De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Dit nu hadden de bladen vermeld. Door minister Talma was een wetsontwerp ingediend, waarbij aan alle 70-jarigen, mits in loondienst geweest zijnde, een bepaald bedrag werd uitgekeerd, en nadat hier en daar nog eenige veranderingen en verbeteringen waren aangebracht, werd dit ontwerp tot wet verheven. En dat feit was oorzaak, dat het ook op Lombok feest werd.
't Sabelbeen had het in eene dorpsherberg, waar hij even „proeven" moest, in de krant gelezen en toen kwansuis het nieuwsblad in den zak gestoken. Dat zou hem te pas komen en daar moest hij nog plezier van beleven. Eerder dan andere dagen, kwam hij dien avond op huis aan om nu al de bewoners van de buurtschap met het heugelijk nieuws in kennis te stellen. Dat was de moeite waard, en dat gaf aanleiding tot eene fuif.
Zwarte Ka werd er op uitgestuurd om alle Lombokkers dien avond uit te noodigen in het kamertje van het Sabelbeen, omdat hij eene gewichtige mededeeling voor hen allen had, en zoo kwam het, dat op een aangegeven uur Ka en Trui, en de Scheele en de Bultenaar en de Goudvink, benevens de tijdelijke buren, die in een scheepje of woonwagen waren komen opdagen, zich vereenigden in het kamertje van den orgel-draaier, teneinde daar kennis te nemen van de gebeurtenis, welke op komst was. Alleen Gretske was niet gevraagd. Natuurlijk niet. Want die paste hier niet, en al had men haar genoodigd, zoo zou zij toch bedankt hebben. Omdat zij te vroom was voor zoo'n gezelschap. Ook omdat zij misschien wel geen behoefte had aan deze geldelijke ondersteuning, daar zij immers genoeg verdiende en anders wel menschen achter de hand had, die haar wel zouden stipuleeren, zooals de Scheele het noemde. En ook had men haar niet gevraagd, omdat zij de vroolijkheid van zoo'n gezelligen avond zou hebben bedorven.
Want dat het er gezellig toe zou gaan, sprak vanzelf. Dat was men zoo gewoon, als bizondere omstandigheden de bewoners van de buurtschap bijeen brachten.
„Je zorgt wel eventjes voor je wéét wel, hè ? " — zei 't Sabelbeen tegen Ka, toen hij haar vroeg de anderen te noodigen, en dat behoefde men haar geen twee keer te zeggen. Een enkel knikje met het hoofd was voldoende, alleen had zij met duim en wijsvinger eene beweging gemaakt, die de orgeldraaier eerst niet scheen op te merken, maar toen zij talmde met heen te gaan, hem de hand in de beurs deed steken om daarna van de opgehaalde centen bij het orgeldraaien, zooveel uit te tellen als noodig was.
„'k Zal je vóór schieten, maar moet van elk zijn deel terug hebben, hoor!" — zei hij, en Ka beloofde het. Vlug heeft zij zich toen van hare taak gekweten en is met een flesch onder de vuile boezelaar naar een drankwinkel gegaan om deze te doen vullen. Ook hier was zij blijkbaar geen vreemde. Zonder nadere aanduiding werd uit een vat in een looden maat de verlangde hoeveelheid gemeten en toen door een trechter overgestort in de flesch, welke daarop weer even spoedig onder de kleeding verborgen werd als zij te voorschijn was gehaald. En toen bij het uittellen van het verschuldigd bedrag nog een dubbeltje overschoot, kon zij de verzoeking niet weerstaan om van de juffrouw daarvoor een „kleintje" te vragen, 't Was toch ééne moeite, en die paar centen zouden het haar ook niet doen.
Zoo vlug haar oude beenen dit toestonden, ging het daarop weer naar huis toe. Dat beloofde een mooie avond te worden. Wat 't Sabelbeen toch voor nieuws hebben mocht ? Een flinke flesch er bij. Vast wel twee borrels, zoo niet nog een halfje d'r over heen, voor élk. Die jonge juffrouw gaf altijd een ruime maat, en zag niet op een scheut. Heel anders dan haar vader, die de druppels scheen te tellen en altijd bang was dat hij te veel gaf als hij ging tappen. Zoo'n vrek. In het veen behoefde men toch op geen turf je te zien, en in den drankwinkel lag het eene vat boven het andere. Alle gevuld met die heerlijke drank. Maar van zelf, dit werd een arm mensch ook niet gegund. Evenmin als de vleeschwaren van den slager, of de koek van den bakker, of de suiker van den winkelier, of het fruit en de fijne groeten van den groentenboer.
Wacht, zij kon er eigenlijk ook nog wel een klein teugje uit nemen. Zooveel als de juffrouw had over gemeten. De anderen zagen het niet, en daarvoor had zij dan ook de boodschap gedaan en de anderen genoodigd. En de daad bij de gedachte voegend, werd de flesch ontkurkt en voorzichtig aan den mond gebracht om er een slokje uit te drinken. Met de tong smakkend tegen t verhemelte, werd aangegeven hoe lekker 't was, en daarop de flesch weer gesloten, al lag in die begeerlijke blik van het oog genoeg te lezen, dat dit niet van harte ging.
Toen de torenklok acht uur sloeg, was Ka present en lieten ook de anderen niet lang meer op zich wachten.
Van een der buurvrouwen werden een paar stoelen geleend, terwijl de Scheele voor de noodige glaasjes zorgde.
Toen allen gezeten waren, heette het Sabelbeen hen welkom en stelde voor den gezelligen avond te beginnen met een borrel.
„Hoeveel heb je d'r ? " — vroeg de Goudvink, waarop Ka de flesch te voorschijn haalde.
„Is dat alles ? Dat kan ik alleen wel hebben" — vervolgde hij, en blijkbaar waren er meer in het gezelschap, die er zoo over dachten.
„Ik kon toch niet over jullie beurzen beschikken, en heb dit voor onze gemeenschappelijke rekening laten koopen. Maar als het te weinig is, wil ik deze flesch ook wel betalen, als jullui dan maar voor een gelijke portie zorgt" — zei de gastheer.
„In elk geval kunnen wij hier mee beginnen, en als het noodig is, dan heb ik en dan heeft ook de Scheele en de Bultenaar ook wel wat onder de kurk" — sprak de Goudvink. „Wij zijn nu van avond eenmaal uit, en ik zeg maar, als je uit bent, dan moet je het ook weten. Anders kan je wel thuis blijven". (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's