DE EENIGE TROOST DES CHRISTENS
Welke troost in dood en leven Is u door uw God gegeven ? Dat ik met mijn smart en nood, In mijn leven, in mijn dood. Met mijn lichaam, dat verderft. Met mijn ziel, die nimmer sterft. Niet mij zelven toebehoor. Maar — hoe dank ik God daarvoor ! — Eigendom van Christus ben, Dien ik als mijn Heer erken ; Die eens met Zijn dierbaar bloed, Voor mijn zonde heeft geboet. Die den Satan heeft geveld ; Mij verlost van zijn geweld ; Die, zoolang ik leef op aard. Mij zóó trouw en teer bewaart. Dat — zoo heeft Hij mij beloofd — Zelfs geen haar mij van het hoofd Vallen kan, als 't in Gods raad Aldus niet geschreven staat; Ja, die al wat mij ontmoet, Meê ten goede werken doet. Waarom Hij Zijn Geest mij gaf. Die verzekert, dat na 't graf. Mij een eeuw'ge zaligheid Bij mijn Heiland is bereid. En mijn trotsch onwillig hart, In des boozen strik verward. Zóó vernieuwt en zóó regeert. Dat ik doe, wat Hij begeert.
Held. Catechismus Zondag 1.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's