GRETSKE ,DE FREULE”
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Eigen gerookt! 't Water liep Gretske over de tanden als zij er aan dacht. En toen zij het krijgen kon, werd het vaak niet gewaardeerd. Maar zoo ging het met al de zegeningen die een mensch bezat. Ook met de gezondheid. Wat was zij gelukkig, dat zij nog zoo loopen kon en nog iets verdienen kon, en zoodoende nog maar neen, dat was haar geheim. Haar zoet geheim. Doch in elk geval, zij kon haar werk nog doen, wat anderen vaak niet konden. Zooals Ka. Hoe het nu eens met haar was en verder gaan zou. Als zij niet al te vermoeid thuis kwam, dan zou zij haar vanavond nog even opzoeken, en een kleine versnapering brengen. Evenals vroeger aan die zigeunerin. Die stakkerd. Jammer, dat zij daar zoo weinig mee spreken kon. Maar met Ka kon dat wel, ten minste, als die goed bij kennis was, en hoe hoopte zij dat God het haar dan geven mocht, een goed woord met haar te spreken, over de dingen waarvan in dat Boek gesproken werd.
Zoo in zichzelven denkende en pratende was Gretske op „Landlust" aangekomen, waar de boerin haar reeds wachtte. „Kom maar gauw in de schaduw mensch, je hoofd lijkt wel een roode kool, " — sprak zij, en schoof meteen een stoel aan. Neen, men was haar nog niet vergeten en de vele diensten door Gretske gedurende zoo'n lang tijdperk hier bewezen. Daarom had zij altijd een streepje voor, en behoefde niet bij de deur te blijven staan gelijk de andere kooplui, die hier met hun negotie kwamen, maar mocht binnen komen om een kopje koffie of thee te gebruiken, al naardat de tijd van den dag dat aangaf.
Ook thans was Gretske weer welkom. Vrouw Grondsma kon nog al het een en ander gebruiken : een dweil, een boender, een pakje lucifers, een brief spelden, een stuk zeep. De schoenveters waren ook altijd kapot, een paar handschrobbers kwamen ook altijd wel te pas ; zoo'n koffiezeefje was ook wel gemakkelijk.
Wat waren dat een paar lieve beeldjes ; die zouden wel aardig op den schoorsteenmantel staan. En dan dat spiegeltje ! Net iets voor den boer om te gebruiken bij het scheren. Vrouw Grondsma mocht graag de korven eens na kijken, en Gretske liet haar daarmee begaan, omdat zij wist dat het hier geen kwaad kon en haar voordeel bracht.
Op één punt stelde .zij hier evenwel altijd te leur. Gewoonlijk hadden degenen, die hier op „Landlust" kwamen om zaken te doen, altijd het een of ander nieuwtje, gelijk bij elke boerderij, omdat zij wel wisten, dat men op de afgelegen hoeven daar wel van hield en het gewoonlijk geen nadeel aan den handel deed. Maar Gretske wist nooit iets te vertellen. Zij sprak nooit over een ander, zelfs niet over hare naaste omgeving, en het moest al heel erg zijn als men van haar iets over Lombok gewaar werd. Och, een woord was zoo spoedig aan den mond ontgleden, en dan kon men het niet weer terug roepen. Spreken was zilver, maar zwijgen was goud, — dat geloofde zij ook, en daarom was zij zoo voorzichtig. Om iets te vertellen was geen kunst, maar om het waar te maken !
En dan, wat gaven die nieuwtjes ? Wat lieten ze een mensch innerlijk ledig en koud. Zij zelf begeerde ze ook niet te ontvangen, want gewoonlijk was het niet veel goeds. De wereld was zoo boos, en het kwade werd meestal breed uitgemeten en het goede verkleind, of aan verkeerde oogmerken toegeschreven. Geen wonder dus dat op de vraag : „niks bizonders, Gretske ? " — als antwoord slechts gegeven werd : „neen, alleen mijn buurvrouw is ziek."
„Och kom ; manke Trui ? "
„Neen, Ka"
„O ! Nu, daar gaat niet veel mee verloren als die ophoepelt."
Hé ; weer dat harde, dat zij ook bij den armmeester had opgemerkt. Omdat het een oude, arme vrouw van Lombok gold, naar wie niemand omkeek, en die haast ook geen familie meer had.
„Niet veel verloren ? Maar zij heeft toch eene ziel, en die heeft voor God evenveel waarde als die van een ander mensch, " — bracht zij uit, terwijl haar gelaatskleur zoo mogelijk nog hooger werd.
Met verbazing keek de boerin naar hare voormalige dienstbode. Waar had zij dat weg, en wat bedoelde zij daarmee ? 't Was haar al lang opgevallen dat Gretske lang niet meer dezelfde was als voorheen, en vooral sinds die geschiedenis met die zigeunerin. Zij kon ook niet zeggen waarom, maar daar was iets in haar dat voorheen niet bestond en waardoor zij zich in al haar doen en laten onderscheidde.
„Ben je vroom geworden, Gretske ? " — vroeg de boerin.
„Dat weet ik niet, maar het Boek zegt het."
„Wat staat daar dan van in ? "
„Daar staat: „Wat baat het een mensch, al gewon hij de geheele wereld en lijdt schade aan zijne ziel."
Een oogenblik stilte. Stond dat daar ? Op „Landlust" was het thans alles leven en vertier, nu de eene vracht na de andere werd ingehaald. De schuur was al tot den nok gevuld, en op 't erf stond een groot blok hooi, en het vee was tegenwoordig zoo gezond en gaf zoo flink melk. Eiken morgen en elken avond acht bussen ; dat was alleen aan melk, ongeveer zestig gulden per dag, dat was meer dan vierhonderd gulden in de week. En dan nog wat er gemaakt werd uit den veestapel! En nu zei Gretske daar zoo kalm weg, maar tevens zoo ernstig, dat dit alles den mensch niets gaf, al kreeg hij de heele wereld tot zijn deel, maar de ziel daarbij schade leed. Dus, wanneer niet voor de ziel werd gezorgd. Eerlijk gezegd, daar werd hier op de boerderij niet veel aan gedacht. Vooral tegenwoordig, in de drukte niet. Daar waren wel eens tijden in haar leven geweest, waarin zij zich hierover veel meer bekommerd had, Toen haar leven af en toe als aan een zijden draad hing, zoo men dat noemde, of een der huisgenooten ziek was, of uit den kring der familielederi of vrienden een werd opgeroepen van hier, doch in den laatsten tijd was het, alsof zij zich veiliger gevoelde. (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's