GRETSKE ,DE FREULE”
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„Dat dacht ik ook wel, maar zie je, wij willen het liefst óók niet voor den dokter weten, dat wij gisteravond een klein fuifje gehad hebben, 't ging om het pensioen weet je. Als je later zeventig jaar wordt, dan krijg jij het ook, en misschien nog wel eerder, want er zijn die zeggen dat de wet nog wel veranderd zal worden en men op vijf-en-zestig-jarigen leeftijd al pensioen krijgt, t Sabelbeen heeft er ons van verteld en toen hebben wij daarover een klein feestje gehad en werd 't een beetje laat, en toen werd Ka wat onpasselijk, zoodat wij haar naar huis gebracht hebben. Maar niets geen bijzonders hoor, heelemaal niet."
„Ik weet van dit alles niets af, " — zei Gretske, en zij kón het zeggen omdat het waar was.
Daarop werden de korven één voor één naar buiten gedragen, het juk op de hoekige schouders gelegd, de deur goed gesloten en toen ging zij gelijk nu al gedurende eenige jaren, altijd met denzelfden tred, in hetzelfde tempo, naar buiten, de boer op, al naar de dagorde aanwees.
't Was dien warmen dag waarover in het begin van dit verhaal gesproken werd. Hé, wat rook dat hooi lekker. Wat mocht zij in vroeger jaren altijd gaarne daarin werken. Als dan de koeien gemolken waren en het brood gegeten, en de dauw over de velden opgetrokken was, dan was het een genot met de hark de hooilanden in te gaan, en hoe stond zij dan haar partuur. Niet en tegen wien zij het behoefde af te leggen, al gutste het zweet haar dan ook van 't gelaat, en als dan 's avonds de laatste vracht werd binnen gehaald en het manvolk lang uit in 't gras ging liggen, of over de hekken ging hangen om voor het ter ruste gaan nog een pijpje te rooken, dan kon zij de melkbussen nog wel boenen, of kousen stoppen, of voor de pot van den volgenden dag zorgen.
Die tijd was lang voorbij, doch voor haar gevoel was het maar kort geleden, en als zij maar kón, dan zou zij nóg wel in de rij willen staan om den rijken oogst mee in te halen.
Wat kende zij al dat land, met zijn verschillende eigenschappen en bijzonderheden. Hier lag de achtste, *) en daar ginder de elfde, waarin altijd zooveel klaver stond, en bezijden daar de veertiende, waar zij eens op een mistigen morgen zóó verdwaald is geweest, dat zij het hek niet weer kon vinden en al maar in het rond liep tot eindelijk haar geroep gehoord werd en men haar te hulp kwam; en rechts af de fenne, waar zij zoo menigmaal heeft zitten melken.
Wacht, zij moet even een bloempje plukken om in den mond te steken, 't was goed voor den dorst. Verbazend, wat lag er wat op het veld ! Geen sprake van, dat de schuren den voorraad konden bergen. Evenmin als bij dien man uit het Boek, van wien zij las, dat hij er haast verlegen mee werd, en toch zoo hoogmoedig werd en tegen zichzelf ging zeggen : „wat zal ik doen met dat alles ! Ik weet wat ik doen zal. Mijne schuren afbreken en grootere bouwen, en daarin al dat gewas brengen, en dan tot mijne ziel zeggen : gij hebt vele goederen, die u opgelegd zijn voor vele jaren, neem nu rust en eet en drink en wees vroolijk !" Maar toen kwam daar een stem, die sprak : „gij dwaas, in dezen nacht zal men uwe ziel van u af eischen, en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn ? "
Dus óók al weer eene ziel. Zooals zij straks met den armmeester gesproken had over de ziel van Ka. Boer Grondsma had dus ook eene ziel. Zou hij daar wel aan denken ? Te midden van de drukte en den overvloed waarin hij leefde ? Het was zoo gevaarlijk voor een mensch, wanneer hij zich zoo krachtig en sterk voelde, en de zegeningen zoo in den schoot geworpen werden, om dan te blijven bedenken dat het leven een gave Gods is, welke elk oogenblik kan worden ontnomen, en waardoor hij dan voor dien rechterstoel van Christus kwam te staan, waarvan het Boek ook al weer sprak.
Gretske huiverde, als zij daaraan dacht. Kijk, wat kon die Grondsma anders werken. Hij hanteerde de vork met eene lenigheid en handigheid, alsof het kinderspel was. En Teun, de knecht, niet minder. Stien was ook warm, hoor ! zij had een kleur als bloed.
Wat had die Bouke al lange jaren bij de familie in de hooiïng geweest. Zij herinnerde zich nog best, hoe hij met nog eenige Groningers voor 't eerst hier aankwam. In het begin kon zij hem haast niet verstaan en was zij bang voor dat volk, vooral wanneer het dan soms met een „stuk in de kraag" op de boerderij kwam. Maar dat was gelukkig al lang voorbij. Daar werd lang niet meer zooveel drank gedronken als vroeger, en Bouke was nu geheelonthouder. Zij had wel eens hooren vertellen, dat hij heilssoldaat geworden was. Wat dat beteekende, wist. zij niet, maar vast was het niet iets verkeerds, bat kon men aan den naam wel hooren, en hij was sindsdien heel anders als vroeger. Hij vloekte nooit, en hij was ook altijd veel eerbiediger als gebeden werd. Men mocht hem graag op „Landlust."
Toe Bruine, trek aan ! Wat wist zij nog goed dat die geboren is. Zoo'n heel mooi, klein veulentje met donkere manen en zoo'n vriendelijken kop. 't Liep haar altijd zoo gedwee achterna, vooral sinds zij het verwend had. met een klontje suiker. Zou het dier haar nog wel kennen ? Men zegt, dat paarden zoo'n sterk geheugen hebben. Zij zélf had niet zoo'n sterk geheugen, 't Was wat geweest, in 't begin vooral, de prijzen te onthouden van die verschillende artikelen, welke zij in hare korven meedroeg. Och, zij was eigenlijk ook geen koopvrouw. Zij paste beter in het boerenbedrijf. Wat was dat een mooi en gezond en vrij leven. Heel anders dan het leven, zooals nu ! Wat had men daar een tafel! Vleesch en spek altijd in overvloed.
(Wordt vervolgd).
*) Dus genoemd, omdat het acht pondemaat (8 maal 36% Are) groot was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's