De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PINKSTERFEEST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PINKSTERFEEST

11 minuten leestijd

Handelingen 2 : 2. En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van eenen geweldigen, gedrevenen wind, en vervulde het geheele huis, waar zij zaten.

Zoo ooit, dan behoeven de volken in onze dagen een geestelijk reveil. De economische moeilijkheden overstelpen de massa, die voorheen opging in weeldezuoht en genot. Toen had zij voor de eeuwige dingen geen oog en geen hart, en thans lis zij als verdoofd onder de neerdrukkende nooden. De invloed van Gods Kerk in de wereld is steeds meer dalende onder vrijwel alle volken, de macht van den antichrist rijst en de menschheid in het Westen, die eenmaal de hoogtepunten harer beschaving bereiken mocht onder de inspiratie van den verrezen Christus Gods, is reeds zeer verre voortgeschreden op den weg naar algeheele ontkerstening. De kerken, alle kerken zonder onderscheid, zetten hare leidende positie in. Als zij er nog zijn, dan worden zij op den achtergrond gedrongen. Zelfs zijn er breede gebieden van Europa, denk slechts aan Rusland, waar de kerken uit het nationale leven als verdrongen werden door een welbewust, antichristelijk heidendom, dat de gansche wereld bedreigt met de infectie van zijnen verderfelijken geest, die denken doet aan de openbaring van den ongerechtige, wiens komst geprofeteerd werd en wiens toekomst door den apostel Paulus wordt beschreven als te zijn „naar de werking des satans, in alle kracht en teekenen en wonderen der leugen en in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan". Ja, de toestand, waarin de Christen-volken uit geestelijk oogpunt verkeeren, is wel zeer donker. Het oordeel wordt aan hen voltrokken, dat hun een kracht der dwaling gezonden werd, zoodat zij de leugen gelooven. En te midden van dezen nacht der zonde zijn er nu nog overblijfselen, die herinneren aan andere, aan voorbijgegane eeuwen, waarin de Heere wonderen van genade heeft gewrocht. Ook onder ons volk werden die 'bewaard en behouden, meer als historische resten uit het verre verleden, meer dan als de bezielende dragende krachten in het leven van ons volk. En ook deze zelfs dragen de sporen van het verval, daar het Christenvolk ook ten onzent door zijne tot in het oneindige voortkankerende verdeeldheid tot een nauwelijks meetellenden factor in het nationale leven is geworden. Daarom, indien ooit, dan is er nu behoefte aan herleving, aan opwekking van de kracht des geloofs, aan hernieuwde openbaring van des Heeren opstandingskracht. En op dit Pinksterfeest wordt daarbij onze aandacht des te meer bepaald, omdat alleen door Gods Heiligen Geest ons de gaven kunnen worden bereid, omdat alleen van de reuke der wateren van dien levendmakenden Geest de in de Westersche volken verstervende wortel van Gods Kerk weer kan opwaken tot hernieuwde openbaring van kracht. Dit nu moge wegen op de zielen van Gods kinderen, opdat hunne bede klimme tot den Vader der lichten, van Wien ook alleen de gaven des Geestes nederdalen kunnen. Tot zulk gebed heeft de Heere Jezus zelve ons vermaand, door er ons aan te herinneren : „Indien dan gij, die boos zijt, weet uwen kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelsche Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden".
Voor den Heere is niets te wonderlijk. Ook al Zal ons natuurlijk verstand bij de aanschouwing dezer moderne wereld ons doen zeggen, dat zij naar haren ondergang voortschrijdt, dat het zelfs een snelle afloop van wateren is, de Heere kan toch op het noodgeschrei Zijner kinderen groote wonderen doen. Dat heeft Hij ook gedaan op het eerste Pinksterfeest, toen de discipelen eendrachtig bijeen waren, volhardende in bidden en smeeken. Ook toen was de wereld der volken in een nacht van geestelijk donker, ook toen waren het slechts enkele Galileesche mannen te midden van de massa der millioenen. En de Heere hoorde hun gebed. En zooals alle groote heilsfeiten, waarvan Gods Woord ons meldt, gepaard gingen met machtige verschijnselen, die des Geestes heerlijkheid en macht moesten af malen en dus mede verkondigden wat het heilsfeit zelf beteekende voor Gods Kerk, zoo was het ook op Pinksteren. Als op den Sinaï de Wet des Heeren afgekondigd wordt, dan was er, donder en bliksem en eene zware wolk, want de Wet verkondigt wat de mensch moet zijn en niet is, zij spreekt van Gods recht en oordeel, van verbrijzeling en verbreking des harten, van wat de wereld der zonde wacht onder den vloek des Almachtigen. En als de Heere Jezus gebaren wordt, dan worden op Bethlehems velden in den nacht der dichtste duisternis de Hemelen geopend en het ongeschapen licht stroomt uit en het engelenheir wiegt op zijne baren en de jubelzang van het „Eere zij God" weerklinkt van het kindeke Jezus, van Immanuël, die de Wet zal volbrengen, haar vloek zal dragen en de Heere onze gerechtigheid en daarom ook de Vorst des vredes wezen zal, in Wien Gods welbehagen vloeit over den mensch. En als Hij den dood verwint aan het kruis en zijne kluisters ver^breekt door de verrijzenis, dan dreunt en beeft de aarde op hare fundamenten. En zoo ook nu, als de Trooster komt, die het werk des verheerlijkten Middelaars zal voleindigen, als Hij, de Heilige Geest, komt om in te wonen in de uitverkoren Kerk, die Zijn lichaam is, ook dan zijn er de teekenen, opdat de discipelen en met hen de gansche Nieuw-Testamentische Kerk, de verborgenheid en de kracht en het wonder van Zijn Wezen en werk zal kennen.
Op den Pinksterdag, die spreekt van de eerstelingen des oogstes en tevens van de afkondiging van Gods Wet, neemt Gods Heilige 'Geest Zijne woning in Gods Kerk in en wordt alzoo aan de gemeente verklaard het werk der heiligen der zaligmaking, dat Hij doen zal, opdat het nieuwe Jeruzalem straks van God uit den hemel nederdalen zal en de volken, die zalig worden, zullen wandelen in haar licht. De discipelen waren allen eendrachtig bijeen. Geen hunner was achtergebleven, want in aller ziel leefde de behoefte aan de vervulling der belofte, en zij allen waren smachtende naar Zijne komst, opdat zij 'bij het licht van Hem, die de Trooster genoemd werd, de volle heerlijkheid en de diepte van den rijkdom der genade, die in Christus verschenen was, zouden mogen verstaan. En toen kwam het oogenblik, waarop : „er geschiedde haastiglijk uit den hemel een geluid als van een geweldigen, gedrevenen wind". Plotseling, zonder dat er eenig teeken van aankondiging aan vooraf ging, hoorden zij het geluid, dat overeenkomst vertoonde met hetgeen wij hooren als de stormwind ruischt over onze hoofden, als wij een besef hebben van de geweldige krachten der natuur, die zich daarin openbaren. Zoo komt nu Gods Heilige Geest onder het teeken van den stormwind. En ook dit teeken is niet willekeurig gekozen, maar heeft de strekking ons het karakter van de werking des Geestes te verklaren. De Heere Jezus zelve had daarop reeds nadruk gelegd, toen Hij tot Nicodemus zeide: „De wind blaast, waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt, en waar hij heengaat; alzoo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is". De werking van des Heeren Geest is ondoorgrondelijk voor het natuurlijk verstand, zooals Zijn Wezen zelf als het Wezen Gods eene ondoorgrondelijke, voor ons zintuigelijk leven onkenbaar is. De wind is het beeld, waarvan de Heilige Geest zich toedient om ons de verborgenheid Gods en Zijner werking af te malen, want wind en Geest worden in de Schrift met hetzelfde woord genoemd. En ook dit vergelijkingsbeeld is niet willekeurig, want onder alles in deze stoffelijke wereld is de wind, de ademtocht van de luchten, hetgeen de onstoffelijkheid, dus het wezen van het geestelijke het meest nabij komt. Hij is onzichtbaar voor ons oog en geheimnisvol ruischt hij door de toppen der boomen. En zoo is ook God Zelve, naar het woord van Jezus, „Geest", en moeten juist daarom die Hem aanbidden. Hem aanbidden in geest en waarheid.
Daarom, de Geest komt, terwijl plotseling de discipelen „een geluid hooren, gelijk als van eenen geweldigen gedrevenen wind". Doch er was dit onderscheid. De stormwind, die aanstormt over onze hoofden, hooren wij komen uit de verte. Hij nadert met de majestueuse, soms ook angstwekkende, geweldige muziek, waarin de grootheid zijner krachten wordt beluisterd. Maar hij komt over de aarde, rolt aan, zooals de nevelen soms aanrollen over de velden, zooals de stroomen zich uitgieten over de velden, wanneer zij voor een oogenblik hunne boeien verbreken. Doch hij komt over de aarde, over de wouden, over onze woningen, over onze hoofden. En wij beseffen, dat (hij 'behoort tot deze aarde, tot de schepselen, in welker midden wij leven. Doch dit was nu het onderscheid : in het stormgeruisch, dat der discipelen oor trof, was duidelijk te merken, dat het niet een gewone stormwind was, welks geluid zij hoorden, maar dat het kwam „haastelijk uit den hemel". Neen, het was niet een aardsche orkaan, die zijne komst verkondigde en zijne al-verwoestende kracht door de ruisching, die zij vernamen, maar het was een hemelsche blazing, die over hen uitging. Het kwam uit den hemel van Gods heerlijkheid, uit de woning Zijner heiligheid. Des Heeren Geest kwam alzoo over Zijne kinderen, opdat zij zouden weten van nu aan, hoe het Zijn Heilige Geest is, waardoor Hij handelt met Zijn volk, die inwoont in Zijne Kerk, die inwoont in de harten van elk Zijner kinderen. Zij zouden van nu voortaan weten, dat Hij, de Heilige Geest, die zelve waarachtig, eeuwig God is met den Vader en den Zoon, in hen is. „Of weet gij niet", zoo vraagt de apostel, „dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, die in u is, dien gij van God hebt en dat gij uws zelfs niet zijt". God Drieëenig handelt door den Heiligen Geest met Zijn volk. En Hij is het, die ben ontdekt voor hunne zonde, tot Wien zij roepen uit de banden des doods en uit de angsten der hel, en Hij is het, die hoort en tot Wien zij spreken van die wondere, heerlijke liefde, die het hart vervullen kan, als zij, tot den Heere Jezus gebracht, door en in den Zoon komen tot den Vader. Het is de Geest niet van de aarde, maar uit den hemel. En Hem hooren Zijne discipelen op den Pinksterdag, zoodat zij nu voortaan inzien in de verborgenheid der godzaligheid, in den Heere Jezus Christus hun verschenen, tot Wien zij geleid worden door dien Heiligen Geest, die als de Trooster hun indachtig maakt al wat de Vader in den Zoon gegeven heeft aan deze in zonde verloren wereld.
En daarmede is nu de gemeente Gods de wereld ingezonden. Klein en nietig, veracht door de wereld, was haar eerste kiem. Zooals niemand besefte van Jezus' geboorte en hare wezenlijke beteekenis dan de enkele uitverkorenen, die in het licht van den Heiligen Geest in het kindeke van Bethlehem hunne zaligheid ontdekten, zoo heeft ook geene van de machthebbers dier dagen in de kleine Jeruzalemsche gemeente de uitverkoren Kerk gezien, die de wereld zou overwinnen en op de puinhoopen der ondergaande heidensche cultuur eene nieuwe beschaving en daarmede eene nieuwe wereldorde brengen zou aan de volken. Toch is zij dit geworden, omdat in deze Kerk de Heilige Geest, waarachtig, eeuwig God met den Vader en den Zoon, Zich woning had gemaakt. Voor Zijn ademtocht moet vallen, al wat zich stelt tegen den hoogen God. Voor Hem zijn bergen vlak en zeeën droog en Hij schept het nieuwe leven uit de dooden, het licht doet Hij uit de duisternis geboren worden.
En daarom, moge in dezen nacht der tijden het gebed van Gods kinderen opgaan om eene hernieuwde uitstorting van Gods Heiligen Geest, opdat wij zijn geruisch mogen hooren uit den hemel en de wereld der volkeren, die eenmaal groot en rijk en machtig werden onder de bezielende krachten, die van den Vorst des levens uitgaan, die dus alle weldaden, die zij genieten, danken aan die wondere liefde des Vaders, die Hem bewogen heeft tot de overgave des Zoons in de versmaadheid van den dood des kruises. Indien de volkeren opnieuw dat geruisch des Geestes mogen hooren, dan zullen zij opnieuw ook luisteren naar die sprake, die uit de hoogwaardige Heerlijkheid roept tot deze aarde : „Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem". Dan zal het Pinksterfeest aan de volkeren, die nu gekromd liggen onder den druk hunner crisis-nooden, den dageraad der verlossing en den dag des heils brengen. Daarom ga ons gebed op om den Heiligen Geest voor de Kerk en met die Kerk voor gansch ons volk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PINKSTERFEEST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's