FINANCIËN
Zoo in het gewone spraakgebruik kunt ge het nog al eens een keertje opvangen: „dat valt me mee", of „dat valt me tegen". Men voegt er dan nog een woordje aan toe : „hard" mee of „hard" tegen.
Wat het meest voorkomt, behoef ik, naar ik meen, haast niet te zeggen. Tegenvallers zijn er in den regel meer dan meevallers. Hoe dat komt, is niet zoo heel moeilijk aan te geven.
's Werelds loop beantwoordt meer aan de beschrijving zooals het Woord des Heeren ons aangeeft, dan aan 's menschen dwaze verwachtingen.
Wat 'n luchtkasteelen worden er niet gebouwd! Welk een dwaasheden toovert die mensch zich telkens weer voor zijn geest, 't Zou hem niet verwonderen of dat zal gebeuren en het slot van de historie is, dat er heel iets anders zich aandient. Wat 'n teleurstellingen biedt niet het menschelijk leven ! Hoofdschuddend moet hij 't zelf belijden : „het valt me hard tegen".
Geldt dit van zaken, met personen gaat het evenzoo.
Het beste is hij er aan toe, die gedurig zijn licht opsteekt bij en zijn levenspractijk toetst aan het Woord des Heeren. Hier wordt er zoo ernstig tegen gewaarschuwd. De Dichter legt het in de bekende woorden ons voor :
Vest op Prinsen geen betrouwen. Daar men nimmer heil hij vindt. Zoudt g' uw hoop op menschen bouwen ?
Zoo luidt de vraag, door hem gesteld. Neen, naar een vasten grond wordt door hem verwezen, wanneer hij kort daarop laat volgen :
Zalig hij, die in dit leven Jakobs God ter hulpe heeft. Hij, die door den nood gedreven. Zich tot Hem om troost begeeft; Die zijn hoop in 't hach'lijkst lot. Vestigt op den Heer', zijn God.
Hieruit spreekt levenservaring.
Wie op menschen vertrouwt — en laat hij nu zichzelven hierbij insluiten, want niemand valt zoozeer tegen als ons eigen ik — komt lederen keer weer tot deze eindsom : wat 'n tegenvaller. Doch wie op den Heere mag bouwen, staat telkens verrast te vragen : daarop had ik niet durven rekenen ! Hoe kan het ?
Zoo waren ook in deze voorbijgegane dagen mijn ervaringen weer.
'k Had zoo de dagen eens aan mijn geest laten voorbijgaan. De Pinksterdagen vorderen alle voor zich de volle belangstelling voor wat wij noemen de Uitwendige Zending. De einden der aarde roepen, zoodat wat vlak bij is, thans een weinig terzijde wordt geschoven. Momentelijk moet dit wachten. Dus — zoo was mijn redeneering — zal er dezen keer voor u niet veel te melden zijn. Ge kunt best een weekje overslaan.
En nu de werkelijkheid, 'k Stond er al weer bij als een kleine jongen, die voor de zooveelste keer zijn les niet goed had geleerd. Een mensch leert toch zoo slecht. Hij vertrouwt op duizend dingen ; alleen waarop hij vertrouwen kan, slaat hij telkens over.
't Is zoo beschamend, wat God ons eiken morgen weer voorlegt: „Ik, de Heere, word niet veranderd ; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs, niet verteerd".
Hij beschaamt ons lederen keer weer.
Mag ik u daarvan de bewijzen voorleggen ?
1. Uit den collectezak van de Vredeskerk alhier kwam voor het Studiefonds..ƒ 10.—
2. Het busje van de fam. D. alhier bracht in de laatste weken niet minder op dan.. „ 8.93 In den regel gaat het zoo, dat wij vaak meer oog hebben voor wat van een ander is, dan wat wij zelf 'bezitten. In buurmans tuin — zegt het spreekwoord — staan de vruchten vaak beter dan bij ons. Dat zou ik omtrent eigen gemeente niet durven zeggen. Veel zijn de blijken van medeleven welke uit eigen omgeving telkens ons geworden, 't Doet ons hart goed. Haast eiken Zondag komen er giften uit de collecte bij ons binnen. Allerhartelijkst dank.
3. Door ds. Pott te Kralingen kreeg ik als nagift op de Paaschcollecte 1 gld. van N.N. en 10 gld. van L. voor het Studiefonds. Samen , 11.—
4. Door ds. Wolthers te Putten een gift van N.N., waaruit dankbaarheid sprak voor het bedanken voor het beroep naar Scherpenzeel „ 2.50
5. De heer Itjeshorst te Sassenheim zond ons de contributie , 2.— Onze vriendelijke dank.
6. Door den heer C. Bouman te Rotterdam van C. V. Z. te Zwijndrecht „ 2.—
7. Van den Penningmeester van de Afdeeling Alkmaar ontving ik „ 15.—
8. Uit den collectezak van St. Annaland zond ds. Kraay mij èèn gulden „ 1.—
9. Evenzoo ontving ik uit dien van Genemuiden , 2.50
10. Een tweetal giften uit den collectezak van Onstwedde werden me door ds. Luteijn toegezonden ; een van 10 gld. en een van 5 gld „ 15.— M'n oprechte dank voor deze verschillende zendingen.
11. Te Alphen is ook een Paaschinzameling gehouden door de Afdeeling aldaar. Deze bracht op f26.50. Uit busje no. 110 werd f5.20 toegevoegd, terwijl de collecte bij een spreekbeurt, aldaar gehouden, waarbij ds. Remme voorging, opbracht f 13.30. Tezamen is dit „ 45.—
12. Van den heer G. M. te Hilversum kreeg ik me toegezonden „ 2.50 Waarvoor ik hem vriendelijk dank zeg.
13. In mijn inleidend woord sprak ik over meevallers en tegenvallers. Nu, hier staat nu echt zoo'n meevaller voor me. Bij de verantwoording van wat bij me inkwam een vorigen keer, stond als aangegeven uit Rotterdam-Centrum, ook nog toegevoegd Kralingen.
Doch ziet nu eens. Uit Kralingen krijg ik nu nog een aparte Paaschinzameling. En wel van niet minder dan ruim honderd gulden „ 100.50
Hierop had ik in het geheel niet gerekend. Daarom is mijn erkentelijkheid ook dubbel groot. Ik dank de broeders, die hiervoor hun tijd en moeite hebben gegeven, en niet minder de vrienden die hieraan hebben bijgedragen.
14. De Kerkeraad van Harderwijk heeft evenzoo een steentje bijgedragen. De Paaschcollecte, hier gehouden, bedroeg niet minder dan „ 49.25
15. De Paaschinzameling, gehouden te Ede, door de pas opgerichte Afdeeling aldaar, bracht op „ 15.55
16. Ds. Van der Snoek te Veenendaal zond me van de Vereen. Troffel en Zwaard voor de fondsen , 30.48 'k Betuig aan de vrienden mijn vriendelijken dank.
17. In Middelburg heb ik een busje geplaatst bij onzen vriend P. G. v. d. Bosse. Nog maar kort geleden zond ik dit busje en nu reeds bracht het op de respectabele som van „ 16.20 Daarvan stond ik te kijken. Dat was weer zoo'n meevaller, 'k Ben den jeugdigen inzamelaar uiterst dankbaar. Ruste Gods zegen op dit werk.
18. Onze jonge vriend ds. De Looze ging voor een paar weken naar zijn tweede gemeente, 'k Heb hem indertijd met het aannemen van dit toeroep van harte geluk gewenscht. Van Den Ham heb ik altijd veel goeds gehoord. Liefde tot het Woord der Waarheid werd hier reeds van voor lang gevonden. Hier te mogen werken is een felicitatie waard. In stilte (had ik wel gehoopt, dat bij de intrede een collecte voor onze fondsen zou gehouden worden. Ook hierin werd ik niet beschaamd. Evenwel, op zulk een collecte had ik niet durven hopen. Dat was geen kleine meevaller. Zij bedroeg de kolossale som van „ 107.—
19. Ds. Lekkerkerker te Kockengen zond me de collecte, aldaar gehouden voor het Studiefonds. Ook deze collecte viel me echt mee. Zij bedroeg niet minder dan „ 38.80
20. Uit den kerkezak van de gemeente te Bergschenhoek werd me toegezonden.., , 2.50
21. De Penningmeester van de Afd. Den Haag was zoo goed me nog toe te zenden een gulden, die achtergebleven was van de contributie voor 1933 „ 1.— Hij schreef omtrent de contributie van 1934 en drong aan op spoedige toezending der kwitanties, 'k Hoop hieraan binnenkort gevolg te geven. Mag ik nu ook nog een verzoek doen ? De Paaschinzameling wordt door mij al eenigen tijd tegemoet gezien. Mag ik ze nu binnen enkele dagen wachten ? Bij voorbaat mijn dank.
22. Door ds. Van Dorp te 's-Hage kreeg ik van N.N. 1 gld. voor de beide fondsen ; van N. N. f2.40 voor het Leerstoelfonds, omdat hij het voorrecht mocht hebben zijn 76sten verjaardag te vieren, en van N.N. als Pinkstergave 2 gld., eveneens voor 't Leerstoelfonds. Samen „ 5.40
23. Kreeg ik uit Middelburg bericht van het gunstig onthaal aan een onzer nieuwe busjes geworden — uit Rotterdam kreeg ik een zelfde blijde tijding. De 10-jarige knaap van de Fam. S. gaat om de 14 dagen met zijn busje bij enkele vrienden aankloppen. In drie maanden bedroeg dit niet minder dan „ 5.50
Is 't niet prachtig ? Onze Klaas kan als voorbeeld gesteld worden voor velen, 'k Ben met dit resultaat ten zeerste verblijd.
24. Het maandelijksche busje van onzen vriend C. Bardelmeijer te Zegveld bracht op in de afgeloopen maand „ 2.70
25. Nu heb ik nog een enkele verkeerde mededeeling recht te zetten. Vóór enkele weken kreeg ik vanuit Ommen een rijksdaalder. Dit was om uiting te geven aan zijn blijdschap, omdat hij met Alkmaar had meegeleefd in deze dagen. De intrede van ds. Terlouw had hem zoodanig verblijd, dat hij Gode zijn dank had willen uiten ook op deze wijze, door iets te zenden voor het Studiefonds.
Nu zag ik in mijn verantwoording dat ik i.p.v. een rijksdaalder, twee gulden had gezet. Hier komt dus nog 50 cent bij „ 0.50 Dat is ook een meevallertje.
26. Heel ten slotte nog meld ik de goede ontvangst van „ 1.25 aan postzegels uit de gemeente van Lunteren. 'k Zie hierin een klop op de deur om nog een collecte te houden voor onze fondsen.
Mag ik hierop rekenen ?
Elk blijk van meeleven stemt tot blijdschap. Al deze giften tezamengeteld leveren een eindsom van
f 484.06
Hieraan iets toe te voegen, lijkt me misplaatst. Alleen heb ik een vriendelijk verzoek aan die gemeenten, waar men een inzameling voor onze fondsen gewoonlijk houdt op of na Paschen, hiermee niet noodeloos langer te wachten.
Ieder werke hieraan mee.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's