ECHTE MOEDERS GEVRAAGD
Mevr. Van Hoogstraten—Schoch heeft een boek geschreven : »Kijkjes door 's Levens Venster.« In dat boek gaat het ook over kinderen en over moeders.
De schrijfster vertelt daarin o.a. van een gezin in oorlogstijd. Er werd in de munitiefabriek zooveel geld verdiend, dat niet alleen de vader, maar ook de moeder daar aan het werk ging. Zoo verdienden ze bijna honderd gulden in een week en konden ze zich een weelde veroorloven, zooals ze nooit gekend hadden.
Hun kind, de kleine Sonnie, voer er evenwel niet best bij. Hij werd In een pension gebracht en had het daar wel goed, maar de juffrouw van het pension had het erg druk en kon zich natuurlijk maar weinig met Sonnie bemoeien. Het kind was niet fleurig en miste veel, dat was aan alles te zien. Maar vader en moeder zagen het niet, want — honderd gulden in een week, nietwaar, daar zie je wel wat voor over het hoofd.
Op zekeren avond, toen zij Sonnie kwijt waren, vonden ze hem in een klein huisje, en daar zat hij op den schoot van een moeder, die hem eens echt tegen zich aan genesteld had en aan hem en nog een paar andere kinderen een verhaaltje vertelde, zoo rustig bij het vuur van den haard. Toen zagen vader en moeder ineens duidelijk voor zich, wat ze aan hun kind onthielden en wat ze hem met hun honderd gulden in de week ook niet konden koopen. Moeder liet het werk in de fabriek varen, de honderd gulden kwamen nu wekelijks niet meer in, maar ze kregen weer een gezin, waar tijd was om elkaar lief te hebben en dat aan elkaar te toonen. De kleine Sonnie had weer een echte moeder gekregen, en dan pas wordt ook de vader weer echt.
„Ik vrees”, zoo schrijft de heer G. Meima, van Groningen, naar aanleiding van dit verhaal, in zijn boek „Gezinsleven" (uitgave J. H. Kok, Kampen, blz. 43) „ik vrees, dat in dit verhaal maar al te duidelijk de fout van menig gezinsleven geteekend is. We hebben geen tijd meer voor elkander. Het drukke leven legt zooveel beslag op ons, dat we voor de kleine plichten in huis tegenover elkaar, voor de kleine vriendelijkheden ook geen tijd meer hebben. En wij maken voor onze kinderen dan lang niet altijd de rijke, diepe beteekenis van Schriftwoorden duidelijk. „Gelijk een vader zich ontfermt over de kinderen", staat er. Maar zou menige jongen, wanneer hij dat hoort of leest, niet denken: „Mijn vader was van een ander soort; mijn vader was een hardvochtig, zelfzuchtig man". De Schrift zegt: „Gelijk een moeder troost." Maar er zijn heel wat kinderen, die met heel wat recht kunnen denken : „Onze moeder had niet veel tijd, zij ging vaak weg of moest visite ontvangen ; zij bemoeide zich niet veel met ons ; zij wist van onze vreugd niet, zij verstond ons verdriet niet." En dan dit woord : „Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten ? " Daar zou menig kind op kunnen antwoorden : „Mijn moeder vergat alles, wanneer zij zat te lezen, of aan de deur stond te praten, of menschen moest ontvangen, of visites moest maken." In zulke gevallen ontbreken de echte moederharten.
En hier zijn we aan een van de gevaarlijkste verschijnselen van onze tegenwoordige samenleving gekomen. Want bij gebrek aan een echte moeder kan het huiselijk leven niet tot ontwikkeling komen. En niets kan in het latere leven vergoeden wat in zulke gezinnen ontbroken heeft. Teere verhoudingen, die in het latere leven hun werking behouden, moeten in den schoot van het vriendelijk gezin worden gekweekt. En daaraan staat ontegenzeggelijk veel in onze huidige samenleving in den weg. Waar met de werkloosheid de inkomsten van den vader niet voldoende zijn, moet de moeder wel eens mee aanpakken. Kan wie wel eens zoo'n moeder na een dag van zwoegen uit een werkhuis heeft zien thuis komen, of haar 's avonds nog in haar ontredderd huishouden heeft bezig gezien, begrijpt onmiddellijk, dat in dergelijke gezinnen iets moet ontbreken, dat daar de echte moeder niet meer gevonden wordt.
Ook geloof ik, dat het kwaad niet pas begint, wanneer de moeder wel eens het huis uit moet. Het begint al, wanneer onze meisjes geen huiselijkheid meer leeren. Zij zijn heel wat liever op een fabriek werkzaam, dan als dienstbode in een gezin alle voorkomende werkzaamheden te verrichten. Op de fabriek, daar heb je 's avonds vrij, en dat is heel wat prettiger dan altijd verbonden te zijn. 't Is waar, niet in alle gezinnen is het leven van een dienstbode erg benijdbaar, maar 't is toch ook even zeker, dat, wie als op groeiend meisje niet bij moeder in huis kan blijven, de beste voorbereiding voor haar leven als getrouwde vrouw en moeder vindt in een gezin, waar ze met alle voorkomende werkzaamheden op de hoogte gebracht wordt. Daarom schrikt menigeen ook, wanneer zoo'n dienstmeisje er geen zin in heeft, in een gezin met kinderen te dienen. Me dunkt, we kunnen wel vooruit vaststellen, dat zoo iemand ook later geen echte moeder wordt, of ze moet op haar booze gedachten terugkomen.
Zullen we onze echte moeders behouden en zullen wij ze in de toekomst weer in grooter getal aantreffen, dan moet ook bij de opvoeding van de jonge meisjes daaraan de aandacht gegeven worden. Ze moeten niet alleen leeren de tijdelijke behoeften van een gezin wèl te verzorgen — en dat zegt al heel wat — maar ze moeten door een rustige jeugd zoo in evenwicht worden gehouden, dat ze later niets heerlijkers kennen dan het intieme leven van een ordelijk, Christelijk gezin. Dan worden we weer rijk aan echte moeders.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's