STAAT EN MAATSCHAPPIJ
HAND IN HAND.
't Is nog altijd een ontstellend en bedenkelijk verschijnsel, dat een groot deel der bevolking zich niet bewust is van den zeer zorgelijken en den hoogs ernstigen toestand, waarin wij op dit oogenblik leven.
De groote nood, de landbouw en veehouderij tengevolge van het aanhouden van de crisis met ondergang bedreigt of het opdrogen der bronnen van welvaart, met name van handel, nijverheid en scheepvaart; het zienderoogen verarmen van het volk, met als gevolg daarvan de vermindering der koopkracht; het onrustbarend karakter, dat de werkloosheid aanneemt; de noodzakelijkheid om tot verlaging der steunnormen voor de werkloozen te moeten overgaan ; de moeilijkheden, die de Regeering heeft te overwinnen om het land voor een economische-en financieele debacle te behouden, zijn alle dingen, die buiten deze menschen omgaan. Zij toonen er geen belangstelling voor te hebben. Het leven gaat voor hen zijn gewonen gang.
Wanneer men kennis neemt van wat b.v. in de sportwereld plaats heeft, hoe daar week aan week groote sommen gelds voor het bijwonen van allerlei demonstraties van sportverdwazing verbrast worden — nog onlangs werd de internationale voetbalwedstrijd te Milaan, in Italië, door niet minder dan een groote 5000 Nederlanders bij gewoond ; — wanneer men in de bladen leest, dat in 's-Gravenhage de vermakelijkheidsbelasting over de eerste vijf maanden van dit jaar een netto opbrengst gaf van ƒ 317.734.53, d.i. nog ƒ3000.— meer dan over dezelfde maanden van het vorig jaar ; wanneer men zich op de hoogte stelt van het tal van badgelegenheden, die in de steden en de dorpen worden geopend, de eene badgelegenheid al weelderiger ingericht dan de andere ; — wij zouden zoo kunnen voortgaan — dan spot dit alles met de ellende en de zorg, waaronder duizenden en nogmaals duizenden van ons volk gebukt gaan en levert deze lichtzinnigheid het bewijs, hoe weinig ernst gemaakt wordt met den grooten nood, waarin de wereld en ook ons land tengevolge van de slaande hand Gods zich bevindt.
Het is droevig, om dit feit te moeten constateeren, doch het feit is aanwezig.
Maar veel erger dan de lichtzinnigheid en luchthartigheid van het volk, is het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel, dat zich bij velen, die ons volk hebben voor te gaan, openbaart.
Moeten wij daarvoor wijzen op zoo menig Gemeenteraadscollege, dat van versobering op de uitgaven maar weinig moet hebben en er niet voor terug deinst om bij den ongunstigen toestand der geldmiddelen, toch nog allerlei niet noodzakelijke uitgaven te doen. Bij de Gemeenteraadsverkiezingen, die tengevolge van de annexatie der vroegere gemeente Lonneker met de gemeente Enschedé dezer dagen in de gemeente Groot-Enschedé moet plaats hebben, gewaagt de Sociaal Democratische Arbeiders Partij in haar voorlichting aan de kiezers van niet minder dan van het rijke Nederland.
Of moeten wij daarvoor de aandacht vestigen op de pogingen, die gedaan worden om in dezen zorgvollen en ontroerend ernstigen tijd, waarin het zoo noodzakelijk is om zooveel mogelijk eendrachtig achter de Regeering op te trekken en den nationalen zin te versterken, de tegenstellingen te verscherpen en de verwarring te vergrooten.
Met leedvermaak wordt door sommige politieke groepen op gebrek aan activiteit van het Kabinet Colijn gewezen, omdat niet onmiddellijk alle moeilijkheden worden weggenomen.
Het vuurtje, dat dan oplaait, wordt door de Sociaal Democraten naarstig aangeblazen. Men ontziet zich niet dr. Colijn op het stuk der beginselen verdacht te maken. Mij durft hem zelfs den eisch te stellen het onmogelijke, het onbereikbare tot stand te brengen.
En aan deze dingen doen zelfs menschen van Gereformeerden huize mede. Zij schijnen niet te begrijpen, dat hun optreden, evenals dat van de revolutionaire groepen, tot verzet tegen de Overheid moet leiden.
Wanneer er steeds gesproken wordt van het uitzuigen der bevolking, van het uitvaardigen van goddelooze wetten, van het vertrappen der rechten van het volk, dan. moet dit tenslotte het gemoed in opstand brengen.
Het valt te betreuren, dat deze dingen zich voordoen. Dingen, die ontoelaatbaar geacht moeten worden in tijden als waarin wij thans leven. Wanneer in zee, ter redding van een drenkeling, de redders de branding hebben te trotseeren, is t eerste walt deze redders, doen: de keten te formeeren. Daarbij wordt de waarschuwing gehoord, elkander toch niet los te laten, wil men niet in de kokende zee ten onder gaan. Hand in hand!
Dit beeld, het vormen van den keten, - moet door een ieder in toepassing worden gebracht, die in dezen geweldigen tijd een leidende positie in het midden van ons volk heeft te vervullen.
Alleen wanneer de keten intact blijft, dat wil zeggen, als ons volk schouder aan schouder staat en overtuigd is van den grooten ernst van den tijd, dien wij beleven, is er met Gods hulpe hoop om door de branding heen de veilige haven te bereiken.
RECHT DOOR ZEE.
In de Utrechtsche Courant heeft de heer A. van Wijnbergen, het bekende oud-Kamerlid, een artikeltje geplaatst, waaruit blijkt dat niet alle Roomsch-Katholieken het met de beslissing der Roomsch Katholieke Kamerfractie inzake de stemming over de wijziging in de Winkelsluitingswet eens zijn. Onder den titel: „Pijnlijke tegenstelling" schrijft mr. Van Wijnbergen:
De pas plaats gehad hebbende behandeling van de wijziging der Winkelsluitingswet, zal geen fraaie bladzijde vormen in onze parlementaire geschiedenis.
De feiten zijn bekend.
Wij gaan op de zaak zelve dan ook niet in. Nu in deze de Katholieken echter een zoo voorname rol gespeeld hebben, achten wij het dienstig het volgende op te merken.
Er lagen twee ontwerpen. Tegen één bestond bij Minister Colijn principieele bedenking.
De kans bestond, dat beide zouden blijven liggen.
Nu verzocht de heer Teulings den Minister het technisch ontwerp te willen behandelen, en als de heer Colijn daarin heeft toegestemd, poogt de heer Teulings, door middel van amendement, het ander ontwerp in te schakelen.
Het spijt ons, het te moeten zeggen, maar naar onze meening kan zoo iets er beslist niet door ; verdraagt zich iets zich niet met goede politieke zeden.
Men heeft opgemerkt, dat de heer Colijn dat had moeten voorzien, toen hij zich bereid verklaarde het tectonisch ontwerp te behandelen.
Daartegenover zouden wij willen stellen, dat het o.i. van den heer Colijn onbehoorlijk geweest ware, dat van iemand te veronderstellen ; terwijl anderzijds het beleedigend voor den heer Colijn ware geweest, maar één oogenblik te denken, dat hij zulk een amendement zou kunnen accepteeren.
Het lijkt ons van belang, dit openlijk te zeggen.
Immers : In het Kamer-overzicht van 19 Mei schreef de N. Rott. Courant:
„Waarom minister Colijn dan wel het verzoek van mr. Teulings ingewilligd heeft ? Omdat zij beiden elkander niet begrepen hebben. De eene had de typisch-calvinistische mentaliteit, recht op het doel af ; de ander werd geleid door het vindingrijke, Steeds uitkomstspeurende opportunisme, dat onze Katholieken zoo menigimaal kemmerkt. Toen mr. Teulings den premier vroeg : „stem dan althans toe in de behandeling van het technisch ontwerp, waarin niet een tijdelijke afwijking van de strenge bepalingen op het stuk van Zondagssluiting wordt voorgesteld" — had hij deze bij gedachte : dan gaan wij Katholieken dat technisch ontwerp amendeeren in den geest van het noodwetje.
Welnu — zoo gaat mr. Van Wijnbergen voort — tegen die tegenstelling tusschen Calvinisten en Katholieken moeten wij met klem opkomen.
Neen, zoo zijn de Katholieken niet. Ook voor een Katholiek geldt nog steeds en zal moeten blijven gelden het recht op het doel af, het recht door zee.
Maar daarom zij dan ook zonder voorbehoud betreurd en afgekeurd de methode, welke thans gevolgd werd.
Wij zijn den schrijver van het artikel dankbaar voor het kloeke Woord, dat hij hier doet hooren. In dit woord richt het oud-Kamerlid een vermaning aan het adres van de Roomsch-Katholieke Kamerfractie om toch recht door zee te gaan.
Intusschen blijft het te bejammeren, dat de zaken liepen, zooals zij thans geloopen zijn. Het laatste woord zal echter nog wel niet zijn gesproken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's