De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

TRANEN AFGEWISCHT.

6 minuten leestijd

......en God zal alle tranen van hunne oogen afwisschen. Openb. 7 vers 17.

.....en God zal alle tranen van hunne oogen afwisschen. Openb. 7 vers 17.
„De wereld is een tranendal." Dit bekende woord, waarde lezers, moge velen al te somber klinken, (in onzen tijd vooral, waarin vreugde en genot op zoovele wijzen worden nagejaagd), toch wordt het schier elken dag bevestigd.
Wat al tranen worden hier op aarde geschreid, wie is er, die er vreemd van blijft ?
De mensch komt schreiend op deze wereld en gaat onder tranen van hier weer weg. En in het leven, dat hij hier op aarde leeft, is er zooveel oorzaak tot het schreien van bittere tranen.
Wij kunnen niet alles opsommen, doch doen maar een greep. Wat een tranen worden er geschreid over ernstige verliezen, die er geleden worden. Hoe kan menigmaal de vreugde des levens opeens worden verstoord en in schrijnende smart worden omgezet!
Nu deze en dan gene wordt er door aangegrepen, zoo plotseling somtijds in rouwe gedompeld. En niet zelden wordt het gezien, dat de eene oorzaak van smart voorbij is gegaan of de andere is weer daar om nieuwe, heete tranen aan de oogen te ontpersen. Sedert de mensch in de zonde gevallen is en met haar de dood zijn intrede in de wereld gedaan heeft en de dood onverbiddelijk tot alle menschen is doorgegaan, vloeit daar ook een stroom van tranen, die voortgaan zal tot het einde toe, totdat waar gemaakt zal zijn het woord, dat wij boven afschreven. O, wij weten wel, dat zullen niet alle tranen zijn, die hier op aarde worden geschreid. Het verband van dit tekstwoord leert ons dit en in het leven der menschen wordt het ook wel anders gekend. Daar zijn genoeg tranen, die niet eenmaal door God zullen worden afgewischt, maar die de mensch zichzelf poogt weg te wisschen en die anderen pogen weg te nemen.
Want daar worden niet enkel maar tranen geschreid over verliezen, die door den dood worden geleden, maar over zoovele en zoo verschillende oorzaken. Daarom zijn niet alle tranen gelijk, hoewel ze alle voortkomen uit dat betreurenswaardige feit en die schrikkelijke oorzaak, de zonde.
Zoo worden er geschreid tranen van spijt, omdat men niet terug kan nemen het woord, dat onbedacht gesproken werd, omdat men niet meer goed kan maken den misstap, dien men begaan heeft. En waren het dan nog maar immer de tranen van waar berouw voor God, omdat men gezondigd heeft tegen Hem, maar hoe veelszins is het slechts een treuren over de ellendige gevolgen van het kwade, zonder het treuren over die zonde zelve.
Daar zijn ook tranen van ontevredenheid met het lot, waarin men verkeert, ontevreden zelfs over hetgeen God over ons brengt in Zijn voorzienig bestel, naar Zijn vrijmacht. Wie kan het zeggen, hoevele tranen daar geschreid worden ook bij bittere verliezen, die geleden worden en die het medelijden van anderen opwekken, zoodat ook deze tot tranen toe bewogen worden, dat toch nog niet anders zijn dan tranen van ontevredenheid over het harde lot, dat de Heere doet ondergaan.
Och, dat schuilt zoo gemakkelijk In het hart, dat niet breken wil onder Gods slaande hand en niet buigen wil onder Zijn leiding, die tegen het vleesch zoo ingaat. En toch zal dit laatste noodig zijn, wijl het anders een treuren is van droefheid der wereld, die den dood werkt.
Daar worden ook tranen geschreid van medelijden. Zij kunnen oprecht gemeend zijn, maar het kunnen ook tranen zijn, die slechts opkomen uit het gemoed, dat een oogenblik ontroerd en aangegrepen kan wezen, en toch ook weer zoo spoedig kan gerust zijn.
Daar zijn, helaas, zooveel gehuichelde tranen, die slechte dienen om van de menschen gezien te worden en waar Christus zoo voor waarschuwde.
Daar zijn tranen van allerlei leed, dat door anderen wordt aangedaan.
Maar alle die tranen, en nog zoovele meer, die gij, lezer, voor u zelf wel in uw gedachten kimt aanvullen, het zijn allen tranen van beneden, opkomend door de groote en vele ellende, door de zonde teweeggebracht.
Van deze zal het zonder meer nog niet gelden, dat God ze zal afwisschen.
Zal dit waarheid zijn, dan zullen onder alle tranen, die geschreid worden, er ook gekend moeten zijn van waar berouw over de zonde. Niet, dat bij zulken daar ook geen andere tranen zouden worden geschreid, ook zelfs tot gehuichelde toe. Wie, die zijn eigen zondig, boos en verdorven hart leerde kennen, zal dit niet moeten toestemmen ? Maar toch zullen zulken weten van die tranen, die opkomen uit die waarachtige droefheid, die een onberouwelijke bekeering tot zaligheid werkt. O, dan worden die tranen veel in het verborgen geschreid, zonder dat het door anderen wel wordt opgemerkt. Maar de Heere merkt ze op. Hij zal ze ook eenmaal drogen. En waar die tranenbron ontspringt, daar wordt het nu een weenen over de zonde zelve, meer dan over haar gevolgen, over de zonde in zichzelf en bij anderen en om zich heen. Daar wordt de rechtvaardige ziel gekweld ook om de zonde, die algemeen zulke bittere gevolgen teweeg bracht, ook in dien zin, dat zij daardoor hier vele verdrukkingen moet lijden en er in het tekstverband ook sprake is van die schare der verlosten, die uit de groote verdrukking komen en de eeuwige zaligheid worden binnengeleid.
Deze tranen worden door God afgewischt. Daar wordt de droefheid in vreugde omgezet, eeuwige blijdschap zal op hun hoofden wezen en treuring en zuchting zullen wegvlieden.
Waarde lezer, gij kent ook droefheid, tranen zijn ook u niet vreemd. Maar kent gij ook die tranen, die naar God worden geschreid, zij het ook in het verborgen, over de zonde ? Zal het ook van u gelden, dat God ook eenmaal alle uwe tranen zal afwisschen ? Dan is het noodig, dat gij er nu reeds ietd van ervaart in de schulduitdelging door Christus' dierbaar zoenbloed. Of zoekt gij uzelf te troosten en over uw leed heen te zetten ? Of kunt gij door anderen, door de wereld, door allerlei beslommeringen en wat niet al, getroost worden en uwe tranen laten drogen ? O, gelukkig, voor wien het eenmaal gelden zal en God zal alle tranen van hunne oogen afwisschen." Die zal ook zoeken, hier door God getroost te worden en dat ook hier bij oogenblikken kennen.
Voorthuizen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's