De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„Dan trakteer ik eerst, " — riep de Goudvink en opstaande ging hij heen, om na een paar minuten met een volle flesch terug te keeren.
„Dat is de moeite waard, " — zei Ka en wreef zich van louter pleizier in de handen, terwijl een ongewone glans uit haar anders fletsche oog straalde en haar zwarte tronie door den drank verhit, geweldig transpireerde.
„Als ik wat doe, dan doe ik het goed, " — vervolgde de laatste spreker, die er nu aardigheid aan kreeg het Sabelbeen te overtroeven, — „.maar om op ons onderwerp terug te komen, ik vrees toch dat jij geen pensioen krijgt."
„Ik niet ? Ik wérk toch ? Of denk je dat ik voor mijn eigen pleizier dag in dag uit den omtrek afreis om wat vroolijkheid in het leven der menschen te brengen ? "
„Dat zeg ik niet, maar je bent niet in loondienst kerel."
„Loondienst ? "
Ja, dat heb je toch gelezen ? " Je moet bij een ander in dienst geweest zijn, en dat ben je niet. Dat ben je nooit geweest. Je bent patroon. Je bent je eigen baas."
„'t Mocht wat. Ik ben in dienst van het heele publiek. Van Jan en alle man. Van af de schoolkinderen die om mij heen gaan staan om die mooie poppetjes op mijn orgel te bekijken, tot de boerenmeiden toe, die soms mee beginnen te zingen als ik mijn rol afdraai. Zelfs de oudjes kooien naar buiten of blijven stil staan op den weg als zij .de muziek hooren."
„Larie, vriend. Daar is geen mensch die jou commandeeren kan. Dat muziekding hoort aan Je zelf. Wat je ophaalt, steek je in je zak. Wil je den boer opgaan, dan doe je het, en wil je thuis blijven, dan doe je het óok, maar niet één, die je daarover lastig zal vallen".
„Een mooie geschiedenis. Alsof de nood mij de deur niet uitdringt en ik niet precies hetzelfde doe 'dan een ander, maar die dan toevallig tegen een vaste vergoeding bij iemand in dienst is". „Maar hoe komt het dan met ons ? " — vroeg Trui, die oók al bevreesd begon te worden .dat 't haar zou gaan als de honden van dien venter met rietwerk, waar de Bultenaar van sprak. „Heb je in de laatste jaren voor een ander gewerkt ? " — vroeg de Goudvink.
„In den schoonmaaktijd, en dan breng ik elken Zondag, als het tenminste koud is, een warme stoof in de kerk voor vrouw Grondsma van „Landlust". Dat heb ik al zoo lang gedaan als ik op Lombok woon, want vanzelf, de boerin kan niet geheel van buiten komen met een kooltje, en och, dit heb ik ook heel wel voor het mensch over, hoor. Zij is een beste vrouw, en daar weet Gretske ook van te vertellen. Als zij mij ziet, dan "
„Maar krijg je daar ook wat voor ? " „Wat voor krijgen ? Je moogt toch ook wel wat voor je medemensch gratis doen, niet ? "
„Daar heb ik het niet over, maar als je het gratis gedaan hebt, dan rekent het niet, en als je er geld of wat anders voor gekregen hebt, dan rekent het wél".
„Dat begrijp ik niet".
„Begrijp je dat niet ? " — vervolgde de Goudvink die zoo langzamerhand de leiding van de bijeenkomst kreeg en het Sabelbeen, die hem met waterige lodderoogen aankeek, verre .achter zich liet, — „begrijp je dat niet ? 't Is anders nog al duidelijk, dunkt mij. Als je iets voor niemendal doet, dan ben je meer je eigen meester; niemand die je .daartoe verplicht, maar als je iets voor geld doet, dan ben je in loondienst, en heeft een ander over je te beschikken".
„O, als je het zóó bedoelt; nu vanzelf kreeg ik daar wel wat voor. 't Zou ook al verschrikkelijk zijn als zoo'n rijke vrouw van een arme weduwe gratis vuur kreeg".
„Maar daar wou je straks toch op uit. Pas dus maar op wat je zegt, als binnenkort eens een van die heeren bij je mocht komen om je uit te vragen en zeg precies zoo het is".
„En wat zeg jij er van, Ka ? " — vroeg de Scheele aan de oudste van het gezelschap, die tot heden, geheel tegen hare gewoonte in, meest het zwijgen bewaard had.
Maar ondertusschen had zij het gesprek heel goed gevolgd en waren hare gedachten, voorzoover de omstandigheden dat toelieten en haar brein nog niet te zeer beneveld was, bij het onderwerp, waarover het ging. Zij viel althans zonder twijfel in de termen. Haar leeftijd was hoog genoeg, — als 't weer kermis werd, zou zij vijf en zeventig worden ; zij had tot haar 69ste jaar uit werken gegaan, waarvoor de bewijzen gemakkelijk konden worden verkregen, en nu elke week daar drie gulden extra bij te ontvangen, dat lachte haar toe. Nu gebeurde het wel, dat zij des Woensdags haar laatste cent al had uitgegeven, om dan niet eerder weer iets te beuren dan den komenden Zaterdag, maar dan, als die drie gulden daar nu bij kwam, was aan alle armoede een einde gemaakt. Wat kon zij voor die drie gulden al niet koopen ! Een half pondje suiker, en een half pondje margarine. Een eitje af en toe, als deze ten minste niet ai te duur waren, en een hartig brokje voor het flauw worden. De slager in de Kerkstraat had voor haar en haars gelijken altijd wel een restje achter uit, dat hij zoo niet aan den man kon brengen en ook niet voor de ramen kon leggen, maar dat toch nog lekker smaakte en een arm mensch verkwikken kon. Dan misschien ook nog wel eens een klein drupske in het bekende fleschje. Dan winterdag zwarte brand bij de turf, welke de Armvoogdij verstrekt, zoodat zij niet meer zooveel bij de koude kachel behoefde te zitten, om ten slotte verkleumd naar bed te gaan, en misschien nog wel meer. Drie dikke guldens in de week ! Voor de Goudvink scheen het een bagatel te zijn, daarvoor droeg hij dan ook zijn mooien naam, maar voor haar was het een schat, vooral omdat deze telkens terugkwam. In vroeger jaren moest zij daar vijf dagen zwaar voor werken, toen het dagloon van een flinke vrouw niet meer dan zestig cent bedroeg. (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's