KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.:
Drietal te Voorbug (vac. wijlen dr. N. G. Veldhoen) : J. F. Berkel te Apeldoorn; A. Hijmans te Nijverdal en dr. W. Lodder te Bussum.
Tweetal te Huizinge : dr. H. Stoel te Veenwouden en J. M. Snethlage te Appelscha.
Beroepen te Huizinge dr. H. Stoel te Veenwouden — te Heer Hugowaard Joh. P. van Mullem, voorganger Vrijz. Herv. te Amsterdam — te Ommeren en te Gieterveen G. van Hoegee, cand. te Arnhem — te Schiedam R. B. Evenhuis te Zaandam-Oost — te Nieuwe Tonge D. Th. Keek te Staphorst — te Tjerkgaast D. Siemelink te Emmer Compascuum — te Elburg F. van Asch te Wierden — te Zoelen (tóez.) J. H. Ch. Israël te Gendt (Betuwe) — te Wageningen Joh, Stehouwer te Alphen a/d Rijn — te Nijehaske (toez.) L. Knier te Birdaard.
Aangenomen naar 2e Exloërmond J. D. Michon, hulppred. te Eindhoven — naar Poortvliet J. Bus te Bergschenhoek — naar Doorwerth-Heelsum E. Broekema, Ev. pred. te Bolsward.
Bedankt voor Otterloo E. V. J. Japchen te Waarder (Z.-H.) — voor Lage Vuursche J. van Rootselaar te Hagestein — voor Oudelande J. D. Michon, hulppr. te Eindhoven — voor de Indische kerk: H. J. Drost te Aalten — voor Kralingen dr. J. C. Roose te Groningen — voor Bruinisse (toez.) M. Bons te Colijnsplaat — voor de Indische kerk : Ch. de Reus te Rilland-Bath — voor Jutrijp-Hommerts (toez.) H. Mondt te Zelhem — voor Westbroek J. Lekkerkerker te Oldebroek — voor Nieuwe Pekela en Zaandam (Ev.) G. van Veldhuizen Azn. te Hantum — voor de Indische kerk : A. H. Hellemans te Geldermalsen.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Tweetal te Wanswerd (Fr.) : C. Boon te Duurswoude en R. Schippers te Drachtster-Compagnie — benoemd tot hulppreddker te Huizum de heer F. Colenbrander, cand. te Vriezenveen
Beroepen te Middelburg A. H. Oussoren te Ambt-Vollenhove.
Aangenomen naar Huizen (N.-H.) J. Snoeij te 's-Gravenmoer — naar 's Gravenhage (West) A. de Bondt te Leiden.
CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Tweetal te Leerdam : W. Heerma te Aalsmeer en N. de Jong te Rijnsburg — te Kornhorn: N. Brandsma te Bunschoten en J. van Dooren te Ede.
Beroepen te Amersfoort N, de Jong te Rijnsburg.
GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Tweetal te Lisse : H. Ligtenberg cand. te Rotterdam en A. Verhagen te Middelburg — te Ridderkerk : W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid en H. Ligtenberg, cand. te Rotterdam — te lerseke: M. Heikoop te Utrecht en H. Ligtenberg, cand. te Rotterdam — te Leiden : J. D. Barth te Borsselen en H. Ligtenberg, cand. te Rotterdam — te Benthuizen : H. Ligtenberg, cand. te Rotterdam en R .Kok te Veenendaal — te Scheveningen : A. Verhagen te Middelburg en H. Ligtenberg, cand. te Rotterdam — te Terneuzen : H. Ligtenberg, cand. te Rotterdam en J. D. Barth te Borsselen.
Beroepen te Lisse, Scheveningen, Ridderkerk, Bruinisse, Dordrecht, Aagtekerke, Meliskerke, Dlnteloord, Middelharnis, Opheusden en Oudemirdum-Lemmer H. Ligtenberg, cand. te Rotterdam.
Afscheid, bevestiging en intrede. De heer B. van Ginkel, cand. tot den H. Dienst te Zeist, die het beroep aannam naar de Ned. Herv. Gemeente van Renswoude, hoopt aldaar op Zondag 29 Juli a.s. intrede te doen, na bevestiging door zijn neef, ds. B. van Ginkel, van Gouda.
— Zondag 8 Juli was het voor de Ned. Herv. Gemeente te Usselmonde een blijde dag. Ds. J. F. Roth, overgekomen van Zoetermeer-Zegwaart, deed zijn intrede in deze gemeente.
's Morgens werd ds. Roth bevestigd door zijn zwager, ds. De Bel, van Schiedam ; deze had tot tekst gekozen 1 Sam. 9 vs. 27 en 1 Sam. 10 vs. 1.
Na de predikatie werd ds. Roth bevestigd en zong de gemeente staande den nieuwen herder en leeraar Psalm 134 vers 1 toe.
's Avonds deed ds. Roth zijn intrede. Hij richtte zich allereerst tot diegenen, die uit zijn vorige gemeente hem thans bezochten; hij bracht hen dank voor hetgeen zij voor hem gedaan' hadden. Als tekst werd gekozen 2 Cor. 4 vers 7, de gemeente bepalende bij drie punten, n.l.: de verborgen schat, hoe deze mede te dragen en waarom zij mede te dragen.
Na 't zingen van den slotzang werden achtereenvolgens toegesproken de bevestiger, ds. De Bel, van Schiedam ; de consulent, ds. Van Beem, van Feijenoord ; de Kerkeraad, Kerkvoogden en Notabelen ; de verbouwers van de pastorie, waaraan ds. Roth een speciaal woord van warmen dank bracht; de Vereenigingen, het Kiescollege, enz. enz.
Ds, B. Nieuwburg. Door ds. B. Nieuwburg, pred. bij de Ned. Hervormde Gem. van Moordrecht, is wegens voortdurende ongesteldheid, eervol emeritaat aangevraagd met ingang van. 1 October a.s.
Ds. Nieuwburg werd in 1905 cand. tot den H. Dienst, stond in Schoondijke tot 1909 ; daarna In Winkel tot 1914 en diende daarna de gemeente Zuid-Zijpe tot 1917 ; daarna Boskoop en werd emeritus op 1 Mei 1920. In 1926 hervatte hij den arbeid in Moordrecht, waar hij thans weer emeritaat vragen moest.
Men moest hét nu in Moordrecht maar eens probeeren met een rechtznnige prediking, zooals b.v. in Boskoop, 't 'Zou voor de Hervormde Kerk geen kwaad kunnen.
Giften en legaten. Wijlen vrouwe Alida Cornelia Henriëtte Sickenga, weduwe van den heer Enno ten Cate Fennema, heeft gelegateerd: aan het Diaconessenfonds der Ned. Hervormde Gem. te Wolvega een legaat van ƒ 12.000.— in contanten, onder den last dit bedrag dienstbaar tè maken aan een te stichten Rusthuis, Tehuis voor ouden van dagen ; en aan de Kerkvoogdij der Ned. Hervormde Gem. te Wolvega een som van ƒ 8000.— in contanten, tot onderhoud van haar kerkgebouw.
Nieuwe Hoofdredactie „Utrechtsch Dagblad". Het herdenkingsartikel, dat het „Utr. Dagblad" dezer dagen wijdde aan wijlen Z.K.H. Prins Hendrik, was in zulk een geest gesteld, dat het algemeen verontwaardiging wakker riep. Daarop bevatte dit blad de volgende mededeeling :
»Met ingang van heden heb ik mijn ontslag genomen als hoofdredacteur. M. C. van Mourik Broekman.
Commissarissen hebben het ontslag van den hoofdredacteur aanvaard en tot waarnemend hoofdredacteur benoemd de heer W. Graadt van Roggen.
Het is begrijpelijk, dat dit ontslag onmiddellijk in verband werd gebracht met het bovengenoemde herdenkingsartikel.
In verband hiermede heeft de „Msb." zich gewend tot prof. dr. M. C. van Mourik Broekman, te Huis ter Heide. Deze bevestigde, dat het ontslag wel degelijk verband hield met het herdenkingsartikel. Hij had zijn ontslag genomen, toen hij zag, welke gevolgen een dergelijk artikel kon hebben.
Rotterdamsche Landdag der Hervormd Gereformeerde Jeugdcentrale. Men verzoekt ons alsnog het volgende op; te nemen, een gedeelte van het uitvoerig verslat' van den Landdag in „De Kralingerhout" op Zaterdag 30 Juni j.l. gehouden.
Rede van ds. Jac. Vermaas, van Hoogeveen, over het onderwerp:
»Zondigen tegen God.«
Spreker begon met; de vraag te stellen : Is er plaats voor paniekstemming, nu blijkens de statistieken de onkerkelijkheid zoo is toegenomen ? Wat moeten we nu feitelijk doen? Landdagen, Jongelings-en Meisjesvereenigingen, dat is allemaal best, maar moeten wij niet trachten het kwaad in den wortel aan te tasten ? Alle actie loopt dood, indien hét niet bijkomt de beleving van het Gereformeerd beginsel. Dat wil zeggen : God moet weer voor, ons worden tot een levende werkelijkheid. Zooals Jozef zeide : zal ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God ?
Jozef leefde buiten, wat wij zouden noemen, een Christelijk milieu. Dat hij niet in de zonde viel, dat kwam niet allereerst daardoor, dat hij tegenover Potifar niet ondankbaar wilde zijn. Neen, God stond voor hem als een levende werkelijkheid. Hij had in zijn ouderlijk huis dezen God leeren kennen en liefhebben. Zijn vader Jacob had Gods leidingen in zijn leven ervaren ; dit zal niet langs Jozef zijn heengegaan. Zoo leerde ook hij op den Heere te vertrouwen. Hij wist: God is waarachtig. Hij is een levende werkelijkheid.
Er zullen er hier veel zijn, ouderen en jongeren, die een Christelijke opvoeding hebben genoten. Ook op de Jeugdvereenigingen ziet gij het licht van Gods Woord over alle levensomstandigheden vallen, komt gij in aanraking met Gods groote daden. Maar, nu toch één vraag : Hebt gij er nooit op gelet, dat iemand, ondanks zijn opvoeding, zoo gauw kan bezwijken voor de zuiging van zonde en wereld ? Hoe komt dat ? Omdat het bij dezulken is als bij een appel, die er misschien van buiten prachtig uit kan zien, maar die van binnen verrot is. Zoo moet het zijn bij velen, bij jongeren en ouderen. Zij hebben hun leuzen en hun arbeid voor Gods Koninkrijk, doch het komt niet verder dan de buitenkant van hun bestaan. Zij doen in feite niet wat God, maar wat hun zelf behaagt.
Als ge eens als Jozef kwaamt in een heidensche omgeving, zou er dan iets overblijven van uw godsdienst ? Wij schamen ons voor zoo heel veel, maar wie schaamt zich daar. nu feitelijk over, dat hij God niet liefheeft meer dan al het andere ? Als wij zóó zijn, dan kunnen al onze tradities en oude gebruiken, die jarenlang golden voor een teeken van waarachtige vroomheid, niet overeind blijven. Zij vallen bij den eersten wind van tegenstand.
Wij hebben moeite van allerlei aard, hebben wij er ook wel eens moeite over gehad, hoe we het met God in orde moeten krijgen ?
Wij hebben het elkander te zeggen : zoo gaat het niet goed. God moet voor ons worden tot een levende werkelijkheid, te midden van de dingen van allen dag. Wij moeten Hem leeren kennen, zooals IHij zich heeft geopenbaard in Zijn Woord.
Wij moeten het Woord van God niet meer gebruiken voor onszelf, om als 't ware met behulp daarvan de Filistijnen te verslaan. Dat doen wij op sociaal en nationaal gebied ; dat heeft de schare ook gewild na het broodwonder van Jezus.
Wij willen Jezus ten slotte gebruiken om in den hemel te komen. Jezus is niet gekomen om ons op te bouwen in onze eigengerechtigheid, maar om ons daaraan te ontdekken. Hij laai zich niet gebruiken voor onze bedoelingen. Wij mogen Gods Woord ook niet losmaken van God zelf. Het gaat heelemaal niet om den Bijbel, maar om God. Als het Woord het einddoel is, dan zijn we er naast. Dan bouwen we ons zelf een heiligheid, terwijl wij God geheel vergeten.
Hoe moet het dan wél ?
Wij moeten buigen naar wat het Woord tot ons zegt, als naar de stem van den levenden God, en wij moeten leeren luisteren naar de stem van het kruis, wat dat in ons leven te zeggen heeft.
Jezus heeft als de grootere Jozef niet willen zondigen tegen den wil van Zijn hemelschen Vader. Hij heeft een stuk van dén hemel, waar alleen Gods wU geschiedt, op aarde gebracht. Wij moeten onze rust, onzen wil aan Hem opofferen. Wij mogen ons niet aan Hem probeeren te onttrekken, wij moeten Hem laten gezeggen. Alles dringt zich hierin samen : Hoe staan wij tegenover den Christus ? Wat hebt ge over, als ge al uw uitwendigen godsdienst weg doet ? Kent ge Hem dan als uw Heiland ? Dan zult ge Hem werkelijk in uw leven kunnen verheerlijken ! Dan gaat ge er ook op uit, om Zijn Naam uit te dragen, in gebondenheid aan het Woord van God. Dan wordt de vijandschap grooter, maar aan de andere zijde ook de zegen. Want de aarde is des Heeren, en hare volheid!
DS. J. G. Abbringh, van Papendrecht, die over »De sterke Man« sprak, begon met te herinneren aan de filosofie van Friedrich Nietzsche, welke thans in Duitschland en Italië weder zulk een opgeld doet, en die ook bij zooveel jongeren in ons eigen land sympathie vindt. De menschheid loopt van het eene dwaallicht naar het andere. Het socialisme heeft zijn bekoring verloren. Thans wordt men fascist en vereert den Führer, den Duce, den sterken man, die wel eens zeggen zal hoe het moet. Maar zoolang wij leven uit de Heilige Schrift en uit de belijdenis, die ons door de Vaderen is in handen gelegd, welke ons zeggen, dat God souverein is, zoolang zullen wij niet bij het fascisme ons heil willen zoeken. Wij hebben een sterken Man, ons door den Heere gegeven.
In Openbaring 19 vers 11 lezen wij : En ik zag den hemel geopend, en zie, een wit paard, en die op hetzelve zat, was genaamd getrouw en waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.
In dit zoo geweldige boek heeft de Heere ons de geschiedenis van Zijn uitverkoren Kerk doen zien. Het 19de hoofdstuk handelt over den eindstrijd. Drie geesten zijn uitgegaan om heel de wereld te verzamelen tegen den Heere en Zijn Kerk, een helsche coalitie. Al de machten der wereld zullen zich inspannen om de Kerk uit te roeien. Maar de Sterke Man zal uitrijden op zijn witte paard, om Zijn Kerk tot de overwinning te voeren. Wij hooren reeds in de verte het oprukken van een geweldig leger, dat den Heere wU bestrijden. Men wil ons doen buigen voor den anti-Christ. Die onheilige geest belooft ons vrijheid, zegen en vrede, langs andere wegen dan Gods Woord ons aanwijst. Het woelen van dezen geest is te bespeuren in het gezinsleven, op het maatschappelijk en het staatkundig gebied. De Overheid zelf is tot een god geworden, zooals in Duitschland en Rusland. Ook op kerkelijk erf is alles niet, zooals het behoort. De fundamenten worden omgewoeld. De belijdenis van den Christus zelfs is in gevaar. De omstandigheden zijn benauwend. Het is mogelijk, dat de Heere de helsche macht nog een oogenblik zal inbinden, maar alles wijst op het naderen van den eindstrijd.
Noodig is het, dat wij in dezer tijden donkerheid hulpe zoeken bij den Sterken Man, die ons door den God Israels is gegeven. Hij rijdt op het witte paard. Hij is getrouw en waarachtig, hij oordeelt in gerechtigheid.
Wat Jezus Christus morgen is voor Zijn Kerk, is Hij vandaag ook. Hoort het, gij die zoekt naar houvast en naar steun. Hij is in Zijn wezen steeds aan Zichzelf gelijk. Hij is geen veranderlijk mensch. Hij laat de werken Zijner handen niet varen. En Hij handelt naar het recht, niet naar het recht van den sterkste, maar naar het ware recht. Is het geen begeerlijke zaak om Zijn veld-en merkteeken te dragen, om achter dezen Führer aan te gaan ? Hij is veel schooner dan de menschenkinderen, en Hij voert Zijn volk naar een volkomen overwinning, want Hij rijdt op het witte paard. Hij komt, Hij ziet en Hij overwint. Wat is dat heerlijk, dat wij van Zijn victorie zeker zijn. Zoo mogen wij er op roemen : De bergen zullen vrede dragen, de heuvels heilig recht!
Generale Synode Chr. Gereformeerde Kerk.
Dinsdag 4 September a.s. zal de Generale Synode der Chr. Geref. Kerken haar zittingen te Utrecht aanvangen in het kerkgebouw Thorbeckegracht-Assiesplein. Aan den vooravond zal een biduur gehouden worden.
Ziekenhuis ten geschenke voor de Chr. Geref.
Kerk. In „Uw Koninkrijk Kome", het maandschrift van de Zendingsdeputaten der Chr. Geref. Kerk? , maakt ds. A. Bikker, miss. predikant te Mamassa, melding van een aanbod, dat bij deze deputaten is ingekomen van een lid der Chr. Geref. Kerk, waarin deze een compleet ingericht ziekenhuis te Mamasa aanbiedt.
Deputaten hebben dit aanbod in beraad gehouden en een commissie benoemd, die het vraagstuk der medische zending in studie zal nemen, in het bijzonder de wijze, waarop de geden moeten worden verkregen, verbonden aan de jaarlijksche exploitatie. Naar raming zullen deze kosten jaarlijksch een kleine tienduizend gulden bedragen.
Zending onder de Joden, De deputaten voor de Zending onder de Joden van de Gereformeerde Kerken in Nederland, doen de voorbereidende stappen om over te gaan tot de beroeping van een derden missionairen dienaar des Woords voor dit werk. De twee reeds functioneerende missionaire dienaren des Woords voor het zendingswerk onder de Joden zijn : ds. Jac. van Nes te Den Haag en ds. C Kapteyn te Amsterdam. De derde missionaire dienaar des Woords voor de Jodenzending zal aan de kerk van Rotterdam verbonden worden.
Nederlandsch Bijbelgrenootschap, opgericht 29 Juni 1814; Heerengracht 366, Amsterdam-C.; Postrekening 22939. Nog steeds is te weinig bekend welk groot werk het oude Genootschap verricht onder ons volk, en in Indië. Wekelijks gaan gemiddeld meer dan 1000 volledige Bijbels uit het Bijbelhuis, en als regel wel nog grooter aantallen Bijbelgedeelten, Nieuwe Testamenten, Bijbelboeken voor slechtzienden en blinden, Indische uitgaven enz., welke dikwijls verre beneden kostprijs verkrijgbaar worden gesteld.
Bovendien worden door de 250 afdeelingen, waarbij alle gemeenten van ons vaderland zijn of worden ingedeeld, de Bijbels vaak verspreid tegen verminderde prijzen, of zoo noodig geheel kosteloos.
Vooral echter het taalwerk in Indië, waar reeds in 32 talen de Bijbel geheel of gedeeltelijk is uitgegeven, eischt groote bedragen. De taalgeleerden wijden hun leven aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods in stagen en stoer en arbeid tot grooten steun der Zending.
Op grond van dat alles meenen wij er op te mogen rekenen, dat ieder, die den Bijbel liefheeft, ook het Bijbelgenootschap op zijn beurt steunt.
De laatste jaren werkt het Genootschap met aanzienlijke tekorten, waardoor het werkkapitaal allengs zou worden verslonden. Moge in dit gedenkjaar van het 120-jarig bestaan een nationale inzameling althans ten deele weer herstel brengen van het werkkapitaal, dat in deze jaren meer dan ƒ50.000 heeft ingeboet.
De Wis-en Natuurkundige Faculteit aan de Vrije Universiteit. Het is uit binnenkomende vragen gebleken, dat nog veelal misverstand heerscht omtrent de studiemogelijkheden, die door de oprichting der Wis-en Natuurkundige Faculteit aan de Vrije Universiteit zijn ontstaan. Daarom moge de aandacht van belanghebbenden er op gevestigd worden, dat thans aan de Vrije Universiteit, voor wat betreft de vakken Wiskunde, Natuurkunde en Scheikunde de studie volledig kan worden volbracht. Van de verschillende candidaatsexamens in de Faculteit der Wis-en Natuurkunde, die in het Academisch Statuut warden genoemd, kunnen er vier aan de Vrije Universiteit worden gedaan. Eveneens kunnen van de aldaar-vermelde doctoraalexamens die, waarbij een der vakken Wiskunde, Natuurkunde, Scheikunde of Wijsbegeerte hoofdvak is, aan de Vrije Universiteit worden afgelegd. Op de doctorale examens kan promotie volgen. Het aantal der ingeschrevenen in deze faculteit bedraagt thans 59. Voor verdere inlichtingen wende men zich tot het bureau der Universiteit, Keizersgracht 166, Amsterdam-C.
Het God-Iooze Rusland. Rusland en de Volkenbond. De Nationale Evangelische Kerk te Geneve heeft een protest tegen de eventueele toetreding van Rusland tot den Volkerenbond gepubliceerd. Zij verklaart, „dat de Christelijke bevolking van Zwitserland zonder onderscheid van confessie de tegenwoordigheid van Sovjet-Rusland te Geneve als een beleediging voor het Christendom, als bedreiging voor den volkerenbond en als een gevaar voor ons land beschouwt."
De „Schweizer Reformierte Zeitung" sluit zich bij dit protest hartelijk aan en zegt: „Eindelijk eens een moedig woord van een niet-Duitsche kerk ! Eindelijk eens — men vertrouwt zijn oogen niet — een kerkelijke resolutie zonder de gebruikelijke buiging voor de marxistische goddeloozen, zonder lafheid tegenover Moskou !"
China en het Christendom. Hoe sterk de toestanden in China zich gewijzigd hebben, kan hieruit blijken, dat Stanley Jones te Foetschau, waar vijf jaar geleden een opgehitste menigte de Zendingsgebouwen bestormde (men leest daar over in het boek „Zestien maanden in gevangenschap bij de Chineesche Communisten), groote massa's onder zijn gehoor had, en dat in Kanton, middelpunt der anti-christelijke actie, de studenten op herhaling van de samenkomsten aandrongen ; voor hen lag de beslissing : Communisme of Christendom.
Eerst den Jood. Nergens in het geheele Nieuwe Testament wordt aan de gemeente opgedragen, om de wereld te bekeeren. Haar verantwoordelijkheid is het Evangelie te verkondigen, niet de bekeering Juist zooals een man zijne bruid verkiest uit tien duizend vrouwen, zoo verkiest God Zijne Bruid uit millioenen bij millioenen. Hij gaat tot alle volken en neemt uit hen een afzonderlijk volk en vergadert ze in een afzonderlijk lichaam en zij worden de Bruid des Heeren Jezus. Dat doet God in deze bedeeling De orde is : „Eerst den Jood en ook den.Griek." Ga nooit den Jood voorbij, zonder hem, het eerst van allen, het Evangelie aan te bieden. Het komt mij voor, dat wij niet verwachten kunnen^dat God de zaak der zending zegenen zal, zoolang wij stelselmatig den Jood voorbijgaan. Wij moeten terugkeeren tot dit beginsel: „Eerst den Jood, en ook den Griek."
Uit den Duitschen Kerkstrijd. De kerk van Hessen-Kassel besloot zich te vereenigen met die in Waldeck tot de ééne kerk van Kurhessen en Waldeck. De vereenigde kerk genaakte echter dadelijk in de trouwens ook niet onverwachte moeilijkheid betreffende de zoogenaamde bisschopswet, de aansluiting en inlijving (met opgeving der zelfstandigheid) bij de rijkskerk betreffende. Bij de stemming hierover werd de vereischte meerderheid van twee derde door de geloofsbeweging der Duitsche Christenen niet bereikt; deze verlieten daarop de vergadering , en weigeren aan haar verdere beraadslaging deel te nemen met als gevolg dat de synode thans het vereischte getal mist, dat noodig Is om besluiten te kunnen nemen.
— Het hoofdbestuur van den Geref. Bond in Duitschland publiceert een verklaring van adhaesie en aansluiting bij de belijdenissynode die van 19—31 Mei te Bannen gehouden werd en schenkt zijn goedkeuring aan het feit dat lic. dr. H. Hesse, moderator van den Geref. Bond, in den besturenden Broederraad der belijdenisbeweging heeft plaats genomen.
Wij vernemen aangaande de door den rijksbisschop dezer dagen te Wittenberg bijeengeroepen vergadering van kerkleiders, dat de geheele belijdenisbeweging daar ontbrak; niet alleen Beieren en Württenberg en Westfalen met Rijnland, ook Gereformeerd Hannover, hadden te zamen deelname afgeslagen. Naar verluidt zal de door de rijkskerkregeering gewenschte synode voorloopig niet samenkomen ; ze is tot den herfst verdaagd.
— Te Dortmund vergaderde dezer dagen de Broederraad der belijdeniskerk teneinde voort te bouwen aan de belijdende kerk voor Duitschland. Verschillende maatregelen werden genomen. Als merkwaardig moment der vergadering (die niet al haar besluiten publiceert in het gegeven moment) wordt ons gemeld, dat 18 candidaten zich bij de vergadering aanmeldden, mededeelden nadat zij toegelaten waren, dat zij met de bisschoppelijke kerkregeering gebroken hadden en verklaarden dat zij alle risico's met de belijdende kerk wilden deelen en in deze kerk om werk vroegen. De Broederraad deelde mede niets zekers te kunnen in uitzicht stellen, maar provisioneel onderscheidenen candidaten 'n vicariaatsplaats; en dr. Friedrich von Bodelschwingh nam de overigen zoolang zich geen plaats voordeed tot nader order in dienst van zijn stichtingen te Bethel bij Bielefeld.
— De vrije synode te Elberfeld, op 13 Juni j.l. gehouden, publiceert een verklaring waarin zij zeer nadrukkelijk zegt, dat het uitgesloten moet worden geacht dat kerken en ambtsdragers van Gereformeerde overtuiging zich nu of ooit aan een „bisschoppelijke dictatuur" onderwerpen zullen ; het wezen der Christelijke kerk is huns inziens daarmee gemoeid dat zij dat nimmer doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's