De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

't Is een van die liederen, welke, hoe vaak ze ook gezongen worden, altijd weer het hart ontroeren van ieder die het verstaan mag. Welk lied we hier op het oog hebben, zal ik u zeggen.
Dit is, dit is de poort des Heeren, Daar zal 't rechtvaardig volk door treên. Om hunnen God ootmoedig t' eeren Voor 't smaken Zijner zaligheên.
Wanneer hierbij enkel gedacht wordt aan de tempelpoort is de .greep toch wel iets te kort genomen. Denk alleen maar aan het woord van den Heiland zelf : „Ik ben de deur der schapen. Indien iemand door Mij ingaat die zal behouden worden en Hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden".
Voegt daar nu nog aan toe het woord van deze zelfde lippen beluisterd : „niemand komt tot den Vader dan door Mij".
Mij dunkt, daarmee is de mond gesnoerd van eiken tegenspreker, tenminste zoo deze nog eenigen eerbied overhield voor het Woord des Heeren.
Hij is de poort, waardoor het rechtvaardig volk zal ingaan om Gode den lof toe te brengen voor het smaken van Zijn zaligheên.
Aller oogen zijn op Hem geslagen. De eerste en de laatste klank zal niet anders wezen dan
Door U, door U alleen, Om 't eeuwig welbehagen.
Hoe zij gerechtvaardigd konden worden, daarvan heeft Hij alleen het geheim. Als de sluier der geheimenissen eens zal worden opgebeurd en het heilig doek voor ieders oog zal glansen, zoo zal alles samenstemmen in dit schoone accoord : „dit hebt Gij alleen kunnen bewerken, omdat Uw heilig wezen niet anders is dan onwankelbare trouw, nimmer-moe-wordend geduld, steeds in nieuwe vormen uittrillende ontferming".
Voor er van eene schepping gesproken kon worden, voor en eer een schepsel de hand kon opheffen tot God, was Zijn plan in dezen al in gereedheid gebracht. Het wonder der wonderen, een volk van enkel zondaren zou door de poorte des hemels worden binnengeleid. De Zoon des Konings zou aan het hoofd gaan Hij zou in de diepste diepten der zondenzee verzinken, zóó, dat van Zijne heerlijkheid geen enkel stipje meer zichtbaar zou wezen. Hij zou hen ondervangen, hen dragen op machtige reddersarmen. De schuld welke hen deed verzinken nam Hij over, terwijl omgekeerd Zijne gerechtigheid en heiligheid hun toegerekend en geschonken wordt.
Hoe dit zou kunnen ?
Hoe dit ooit tot stand zou worden gebracht ? Daarvan is het geheim aan den Geest des Heeren.
Wat de Vader wil, heeft de Zoon op zich genomen en de Geest deelt deze heilsschatten uit, getuige het woord van Christus Zelf „Hij zal het uit het Mijne nemen en ulieden geven", zonder iets achter te houden.
De eersten, die dit gezien hebben, al was het nog van "verre, waren de Patriarchen en de Profeten. Of lees ik niet, dat Abraham den dag van Christus gezien heeft en hij is verblijd geweest ? En zingt niet de ziener van ouds, reeds eeuwen van tevoren dat het een feit werd: „een Kind is ons geboren en een Zoon is ons gegeven" ?
Wat zij zagen, hebben de Engelen aanschouwd en hun blijdschap heeft opgeklonken tegen den hemel : „eere zij God in de hoogste hemelen, vrede op aarde, in menschen een welbehagen". Deze Christus bezit het geheim.
Is het dan zulk een wonder, dat al de eeuwen door Zijne gemeente van niets anders hooren wil dan van dezen eenigen Zaligmaker ?
Daar is, zoo luidde het Evangeliewoord, kort na de uitstorting van den H. Geest geen andere naam onder den hemel gegeven door welken wij moeten zalig worden dan deze Naam.
Daarom beluistert ge 't ook allerwegen, zelfs waar ge het heelemaal vast niet verwachten zoudt: „vertelt ons van Hem, den eenigen Borg en Middelaar, door wien wij zalig moeten worden".
Telkens hoort ge de vraag u voorleggen : „zijn er geen, die uitgezonden worden met dezen heerlijken lastbrief? "
Spreekt ons van dien grooten Ontfermer, van die voor aller oogen blinkende trouw, van die eindelooze goedheid-in Christus geopenbaard.
Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij, dat is God, tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
Die prediking moet worden uitgedragen. In die roeping te staan is het heerlijkste werk, dat ooit ter wereld zich laat aanwijzen. Daarvoor onze gebeden op te zenden, daaraan, al is het nog zoo luttel, een enkel steentje bij te dragen, weet ge mij iets kostelijkers te noemen?
In dit licht mag ook ons werk worden bezien. De deugden Gods te verkondigen op aarde, ziedaar ons heerlijk doel.
Wij hebben ook deze dagen nog weer enkele gaven voor dit werk mogen ontvangen. Ons lijstje laten we hierbij volgen :
1. De eerste post welke binnen kwam, was mij toegezonden door ds. Kievit te Baarn. Aldaar was voor onze fondsen een collecte gehouden, welke bedroeg ƒ 39.30
'k Was hiermee ten zeerste verblijd.
2. Uit den kerkezak van Vriezenveen kreeg ik vijf gulden 5.—
Dit verwondert me niet. In Vriezenveen hebben we ook onze vrienden, die warm meeleven met onze zaak. Wij zien uit naar meerdere blijken van medeleven.
3. Door ds. van Grieken gewerden me vanuit Rotterdam-Centrum enkele nagiften op de Paaschlnzameling, ƒ 0.50 en ƒ 0.50 en ƒ 1.50 en ƒ 4.— en ƒ 20.—. Tezamen geteld bedraagt dit niet minder dan „26.50
We danken zeer hartelijk voor deze nalezing.
4. Rotterdam-Centrum heeft Kralingen, Feijenoord, Delfshaven rondom zich liggen. In deze aparte kerkelijke gemeenten is de liefde voor de Gereformeerde waarheid niet klein. Dit blijkt ons telkens uit de bijdragen welke ons vandaar geworden. Feijenoord heeft ook de Paaschcollecte gehouden. Deze bracht op niet minder dan , 73.25 Wij danken de Feijenoordsche vrienden zeer.
5. Door ds. de Bruin te Rotterdam kreeg ik van N. N , 0.50
6. Ds. Pott te Kralingen bleef niet achter. Ook hij pond me een nagift, n.l , 1.—
7. Door ds. Bout te Genemuiden werd me gezonden een gift uit den collectezak van „ 2.50
8. Mej. D. gaf me als opbrengst van haar busje een rijksdaalder „ 2.50
9. Op hoeveel plaatsen we niet onze vrienden hebben zitten, weet ik niet. Van die menschen, die hun naam maar zoo heel eventjes zeggen, doch zoo, dat je 't nooit verstaat. Het lijkt veel op N. N. Zoo iemand woont er ook te Loenen aan de Vecht. Hij deed ƒ2.50 in den kerkezak, welke me door den Pastor loci ds. IJsseling werd toegezonden „ 2.50 Mijn vriendelijken dank aan gever en zender. Wij houden ons ten zeerste aanbevolen.
10. Door den heer : P. Brinkers alhier werd me van B. een, rijksdaalder thuis gebracht . „ 2.50 Wij danken B. en P. beiden.
11. Rotterdam heeft zich deze week niet een klein beetje geweerd, 'k Zat Maandag in de Pieterskerk alhier, op geen grooten afstand van onzen vriend ds. Van Toorn, om de eerste preek — proefpreek voor den Professor — te beluisteren van den zoon van onzen voorzitter van den Bond. Deze gelegenheid werd door hem waargenomen om mij te verrassen met een gift van 5 gld. voor onze fondsen „ 5.- Hij mag het nog eens doen. 'k Dank hem en dengene, die 'hem daartoe de opdracht had gegeven, zeer hartelijk.
12. 'k Zei zoo pas, dat Rotterdam deze week alle zeilen had bijgezet. Als de wind niet uit 't Centrum komt, zoo komt hij uit een der omliggende plaatsen. Hillegersberg ligt onmiddellijk in de buurt. Hier wordt in den regel voor onze fondsen zoo om en bij Paschen ook een inzameling gehouden. Verleden Zaterdag kreeg ik een der vrienden bij me met een excuus, dat hij wat laat kwam. Wat ik hierop gezegd heb, weet ik niet meer, maar zulke laatkomers kunnen bij mij een potje breken. Daar is 'n spreekwoord: wat later op den dag, wat beter volk. Maar deze late boodschapper had een goede tijding. Hij maakt het, die nog een potje op het vuur hebben staan, niet zoo heel gemakkelijk. Zij blijven er licht onder, wat de eindsom betreft. Hij gaf me een pakje papiergeld met enkele zilveren munten ten bedrage van de prachtsom van..„167.50
k Heb hem gevraagd, of hij uit mijn naam de Hillegersbergsche vrienden hartelijk wilde dank zeggen. 'k Doe het bij dezen nog eens dubbel. Zulke blijken stemmen ons hart tot vreugde. Het geheel stemt tot dank aan God.
Opgeteld is het voor deze week
ƒ 328.05
Mag ik hiermee besluiten, en tevens het vriendelijk verzoek er aan toevoegen, dat wij met niet weinig verlangen uitzien naar die gemeenten, vanwaar ons wel toezeggingen zijn gedaan in deze richting, maar tot nu van zich nog niets lieten hooren, dat hier de laatste hand wordt gelegd aan het werk, en wij de inzameling ook van hier mogen vermelden in ons wekelijksch overzicht ?
Ge zoudt er ons mee verblijden.
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's