De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Altijd gezond, niets geen gebrek, alles voor den wind, en daarbij zoo'n overvloed van alles voor de toekomst. Huis en land en vee en goud en zilver en kinderen, wat wilde zij meer ?
Maar daar tegenover stond dat zij ouder begon te worden. Ook al boven de vijftig, dus in elk geval over de helft, en alzoo in den afgang van het leven, 't Voelde zij ook wel. Vooral tegenwoordig, als zij 's avonds zoo moe kon zijn. Heel anders, dan twintig jaar geleden.
Wat schoot die tijd toch hard op. Vooral wanneer een mensch gezond was en alles zoo naar wensch ging. Dan verveelde het niet, en dan was zoo maar een jaar voorbij. „Schade aan zijne ziel.”
„’k Vind het niks aardig daaraan te denken Gretske, de tijd gaat mij veel te hard, en je bent aan het einde voor je het weet, en dan óók nog die zorg voor later.”
„’k Ben ook altijd zoo geweest vrouw." „Nu niet meer ? " "Ten minste niet meer zóó." ..Hoe komt dat? ”
„Van dat Boek, geloof ik." „Vreemd ; wat is dat dan Gretske ? Wij lezen toch óók als het niet te druk is, en in elk geval iederen Zondag in den bijbel." ., 'k Weet het niet, maar het geeft mij zoo'n rustig gevoel.”
„Ja maar hoe komt dat dan ? " ..Omdat ik den Heere Jezus lief heb en geloof dat Hij mij zal zalig maken.”
Weer volgde een stilzwijgen. Gretske Jezus Ik? Daar moest vrouw Grondsma, effen over nadenken. Dat had zij nog nooit van haar gehoord. Eigenlijk had zij dat nog nooit van iemand hooren zeggen. Vele menschen gingen wel naar de kerk en luisterden wel naar een goede preek en wisten ook wel te zeggen wanneer het niet goed ging, maar om dat te verklaren wat Gretske hier deed, daar behoorde nog al wat toe.
Met verwonderden blik keek de boerin daarop Gretske vlak in het gelaat. Wat was het leelijk met al die rimpels, en dan die litteekenen van de ziekte harer jeugd. Maar wat lag er toch ook iets over het gelaat, wat niet in woorden te brengen was.
„Heb je Hem dan al lang lief, Gretske? " „Hij heeft mij eerst lief gehad." „Maar hoe durf je dat toch zoo te zeggen, mijn goede mensch ? ”
„Omdat het in het Boek staat." „Al weer dat Boek; daar staat jou naam toch niet in Gretske ?
„Daar staat: Alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijnen eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." „Is het dat? ”
„Ik hoor toch ook bij de wereld ; en Ka ook; en de vrouw en de boer óók, en alle menschen die eene ziel te verliezen hebben ? ”
Vrouw Grondsma schudde het hoofd. Daar kon zij niet bij. Gretske was altijd wat vreemd geweest, maar als hier maar niet wat achter wèg kwam.
Verstrooid keek zij nog eens in de korven om nog iets van hare gading daaruit te zoeken. Toen volgde de afrekening, 't Was nog niet eens een groot bedrag, maar Gretske was wel gewoon 't bij kleine beetjes te verdienen.
„Wil je nog een kop koffie, Gretske ? " „Dank je, vrouw." „Een stuk koek ? ”
„Ook niet; 'k ben te warm om te eten." „Wacht, ik weet wat. Een stukje lekker spek meê naar huis, dan heb je vanavond iets op je boterham.”
Hoe kon 't zoo. Straks had zij op den weg daar nog over loopen denken. „Dat sla ik niet af.”
„En dan mag je niet meer zoo in die brandende zon loopen ; 'k zal je een hoed halen.”
Daarop werd uit den afgedankten voorraadeen exemplaar opgehaald en Gretske overhandigd. Met weerzin werd het aangenomen, doch weigeren durfde zij ook niet. Waartoe echter die drukte ? Zij was gehard en kon tegen alle weer en wind, — alleen die benauwdheid op de borst was soms zoo hinderlijk. En toen werd het juk op de schouders gelegd en voort ging het weer met denzelfden tred van altijd naar een volgenden klant, tot de avondschaduwen zich zouden neigen en de dagtaak weer was voleindigd.
Een weinig later kwam Grondsma binnen om te drinken en de „korte pijp" aan te steken, zoo hij het noemde, in den vorm van een weinig tabak, dat uit een grooten blauwen zak verhuisde achter de kiezen.
„’k Had Gretske hier straks, en heb met haar een gesprek over den godsdienst gehad, " zei de boerin.
„Toe maar.”
„Je raad nooit wat zij mij verteld heeft ? ”
„Neen, Gretske en wat vertellen, dat zijn twee.”
„Ze zei tegen mij dat zij den Heere Jezus lief had.”
Even stond de boer stil en scheen na te denken. Dat kwam zoo onverwacht. Doch ook maar even. Toen plooide zich een medelijdende glimlach om den mond en bracht hij den wijsvinger van de rechterhand naar het voorhoofd.
Daarop vertrok hij weer even spoedig als hij gekomen was, om een nieuwe vracht hooi te halen, 't Was nu de gouden ure. En het volk was flink op dreef.
Maar bij de boerin ruischte het na : „Wat baat het een mensch, al gewon hij de geheele wereld en lijdt schade aan zijne ziel.”
Gretske had bij haar iets wakker gemaakt, dat zij liever slapende had gehouden.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's