luxe en genot, die leidde tot het vormen van een nationaal werkverruimlngsfonds, dat de beschikking kreeg tegen een lage rente van bijv. 2 of 3 pCt., zou ook een economisch nuttig effect hebben.
Zou er nu werkelijk in deze richting door samenwerking van alle mogelijke organisaties en particulieren niets zijn te bereiken ?
Van het huidige Duitschland kan men veel kwaad zeggen. Ook wij hebben meer critiek dan lof. Maar voor hetgeen in dezen winter inzake de hulpactie is gepresteerd, hebben wij toch respect. Ook al is het niet alles „vrijwillig" gegaan, dan nog is er plaats voor eenige waardeering.
In onze Christelijke kringen wordt over het algemeen minder uitgegeven voor luxe en genot, en wordt méér geofferd voor kerk, diaconie, zending etc. dan door andere volksgroepen. Wij schatten op goede gronden hetgeen bijv. de leden der Gereformeerde Kerken alléén voor den diakonalen arbeid bijeenbrengen op f 6.— per hoofd. Kon dit cijfer door alle volksgroepen bereikt worden, dan zou het kerkelijke en particuliere hulpbetoon beschikken over een bedrag van circa 48 millioen per jaar. De statistiek leert evenwel, dat de kerkelijke en particuliere instellingen slechts circa 24 millioen per jaar uitgeven. Reeds hieruit volgt, dat er nog veel meer zou kunnen gebeuren. Toegestemd moet worden, dat tot de Gereformeerden niet breede groepen van de allerarmsten behooren. Maar evenmin behooren daartoe de rijksten in den lande. Zelfs niet vele financieel krachtige middenstanders.
Toch zouden ook de Christenen in het algemeen nog wel méér kunnen doen. Ook voor de uitbreiding van den evangelisatie-en zendingsarbeid. Indien men maar eens uitgaven, die noch sociaal-economisch, noch geestelijk of cultureel veel nut afwerpen, schrapte !
Althans zoolang de huidige noodtoestanden dit eigenlijk vorderen.
De hier gemaakte opmerkingen zijn alleszins aard om ter harte te wonden genomen. Met instemming geven we ez daarom aan onze lezers door. Al zijn we overtuigd, dat hiermede over de kwestie van „economisch minder nuttige uitgaven" niet het laatste woord is gezegd.
(Geldersche Post).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's