De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

15 minuten leestijd

LEVENSCRISIS door Ds. Herm. Knoop. Uitgave : Ten Brink en Stenvert en Zoon. Meppel.
Ds. Herm. Knoop, Geref. predikant te Delfshaven, schrijft pittig. En waar hij hier schrijft voor jonge menschen, juichen we dat dubbel toe. In het volle leven staat dit boek, In 't leven van jonge menschen, met zooveel moeilijkheden, beslissingen, nederlagen, overwinningen, droefheid en blijdschap, voor degenen, die iets mogen kennen van : „verlaat niet wat uw hand begon, o, Levensbron, wil bijstand zenden." Die iets kennen van : „uw leven is de kruisbanier tot in Gods handen dragen" ; „men tuimelt wel en wonden krijgt men dikwijls, dichte en diepe — 't en vlucht geen weerbaar man, die strijdt, of hem de dood beliepe".
In het eerste hoofdstuk wordt gehandeld over „de tegenstander op elken achtergrond", naar aanleiding van het Schriftwoord : „Zijt nuchteren en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden (1 Petrus 5 : 8, 9). Het tweede hoofdstuk handelt over Lot, die het spel van ja en neen speelt. Het derde hoofdstuk zet dit onderwerp voort. Hij heeft dan gekozen, gaat met Abram mee, maar slaat nu z'n oogen naar de vlakte van de Jordaan en kiest Sodom tot woonplaats. Het vierde hoofdstuk laat Lot nog niet los, want en toch deze rechtvaardige man heeft dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld, door het zien en hooren van hunne ongerechtige werken (2 Petr. 2:8). Hier wordt het Nieuw-Testamentisch licht opgevangen om de Oud-Testamentische figuur van Lot nog eens nader te bezien. „De Speler en toch !" zoo luidt het opschrift. De volgende hoofdstukken dragen tot titel : „De eigenmachtige"; „het grensgeval" ; „de twijfelaar" ; ,,de ontwaakte" ; „de teruggekeerde" en „Hij en gij".
Laat men dit boek maar lezen ! Of voorlezen op krans of vereeniging ; of in de huiskamer. O, dat we onze huiskamer, met lezen en voorlezen van goede boeken weer terug kregen. Wat zou dat heerlijk zijn! Dit boek moge het bevorderen, naar den rijkdom van Gods genade !

POLITIEKE GIDS voor 1934, samengesteld door I. Stap, redacteur van „Cijfers en Feiten", 4de jaargang. Uitgave : N.V. „De Graafschap", Aalten.
De heer Stap zit er „in", in de politieke beweging, wat de principieele aangelegenheden betreft, óók wat cijfers en feiten aangaat. Dit mooie, overzichtelijke, handboekje geeft ontzaglijk veel. Kort overzicht der politieke geschiedenis van Nederland, in de 19de en 20sté eeuw; ministeries sedert 1842; Persstemmen (ministerie Colijn e.a.) ; Ons Ministerie ; Raad van State enz. enz.. Onze Koloniën, Leden van de Eerste en Tweede Kamer enz. Parlementair overzicht 1932—'33 enz. enz. Maar dan komt (na dit vele) de hoofdschotel : de politieke partijen met de politieke programma's : A.R. partij, C. H. Unie, R.K. Staatspartij, Staatk. Geref. Partij, Herv. (Geref.) Staatspartij, Liberale Staatspartij : „de Vrijheidsbond" ; Vrijz. Dem. Bond, S. D. A. P., Revolutionair Socialistische Partij, Communisti­sche Partij, Nat. Socialistische Ned. Arbeiderspartij, Algem. Ned. Pascistenbond, Nat. Jongeren Verbond, Nat. Socialistische Beweging enz. enz.
Geen wonder dat de omvang van het boekske, vergeleken bij het vorige jaar, al weer is toegenomen.
Moge ook deze jaargang voor velen een ware „Gids" zijn !
Hartelijk aanbevolen !

WAAR JEZUS LEEFDE, een reis door Egypte, Palestina en Syrië door dr. Jos. Keulers, hoogleeraar aan het Groot-Seminarie te Roermond. 3de druk. Uitgave: J. J. Romen en Zonen. Roermond.
Dat gebeurt niet zoo dikwijls, dat een reisbeschrijving naar Palestina ca. een 3de druk beleeft. Er zijn ook zooveel van die geschriften, kleiner of grooter van omvang. Maar prof. Keulers is blijkbaar de favoriet. En we kunnen dat begrijpen. We hebben nog nooit zoo'n geestig reisboek gelezen ! Telkens moet men lachen, of men wil of niet; en dat komt omdat de dingen zoo buitengewoon geestig (wat heel iets anders is dan vol zoutelooze grappen) gezegd worden, 't Begint al met een alleraardigste beschrijving van „diner" in een zuster-klooster; toen het ernst begon te worden met het „diner" was 't afgeloopen. Dan volgt de boottocht; blz. 22 kan men niet lezen zonder eens hartelijk te lachen. Men komt in het land der Pharao's, in Alexandrië. Men moet lezen, of men wil of niet. Wat mooi is de beschrijving ! En dan Palestina ; in Judea met Jeruzalem : het H. Graf, de Kruisberg, de Klaagmuur, de Doode Zee enz. enz.; in Samaria en Galilea, met Nazareth, de Karmel, het meer van Gennesareth en de berg der verheerlijking. Vervolgens gaat het naar Syrië, met Damascus ca.; en dan langs de kusten van het oude Hellas, met Rhodos, Patmos, Smyrna, Athene, Napels.
Tal van prachtfoto's en een groote uitslaande kaart verhoogen de waarde en de schoonheid van het boek.
Natuurlijk komt het telkens uit dat de schrijver Roomsch is, echt Roomsch. Maar het is een buitengewoon prettig causeur. Als hij de bedelaars in Palestina beschrijft kan men geen ernstig gezicht zetten en als 't gaat over de bijgeloovige Mohammedanen ook niet. Alleen vraagt men dan onwillekeurig aan den schrijver : en gij dan ?
Het is een mooi boek dat prof. Keulers ons gaf. Hoewel we herhalen, dat het telkens overduidelijk blijkt, dat we met een Roomschen schrijver te doen hebben.
De uitgave is in alle opzichten : papier, letter, illustratie enz. uitnemend verzorgd.

HEILIGING. Religieuse grachten en aphorismen, bewerkt naar-„Zwischen - Hammer und .Ambos" van Pfarrer W. J. Oehler, bijeengebracht door P. van Renssen. Uitgave : G. F. Callenbach, Nijkerk.
Dit is een luxe boekje. Neen — dat zeggen we verkeerd. Het is heelemaal geen luxe, dit boekje te hebben. Het is een schat van religieuse gedachten. En zooiets bij de hand te hebben, in een stil oogenblik in de huiskamer, op de slaapkamer, op reis — dat is heelemaal geen luxe. Dat is geen weelderige overdaad. Het is heerlijk. En daarom bevelen we dit boekje, dat in luxe uitgave is verschenen, zeer hartelijk aan. Er staan pracht-gedachten in van een Christen, die weet wat er in het leven zich voordoet. Hoofd en hart ontvangen hier kostelijke dingen. En de uitvoering van dit boekje is zóó keurig, dat het zich uitnemend leent tot een geschenk bij verjaardag, met Kerstfeest of bij een andere gelegenheid.
Wilt ge een paar „Korte spreuken" ?
„Als ik mijn eigen lasten draag, ben ik niet meer dan een lastdrager ; als ik anderer lasten draag, ben ik bevrijder." „In Gods Rijk is het werk nooit geëindigd, daar bestaat geen werkloosheid." „Wij moeten den Bijbel lezen als een bruid de brieven van den man, dien zij liefheeft." „Voor de molens liggen vaak mooie, ronde molensteenen — maar ze zijn onbruikbaar, want glad. Wee het Christendom, dat gepolijst en glad geworden is, want het heeft zijn maalkracht verloren." „Van Gods daglooner tot Gods kind — dat is : Christen worden." „Het is onbegrijpelijk moeilijk, waar ons iets gelukte, te zeggen : dat heeft God gedaan ; en waar ons iets mislukte, dit op eigen rekening te stellen." „Zoo lang een mensch van zichzelf vervuld is, is het onmogelijk dat God hem vervullen kan." „De Heilige Geest wil niet in een pronkerig huis wonen." Enz.
Van deze en dergelijke religieuse gedachten en korte spreuken is dit royaal uitgevoerde boekje vol.

DE VERBONDSGEDACHTE, door dr. L. van der Zanden, Geref. pred. te Groningen. Uitgave : J. H. Kok te Kampen.
Wanneer men pas weer eens gelezen heeft wat Wormser inzake den Kinderdoop geschreven heeft, gaat men weer bij vernieuwing voelen wat de Doop, wat het Verbond Gods beteekent voor Kerk en Volk. Dan wordt alle subjectivisme weer eens afgestraft en dan komt het werk Gods weer op den voorgrond ! Ook voor onze Kerkbeschouwing kan dat van den grootsten invloed zijn. Jammer, dat velen in onze kringen — verkeerd voorgelicht dikwijls door de leidslieden — van de Verbondsgedachte weinig verstaan en er weinig van hebben moeten. Men is zóó in het subjectivisme weggezonken, dat de Verbondsgedachte geen bekoring heeft. Daarom zijn wij zoo dankbaar, dat wij in eigen kring een man als ds. Woelderink hebben, die niet nalaat om over het Verbond te spreken en te schrijven, om jongeren en ouderen voor de Verbondsgedachte te winnen. Natuurlijk moet men dan door kwaad en goed gerucht heen, maar het werk dat men verricht is van de grootste beteekenis te achten. Nu hebben we hier voor ons liggen een boekje van dr. Van der Zanden, Geref. pred. te Groningen. Wij hebben wel eens menschen ontmoet, die zeiden : „dat Verbond — dat heeft Kuyper uitgedacht". En dan was 't genoeg om 't woord Verbond en alles wat er mee samenhangt te verwerpen. Laat men dat nu niet doen met dit boekje, dat door een Geref. predikant is geschreven. Want het is een mooi boekje, dat waard is om rustig en ernstig ook door „onze" menschen gelezen te worden.
In vier hoofdstukken is het boekje ingedeeld:1. Het Verbond als gemeenschap van God en mensch ; 2. Het Verbond als gemeenschap der menschen ; 3. Het Werkverbond ; 4. Het Genadeverbond (welk laatste hoofdstuk onderverdeeld is: a. Genadeverbond en Verbond der algemeene genade ; b. Genadeverbond en Verbond der verlossing ; c. Genadeverbond en Kerk).
De Verbondsgedachte is een gemeenschapsgedachte : twee deelen, twee partijen. Hier : God en mensch. Waarbij de betrekking Schepper en schepsel, God en mensch, wezenlijk verschilt van élke betrekking tusschen schepselen onderling. Al te menschelijk mag dan ook niet over het Verbond, dat God met den mensch opgericht heeft, gedacht en gesproken worden. Toch is er verwantschap tusschen het Verbond Gods en de verbonden onder de menschen. Het Verbond Gods is : a. persoonlijk en vrijwillig ; b. het is niet voor een oogenblik, maar duurzaam ; c. het rust op historische openbaring.
Bij het vertoond dat God met de natuur opricht, is de natuur willoos onderworpen (Gen. 9 vers 10 ; Jer. 33 : 20). Maar God behandelt den mensch niet als een willoos, redeloos schepsel, maar als een vriend en bondgenoot, met wien Hij handelt als een vriend met zijn vriend. Het is een persoonlijke gemeenschap, waarbij het Gods vrije wil en vrije beschikking is. Zijn souverein welbehagen. En de mensch stelt zich als vrije persoonlijkheid gewillig in Gods dienst, door liefde tot wederliefde bewogen, geschapen naar Gods beeld in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. Het Verbond is vreemd aan de pantheïstische en deïstische denkwijze. De eerste keert zich tegen de tweeheid van persoon. Schepper en schepsel; de laatste doet tekort aan de innige gemeenschap. In 't Verbond vloeien God en mensch niet saam (pantheïstisch) ; 't is eén persoonlijke gemeenschap tusschen den Schepper en het schepsel Zijner handen, den mensch. (De mensch vindt God dan ook niet door af te dalen in zich zelf (de mysticus), maar in het Verbond daalt God af tot den mensch ; en daar vindt de mensch gemeenschap met God : „Wien heb ik nevens U in den hemel" (Ps. 73 : 23, 28). En tegenover de deïstische gedachte staat de Verbondsgedachte : er is innige gemeenschap, er is vrede tusschen God en mensch, als tusschen bondgenooten. Welke gemeenschap ook blijft als het Verbond verbroken wordt door den mensch, want dan blijft God in toornbetrekking staan met den mensch; dan is de mensch niet los van God ; de betrekking blijft, al is de betrekking van aard veranderd. Dan straft God den mensch met Zijn Verbondswraak (Lev. 26 vers 25).
Tegenover de eenzijdigheid, waarmede de dialectische theologie van Karl Earth c.s. nadruk legt op den afstand tusschen God en mensch, komt in het Verbond het onontbeerlijke moment der nabijheid Gods tot z'n recht; maar tegelijk komt tegenover de immanentie-theologie van Schleiermacher c.s. het onontbeerlijke moment der verhevenheid, majesteit en souvereiniteit Gods tot z'n recht. God is onze Vader, maar „in de hemelen". (Heid. Cat.).
b. Het Verbond is duurzaam. God verbreekt het niet, en de mensch mag het niet verbreken. De zonde is Bondsbreuk en draagt het karakter van verraad, ontrouw, liefdeloosheid, hoererij met vreemde goden, enz. Maar menschelijke ontrouw doet Zijn trouw niet teniet. Ook is er vergeving bij God. Het Genadeverbond komt; een diathèkè, genadige beschikking een testament ; dat door den dood van den testamentmaker van kracht wordt. Het is een Verbond in Christus' bloed. (1 Cor. 11 vers 25).
De contract-idee leidt gemakkelijk tot een mechanische beschouwing van het Verbond, en dat mag niet. Er moet gemeenschap der liefde zijn; een zeer intieme gemeenschap moet er zijn. 't Is maar niet een verdrag, zonder meer. Er moet zijn gewillige onderwerping, nieuwe gehoorzaamheid. Er komt betrekking, liefdesbetrekking tusschen mensch en God ; Christus is het Hoofd, en nu gaat het om de leden van Zijn lichaam. „Ik zal u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn" (Jer. 11 vers 4 enz.). Er moet ware religie zijn als antwoord op Zijn Openbaring. Het gaat altijd alléén van God uit (monopleurisch of éénzijdig), toch is het Verbond altijd dipleurisch of tweezijdig, in dien zin, dat de Openbaring vraagt om geloof, het Woord om een antwoord, het gebod om gehoorzaamheid. Al is het Verbond monopleurisch in zijn oorsprong, het is dipleurisch in zijn bestaan; 't gaat om een liefdedienst bij den mensch. Het Verbond is afhankelijk van des menschen toestemming, liefde en activiteit. Twee deelen, twee partijen zijn er.
c. Het Verbond rust op historische Openbaring, op het Woord Gods. God heeft den mensch aangesproken en toegesproken. God spreekt en de mensch antwoordt. De mensch zegt : o mijn God ! (Hosea 2 vers 22). Het is een convenant (cum venire), een samenkomst, waar twee partijen elkander ontmoeten en in liefde vereenigd worden, rondom het Woord Gods, met belofte en bedreiging. En de N.-Testamentische gemeente grondt haar verzoende betrekking met God op Zijn gegeven Openbaring in Jezus Christus. Het Nieuwe Verbond is een Verbond in Christus' bloed (1 Cor. 11 vers 25).
„Het Verbond drukt uit de persoonlijke, duurzame, wederkeerige gemeenschap tusschen God en mensch, welke rust op historische Openbaring.
Dit is zoo ongeveer de korte Inhoud van hetgeen dr. Van der Zanden schrijft in het eerste hoofdstuk (bladz. 1—22).
In het 2de hoofdstuk wordt dan gehandeld over de solidariteitsgedachte, welke in de Verbondsgedachte der Schrift een wezenlijk element is ; want het Verbond is wel persoonlijk, maar toch niet individualistisch. De verticale, religieuze betrekking tusschen God en de ziel is hier onafscheidelijk van de horizontale, sociale betrekking tusschen de menschen. Dat ziet men dadelijk (Gen. 9 vers 9, 10) bij 't Verbond, met Noach opgericht ; en niet minder (Gen. 17 vers 7) bij het Verbond, met Abraham opgericht. De Schrift kent niet het abstracte isoleeren van het individualistische denken, maar zij stelt allen en alles solidair, in gemeenschap. Het Verbond leert ons solidariteit. Er is een solidariteit in zonde, ook in genade. Rom. 5 vers 12—21, 1 Cor. 15 vers 22 enz. (bladz. 23—36).
Hoofdstuk 3 handelt dan over het Werkverbond, dat zoo genoemd wordt ter onderscheiding van het Genade-verbond. Dat de kwestie van het Werkverbond en de oprichting daarvan (terwijl de naam „Verbond" in Gen. 1 en 2 niet voorkomt) niet zoo eenvoudig is als menigeen denkt, laat de schrijver van dit boekje goed voelen. Het Verbond komt niet op dan na Woordopenbaring, waarin God Zich aan Adam bekend maakt en Zich tot hem in Verbondsbetrekking stelt; het rust op historische Openbaring, op Verbondssluiting. Het is een zoeken van elkander uit liefde. De oorzaak van het Verbond is de verheerlijking van God door den mensch ; het is de twee-eenheid van Openbaring en religie. Dr. Kuyper zegt: „Religie komt er eerst, als God, naar Wiens beeld we geschapen zijn, doet gelijk een Koning, die zijn onderdanen tot zich roept en intimiteit met toen opent. De religie kan nooit uit den mensch zelf opkomen". Waarom het woord Verbond in het paradijsverhaal niet voorkomt, zal echter moeilijk zijn te beslissen. Maar het woord huwelijk komt ook niet voor, terwijl toch moeilijk kan worden ontkend, dat de gemeenschap tusschen Adam en Eva een huwelijk was. Zoo kan ook moeilijk worden ontkend, dat de gemeenschap tusschen God en mensch in het paradijs wordt voorgesteld als een Vertoond. God stelt Zich tot Adam in een persoonlijke betrekking, die dan niet alleen negatief geroepen is tot dienst, door niet te eten van den verboden boom, maar ook positief door met al zijn gaven en krachten God'te dienen in gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Na de creatuurbetrekking, die er is krachtens schepping naar Gods beeld en gelijkenis, stelt de Schepper Zich tot Adam in betrekking van Heere, God der belofte. Gebieder over zijn gansche leven. En Zijn Woord vraagt antwoord. Zijn belofte vraagt geloof. Zijn gebod vraagt gehoorzaamheid. Dat is het Verbond : de twee-eenheid van Goddelijke Openbaring en menschelijke religie. De zondeval is dan ook een loslaten van de historische Openbaring, van het gegeven Woord, als een trouweloos luisteren naar de stem van het schepsel inplaats van naar de Stem, het Woord, van den Schepper. Coccejus stelde het Werkverbond en Genadeverbond dualistisch tegenover elkander. Het laatste is volgens hem de successieve afschaffing van het eerste. Op dit standpunt is het Werkverbond eigenlijk een mechanisch toevoegsel aan de schepping, een bloot historische aangelegenheid, waarvoor na den val geen plaats meer is. Maar hier is zóó weinig verouderd en afgeschaft, gelijk Coccejus verkeerdelijk meende, dat wij er veeleer allen nog bij betrokken zijn.
Pelagius ziet in Adam den eersten zondaar, die aan zijn nakomelingen een kwaad voorbeeld gaf; en Ritschl spreekt dan van een zondemacht, een rijk der zonde ; dat zijn de actueele zonden, die samen een eenheid vormen. Dat de zonde, zoowel in de menschheid als in den enkeling, een principe is, waaruit alle zonden voortkomen, wordt hier ontkend. Het individualisme heeft geen plaats voor Adam als Verbondshoofd !
Wij moeten het hierbij laten. We zouden uit dit mooie, overzichtelijk en goed gedocumenteerd geschreven boekje, nog veel meer willen overschrijven, hier en daar een graantje pikkend, maar we voelen dat het niet mogelijk is. Men moet het boekje zelf ter hand nemen en eens rustig lezen en herlezen. En we zouden willen aanraden om er voor de Afdeelingsvergaderingen van den a, s, winter eens een paar referaten over te maken. De Verbondsgedachte kome meer en meer in onze kringen te leven!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's