MEDITATIE
OPENING DER OOGEN.
En God opende hare oogen, dat zij een waterput zag. Genesis 21 vers 19a.
Het zijn niet de meest aangename oogenblikken in het leven van den aartsvader Abraham geweest, als hij op Sara's nadrukkelijk bevel Hagar, de Egyptische dienstmaagd heeft weggezonden, de woestijn in. Zeer zwaar is het hem gevallen, want hij staat óók schuldig aan de gespannen verhouding tusschen Sara en Hagar, veroorzaakt vooral door Hagar's zoon, Ismaël. 2 Maar de Heere heeft aan Abraham duidelijk gemaakt, dat hij nu alzoo handelen moet. De Almachtige heeft beloofd, dat Hij voor Hagar en haar zoon zorg zal dragen, nadat ze beiden zijn weggedreven. Neen, Hij zal ze niet ten doode overgeven.
Daar trekt ze dan met haar dierbaar kind de eenzaamheid in. Hetgeen ze heeft medegekregen aan voedsel en drinken, het is weldra verbruikt. Met schrik en ontzetting ziet ze op het laatste stukske brood en bespeurt ze de nog weinige druppelen In de flesch. Ze kan het niet aanschouwen, als de jongen moet omkomen. Sterven van dorst. Het is immers haar kind, haar beminde Ismaël. Hagar klaagt en weent. Dat zijn tranen van een moeder, zooals een moeder maar alleen kan schreien, wanneer het betreft zoo'n geliefd pand. Ze wil niet het gezucht van Ismaël langer vernemen. Ze legt hem voor den Heere neer.
Ach, waar is nu de Heere, Hij, Die gezegd heeft, dat Abraham naar Sara's woord moet luisteren ? Heeft Hij dan Hagar vergeten en gedenkt Hij het kind óók niet meer ? Heeft Hij dan waarlijk vergeten om genadig te zijn en is Zijn rechterhand vol mogendheden niet in de woestijnen ? Geenszins, Zijn naam is en blijft Ontfermer in alle ellende. De Heere luistert vanuit den hemel, wanneer Hagar schreiende nederzit en niets heeft om getroost te worden. Hij hoort het geroep van Ismaël. Waarlijk, Hij, Die let op de stem der jonge raven, verneemt het angstgeschrei Zijner ellendigen.
Doch gaat het alzoo niet menigmaal in het leven dergenen, die van den Heere geplaatst worden in de woestijn dezer wereld ? Hij heeft beloofd, en daar hebben ze zich aan vastgegrepen : , Ik zal u niet begeven en verlaten, " maar alles wat ze op hun reis hebben medegenomen is weldra verteerd, en eenzaam kunnen ze nederzitten aan den weg. Ze kunnen het niet gelooven, dat de Heere het wakend oog op hen gevestigd heeft, voortdurend trekken ze het weer in twijfel, dat Hij met zulke ellendigen te doen wil hebben, vooral wanneer hun zondig hart ze weer beschuldigt en ze wijst op hunne afmakingen tegenover een heilig en rechtvaardig God. Ze hebben immers hun weg verdorven voor Zijn aangezicht.
Zeker, noch Ismaëi, noch Hagar verdient het, dat de Heere Zijne beloften in vervulling doet gaan. Om Abrahams, wil zal Hij Zich grootelijks ontfermen. En hetgeen nog aan een arm en in zichzelf verloren volk, geschonken wordt, is alleen om Christus Jezus, de enige Borg en Voorspraak van Zijn Sion. Nu lees ik die treffende woorden: „En God opende hare! oogen, dat ze een waterput zag.
Opening der oogen, noodig voor Hagar en opdat ook Ismaël zal kunnen geholpen worden. Dat is van den Heere. Hij; opent. De Heere opent de verduisterde en toegesloten oogen van de Egyptische dienstmaagd. Want die waterput in de woestijn is er reeds lang, maar Hagar - heeft het niet gezien en niet geweten.
Opening der oogen.Hoe blind zijn wij keer op keer, door niet op te merken, dat de Heere nog omringt met Zijne heerlijke genademiddelen. Wanneer Hij eens waarlijk dorst geeft naar het water des levens, naar den stroom des heils van het Kruis van Golgotha, zal Hij, Die dorstig maakt naar Zijne gerechtigheid, dan niet meer van dat water hebben ? Zullen Zijn rivieren dan zijn opgedroogd ? Hoe moeten onze verduisterde oogen geopend worden voor het heil des Heeren. Nog begeert de Heilige Geest ze te ontsluiten om te mogen aanschouwen de wonderen van Gods genade in Christus Jezus.
En anders kan het helaas zijn, gelijk als bij Hagar en Ismaël, dat wij te midden van de bronnen en de waterputten versmachten. De Heere heeft reeds voor hen uitkomst bereid en zal redding geven, doch Hij zal de oogen open hebben te maken en ze open moeten houden om van die uitkomst en genade te kunnen genieten. Het is ons niet voldoende, als de God der verlossingen Zijne beloften en gunstbewijzen aanzegt, het rechte licht dient Hij er op te laten vallen en anders geven ze ons niets geen verkwikking.
In Hagar, wanneer de Heere haar aldus tegenkomt, als zij dien waterput aanschouwt in de woestijn, wanneer Hij haar gehoord heeft in de eenzaamheid van haar zuchten, ontwaren we het beeld van den ontdekten zondaar. Zij heeft eerst naar haar jongen terug te gaan, en doet zij dat, . dan opent de Almachtige hare oogen. De Heere zal altijd in den rechten weg Zijn zegen en goedheid schenken, onderworpen in gehoorzaamheid aan Zijn Woord, zoowel op tijdelijk als op geestelijk gebied.
Zoo vraagt de Heere een wederkeeren naar Hem, een zich eerbiedig buigen onder Zijn Getuigenis en dan leert die mensch te verstaan, hetgeen de Borg en Zaligmaker bevestigt aan de gemeente van Laodicéa: „En zalf uwe oogen met oogenzalf, opdat gij zien moogt." Dan zal Hij ook ontdekken aan de heerlijkste Waterbron, Welke er ooit van God den Heere geschonken is, Bethlehems Bornput Jezus Christus, Die Zelf gedorst heeft, opdat Hij de stroomen des levenden waters zal kunnen doen vloeien. !De Bornput in de woestijn dezer zondige wereld is er nóg, gelukkig als onze oogen door den Geest Gods er voor geopend zijn en wij ontvangen mogen genade voor genade, die verkwikt en versterkt, wanneer het ons bang te moede is geweest en wij zoo afgemat hebben rondgedoold en ten laatste alleen zijn overgebleven, maar Hij bij ons is.
De Heere hoort nog gelijk als bij Hagar en Ismaal ter plaatse, waar wij ons ophouden, al is het soms in de grootste eenzaamheid en verlatenheid, ver van zooveel, dat ons eerst omringd heeft en waaraan wij ons verbonden hebben gevoeld. Hij wenscht altijd de Leidsman te zijn. Die den weg baant door de oogen er opmerkzaam op te maken, naar de Fontein der wateren, wanneer wij het soms niet meer verwacht hebben. Hij gaat zelfs uit Abrahams tent mee naar de woestijn en Hij voert weer verder en heeft Ismaël daarna ook krachtig ondersteund en bewaard op Zijne wegen.
Want het is des Heeren welbehagen dat wij na ontdekkende en verkregene genade van Zijn dierbare heilsweldaden een juist gebruik zullen maken. Dat hebben Hagar en Ismaël eveneens gedaan. Het valt niet te ontkennen, dat Ismaël nog een voorwerp van bijzondere zorg geweest is om Abrahams wil en dat de Heere hem nadien rijk gezegend heeft. Hoeveel te meer hooren wij dan Paulus aan de Romeinen verklaren : „Zal God ons met Christus niet alle dingen schenken? Christus is het. Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt."
Wat een meeleven van den Heiland met Zijn. volk.
Wat zal het dan eens zijn, wanneer de Heere de oogen opent en de laatste ure gekomen is om in te gaan in het hemelsche Kanaan. Daar zal geen woestijn meer gevonden worden, ze zullen niet meer hongeren en dorsten. God zal alle tranen van de oogen hebben afgewischt. Het staat er zoo heerlijk van beschreven, dat het Lam, Hetwelk in het midden van den troon is, hen zal weiden, en Hij zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren. Daarom zal de opening der oogen in het sterven op deze zondige aarde zoo'n zalige verandering geven om eeuwig te leven met dien dierbaren Zaligmaker, van Wien zij erkennen. Gij, God des aanziens, heb ik gezien naar Dien, Die mij aanziet ? O! het doe ons maar veel instemmen met het liefelijk getuigenis van David, wanneer ook zijne oogen zijn ontsloten geworden voor de heilsgeheimenissen van zijn God en Koning in de woestijn van Juda :
Hoe wonderbaar is Uw Getuigenis, Dies zal mijn ziel die ook getrouw bewaren. Want d' oopning van Uw woorden zal gewis Gelijk een licht, het donker op doen klaren. Zij geeft verstand aan slechten, wien 't gemis Van zulk een glans een eeuw'gen nacht zou baren
D. (Psalm 119 vers 65). A.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's