De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

DE PINKSTERGAVE.

6 minuten leestijd

Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn. 1 Kor. 2 vers 12.

De plaats, waar God Zijn kinderen stelt, is nooit zonder gevaar. Zoolang zij tot Christus in Zijn heerlijkheid niet zijn opgenomen, wonen zij in de wereld. Zij zijn daar krachtens den raad Gods, zooals de Heiland ook voor hen bidt : , Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den booze". Voor bewaring in het gevaar bidt Hij alleen, en dit gevaar is in den genoemden tekst uit 1 Korinthe genoemd : de geest der wereld.
Dat voor de Korinthische gemeente dit gevaar niet denkbeeldig was of alleen maar dreigde, blijkt uit den brief zelf duidelijk. De gemeente was in meer dan éen opzicht gestruikeld. Daarom is noodig, dat Paulus de struikelblokken aanwijst op de wegen, waarvan „de wereld" meent, dat zij de best geplaveide van den tijd zijn. Korinthe was een van de brandpunten van wereldsch leven uit het begin onzer jaartelling. Het was bizonder schoon gelegen, van nature een havenplaats, vandaar een uitgebreide handel met als gevolg rijkdom, weelde, „beschaving", wetenschap. De geest der wereld kon komen van de vier winden en heeft dese stad dan ook grondig doorwaaid. De Grieken zochten er wijsheid en de wereldwijzen van Korinthe beloofden een kennis, die de aarde en den hemel verklaart. Een kennis, die haar terugslag had op den handel en wandel der menschen, zooals dit steeds het geval is. En daardoor, of ook door andere oorzaken, was het leven er verre van deugdzaam.
Te midden van dit alles was de gemeente van Korinthe niet rein gebleven. Partijwezen had haar verscheurd, zedelijke smetten hadden haar bezoedeld. Daarom moet Paulus de gemeente wijzen op haar oorsprong, op de middelen, waarmee zij gebouwd was, op het fundament, dat haar ten grondslag strekte. De oorsprong der gemeente was de eigen arbeid van Paulus. Het middel, dat hij gebruikt had, was niet anders dan de eenvoudige prediking van het evangelie. Het fundament was Jezus Christus en die gekruisigd. En al werd deze wijsheid niet verkondigd met uitnemendheid van woorden, zij ging toch oneindig uit boven de zoogenaamde wijsheid, die in Korinthe te zoeken was, omdat zij was een wijsheid, die God Zelf geopenbaard had door Zijn Geest. Daarom was ook deze wijsheid alleen betrouwbaar, want wat menschen ook mogen voorgeven, niemand weet hetgeen van God is, dan de Geest Gods.
Nu waren in de gemeente leerstellingen en levensregels ingevoerd, die eigenlijk afkomstig waren uit het heidendom, uit wat in Korinthe de hoogste wijsheid en de zuiverste godsdienst werd genoemd. Zelfs binnen den kring der gemeente werd de opstanding der dooden geloochend, er was misverstand omtrent de buitengewone gaven van den Heiligen Geest, men at het vleesch der afgodenoffers en duldde ook ergerlijke toestanden op zedelijk terrein. De geheele brief getuigt van den strijd, dien Paulus tegen dit alles aanknoopt. Reeds in den aanvang wijst hij de gemeente blijkens den tekst er op, dat er onderscheid behoort te zijn tusschen de wereld en de gemeente Gods. Er kwamen dingen voor in de gemeente, die gevolg waren van de besmetting met den geest der wereld. Daartegen past alleen vijandschap en strijd en vooral ook waakzaamheid. Want de geest der wereld werkte en werkt nog immer als een zuurdeesem. Ongemerkt. Langzaam. Maar zeker. „Zuivert dan den ouden zuurdeesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt". De gemeente is duur gekocht. Daarom heeft zij God te verheerlijken in lichaam en geest, die beide Godes zijn.
De apostel wijst echter ook de oorzaak aan van de inwerking van dit verderf en daarmede het beste middel om het te voorkomen en te ontvlieden. Den geest der wereld heeft de gemeente niet ontvangen, maar den Geest, Die uit God is. Reeds in de woorden is een teekenend onderscheid. De geest der wereld. En : de Geest, Die uit God is.
De geest der wereld is een kracht, een invloed, wier werking het best kan worden aangeduid als infectie, besmetting. Maar de Geest, Die uit God is, wordt door deze woorden alleen reeds aangeduid als zelfstandig. De Heilige Geest is niet een kracht of invloed, maar Hij is een Persoon. De Schrift teekent ons Hem als zelfstandig werkend, uitgaande van den Vader en den Zoon, nederdalende in de harten, waar Hij inwoont, met Christus het Hoofd der gemeente vereenigt, verlichtend en reinigend werkt. Zijn inwonende werking is noodig, opdat wij verkrijgen mogen, wat Christus verlossend verwierf. „Ons toeëigenende, hetgeen wij in Christus hebben", zegt het doopsformulier, en toeschrijft daarmee den vollen rijkdom, van den Heiligen Geest, de uitnemende Pinkstergave, van Wien de tekst zegt, dat Hij ons hiertoe gegeven is, „opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn".
Wanneer de gemeente niet meer verstaat de dingen, die haar van God geschonken zijn, dan staat aanstonds de deur open voor dwaling in leer en leven. Dat is ook thans de oorzaak, niet alleen van de ons allen bekende dorheid van geestelijk leven, maar ook van veel dwaling en misverstand inzake de leer der Waarheid, die naar de godzaligheid is. En dit is uit den geest der wereld.
Het beste, neen, het eenige middel om het verderf van den geest der wereld te voorkomen en te ontvlieden, is dus beloofd en ook gegeven in den Geest, Die uit God is. Waar Hij inwoont, daar is de levende eenheid met Christus, den verheerlijkten Verlosser. In den Middelaar is alles gereed. Wie Hem bezit, bezit alles.
Maar dit wil niet zeggen, dat wij dit ook aanstonds weten, dat wij daar onmiddellijk volle zekerheid van hebben. Eerst is er de Geest, Die woning maakt in ons hart en daardoor deelgenootschap tot stand brengt aan Christus en aan al wat het Zijne is. Daarna het weten. Het met steeds grooter zekerheid weten aangaande de dingen, die ons van God geschonken zijn, tot de volle verzekerdheid toe. Niet ieder heeft deze ontvangen. Maar het is een rijke belofte en daarom mag en moet zij de bede zijn der ware Godskinderen.
En wat nu de dingen zijn, die ons van God geschonken zijn in Christus, dit is met Calvijn aldus te omschrijven : „dat wij, vergeving der zonden verkregen hebbende, tot de hope des eeuwigen levens zijn aangenomen ; dat wij door den Geest der wedergeboorte geheiligd zijnde, nieuwe schepselen worden, opdat wij Gode leven".
Deze dingen staan vierkant tegenover al wat de geest der wereld ooit heeft geleerd of ook thans nog leert.

Hierden, C. van Dop

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's