De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

10 minuten leestijd

EEN TARWEKORREL door Toyohiko Kagawa; geautoriseerde vertaling door A. E. M. Aldus; met omslag en bandteekening van den sierkunstenaar J. H. Isings. Uitgave : Kirberger en Kesper, Amsterdam.
Kagawa is ook in Nederland een bekende figuur geworden als christen-Japanner, die verteerd door liefde tot zijn volk, door, de liefde van Christus gedrongen wordt het Evangelie te prediken in zijn land en ook de Evangelieboodschap door te zenden in zijn geschriften, b.v. naar China, zich een broeder van de Chineezen voelend.
Hier ligt nu voor ons een roman, de eenige, welke de auteur schreef, waarin ons een levendige beschrijving van het Japansche dorps-en stadsleven gegeven wordt — ook een mooie schildering van de eenzame hoogvlakten — met de bedoeling het Evangelie voor te stellen in zijn wondere kracht als blijde boodschap. Want Kagawa, die een staatkundige loopbaan afwees, i, om zich geheel aan de prediking van het Evangelie in zijn meest uiteenloopende toepassingen i te kunnen geven, kent de achterbuurten en het  arbeidersleven en toont zich hier een romanschrijver en dichter met talent. Hoe mooi wordt een beschrijving gegeven van het wonderschoone natuurleven in het land van de rijzende zon !
Dit boek, kloek uitgegeven in 320 bladzijden en keurig gebonden in grijs linnen stempelband, met een groeiende tarwekorrel tot versiering, is verzorgd door de uitgevers Kirberger en Kesper te Amsterdam, die daarmee een uitnemend werk hebben verricht. In Japan werden binnen drie jaar tijds 150 drukken verkocht! Mooier aanbeveling kan moeilijk worden gegeven.

VRIJE UNIVERSITEIT, Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag. Jaarboek 1934. 54ste Jaarverslag.
De Vrije Universiteit wil alle terreinen van wetenschap benaderen met de spreuk van dr. Kuyper : Pro Rege, voor den Koning ! In „Souvereiniteit in eigen kring" schreef hij : „Geen. duimbreed is er op heel 't erf van ons menschelijk leven, waarvan de Christus, die aller Souverein is, niet roept: „Mijn !"
Wie op de hoogte wil zijn van de inrichting ; en werkwijze der Vrije Universiteit, vindt hier alle gegevens. Wat de theol. faculteit aangaat, vinden we hier, dat prof. dr. Grosheide Maandag ; 3 uur college geeft N.T., en prof. dr. Aalders 1 uur O.T. en 2 uur homiletiek (preekkunde, theoretisch en practisch). Prof. dr. Hepp geeft Dinsdagmorgen 2 uur Dogmatiek en prof. Aalders 2'/2 uur O.T. en homiletiek (preekvoorstellen van studenten) ; prof. Grosheide 1 uur N.T. Woensdag geeft prof. Hepp Ethiek, Apologetiek, Encyclopaedic en Elenctiek (Ethiek, Cultus, Filosofie en Cultuur van den Islam) prof. H. H. Kuyper geeft 's middags 2 uur Alg. Kerkgeschiedenis. Donderdagmiddag prof. Kuyper 1 uur Vaderl. Kerkgeschiedenis en 1 uur Kerkrecht; Vrijdag prof. Van Gelderen 2 uur O.T. en prof. Waterink 1 uur Catechetiek. Zaterdag prof. Grosheide 2 uur (Syrische Bijbelvertalingen en Gesch. van de Nederl. Bijbelvertaling). Waarbij dan natuurlijk nog de colleges van prof. Van Gelderen komen over: Hebreeuwsche taal, Bijbelsche Archaeologie, Syrische taal en Assyrisch (voor gevorderden) .
Is het niet een programma om jaloersch te worden ?
In dit verslag vonden we ook een resumé van 't geen ds. Knap, Herv. pred. te Groningen, gesproken heeft op de laatste jaarvergadering, onderwerp : „Vrije Universiteit en Volksleven". Daar lezen we o.a.: „Hoog boven dit volksleven uit verheft zich de Universiteit als tempel der wetenschap, op een berg gebouwd. De Vrije.Universiteit is daarbij eenig in haar soort, daar zij in volle bewustheid het Calvinisme belijdt, en haar levenswortelen in Gods Woord verankerd liggen. Nu is het de schoonheid van het Calvinisme, dat het de absolute souvereiniteit Gods belijdt over de gansche uitgebreidheid van het menschheids en wereldleven. Het beperkt zijn belangstelling niet tot de zaligheid der menschen, het is een geheele levens-en wereldbeschouwing, opgebouwd uit de gegevens van Gods Woord, 't Heeft een eigen Theologie, een eigen Paedagogiek, en zoo ook een eigen Maatschappijleer, die direct het volksleven raakt. Al deze terreinen, die de onderscheiden Faculteiten beheerschen, hebben hun eigen levenswetten, in Gods Woord als ordinantiën neergelegd. Het is de taak der V. U. al die levensbeginselen en ordeningen uit de Heilige Schrift saam te lezen, ze in hun practische consequenties door te denken, ze systematisch te construeeren, en zoo op elk terrein een betrouwbaar wegwijzer te worden, die óok het volksleven in Gods paden leidt. Vooral in een tijd van geestelijke, zedelijke, staatkundige en maatschappelijke verwarring, waarin de antichristelijke macht zich doet gelden, hebben wij er meer dan ooit behoefte aan. Van de V.U. gaat een sprake uit, die doelt op de verheerlijking Gods : „Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen."
Ook lazen we een verslag van hetgeen ds. K. Fernhout gezegd heeft over : „De V.U. en alle Gereformeerden." „Nadat de V. U. reeds haar halve eeuw-feest vierde, is er altijd nog zoo'n groot deel der Gereformeerde belijders in ons land, die zich op een afstand van haar houden. Gezien de ernstigste bedoeling van de stichters der V.U., is dit zeer teleurstellend. Want de stichters der Vereeniging hebben bedoeld te ver- en te her-eenigen allen, die de Gereformeerde belijdenis liefhebben, de Gereformeerde gezindheid. En hoe onnatuurlijk is het, dat duizenden nu weigeren een Hoogeschool te steunen, die niets anders bedoelt dan de door hen zelve beleden beginselen op wetenschappelijk gebied en in heel het leven van ons volk tot geldigheid en, zoo mogelijk, tot heerschappij te brengen. Ook is het een benauwend verschijnsel ter wille van de V.U., die, om te worden wat zij zijn moet, zoozeer den steun behoeft van alle Gereformeerden. Bij de beantwoording van de vraag, wat van dit verschijnsel de oorzaak mag zijn, wees spreker op de bewering, dat de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag èn de Universiteit zélve daarvoor verantwoordelijk zouden staan : doordat de V.U. zou gesticht zijn ten behoeve van de Doleantie ; door de bepaling, dat de professoren der Theol. faculteit lid moeten zijn eener Gereformeerde Kerk ; en door het contact, dat ze voor deze Faculteit zocht met de Gereformeerde Kerken in Nederland. De oorzaken zijn echter elders te zoeken : in onze kerkelijke gedeeldheid, in gebrek van inzicht in de draagwijdte en de consequenties van onze heerlijke beginselen, enz. Aan dit alles zijn wij-zelven (aldus spr.) evenwel verre van onschuldig. En schuldig zijn we niet het minst tegenover onze broeders en zusters, die zich nog altoos onttrekken, door laksheld in het pogen om in den weg van liefdevolle overtuiging en overreding hen te bewegen tot gehoorzaamheid aan het gebod van hunnen en onzen Koning."
Wie de lange lijst van studenten, zoowel voor de theologie, alsook voor rechten, letteren en zelfs voor wis-en natuurkunde (59 in getal) en geneeskunde (8 in getal) ziet, moet toch wel groote bewondering hebben voor deze Stichting van het Gereformeerde volk, dat ook helaas ! hier weer zoo hopeloos verdeeld en versplinterd is. Och, mocht er toch méér samenbinding des geloofs en der liefde komen, met wederzijdsch vertrouwen tot eere Gods en tot heil van Kerk en Volk.

DE THEOLOGISCHE OPLEIDING IN NEDERLAND, een poging tot concentratie, door dr. R. Miedema. Uitg.-Mij. „De Tijdstroom", Lochem.
De opleiding van predikanten trekt de aandacht, omdat er zooveel aan ontbreekt. Daarvan is ieder, die meeleeft, overtuigd. En daarom juichen we bespreking van dit allerbelangrijkst probleem van harte toe. Er is niets verschrikkelijker dan iets, dat niet in orde is, maar rustig te laten zitten. Vooral wanneer het zoo'n belangrijke aangelegenheid als de theologische opleiding betreft. Dr. Miedema, die ook privaat-docent bij de Theol. Faculteit te Leiden is, komt met een beschouwing, die uitloopt in een plan tot concentratie van heel de theologische studie en opleiding te Leiden. „De theologische opleiding in Nederland", zoo lezen we bladz. 12, „zou m.i. met concentratie in één plaats, dus met opheffing van 3 Theol. faculteiten, zéér gebaat zijn, onder één voorwaarde echter: dat de (ééne) overblijvende faculteit aanmerkelijk zou worden uitgebreid. Deze faculteit zou dan uit 10 hoogleeraren moeten bestaan wat betreft de door het Rijk aangestelde docenten." Die ééne faculteit zou dan zóó kunnen worden ingericht, dat zij de theologie kan dienen en tot ontwikkeling brengen naar de eischen, die deze tijd stelt en waaraan onze huidige samenleving behoefte heeft en theologen kan vormen wier predikantschap door haar voldoende is gefundeerd en voorbereid. „Natuurlijk rijzen er bezwaren tegen deze concentratiegedachte, bezwaren van verschillende zijde en verschillenden aard, bezwaren van den kant der Universiteiten, wier theologische faculteit wordt opgeheven, van den kant der hoogleeraren wier positie wordt bedreigd, van den kant der studenten, die thans genoodzaakt worden een studiecentrum te bezoeken, dat wellicht vér van hun eigen woonplaats zich bevindt."
Deze bezwaren worden door den schrijver zelf dan nader onder de oogen gezien en naar zijn oordeel mogen ze niet onoverkomelijk worden geacht. Hij zegt o.a., wie voor ingenieur wil studeeren, moet naar Delft; wie aan de Vrije Universiteit wil studeeren, moet naar Amsterdam. Ongeveer 500 theologische studenten. zouden dan in Leiden studeeren.
Wat deze geconcentreerde theologische faculteit betreft: en moet geen verandering gebracht worden in het vijfdeelig karakter ; de vakken blijven dus : O.T. wetenschap, N.T. wetenschap, Gesch. der Godsdiensten, Zedekunde en Wijsbegeerte van den Godsdienst en Gesch. van het Christendom. Er zouden dan b.v. één hoogleeraar voor de ethiek, één voor de wijsbegeerte van den godsdienst en één voor de dogmatiek moeten komen. De groote belangstelling voor de systematische vakken wettigt ongetwijfeld deze uitbreiding. Nu gaat de hoofdzaak schuil onder bijkomstigheden. Ook de Gesch. van het Christendom worde opgedragen aan 2 hoogleeraren, één voor de oudere en één voor de nieuwere geschiedenis.
Naast en in samenwerking met den staf van 10 Rijkshoogleeraren moet komen de opleiding vanwege de Kerkgenootschappen. De Herv. Kerk, die nu 6 kerkelijke hoogleeraren heeft, over 3 Universiteiten verdeeld, zou met 4 kunnen volstaan (Gesch. der Herv. Kerk, Zendingsgesch., dogmatiek en Kerkrecht). Daarbij zouden dan 4 hoog­ leeraren vanwege de kleinere Kerkgenootschappen kunnen komen (Doopsgezinde Sociëteit, Ev. Luth. Kerkgenootschap, Hersteld Ev. Luthersch Kerkgenootschap, Remonstr. Broederschap).
Er zouden dan samen nóg 4 hoogleeraren kunnen worden aangesteld voor : a. Godsdienstpsychologie, zielszorg ; b. Catechetiek; c. Religieuse en kerkelijke kunst; d. Religieus-sociale, interkerkelijke, oecumenische vraagstukken.
In 1924 schreef prof. Van Veldhuizen zijn boek: „Catechetiek" en zegt daar: „Van een catecheet eordt bijzonder veel geëischt en hem wordt zoo weinig mogelijk meegegeven." „We moeten erkennen, dat de opleiding allerbedroevendst geregeld is voor de practische vakken in het algemeen" enz.
Leiden is de oudste Universiteit, door Prins Willem van Oranje gegeven en bestemd als centrum van de theologische opleiding ; het is een niet al te groote stad, waar het studentenleven niet geheel in 't stadsleven zal opgaan ; ook Is Leiden het centrum van Oostersche wetenschappen.
Dr. Miedema hoopt, dat de tegenwoordige Minister van Onderwijs, die nog al wat durft, zal kunnen besluiten tot deze concentratie. „De manier waarop in Duitschland de Kerk door de regeering wordt „geordend" heeft allerminst onze bewondering, wekt telkens onze diepe ergernis en droefheid. Doch wanneer hier in Nederland de minister, zonder te vragen naar partij of richting, alleen met de bedoeling de theologische opleiding in beter banen te brengen, dergelijke maatregelen als hierboven geschetst, zou nemen, dan zou dat niet alleen voor de theologische opleiding, maar voor den toestand van het godsdienstig leven in ons land winst en zegen beteekenen" (blz. 23).
Wie o.a. de critiek van prof. Obbink in zake het plan van dr, Miedema gelezen heeft, zal het wel voelen, dat het niet zóó volmaakt en zóo eenvoudig is als dr. Miedema zich verbeeldt. En wat het optreden van den Minister aangaat zijn wij niet zoo begeerig naar daden van dezen bewindsman als de schrijver van deze brochure schijnt te zijn — als 't in zijn kraam te pas komt.
Het schrijven over deze belangrijke aangelegenheid heeft onze volle sympathie. Dat er een uitgewerkt plan ontvouwd wordt valt te prijzen. Maar al kunnen wij niet zoo optimist zijn als dr. Miedema, zoo hopen we toch, dat er over de opleiding onder ons doorgepraat zal worden en dat er, zoo mogelijk, ook iets tot verbetering gedaan zal kunnen worden.
Dat deze brochure eenig succes mag hebben !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's